• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

All posts by Maarten Kools

11 december: Het zal nooit buiten ons om gaan

[print]

3e zondag advent

Schriftlezingen:

  • Jesaja 35,1-10; de woestijn zal bloeien

  • Jacobus 5,7-10; geduld en moed

  • Matteüs 11,2-11; bent u de komende?

Wat had hij enthousiast gepreekt, Johannes:
‘een nieuwe tijd breekt aan, het Koninkrijk is nabij.
Het ligt in jouw eigen bereik,
begin er maar in te geloven en aan te bouwen.’

Maar nu.. de tegenkrachten hebben zich krachtig geweerd
en Johannes wordt uit de gewone menselijke samenleving verwijderd.
Hij zal de consequenties van zijn krachtig verkondiging moeten dragen…
‘getuigen’ is in het Grieks ‘marturein’, het martelaarschap ligt in het verschiet.

Zijn leerlingen zijn ontredderd.
Johannes niet. Hij is alleen maar ongerust.
Neen niet over zijn eigen lot
maar over de zaak van het Koninkrijk van God:
of de vrede het wel winnen zal van de haat
en de liefde wel sterker zal kunnen zijn dan de haat.

De dromen van de profeten van vroeger
-zoals wij ze vandaag weer hoorden-
over de steppe die zal bloeien als een narcis
zullen die wel uitkomen?

Er is een nieuw begin. Johannes heeft ervan gehoord.
Het is gaande rond die vreemde man
die hij ooit naar zich toe had zien komen
in de rivier de Jordaan.
Hij wilde ook gedoopt worden,
net als die gewone mensen met hun fouten…
Hij had zich keurig achteraan aangesloten
en toen hij voor Johannes stond ‘doop mij ook maar’ gezegd.
‘Jij hoeft niet gedoopt te worden’ had Johannes toen gezegd.
Maar Hij had aangehouden en Johannes had hem gedoopt.

Nu was die man, Jesus heette hij,
bezig met zijn verkondiging.
Hij was groter dan Johannes, dat had Johannes wel aangevoeld,
Hij kon de wereld nieuw maken.
Johannes had gesproken over de wan die hij in zijn hand had
over de bijl waarmee Hij alle slechtheid zou omhakken
en een vuur dat de wereld zou zuiveren van alle vermolmdheid.
Maar was daar al iets van te merken?
Lukte het hem wel wat Johannes niet gelukt was.

Het machtsvertoon van Herodes en de zijnen ging nog ongehinderd verder.
Johannes was er zelf het slachtoffer geworden en zat in de gevangenis.
En dan laat hij zijn leerlingen een vraag overbrengen aan Jesus.
Niet: ‘kom je mij vlug bevrijden? ‘ ook niet:
‘wanneer neemt mijn ellende een einde?.’

Neen, Johannes denkt dieper.. minder egoïstisch
en de grote vraag is voor hem: hoe zit het met dat nieuwe begin:
‘bent u nou eigenlijk wel degene die komen zal
of moeten wij een ander verwachten?’

De leerlingen gaan naar Jesus toe en krijgen een antwoord mee:
‘Gaat aan Johannes zeggen wat je hoort en ziet;
blinden zien en lammen lopen, doven horen en doden staan op
en aan armen wordt het evangelie verkondigd.’

Johannes herkent dit antwoord.
Het antwoord is niet veel meer dan een citaat
uit de boeken der profeten. Maar wat voor een citaat:
het is het citaat uit de boekrol van Jesaja
het citaat waaruit blijkt dat alles werkelijk nieuw wordt.
‘blinden zien en lammen lopen, doven horen en doden staan op
en aan armen wordt het evangelie verkondigd.’

Alleen één stukje laat Jesus (met opzet?) weg:
‘en de gevangenen zullen worden bevrijd’.

Er is vernieuwing gaande.. dat zegt Jesus.
Iedereen kan dat, als hij wil, ook zien..
maar het is wel bitter voor die arme Johannes
dat Jesus net dat laatste stukje van de Jesajatekst:
‘aan de gevangenen zal vrijlating worden aangekondigd’ weglaat.

