• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

4 november: Leven om lief te hebben

[print]

31e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Deut. 6,2-6

  • Hebr. 7,23-28

  • Mc. 12,28b-34

Deze week waren we met velen samen
denkend aan onze dierbaren die wij missen
op Allerzielen.
Er was veel verdriet.. afscheid nemen is altijd zwaar.
Bijvoorbeeld van Lisa, oud koorlid, 29 jr. jong
van wie haar familie en haar man afscheid moest nemen.
Als je zo in saamhorigheid bijeen bent zoals de afgelopen vrijdag
dan wordt de vraag, die je je anders ook wel eens stelt
heel existentieel: waar dient het leven toe? Waar leef ik voor?
Hebben we een gezamenlijk doel?

Tijdens Jesus’ opgang naar Jeruzalem,
in de laatste dagen voor zijn dood,
geeft Jesus op die vraag antwoord aan een schriftgeleerde die hem vroeg:
‘wat is onze belangrijkste opdracht?’
wat is het belangrijke gebod?

Het is de laatste vraag die Jesus gesteld wordt
voor de grote confrontatie in Jeruzalem met zijn tegenstanders
als Hij gearresteerd en ter dood veroordeeld wordt.

Matteüs en Lucas vertellen deze vraagstelling ook en vermelden,
net als Marcus Jesus’ antwoord:
‘je zult God liefhebben met heel je hart, met heel je verstand
en met al je krachten’ en (het tweede daaraan gelijk:)
‘je zult je naaste liefhebben als jezelf.
Deze twee geboden worden door Jesus
zo aan elkaar vastgekoppeld dat ze één zijn.

Vele uitleggen van dit evangelie stoppen hier:
fijn dat Jesus de geboden koppelt
want God liefhebben is zo lastig
en als we nou maar lief zijn voor elkaar
voortdurend als trouwe verkenners uit vroeger dagen:
als maar goede daden doen en we zijn klaar.
Maar zo simpel is het niet.
Er dient iets anders aan vooraf te gaan
anders slaan onze goede daden nergens op
en lijken we op de verkenners
die oude dames naar de overkant van de straat brengen
die er helemaal niet moeten wezen.

Marcus –dank aan hem- is de enige evangelist die vermeld
hoe Jesus als begin van het belangrijkste gebod
(nog voorafgaande aan de twee geboden die een zijn)
het grondwoord van het jodendom citeert:
‘HOOR ISRAËL.’
‘Hoor Israël, de Heer uw God is één.’

Het is een zin die op ons christenen niet zo’n indruk maakt.
We beschouwen dat ‘hoor Israël’ als een
niet noodzakelijke beginfrase
En dat terwijl iedere jood die dit hoort
‘Hoor Israël, de Heer uw God is één.’
er tot tranen toe door ontroerd wordt.
In de synagoge bij de RAI in Amsterdam
maakte ik dat mee, bij de jubileumviering van die gemeenschap.
Iedereen gaat staan, zo gauw die woorden klinken
en iedereen zegt de woorden mee
omdat hij daarin zijn diepste geloofsemoties belijdt.
‘Hoor Israel, de Heer jouw God is één!

‘ Hoor Israel; God houdt van je en heeft je nodig.
HOOR Israël; luister mensenkind
naar wat de anderen, al of niet met een hoofdletter
tot jou zeggen willen.
Luister naar het verhaal
van de God van Abraham, Isaak en Jakob,
luister naar het verhaal van de God die liefde is

HOOR ISRAËL…
het staat aan de deurposten van alle joodse huizen geschreven
op de Mezoezah, het kleine tekstrolletje dan aan de deurpost zit
en wat je iedere keer als je je huis binnengaat
even aanraakt om je er aan te laten herinneren
dat God gehoord wil worden
en dat jouw rol als mens vooral luisteraar is.
We krijgen zoveel te zien tegenwoordig en te horen
zodat we niets meer kunnen zien en horen…
we worden ziende blind en horende doof.
De grondwet van ons geloof is
niet zet je radio of je TV aan
of een muziekje in de auto maar luister
luister naar het verhaal van God met de mensen.

En dat is er nog een tweede deel van de zin: God is één!
Wij beluisteren dat als een theologische stelling:
God is niet twee of vijf maar één.
Maar dat is er niet mee bedoeld.

Om te begrijpen wat ‘GOD IS EEN’ betekent
moeten wij bij een verliefde jongen bijvoorbeeld in de leer gaan:
‘mijn meisje… daar is er maar EEN van;
ze is uniek!

Zoiets bedoelt de jood ook:
‘Hij- die God van ons- daar is er maar één van:
Hij is UNIEK !! ‘.
Hij is uniek omdat Hij om de mensen geeft
omdat Hij onze tranen ziet
omdat Hij ons huilen hoort
en Zijn kleine mensen liefheeft, bevrijdt en troost
-en dat hadden we de afgelopen week dus nodig-.

De wet van Mozes zegt verder
(en Jesus doet niet anders
dan de consequentie van het voorgaande noemen) :

‘Je zult (omdat Hij zo uniek is)
Hem waarderen zoals Hij is
(zoiets betekent van Hem houden)
en omdat Hij zoveel van jou houdt
je naaste gaan beminnen zoals jezelf door Hem bemind wordt.’

Wat zijn wij gezegend
dat we het hier mogen horen, iedere week.
Luister naar God en luister naar je naaste.
Luister naar wat hij of zij je werkelijk zeggen wil,
luister naar zijn roep om hulp
luister naar zijn vraag om aandacht
luister naar de mens die wil
dat jij met hem meeleeft, meelacht, meehuilt
en ga dan met hem of haar verder:
beantwoord zijn of haar diepste verlangens.
Zoals God er voor jou is:
wees er voor je naaste die niet zonder jou kan.

Jesus zelf leefde dat gebod voor:
hoorde naar de Vader.
Hij heeft omdat Hij goed gehoord had naar de opdrachten
die Zijn Vader hem gegeven had ook alles wel gedaan:
Hij gaf aan blinden het gezicht,
de nacht heeft Hij verdreven
gaf doden weer het leven
waar Hij voorbijging werd het licht.

Als het gesprek dat wij vandaag hoorden
plaats gevonden heeft gaat Jesus op naar Jeruzalem
om ons de liefde tot het uiterste toe voor te leven.

De kleinen, de kinderen, de weerlozen
de gekwetsten zullen hem als partijganger herkennen:
Hij zal in de gevangenis komen met de veroordeelden,
hij zal gegeseld worden met allen die geslagen worden:

Daar in Jeruzalem zullen de woorden van het “hoor Israël”
aan Hem op hun kracht worden beproefd.
De Schriftgeleerde die met Jesus gepraat had
had het geheim van deze mens,
deze zoon van God goed begrepen:
‘je bent niet ver af van het koninkrijk Gods’
zegt Jesus tot hem. ‘

Ook voor ons geldt:
als we weten willen waar het op aan komt
zijn we niet ver van het Koninkrijk Gods.

Dat gold voor ons allen
op die weemoedige Allerzielendag
toen we ons aan elkaar optrokken
en in onze droefheid de blijde boodschap hoorden
dat van ons houdt en met ons meetrekt.

Hij is uniek, Hij is één en dezelfde trouwe en liefdevolle
die ons, het werk van zijn handen niet loslaat
en die grote dingen van ons verwacht.
Zal ik iets noemen. Kinderpardon,
trouw, liefde volharding.

Ons leven heeft zin:
wij leven voor de liefde.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor