Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Pasen 2007: Verder trekken E-mail
Wij kunnen zien, lachen, spreken, opstaan en ons te ruste leggen:
wij kunnen waken en dromen. Wij mensen zijn er: wij leven.
Christenen geloven dat ze onderweg zijn, naar het LICHT.
Het oude boek Exodus is het oudste en eerbiedwaardigste reisboek.
Het is het reisboek van Gods pelgrimsvolk, de joden.
Ze waren in slavernij en werden verdrukt.
Er was brood op de plank in Egypte, sommigen vonden het zo wel goed.
De Enige die echt ongerust is, is God.
Hij vindt het mensonterend dat Zijn mensen in het slavenland niets te zeggen hebben
en slaaf zijn van het goed geoliede systeem van de Egyptische welvaartsmachinerie.

En dan begint een nieuwe geschiedenis.
Mozes mag in Gods naam zijn mensen opwekken nieuwe mensen te worden,
voor de vrijheid te kiezen die de God van Abraham, Isaak en Jakob hun geven zal.
Heel moeizaam krijgt Mozes zijn mensen in beweging
en gaan ze op weg naar de vrijheid.

Voor ze weg gaan moeten ze dat vertrek al gaan vieren
door samen een paasmaal te houden.
Een opdracht die ook zal gelden voor alle latere generaties.
Als ze dat gehouden hebben volgt het vertrek en de doortocht door de zee.
Ieder jaar wordt dat Pasen, die bevrijding gevierd.
Dan gaan ze  de woestijn in.
Niet om daar te blijven maar om dwars door die woestijn de weg te gaan
naar een nieuw land waar het goed leven zal zijn.

Ze maken die reis niet alleen. God gaat mee als een hele bijzondere reisgenoot.
Hij heeft zelfs een eigen huis, een kerk van tentdoek.
Binnen staat de Ark van het Verbond met daarin de stenen platen
met de tien geboden die Mozes van God op de berg gekregen had.
Daarin werd het nieuwe land, de nieuwe wereld waarheen men op weg was, beschreven:
een wereld waar de vrede het wint van de oorlog en de liefde het wint van de macht. 

Onbegrijpelijk dat God zo graag bij mensen wonen wil.
We hebben Hem toch vaak teleurgesteld.
Het lijkt wel of Hij niet zonder mensen kan. Hij heeft ons nodig.
De Enige lijkt het -zo lezen we aan het slot van boek Exodus-
ook heel belangrijk te vinden hoe Zijn huis er uit zal zien
Hij geeft Mozes hele gedetailleerde opdrachten.
Pas als alles netjes is komt Hij met Zijn aanwezigheid
(in de vurige wolk) het huis van tentdoek vullen.

Aan ons kerkgebouw is veel zorg besteed.
Door bouwheren en vooral door de vele ambachtslieden.
Maar er gaat nog veel meer gebeuren.
Voor onze tabernakeltent, onze kerk, hebben we  grote restauratieplannen.
Een deel is de afgelopen jaren gerealiseerd
maar er moet nog veel gebeuren.

Wat er ook gebeurt: wij gaan door
met het iedere zondag vieren van het Paasmaal
zoals Jesus dat met Zijn vrienden voordeed.
'Ik heb mij verheugd met jullie het Paasmaal te vieren' had Hij gezegd.
En onder de maaltijd zei Hij: 'blijf dit doen om aan mij te denken.'
Dit gebod brengt ons van week tot week bij elkaar.
Maar de bijeenkomst op zondagmorgen is meer dan een plicht die ons is opgelegd.
De zondag is een gave, een geschenk. U zou het ook kunnen noemen: een protest!
Een protest tegen gedachten als 'wij zijn op weg naar het einde'.
Mensen hebben geen einde, iedere levensdag is een nieuw begin
dat wij samen maken.

Daarbij worden daden van gerechtigheid en nieuwe initiatieven gevraagd.
De God die Jesus hielp zal ook ons helpen.
Dat betekent: verlossen uit lusteloosheid,
opwekken tot dienstbaarheid aan de Gerechtigheid en de Waarheid.

U bent welkom om met ons samen Pasen te vieren.
We hebben u nodig. Dan kunnen wij ons,
net als die twee die Hem weer ontmoetten op de weg naar Emmaus,
samen warmen aan Zijn woorden,
en Hem en elkaar als pelgrims naar Gods nieuwe toekomst
herkennen aan het breken van het brood.
Augustinus zegt:
'we mogen dit jaar weer Alleluja gaan zingen.
Niet om te genieten van een onverstoorbare rust
maar om ons gezamenlijk zwoegen wat te verlichten.
Zing zoals trekkers zingen onderweg,
zing gerust uit volle borst
maar vergeet niet verder te trekken. ' 
                   
        Uw pastores:    
                    Hein Jan van Ogtrop
                    Erna Peijnenburg