Er is vernieuwing gaande.. zegt Jesus.
en jij Johannes mag dat horen (niet zien!) en er troost uit putten
al gaat dan de echte bevrijding aan jouzelf voorbij.
We lezen niets over Johannes’ reactie.
Of hij dankbaar was of teleurgesteld. Dat doet ook niet terzake.
Wat terzake doet is de vraag
of er hoop is of niet,
of er toekomst is voor Gods goede wereld.

Wij zitten hier samen,
neen niet in de gevangenis
maar in de kerk: binnen.
En de grote vraag is hier
net als toen:
gaat het buiten wel door met het Koninkrijk van God.

Goede dingen buiten?
Vrede in Aleppo? Turkije een sterke natie?
Een klein succesje: ……….
Vrede op aarde? Wanneer nog ooit.

De menselijke geschiedenis..
een geschiedenis van hoop en vrees.
Hoe vaak hebben wij mensen, en vooral de ouderen onder ons,
het moeten meemaken: een nieuw begin, nieuwe hoop …
maar even zo vaak (ik herinner mij nog het jaar 2000 en de gevoelens van
hoop die opkwamen na het slopen van Berlijnse muur, alles zou goedkomen)
hebben we daarna de teleurstelling moeten meemaken: neen, het is toch mislukt.
Steeds weer ervaren mensen dat het niet zo gaat
zoals wij hadden gehoopt.

Al die gevoelens kunnen vandaag een plaats krijgen,
we hebben een woordvoerder in de persoon van JOHANNES,
Het verhaal is opgetekend opdat wij zouden beseffen dat,
ook al merken wij zelf er niet veel van,
de geschiedenis van Gods vernieuwende kracht
met de mensen toch door doorgaat.

Om dat geloof te behouden en om stand te kunnen houden
is geduld nodig en volharding:
‘zalig die aan mij geen aanstoot nemen’
voegt Jesus dan ook aan zijn verklaring aan Johannes toe.

Het komt op de volharding en de trouw van de hoorder aan..
of het doorgaat, de geschiedenis van Gods Koninkrijk.

Had Johannes zelf dat ook al niet gezegd?

Hij had immers niet alleen over de wan
de bijl en het vuur gesproken
waarmee Jesus aan het werk zou gaan
maar had hij niet gezegd dat het belangrijkste werk
door jezelf gedaan zal moeten worden?
Jijzelf moet je bekeren; jijzelf zult moeten kiezen voor God en Zijn rijk.

De redding uit alle problemen komt niet
van buitenaf naar je toe als een Deus ex Machina,
een soort reddende God die in ouderwetse toneelstukken
aan een touw neergelaten wordt
om de held of de heldin op het laatste moment te komen redden.

Velen van ons schijnen nog steeds op die manier te denken,
als ze zich afvragen
hoe we ooit aan het einde van onze moeilijkheden zullen kunnen komen.

Ze zeggen:
‘als de kerkelijke leiding er nu maar eens iets aan deed’
of
‘trad de regering maar eens met harde hand op’.
Of misschien God zelf??

Allemaal uitroepen van mensen die het van anderen verwachten.
En daarbij wordt dan het allerbelangrijkste vergeten:
de echte verandering moet van binnenuit komen.
Er is geen andere oplossing.

Echte oplossingen kunnen niet van buitenaf geforceerd worden..
krachtsvertoon haalt niets uit.

Echte vernieuwingen kunnen niet door anderen worden aangebracht
maar zullen door onszelf gedragen moeten worden.
Daar zijn geduld en moed voor nodig… waar Jacobus ons toe oproept.
Een ware wedergeboorte is iets dat moet groeien
in verbondenheid met Jesus maar
vanuit de wortels in ons eigen leven,
in het leven van onze families, van onze gemeenschap,
ZO WERKT GOD!

En als we ooit van die Jesus wegdwalen
zoals de treurige Emmausgangers die Jeruzalem de rug toekeren
en morren: ‘we hadden gehoopt dat Hij het zou zijn die Jeruzalem zou verlossen’
wil Hij ons graag hier onder dit dak sterken
met het brood dat Hij voor ons breekt
en met de kracht tot innerlijke vernieuwing
die Hij ons door zijn Heilige Geest geeft.

