• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

13 mei: Durf nieuwe dingen te doen

[print]

Zevende Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 1,15-17.20a.20c-26

  • 1 Johannes 4,11-16

  • Johannes 17,11b-19

Het joodse pinksterfeest stond voor de deur.
Daar zijn de vrienden van Jesus, in gebed bijeen.
Op het eerste gehoor komen we misschien onder de indruk
van hun vroomheid maar dat is niet nodig.
Wat was dat voor een geloofsgemeenschap?
Een zeer gehavende.

Alle mannen waren ze na Jesus’ gevangenneming gevlucht.
– Petrus die Hem aarzelend was gevolgd
had hem drie maal verloochend,
– Judas was weg, hij had Jesus verraden
en zich daarna opgehangen van spijt.
Er was alle reden toe om de blik hulpeloos ten hemel te heffen
en samen eensgezind om redding te smeken.
Zouden ze anders ooit deze slag te boven kunnen komen?
Toch gebeuren er tegelijkertijd ook wonderlijke dingen.
Het boek van de Handelingen vertelt ons vandaag
dat er 120 mensen om de 12, – neen het zijn er nu 11 – heen staan.

De geschiedenis van Gods Koninkrijk,
gaat ondanks de fouten van de apostelen toch door !
120 Leerlingen staan te popelen
om zich bij de Jesus-beweging aan te sluiten:
de twaalf in tienvoud nota bene !
De gemeenschap van goedwillende nieuwelingen
vult zo aan wat er aan het college van de apostelen ontbreekt.

Maar voor er verdere uitbreiding kan komen,
voor het Pinksteren kan worden
zullen toch de twaalf als kernkabinet weer compleet moeten zijn.
Hoe ? Het lot beslist. Bij wijze van spreken:
iedereen had het apostelcollege kunnen aanvullen.

Als we dat allemaal horen
hoeven wij ons niet minder te voelen dan die eerste christenen.
Het waren gewone mensen net als wij.
Het geheim zit hem niet in de voortreffelijkheid
van die mensen maar in God die met deze mensen verder zal gaan.

Met de twaalf -nu weer compleet-, met de 120 er omheen:
met de 4000 die zich op Pinksteren zullen aansluiten:
met allerlei soorten mensen, sterke en zwakke,
heilige en minder heilige: met ons dus ook, met u en met mij.

Terug even naar de avondmaalszaal
de avond voor Jesus’ lijden.
‘Vader laat hen één zijn, zoals wij’
bad Jesus.
Wat heeft Jesus de zijnen vooral op het hart gebonden?
Dat kun je in samenvatten in twee woorden:
NAASTENLIEFDE en eenheid.

Iedereen zal het je zeggen:
dat is de kern van het christelijk geloof: Naastenliefde.
Echte innerlijke eenheid is belangrijk..
een ander soort eenheid dan de eenheid van de macht.

De eenheid van de macht is de Heer een gruwel.
In een Duitsland dat zijn waarden kwijt was:
was ooit een nieuwe eenheid ontstaan rond een tiran.
Een eenheid die zeker niet de eenheid was,
waar Jesus graag over sprak.
De eenheid van het fascisme was de eenheid
zoals we die bijv. in het verhaal
van de toren van Babel beschreven vinden:
de eenheid van de mensen die elkaar napraten
en zeggen: ‘laten we samen een toren bouwen:
Babel Babel ueber alles.”
Die eenheid werd door God verstoord:
er kwam een complete verwarring
maar die was door God gewild.
Alle grote eenheidsblokken, vooral rond tirannen zijn verdacht.

Zou de verdeeldheid die er is
in de wereld en in de kerk
misschien ook een diepe zin hebben?
De christelijke kerk is geen club van mensen
die samen het met elkaar in alles eens zijn
maar een groep van mensen
die samen maar één echt voorbeeld hebben:
Jesus van Nazareth.
Hij maakt ons eensgezind
niet in de zin van eenheid maakt macht
maar eensgezind in de liefde tot de weerloze,
tot de mens die de liefde van een ander mens nodig heeft:
eensgezind in de bescheidenheid van de dienst.
Er ontstaan nieuwe verbanden in de samenleving:
oude grenzen worden gepasseerd,
een nieuwe eenheid krijgt gestalte
iedereen kan daar aan deel krijgen.

De oude eenheidsbindende factoren:
de eenheid van ras of natie
hebben hun relevantie verloren.
Jesus van Nazareth is het die mensen bindt:
Joden en Romeinen, armen en rijken,
jong en oud, mannen en vrouwen.

Naar die eenheid rond die Heer zijn mensen steeds op zoek
en die eenheid blijken mensen toch ook steeds weer te vinden.
En zo komt er een nieuw begin;
geheel tegen onze minne verwachtingen in.
Gods ruimhartigheid gaat al onze kleinhartigheid te boven;
er is ruimte voor zovelen.

Diezelfde Geest is op velerlei wijzen bezig,
en dan niet alleen binnen maar ook buiten de kerk.
Nieuwe beginnen kunnen er worden gemaakt
en ook vinden wij nieuwe bondgenoten op onze weg !
Van beiden geef ik voorbeelden.

Duitsland, het land van vroeger Deutschland Deutschland ueber alles
maakte een nieuw begin. Ik maakte dat mee in Calcutta bij moeder Theresa.
Het was al zo’n 20 jaar geleden maar toch.
In het huis van de stervenden lag een kleine oude man
hij had niet lang meer… dat kon je wel zien.
Maar een grote flinke Duitse jongen zag ik hem verzorgen
en hem een slokje water geven aan de stervende.
‘Aktion Söhnezeichen’ stond op zijn shirt:
aktie ‘tekenen van verzoening en goede wil’ na alle slechte dingen
die er in de 40er jaren van de vorige eeuw van Duitsland uit waren gegaan.

En de bondgenoten van Artsen zonder grenzen
(kerkelijk of niet kerkelijk) riskeren eigen leven,
gaan het gevaar niet uit de weg
gaan zieken helen waar ter wereld niet.
En er zijn mensen van Amnesty, kerkelijk of niet kerkelijk
mensen van vluchtelingenhulp,
jonge mensen, oude mensen:
vrome mensen, minder vrome mensen:
de Geest waait maar door: buiten de kerk.. zei ik
maar ook daarbinnen.

De kerk wordt steeds wakkerder:
nieuwe ontmoetingen vinden er plaats
nieuwe initiatieven worden ter plekke ondernomen.
Wij van de kerk zijn er nog,
de kerk, geen machtig instituut………..
maar – als het goed is – een groep van mensen
die hun leven willen laten richten
door verbondenheid met God
van wie geschreven staat
dat Hij zijn mensen uit de tirannie had bevrijd
en met Jesus Zijn zoon
eensgezind vervuld van God.

Eensgezind in de liefde tot de weerloze,
tot de mens die de liefde van een ander mens nodig heeft:
eensgezind in de bescheidenheid van de dienst.

Rond Jesus die zei:
‘ik heb ze alles doorgegeven wat ik van U -Vader- ontvangen
heb, zij hebben die woorden aanvaard. Daarom bid ik
voor hen: ze zijn van U!’

‘Wezenzondag’ heet deze 7e paaszondag,
zo tussen Hemelvaart en Pinksteren ook wel.
We voelen ons weerloos,
de Geest is er nog niet.
We kunnen ons nog even herkennen
in ontreddering van de apostelen
die samen met Maria de Heer misten
en beter is het misschien nog
ons bij hen aan te sluiten
als zij bidden om de kracht van Zijn Geest.

Het is tot in onze dagen troostend te bedenken
dat de Heer begonnen is op de avond van zijn lijden
voor ons te bidden:
dat Hij onze problemen kende
en bij herhaling, – voordat Hijzelf lijden moest –
gebeden heeft dat ONS geloof niet zou bezwijken.
Wij worden niet aan ons lot overgelaten,
we hoeven niet te zuchten en te kreunen
onder de zwaarte van onze levensopdrachten.

Altijd weer is er de mogelijkheid
dat de kracht van Gods heilige Geest het onmogelijke waar maakt.
Wij kunnen nieuwe mensen worden
zoals een modern kerklied dat bezingt:

‘Gezegend die weet wat recht en slecht is
die trefzeker kiest en niet wijkt voor geen macht
en niet vreest, voor geen mens.

Gezegend mensen die goed zijn,
de hand die niet slaat,
de mond die niet verraadt,
de vriend die zijn vriend niet verloochent.
Gezegend die onbevangen spreekt
en onbevangen liefheeft al wat leeft.
Gezegend zij die zo elkaar bewaren, troosten, voorthelpen.’

Hein Jan van Ogtrop, pastoor