Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Zondag Laetare E-mail
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop   
zondag, 10 maart 2002

1 Samuël 16,1-13 de zalving van David
Johannes 9,1-41, de blinde ziet.

Vandaag is het zondag Laetare, een zondag van vreugde.
Dat kunnen we altijd goed gebruiken
want altijd zijn er sombere dagen. Klein Pasen heet deze zondag ook wel:
we leven naar het grote Pasen toe:
het feest van het nieuwe begin
dat mensen met God altijd kunnen maken.
Het feest waarop nieuwe gelovigen worden gedoopt.
Die werden voorbereid door de Oud Testemantische lezingen
en de lange evangelie-lessen,
die ook voor ons een boodschap hebben.
Het Oude Testament gaf ons de lessen
over het Paradijs, over Abraham, Mozes
en vandaag over David.
In de evangelielezingen steeds ontmoetingen:
met de Satan, met Mozes en Elia
met de Samaritaanse vrouw bij de put
De vorige week kregen we in de lezingen les over het water,
het verhaal over de vrouw bij de put klonk
wier leven door de ontmoeting met Jesus
die haar het levende water kon geven veranderde.
Vandaag gaat het over de ontmoeting met een blindgeborene
en zo over het licht
dat ons helderheid kan geven
en ons troosten kan in onze troosteloosheid.

PREEK

Bij de ingang van de tempel zit een man
die vanaf zijn geboorte blind is.
Jezus ziet hem daar zitten.
Meteen stellen zijn leerlingen hem een vraag.
'Hoe komt het dat deze man blind is?
Is dat zijn eigen schuld of de schuld van zijn ouders?'
Een vraag die ons wat vreemd in de oren klinkt,
we worden er misschien ook wel wat kriegelig van:
het is toch achterhaald om ziekte of een handicap
het is toch helemaal niet nodig
om mensen, die het toch al moeilijk hebben,
omdat ze bijvoorbeeld blind zijn,
ook nog eens een keer te beschuldigen van zonde?

Dat is inderdaad niet nodig,
en het is ook niet de bedoeling van deze tekst.
Blindheid heeft in de bijbel namelijk een andere, diepere betekenis.
Blind zijn betekent:
Geen toekomst zien, geen hoop hebben,
leven in het donker, zonder lichtpuntje.

Als de mensen van het volk van God niet meer weten
hoe het nu verder moet in hun leven,
als zelfs de terugkeer uit de ballingschap
hen niet bracht wat ze ervan verwacht hadden,
staat er in het boek Jesaja:
'Als blinden tasten wij langs de wand,
tastend als mensen zonder ogen.
Wij struikelen op klaarlichte dag.
In de bloei van ons leven, zijn wij als doden.'

Over dit soort blindheid gaat het in het evangelie,
over de duisternis die een mens kan overvallen
als hij niet meer weet hoe het verder moet.
En wie zijn schuld is dat?
Tja, ik weet niet, of deze vraagje in zo'n geval wel verder helpt.
Jezus geeft dan ook geen echt antwoord op de schuldvraag.
Wel stelt hij duidelijk
dat de schuld niet gezocht moet worden bij de blinde of bij zijn ouders.

Zo worden zij alvast bevrijd
van een schuldgevoel dat hier niet op zijn plaats is.
Het lichamelijk ongemak is geen straf van God voor de zonde.

Maar meer dan de vraag wiens schuld de blindheid is,
is Jezus geïnteresseerd in de vraag of er iets tegen te doen is.
Hij doet moeite om van de blinde een ziende te maken.

En vanaf dat moment is er verwarring.
Want de blinde kan zien, en de mensen die tot dan toe konden zien,
krijgen problemen met hun gezichtsvermogen.
En ze vragen aan elkaar:
'Is dat nou die jongen die vanaf zijn geboorte blind was?
Zie ik dat nou goed?
Nee, hij is het niet, het is iemand die op hem lijkt.
Of is hij het toch?'
En ook de omstanders twijfelen aan wat ze nu echt zien.
Ook waar het Jesus, die de blinde genas betreft:
'Is dit een man die uit kracht van God iemand geneest van blindheid?
Of is het juist een zondaar,
omdat hij zich niet houdt aan de regels van de sabbath?'
Hoe zit het met hun gezichtsvermogen?
Wat kunnen zij zien? Wat willen zij zien?

In dit verhaal doen ze alles om Jezus tot zondaar te kunnen uitroepen.
Ze hopen zowel de blinde als zijn moeder
als getuigen tegen Jezus te
kunnen gebruiken, maar dat mislukt.
De man die was genezen van blindheid
wordt juist steeds sterker in zijn getuigenis:
'Deze Jezus is een profeet, zeker geen zondaar, hij komt van God',
zegt hij achter elkaar,
en ten slotte zegt hij de plechtige geloofsbelijdenis:
dit is de zoon van God.
Steeds meer gaat deze ex-blinde man zien.

Het open-gaan van zijn ogen en vooral de ogen van het geloof
gebeurt niet plotseling, het is een groei-proces.
In dat verband moet ik denken aan een Joods verhaal dat als volgt gaat:
'Eens kwam de rebbe van Krakau de kamer in
waar zijn zoon in diep gebed verzonken was.
In de hoek stond een wieg met een huilend kind.
De rebbe vroeg zijn zoon: Hoor je niet dat het kind ligt te huilen?
De zoon zei: 'Vader, ik was in God verzonken'.
Toen zei de rebbe:
'Wie in God verzonken is, ziet zelfs de vlieg die op de muur kruipt.'

Een verhaal, over 'zien' in geloofstaaltaal.
Gelovig zien betekent: weten, betrokken zijn, de knop niet omdraaien,
je blik niet afwenden.
Alles aanzien, terwijl je het soms niet kunt aanzien.
Een zien dat aanzet tot daden.
Zoals God zijn mensen zag, die als slaven moesten werken in Egypte,
met hen begaan was en hen hielp.
Werkelijk zien moet je willen.
Het kan je ook overkomen als je je laat raken
door het leed van anderen,
en dan juist door degenen die in deze wereld zwak zijn, weerloos
en die meestal het onderspit delven.

Met een ander verhaal uit de Joodse traditie wil ik eindigen.
Er was eens een oude rabbi die de vraag stelde
wanneer de nacht eindigde en de dag begint.
Zijn leerlingen dachten er diep over na,
maar geen van hen kon hem het juiste antwoord geven.
Toen zei de rabbi:
'Wanneer je een mens in het gezicht kunt kijken
en je ziet je broeder of zuster, dan is het dag.
Kun je dat niet dan is het nog nacht om je heen.'

De blindgeborene staat oog in oog met de Davidszoon.
Hij zal nog heel wat te zien krijgen als Hij met Hem meetrekt
wij ook, die worden uitgenodigd
om naar Hem op te zien in de komende lijdensweken.

'De Heer heeft mij gezien'
zongen we blijmoedig aan het begin van deze dienst…
'En onverwacht ben ik opnieuw geboren en getogen'
In de Paasnacht zal in ons midden het licht worden ontstoken
dat wij -als het goed is- verder zullen dragen
doende wat er gedaan moet worden
in het voetspoor van Koning en Herder Jesus.
We gaan bemoedigd verder
levend in het licht. AMEN