De beroemde middeleeuwse mysticus Meister Eckhart
zegt het in een van zijn kerstpreken zo:
‘Wat voor betekenis zou Jesus’ geboorte uit Maria voor mij hebben
als Jesus niet uit mijzelf geboren zou worden?’

Het antwoord dat hij op die vraag verwacht is duidelijk:
het zou niets betekenen.
Het echte nieuwe leven wordt vanuit ons zelf
de wereld in geboren.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Brief van Paus Franciscus aan de parochie

08-brief-paus-bavoboekTijdens de bedevaart van het bisdom naar Rome, ter gelegenheid van het Heilig Jaar van Barmhartigheid, is het nieuwe boek over de kathedraal, De nieuwe Bavo te Haarlem, aangeboden aan de Paus. De Heilige Vader heeft naar aanleiding daarvan een bedankbrief gestuurd.

Bedankbrief

 

Geachte parochianen van Sint-Bavo,

Ter gelegenheid van de Romebedevaart in het Heilig Jaar van Barmhartigheid op 14-19 november jongstleden hebt u Paus Franciscus het mooie boek “De nieuwe Bavo te Haarlem” laten toekomen. De Heilige Vader wil zich bij deze oprecht bij u bedanken voor uw blijken van verbondenheid met en genegenheid voor de opvolger van de apostel Petrus.

Samen met de universele Kerk hebben wij het Heilig Jaar van de Barmhartigheid beleefd. “Barmhartigheid is de fundamentele wet die woont in het hart van iedere persoon, wanneer hij met oprechte ogen kijkt naar de broeder en zuster die hij ontmoet op zijn levensweg. Barmhartigheid is de weg die God en mens verenigt, omdat zij het hart opent voor de hoop altijd bemind te zijn, ondanks onze beperkingen door onze zonden.” (Misericordiae vultus, 2) Moge dit mysterie van de Barmhartigheid u heel uw leven kracht en licht schenken.

De Heilige Vader vraagt om hem verder in zijn dienst als herder te steunen door uw gebed. Hij heeft beloofd ook uw intenties steeds bij de Heer te brengen en hij bidt dat God, de Gever van alle Goeds, u en allen die u dierbaar zijn en die aan uw zorg zijn toevertrouwd, beschermen mag en bijstaat met Zijn overvloedige Zegen.

Met hartelijke groeten en hoogachting,

Prelaat Paolo Borgia
Assessor

4 december: Herinnering aan Chartres

[print]

2e zondag advent

Schriftlezingen:

  • Jesaja 11,1-10; Een twijg aan de tronk van Jesse

  • Romeinen 15,4-9

  • Matteüs 3,1-12; Het optreden van de doper

Een van de mooiste plekken op deze aarde is het interieur
van de kathedraal van Chartres in noord Frankrijk.
Een zeer oud Maria-heiligdom.
Jaarlijks trekken honderden jonge studenten uit Parijs
er door de wuivende korenvelden naar toe.

De twee hoge torens tekenen zich op de heuvel tegen de hemel af.
Binnenin is een nog volledig gave serie glas in lood ramen.
Het oudste is het grote raam in de westgevel,
het is gemaakt rond het jaar 1000
een tijd van grote onzekerheid en pijn in Europa.

In dat raam werd de tekst uitgebeeld die wij vandaag lazen:
‘een rijs zal ontspringen aan de oude tronk van Jesse.’

Jesse is de stamvader van David.
In het raam van Chartres ligt hij heerlijke dromen te dromen
en uit zijn lendenen rijst een hele boom omhoog
waarin heel zijn nageslacht, rijen koningen en profeten te zien zijn.

De koningen zijn in het rood afgebeeld,
de profeten in het blauw.

Jesse glimlacht.
Hij wist misschien nog niet welke fouten zijn nakomelingen,
de koningen van Israël zouden maken
en hoe fel de kritiek van de profeten zou zijn op zijn kroost.

