• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

2 september: Dienen in waarachtigheid

[print]

22e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Deuteronomium 4,1-2.6-8

  • Jakobus 1,17-18.21b-22.27

  • Marcus 7,1-8.14-15.21-23

Een van de beklemmendste na-oorlogse romans
is de roman van de Franse schrijver-filosoof Sartre;
die roman heet: ‘les mains sales’, vuile handen.
Het schijnt nu eenmaal bij mensen te horen
dat ze wel veel goede bedoelingen hebben
maar altijd schieten mensen weer tekort, ze maken ‘vuile handen’.

Ontstaat daarom misschien
de kwaal van smetvrees,
mensen die iedere keer opnieuw
hun handen wassen:
ik heb iemand gekend
wiens handen helemaal kapot waren gegaan
van het iedere drie minuten opnieuw wassen.

In Sartre’s roman gaat een man
die aan die schuld lijdt
in geestelijke zin
kapot, volkomen ten onder.

‘De Farizeeën immers, en al de joden,
eten niet zonder eerst de vingertoppen gewassen te hebben,
daar ze vasthouden aan de overlevering van de vaderen’;
zo lazen we in het evangelie vandaag.

Het klinkt bijna als de aantekening van een ontdekkingsreiziger
die bij een vrijwel onbekende volksstam terecht is gekomen.
Vroeger konden missionarissen ons zo prachtig vertellen
over de vreemde wereld die zij gezien hadden.

Al die dingen zijn boeiend en hebben ook een zin;
ze verwijzen ergens naar
en hebben te maken met de manier
waarop mensen in het leven staan.
Er wordt iets belangrijks verteld en doorgegeven:
niet in woorden maar in gebaren en tekenen,
een onhoorbare taal.
Bijna altijd komt daar – ook vandaag weer-
water aan te pas.
Water waarmee handen en hoofd
en soms het hele lichaam gewassen worden.
Er zijn vele rituelen met water,
denk maar aan de doop, aan het wijwater,
aan het Lourdes-water.

Het is niet voor niets dat we deze dingen doen
en dat ons deze vrome gebruiken wordt verteld.
Het heeft te maken met de levensstijl van een volk.

En vandaag gaat het om een heel bijzonder volk:
Israël, een volk dat, volgens de eerste lezing,
een hele directe omgang had met God.
‘Welk volk heeft ooit zo direct met God omgang gehad
en zulke prachtige voorschriften gekregen’ (Deut.4,7-8).

Het hele leven staat onder de koepel
van dat vriendschapsverbond met God.
Zo moet je al deze wetten en wetjes begrijpen.
Geloven is niet alleen iets
wat zich in het diepst van ons wezen afspeelt
maar je moet het ook kunnen zien.

Het evangelie van Marcus vertelt over de discussie van Jesus
met de omstanders over de zin en onzin van die joodse regels.

De zin is dat ze de mens verwijzen
naar een innerlijke levenshouding,
een beschikbaarheid voor God en voor de naaste.
Zo zijn de wetten en regels zinvol.
Voor de mens die beseft dat hij tekortschiet,
dat hij (om met de grote schrijver en filosoof Sartre
te spreken)
net als allen vuile handen heeft
is het zinvol als hij zijn handen ritueel wast.

Maar als dat innerlijke verstaan wegvalt?
Als je leven niet gericht is
op echtheid en trouw
op een goede band met de Partner met een hoofdletter,
de God van Israël en Zijn Verbond
dan wordt het goed-bedoeld leeg ritueel,
vormendienst zonder inhoud
– bij sommige farizeeën was dat het geval –

of het wordt een aanfluiting
Pontius Pilatus is daar een voorbeeld van:
was het nu hulpeloosheid die hij tentoon spreid
of heiligschennis ?
In het laatste geval is het een belediging van de menselijkheid
en van God van de mensen
en is het een zonde, een doodzonde zou ik zeggen.

Jesus zegt:
‘het gaat om de innerlijkheid,
kies toch voor de echtheid
voor een eerlijke open relatie met jouw God.

De man van Nazareth wekt alle vrome mensen
en alle anderen die denken dat ze zomaar wat raak kunnen leven
als alleen maar de buitenkant, de schone schijn bewaard blijft.

Als er van de kant van farizeeën en schriftgeleerden
een aanmerking komt op de schijnbare onzorgvuldigheid
van Jesus’ leerlingen en Jesus zelf
ten aanzien van de joodse wetten
biedt Jesus geen excuses aan.

Hij valt uit:
‘hoe juist heeft Jesaja over jullie huichelaars geprofeteerd:
dit volk eert mij met de lippen maar hun hart is ver van Mij.
Zij eren Mij maar zonder zin, en mensenwet is wat zij leren
Jullie laten het gebod van God varen
en houdt vast aan de overlevering van mensen alleen’.

‘Zie je wel, Jesus moest ook niets hebben
van al die traditie en ceremonieën en oude gebruiken… ‘
zegt de luisteraar die maar met een half oor luistert.
Die moet dan wel even bedenken
dat Jesus zelf toch ook is gaan staan
– om even één voorbeeld te noemen van onderworpenheid aan een ritueel –
in de lange rij van mensen die aan de Jordaan stonden te wachten
om door Johannes helemaal schoon gewassen te worden.

Ja, Hij heeft zelf ook een ceremonieel nagelaten
aan zijn leerlingen bijvoorbeeld toen
Hij zelf de voeten waste van zijn vrienden
en aanbeval om dat te blijven doen om aan het te denken
en toen Hij het brood en de beker nam
en zij dat ze dat altijd tot zijn gedachtenis
moesten blijven doen.

We kunnen niet zonder symbolen en zonder riten,
wij zouden toch dat ritueel niet kunnen missen
wat wij -in tegenstelling tot de voetwassing-
trouw iedere zondag voltrekken met brood en wijn?

Waar wij geen woorden hebben
of er niet toe kunnen komen
nemen wij onze toevlucht -terecht-
tot een ritueel. Dat is onze kracht, dat houdt ons bijeen.

Daarover gaat een prachtig verhaal
-dat Abel Herzberg zaliger verteld aan zijn kleinzoon-
over een joodse jongen LABI in Auschwitz
die gedwongen was in het orkestje te spelen
dat speelde bij de executies van anderen.
Hij deed dat omdat het hem anders de kop zou kosten.
Zo deed hij zijn eigen gevoel geweld aan
maar hield het leven. Maar wat andere dingen betreft
waar hij wel wat aan kon doen.
Het verhaal vertelt over de honger in het kamp.
Er was daar vrijwel niets te eten
en wat er was
deugde volgens de joodse spijswetten van gaan kanten.
Normaliter at iedereen wat er te eten was
tot op een dag er plechtig wordt aangekondigd:
‘voortaan zullen we iedere dag varkensvlees
in de soep doen die je te eten, joden.’.
De hongerige gevangen aanhoorden dat
maar aarzelen niet en aten rustig iedere dag door
van het slappe waterige aftrekseltje
dat hun hoofdmaaltijd vormde …
allemaal- behalve… Labi.
Hij weigert: ‘Waarom eet je niet’ vragen ze hem:
straks ga je dood en gooien ze jou in de grafkuil
en zullen de anderen bij jouw begrafenis spelen.’

Maar Labi, die tot nu toe zijn geweten
zoveel geweld had aangedaan
bleef onwrikbaar:
‘omdat er verschil is tussen rein en onrein’.

Hij stierf een week later
maar met een glimlach om zijn mond:
hij was trouw gebleven aan zijn God
en had zijn eigen waarde behouden.

Tegen innerlijke trouw
zou Jesus niet geprotesteerd hebben:
‘wie ook maar een van de geringste van de geboden afschaft
en ze zo aan de mensen leert,
zal de kleinste zijn in het koninkrijk der hemelen.’
De geboden moeten worden gedaan,
de liturgie gevierd
van zondag op zondag
met de allergrootste zorg
en we proberen dat hier en in alle andere Haarlems kerken
en we moeten dat blijven doen…

Maar wel kritisch op onszelf:
geloven vraagt om een echte inzet van je hele persoon.
De mensen zullen het aan jou moeten kunnen merken dat je gelooft.

Ze mogen het gerust weten, dat je je kind laat dopen,
of dat je iedere zondag naar de kerk gaat.
Het is uitstekend om voor de kerk te trouwen
en zo iedereen te laten zien
dat het geloof voor jou nog iets betekent…

Het is uitstekend om theologie te gaan studeren
te kiezen voor dienst aan de kerk als priester of pastoraal werker
maar
we zullen beoordeeld worden op de innerlijkheid,
op de ernst waarmee wij ons geloof dragen
en de steun en de troost die wij anderen,
uit de kracht van ons geloof,
kunnen en willen geven.

Zo en zo alleen bouwen we aan het Koninkrijk van God
en wassen we onze handen werkelijk schoon
door de trouwe, liefderijke dienst aan Hem
en aan onze naaste.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor