• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

22 juli: Nieuwe mensen worden

[print]

16e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jeremia 23,1-6

  • Efesiërs 2,13-18

  • Marcus 6,30-34

Het evangelie van deze zondag vertelt ons:
‘Hij voelde medelijden met de schare
want hij zag hen als schapen zonder herders.’
Spreekt ons 21e eeuwers dat nog wel aan ?
Wat moeten wij met deze merkwaardige tekst.
Wij hebben geleerd om volwassen te worden
en willen niet graag met schapen worden vergeleken.

We zijn toch allemaal groot en zelfstandig.
Wij hebben de wereld in handen.
Wij bouwen en wij vernieuwen en vinden uit.
Wij organiseren,
wij proberen een maatschappij te scheppen
waarin het goed is om te leven.

Samen moeten we werken aan vrede en recht.
Ieder van ons moet daar zijn bijdrage aan leveren.
Ieder wordt geroepen terzake van ja en neen.
Dit gezamenlijk verantwoordelijkheidsbesef
is één van de zegeningen van de theologsiche
en bijbelse herbezinning van onze dagen.

Maar die beweging kan niet
zonder de beweging in de andere wereld, de kleine wereld.
De kleine wereld van de ene mens die u bent,
die ik ben.

Wij lezen met enige regelmaat in de evangelieverhalen
hoe Jesus van Nazareth, zoon Gods, bij uitstek volwassen,
zich als Hij door vele mensen omringd is
terugtrekt naar een eenzame plaats.
Hij alleen. Had Hij dat nodig?
Was Hij, ons aller Verlosser, de mensen beu?
Dat kan het niet zijn.

Hij was een herder en een herder hoort bij zijn schapen
en toch wil hij alleen zijn. Waarom?

Neen, het is geen vaandelvlucht,
Hij wil zich niet aan zijn opdracht onttrekken.
Hij wilde ‘er graag zijn’ voor de mensen die om Hem riepen.

Maar om dat te kunnen doen
moet Hij ook kunnen leven vanuit het diepe geheim van zijn zending,
zijn gesprek met de Vader.

Een gesprek dat wij alleen maar van een afstand kennen.

Hij heeft ooit 40 dagen en nachten de eenzaamheid van de woestijn gezocht
om ruimte te krijgen voor dat gesprek,
omwille van de inspiratie die hij nodig had
om daarna weer naar de mensen toe te gaan.

Dat zoeken van die rust, die oriëntatie op de Vader
was zijn eigen geheim.
Vandaag gunt Hij ons dat ook:
‘rusten jullie ook uit’, zegt Hij tot de Zijnen,
de volgelingen mogen in dat geheim gaan delen.

En dat geldt ook voor ons hier deze morgen.
Wij mogen ook, naast dat drukke leven van alledag,
een leven van organiseren van huis en maatschappij
in een kerk komen om even anders bezig te zijn
en te zoeken naar God.

Hier willen we iets anders,
hier zoeken wij wat Jesus van Nazareth zocht
als Hij alleen op de berg was, ver van de mensen.
We weten het wel maar vergeten het zo gemakkelijk:

We hebben ons werk, onze drukte,
onze belangrijkheid maar we leven als het goed is dieper.
‘Niemand leeft voor zichzelf, niemand sterft voor zichzelf,
wij leven en sterven voor God onze Heer,
aan Hem behoren wij toe’.

We leven en werken voor God onze Heer en zoeken
-als het goed is- ook hartstochtelijk naar wat Jesus zocht
toen Hij zich afzonderde, als Hij niet onder de mensen was.

Wij zoeken naar vrede, naar rust in ons eigen bestaan,
naar rust voor ons onrustige hart
‘totdat het rust vindt in U Heer ‘ zei Augustinus.

Die rust is, net als het werk, geen doel op zichzelf.
Jesus verbreekt, als mensen aandringen
zonder aarzeling Zijn eigen rust
en gaat onmiddellijk weer aan het genezen,
het troosten en het bemoedigen.

Maar Hij dat allemaal niet leven volhouden zonder de stilte.
Hij zal Zijn hele leven die stilte blijven zoeken
van het wezenlijke gesprek, het gesprek met de Vader.
Het gesprek met God zoals wij dat ook zoeken.

Om dat gesprek te voeren zijn wij hier vandaag.
Het kan natuurlijk ook thuis.
Mensen zeggen dat vaak: ‘Ik heb de kerk niet nodig’.
Ik vind dat maar moeilijk, leven zonder geloof of kerk
en ik geloof ook niet dat ze dat echt kunnen
want het is zoveel gemakkelijker, zinvoller en dus eigenlijk efficiënter,
beter om dat samen te doen, in de kerk bijvoorbeeld, dat zoeken naar stilte.

Samen luister je beter, samen kun je beter stil zijn.
Samen kun je beter zoeken naar de bodem van je eigen hart.

Bij dat zoeken in de stilte
begint het eigenlijke leven van alle dag.
In die bezinning vinden wij de juiste houding in deze wereld
ten opzichte van elkaar, ten opzichte van wat wij kunnen.

Een waarschuwend woord klinkt vandaag ook.
We horen de stem van de profeet, de oude Jeremia.
Net als de andere profeten van het oude Testament
is hij met zijn hele ziel en zaligheid aanwezig
in de woorden die hij spreekt.

Hij klaagt de leiders aan, hij klaagt zichzelf aan.
Hij zegt -namens de Heer- tot de gelovigen van zijn
tijd, tot hun leiders en ook tot zichzelf:
‘door jullie schuld zijn mijn schapen verloren gegaan
zegt de eeuwige… maar Ik let wel op u.

Dat waarschuwende woord klinkt niet voor niets.
We worden er door gedwongen onze roeping serieus te nemen
en onze aandacht te richten op de ontmoeting met de Eeuwige
opdat wij daarvan kunnen getuigen in woorden en daden.

En dan is er een getuigenis een preek die mooier is dan alle andere preken:
de preek van de overtuiging, de preek van het voorbeeld,
van de levenshouding,
een preek die meestal in stilte wordt gegeven.

Als priester mag je het wel eens meemaken
dat mensen zich aanmelden om katholiek te worden.
Ze melden zich bij ons als geestelijken
en willen dan van ons ‘les hebben’.

Het is voor ons dan altijd weer een leerzame ervaring
als wij vragen hoe ze tot dit besluit om actief te gaan geloven zijn gekomen.
Dat besluit is er nooit gekomen door een plotselinge bekering
door een mooie preek of een stichtend woord van een geestelijke.
Jammer voor ons,
de geestelijken speelden nooit de hoofdrol.
Hun besluit om gelovig te willen worden
is altijd ontstaan door de ontmoeting
met gelovige mensen gewoon overdag.

Mensen die niet preekten met veel woorden,
maar die iets voorleefden – vaak zijn het hun ouders-
ze leefden iets voor, bijvoorbeeld door te kunnen luisteren naar anderen,
anders te luisteren dan de meesten doen.

Echte gelovige mensen zijn zich van die uitstraling niet bewust.
Hun optreden is niet spectaculair,
ze schreeuwen het niet van de daken en breken,
als het goed is , niet bij de anderen in.
Hun overtuigingskracht zit in de nabijheid,
de openheid, de aandacht voor die andere vragende mens
waardoor ze niet alleen kunnen luisteren naar de woorden
die uit de mond van de ander komen
maar om te luisteren naar wat er leeft in het hart van de ander.

Als het goed is zijn gelovige mensen het kanaal
waarlangs de waarheid, het goede, het zuivere zich
naar de wereld toe kan openbaren steeds meer en steeds duidelijker.
Zo maken zij de weg vrij
voor de geboorte van de Eeuwige naar deze wereld toe.

Om die boodschap te kunnen uitdragen
hoef je niet geleerd te zijn.
De jonge Salomo bad ooit:
‘geef mij een luisterend hart’.

Deze week dachten wij aan de slachtoffers van de MH17
te erg voor woorden: gezinnen en andere passagiers
zomaar uit ons midden weggerukt.
Een van de achterblijvers zei:
‘Het verdriet zal nooit verdwijnen
de herinnering kan alleen op den duur gaan bloeien.’
Dat is een troost maar de grootste troost is:
elkaar nabij blijven zijn zoals Hij dat deed
onze Goede Herder in wiens naam wij hier bijeenzijn.

Laten we bidden om kracht om die taak te volbrengen.

God geve ons rust om onze roeping te ontdekken,
een luisterend hart
opdat wij onze opdracht goed horen klinken
en iets present stellen van Jesus’ liefdevolle aanwezigheid.

Om die levenshouding gaat het.

Jesus leefde die luisterende levenshouding voor.
Hij was trouw aan Zijn opdracht,
luisterde naar de mensen,
vriendelijk en mild,
Zijn herderlijke aanwezigheid was verkwikkend.

Laat ons alles doen om op Hem,
de milde goede herder te lijken.
Laten we bidden om kracht om die taak te volbrengen.
Dan zal ook onze aanwezigheid verkwikkend zijn voor allen
die ons mogen ontmoeten.

God geve ons rust om onze roeping te ontdekken,
een luisterend hart
opdat wij onze opdracht goed horen klinken
en iets present stellen van Jesus’ liefdevolle aanwezigheid.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor