• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

2 november: Allerzielen

[print]

Allerzielen

Schriftlezingen:

  • Klaagl. 3,17-26

  • Rom. 5,5-11

  • Joh. 14,1-6

Dat God de mensen die voor Hem kiezen niet teleur zal stellen
vieren we op deze 1e en 2e november: Allerheiligen en Allerzielen.
Ik noem ze met opzet samen. Ze horen bij elkaar.
Vroeger werden Allerheiligen en Allerzielen op één dag gevierd.
Eigenlijk beter want God discrimineert niet.
In de hemel heb je geen eerste en tweede klas meer.
Het gaat daar om het grote volk van God dat Hij verzamelen wil.
Op Allerzielen worden de namen gelezen
uit het Liber Defunctorum: de namen van hen die uit deze kerk werden uitgedragen
en enkelen uit de kring daar rond om heen.
Die namen betekenen veel voor ons, maar ook voor God:
er staat immers in de Schrift te lezen
dat God die namen geschreven heeft in de palm van zijn hand

Eens vroeg uw vriend Mozes: hoe is Uw naam?
En vanuit een brandende braamstruik klonk toen het antwoord:
MIJN NAAM IS: IK ZAL ER VOOR JE ZIJN.
Die naam is een naam om te onthouden. Een naam die troost en geneest.

Op deze twee dagen, Allerheiligen en Allerzielen
willen wij belijden hoe belangrijk het leven van alle mensen is.
Wij noemen met ere de mensen die ons vormden, de mensen
die ons opvoedden en troostten. De mensen die ons door hun
levenshouding lieten zien dat wij zelf er mogen zijn.
Want mensen (ook wijzelf!) zijn kostbaar en uniek.
Ieder mens bewaart een bijzonder geheim
-een bekend spreekwoord omdraaiend- iedereen is onmisbaar.
Zalig ieder mens (evangelie Allerheiligen) op zijn eigen plek.

Op Allerzielen lezen we: ‘Het huis van de vader biedt vele kamers’
-we lezen de nieuwe vertaling, wat klinkt dat huiselijk-
(de oude vertaling sprak over woningen).’
We hebben die tekst bij vele uitvaarten gelezen.

Deze geloofsbelijdenis getuigt van onze hoop dat onze dierbaren
bij de Eeuwige ‘op kamers komen wonen.’
Maar, zelfs op Allerzielen, zijn zij niet de enigen die belangrijk zijn.

De viering van Allerheiligen en Allerzielen is er ook voor ons.
opdat wij, zoals wij hier zijn, bedroefd en verslagen, angstig onzeker,
dwalend, zoekend, vindend mogen horen, dat er voor ons ook ruimte is bij God.
Het is vandaag ook een plechtigheid voor ons
opdat wij, zoals wij hier zijn,
bedroefd en verslagen, angstig onzeker,
dwalend, zoekend, vindend mogen horen
dat er voor ons ook ruimte is bij God.

– Ook wij mogen er zijn
ook voor ons is er plaats
ook ons leven heeft zin.

Wij reizen niet door een donkere tunnel
die geen einde heeft
wij zijn op weg naar het licht
dat ons toestraalt in het kind
dat met kerstmis geboren is.
God wil er zijn voor ons,
in deze gehavende wereld,
Hij wil er zijn ‘met ons’ Emmanuel.

Er is een nieuwe stad
die naar ons toe komt
die dichterbij zal komen
een nieuwe wereld, een nieuw Jeruzalem, die nieuwe stad van God,
die neerdaalt uit de hemel,
schoon als een bruid die zich getooid heeft voor de bruidegom
Dan zal er een nieuwe wereld zijn
waarin stinkende ideologieën niet meer zullen bestaan,
geen fascisme, geen racisme, geen discriminatie
want God zal alles in allen zijn.
Hij zal alle tranen afdrogen van mensen die verdriet hebben
Hij zal troosten wie die troost nodig hebben.
Hij bouwt aan Zijn stad van vrede waar ruimte is voor allen;
daar zullen de asylzoekers met alle égards worden ontvangen
omdat er voor hen plaats is in de herberg,
dan wordt niemand meer gediscrimineerd om kleur,
ras, godsdienst of geaardheid,
daar zal Hij alles in allen zijn.

Ja zelfs de dood heeft bij Hem geen recht van spreken meer
geen rouw zal er zijn, geen geween, geen smart
want al het oude is voorbij.

II. We hebben elkaar weer opgezocht,
vandaag om onze droefheid samen te dragen:
Maar we hebben elkaar niet opgezocht
om samen te klagen en te steunen alleen
maar om samen in de tijd die ons ieder gegeven is
elkaar lief te hebben, vast te houden
en te bouwen aan die wereld
waarover de droom van Gods nieuwe wereld gaat.

En ook om te zoeken, want zoekt en gij zult vinden.
Om te zoeken naar de diepte in ons eigen bestaan
om te zoeken naar de zin van ons leven
en misschien ook om geloof te vinden
het geloof dat besmeurd en gehavend tot ons komt
dat wordt doorgegeven en bedorven door de kerken
dat wordt voorgeleefd en vervormd door mensen
maar dat een goede stille kracht is
die ons op de been houdt.

Dat is het geloof in een persoon,
een God die heeft gezegd:
IK ZAL ER ZIJN VOOR JULLIE,
dat geldt onverkort voor ieder van ons.

III. God houdt van mensen en zal dat blijven doen.
En tot ons ALLEN is gezegd: ‘jullie zijn een heilig volk’
en tot IEDER VAN ONS PERSOONLIJK is gezegd:
‘ik heb jou nodig, ik kan niet zonder jou.’
‘ik roep jou bij je naam,
wees er voor de mensen voor wie jij iets kunt betekenen.’
Dan geldt ons allen dat Hij ons niet teleur zal stellen.

Ieder mens mag er zijn.
voor ieder mens is ruimte……
voor ieder mens met haar of zijn eigen idealen,
met zijn eigen ideeën.
Hij wil onze God zijn door dik en dun
Hij stelt alleen één voorwaarde
waaraan wij moeten voldoen:
als wij ook elkaars herders en herderinnen willen zijn
net zoals de Heer onze herder wil zijn:

Wij hier beneden zijn nu al opgenomen
in de liefde van God die alle begrip te boven gaat.
Ook wij mogen leven in het licht dat niemand doven kan.

IV. Jesaja heeft het over een feestmaal dat de Heer aanricht.
God is een gezellige God, die voor ons zelfs heerlijke pure,
rijpe wijnen heeft klaarstaan. Dat is toch een troostrijke manier van zeggen.

De oude lofzang Te Deum die altijd op bijzondere feesten wordt aangeheven
eindigt met een verwijzing naar onze onzekerheid:
In Te Domine speravi,
op U Heer heb ik mijn hoop gesteld (als U er toch niet was!)
maar dan gaat het triomfantelijk verder: non confundar in aeternum:
ik kan niet teleurgesteld worden.

Zo moge het zijn, sterkte u allen deze dagen!
Bewaar elkaar houdt elkaar vast
tot onze laatste snik

Hein Jan van Ogtrop, pastoor