• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

3 juni: Zijn solidariteit gedenken

[print]

Hoogfeest H. Sacrament

Schriftlezingen:

  • Exodus 24,3-8

  • Hebreeën 9,11-15

  • Marcus 14,12-16.22-26

In iedere Mis zingen we na de opheffing van brood en beker:
‘Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren totdat hij komt’.
Niet de verrijzenis maar de dood.

Wie eet en drinkt wordt Jesus’ dood in herinnering gebracht.
Zo leven als Jesus is niet zomaar wat, het kost je je leven.
De eerste leerlingen die Jesus op Zijn weg toen mochten volgen
konden dat niet begrijpen.
Ook niet als ze met Hem aan tafel zitten
om de eerste Eucharistie te gaan vieren.

Vlak voor de instelling van de Eucharistie lezen we
in het Marcusevangelie dat we vandaag hoorden:
‘één van jullie zal mij verraden.’ Grote ontsteltenis,
dat spreekt. In de schriftlezing van vandaag
wordt dat door de kerkelijke knipseldienst weggelaten:
niet feestelijk genoeg.

Inderdaad: als je een feestelijke Sacramentsdag zonder bewolking
of alleen maar in de hoerastemming wilt vieren moet je niet bij Marcus zijn.

Wel als je een Sacramentsdag wilt gebruiken
om het geheim van Jesus’ solidariteit met de minsten der zijnen
met de armen en lijdenden van alle tijden te overwegen.
Een solidariteit die hun de vrijheid brengt
bevrijding uit onmacht en slavernij.

Jesus wilde zijn leerlingen en wil ook ons
in dat geheim inwijden, en hen en ons erbij betrekken.

Hij roept zijn vrienden bij elkaar.

Waar ?
Antwoord: dat kan op elke willekeurige plaats.
Als de leerlingen vragen: ‘waar zullen we het paasmaal houden’
geeft Jesus ten antwoord:
‘jullie zullen een man zien lopen met een kruik
ga hem maar achterna.’

Een merkwaardige opmerking.
Want in heel de stad liepen mannen met kruiken rond
het was immers paasavond.
Jesus wil dus zeggen:
‘het geeft niet waar je een zaaltje uitzoekt
ga gewoon maar ergens naar binnen.’

Dat is het mooie van de Eucharistie:
ze kan overal gevierd worden.
In een kathedraal, in een dorpskerk, in een krottenwijk:
op een marmeren altaar, op twee houten plankjes..
als er maar mensen zijn die in de geschiedenis willen staan
van God die mensen bevrijden wil en
leiden naar een nieuw goed land.

Wat gaan ze daar samen doen, Jesus en zijn vrienden ?
Jesus zal in dat willekeurig gekozen zaaltje voorgaan
in het oude paasritueel, de viering van de bevrijding
van de slaven uit Egypte.

‘Waarom is deze avond anders dan alle andere avonden?’
vraagt de jongste -dat zal Johannes wel geweest zijn-
en dan vertelt men elkaar het hele verhaal van de bevrijding uit Egypte.

De zegen over het brood wordt uitgesproken:
‘Gezegend zijt Gij, Heer, onze God,
Koning van de wereld,
Gij die het brood uit de aarde doet komen.’

Na het ‘Amen’ van de tafelgenoten wordt het brood,
ongedesemd brood gebroken en uitgedeeld.
Normaal zegt men dan: ‘dit brood herinnert aan het brood
dat wij haastig moesten eten toen wij weg gingen uit Egypte..
neemt en eet het brood van onze bevrijding.’
Maar Jesus voegt daar iets aan toe:
‘Neemt en eet, dit is mijn lichaam’,
ik zelf, in levenden lijve, ga mijn leven geven voor jullie
en zo ben ik het brood van jullie bevrijding.

Daarna komt het dankgebed over de beker met de wijn.
Weer een zegenspreuk:
‘Gezegend Gij die de vrucht van de wijnstok voortbrengt’,
waarna de beker rondgaat, weer met een eigenaardige tekst:
‘Dit is mijn bloed van het verbond dat vergoten wordt voor velen.’
Hij kondigt aan dat zijn leven gegeven wordt ter bevrijding van allen,
Hij verkondigt zijn dood in dezelfde nacht
waarin de paaslammeren geslacht zullen worden in Jeruzalem
en iedereen blij de bevrijding uit Egypte viert.

Zo is een heel eigenaardig paasmaal beschreven
een maal waarin de Meester in solidariteit
met alle lijdenden van alle tijden
zijn dood aankondigde en uitbeeldde in het ritueel
dat hij besloot met de opdracht:
‘doe dit na om aan mij te denken.’

De lezer weet nu waar het toen om ging;
toen de Meester met de twaalf de maaltijd vierde
en waar het om gaat als wij onze leraar navolgen.

De dood des Heren gedenken als ritueel in de gemeente
is een zeer geladen gebaar dat iedere deelnemer
de ernst van zijn roeping in herinnering brengt
en tot waarachtige navolging oproept van Degene
die het ons heeft voorgedaan.

Samen zijn we nu Sacramentsdag aan het vieren.
Vieren… zeg ik. Wat vieren we eigenlijk ?
Ik citeer een zin uit Schillebeeckx’ preek over Sacramentsdag:
‘Waar er op het niveau van het feitelijke dagelijkse leven
overmacht van aardse machten is,
worden die, in de orde van de sacramentele werkelijkheid
uitgeschakeld en ontwapend.
Daarom zetten we nu reeds,
in de aardse geschiedenis, hier en nu,
sporen van een komende nieuwe wereld. ‘

Op onze pelgrimstocht hebben we,
net als dat volk op tocht door de woestijn, een trouwe vriend.

In de eerste lezing horen we hoe Mozes,
nog net zo jong als een neomist na op de berg van God geweest te zijn
weer naar beneden kwam bij zijn parochianen
aan de voet van de berg.
Toen sprenkelde hij als een jonge priester
het bloed van het verbond over het volk
en vertelde daarbij dat de Heer zich
voor altijd aan hen verbinden wilde.
En wat God verbinden wil dat zal de mens niet scheiden.

God, de belangrijkste partner, zegde Zijn trouw toe
‘tot in het duizendste geslacht’.

En de partner met een kleine letter, het volk van God,
de gewone mensen reageerde enthousiast:
‘We zullen alle woorden bewaren (en letterlijk volgt er dan:)
DOOR ZE TE GAAN DOEN.’

Heerlijk al die goede wil.
Maar het verbond van God met de mensen
is net zo kwetsbaar als een menselijk huwelijk…..
Het enthousiasme van het begin is later,
net als bij ons een beetje verdwenen.
Je maakt zoveel mee.

Dan moeten we naar de oude Mozes luisteren
als hij, ervaren en wijs,
na al die lange jaren woestijn zijn volk toespreekt.
met uitgebreide afscheids- en bemoedigingswoorden,
Mozes zegt dan:
‘De tocht was zwaar,
vergeet daarom nooit aan je nageslacht te vertellen
wat je hebt doorstaan
vertel over de pijn en de zorgen, de angst en de honger
maar iets anders moet je ook vertellen:

er is altijd Iemand, en nog wel Iemand met een hoofdletter
met je meegegaan al die jaren !
Het was een zware tocht
maar tijdens die tocht zijn jullie volwassen geworden
en gegroeid.
Één heeft er voor jullie gezorgd:
je hebt het Manna onderweg gekregen,
en het water uit de rots ……..
je voeten zijn niet gezwollen al die jaren…
je hebt het -samen met Hem- volbracht!’

Er zijn geen goede tijden of slechte tijden.
De vraag of het tegenwoordig beter of slechter is dan vroeger
is een onbelangrijke vraag.
Het enige belangrijk is dat we weten dat God met ons verder wil.

God sloot zijn verbond niet met de engelen
maar met ons gewone aardige maar soms ook minder aardige,
enthousiaste maar soms ook teleurgestelde mensen.
ECCE PANIS ANGELORUM FIAT ESCAM VIATORUM..
luidt een oude sacramentshymne..
het brood der engelen is het voedsel geworden
van gewone stervelingen.

In Zijn Verbond met die mensen vindt God Zijn vreugde.
Dus vieren we samen Sacramentsdag…
en hopelijk lijken we op dat volkje van God
aan de voet van de berg dat zei:
‘we zullen doorgaan en de woorden doen.’

En we geloven niet in goede tijden en slechte tijden:
de enige vraag die echt van belang is is deze:
WIL IK PERSOONLIJK REIZEN MET GOD.

Geloven is een zaak van jou persoonlijke keuze.
Daarom zingen we in de hoogmis niet credimus (wij geloven)
maar CREDO, IK geloof.
Ik zelf wil leven als iemand die weet dat
hij of zij geroepen is er te zijn op zijn of haar eigen plek.

Wat ons samenbrengt is de gedachtenis aan Jesus,
de gedachtenis aan Zijn liefde, Zijn solidariteit,
Zijn overwinning van de dood.
Het leven met Hem en in Hem met elkander
is goed. We zijn veilig en geborgen
in de handen van de levende God.
Niet voor niets zeggen wij daarom bij het uitdelen van de Eucharistie:
‘het Lichaam en Bloed van Christus
beware ons ten eeuwig leven’.
‘Amen’ zegt de gelovige, zo moge het zijn !

Hein Jan van Ogtrop, pastoor