De glorie van het nakroost van Jesse was van korte duur.
Verdeeldheid sloeg toe,
het oude geloof waaruit David, de lieveling van God nog leefde,
was in de tijden van koning Achab
en hoe ze allemaal ook mochten heten al lang vergeten.
Buitenlandse heersers profiteren van het binnenlandse geruzie
en vallen Israël binnen en nemen het volk mee de ballingschap in.

Dat was het droevig einde
wat de profeet Jesaja, die we vandaag lazen, zag aankomen.
Jesaja was als profeet op de eerste plaats een criticus
van de wantoestanden van zijn tijd.
Zijn verkondiging leek erg op die van Johannes de doper…
‘de bijl ligt al aan de wortel, het oordeel komt nader.’
Er moet een einde komen aan het oude;
alles kan echt niet blijven zoals het is…. de bijl erin!

Maar Jesaja ziet, net als Johannes de doper later, meer.
Hij ziet in de verte een nieuwe toekomst gloren
en zegt dan:
‘er zal een rijs ontspruiten uit de oude wortelstam.’

Er is nog hoop voor de toekomst.
En dan droomt hij zijn dromen over een nieuwe toekomst
rond een nieuwe koning, een hele bijzondere:
‘de Geest van de Heer zal op Hem rusten…
de geest van wijsheid en verstand,
de geest van raad en heldenmoed,
de geest van liefde en vreze des Heren.’

Hoe zal die nieuwe koning regeren? Zo:
‘de kleinen zal hij recht verschaffen..
maar –en dan komt de bijlgedachte weer even terug-
‘Hij zal de uitbuiters striemen met de woorden uit zijn mond.’

En hoe zal het dan uiteindelijk op aarde zijn:
‘zoals de zeebodem bedekt is met water,
zo zal de aarde met vrede bedekt zijn…
dan huist de wolf bij het lam,
koe en berin grazen samen een kind kan ze weiden;
de zuigeling kan zijn hand steken in het hol van de adder.’

Jesaja heeft deze prachtige dromen niet opgeschreven
om er misschien eens een literatuur-prijs voor te krijgen
maar om de mensen van zijn tijd op te wekken
zich te bekeren en te bouwen aan een nieuwe wereld waarin alles anders is.

II.
Johannes de doper is ook een profeet.
Minder gewaardeerd om zijn mooie dromen als Jesaja
maar toch hij heeft ze ook:
‘na mij komt Hij die sterker is dan ik,
ik ben niet waardig zijn schoenriem los te maken
hij zal u dopen met de Heilige geest.’

En zo heb ik even de prettige dingen
uit de preek van Johannes de doper eruit gehaald.
Maar verder is hij een streng man! Alleen al de opening van zijn toespraak:
‘adderengebroed wie heeft jullie wijsgemaakt
dat jullie de komende toorn kunt ontvlieden.’

Een tekst die je de stuipen op het lijf jaagt.
Toch is dat niet de bedoeling. De bedoeling is allereerst
om je tot een gevoel van realiteit te brengen.
En dat is ook voor onze dagen goed.
Het is goed dat we inzien hoe slecht en hoe onrechtvaardig bijvoorbeeld
de rijkdommen der aarde verdeeld zijn
en hoe schrikbarend de problemen zijn die dat oproept.

We kunnen het ons niet meer permitteren
om te doen alsof er niets aan de hand is.
Er is iets fout, er is een ongelijkheid die er niet mag zijn en…
we hebben echt nog niet alles uitgeprobeerd om die ongelijkheid op te heffen.

‘Alles best’, zeggen we gauw
‘als WIJ maar niet hoeven te minderen… als Schiphol maar open blijft
en ik niet uit mijn auto hoef.’
Johannes de doper laat ons niet zo gemakkelijk los
en raadt bijvoorbeeld aan:
‘als iemand twee paar schoenen heeft
laat hij er een weggegeven
en heeft hij een dubbel stel kleren evenzo.’

Johannes probeert ons niet bang te maken met een strenge God
maar hij probeert ons tot een realiteitsbesef te brengen
van wat wij aan het doen zijn.

Het is niet zijn bedoeling dat we angstig sidderend
in gebed neerzinken en alleen maar gaan uitroepen:
‘we hebben gezondigd.’
Misschien dat ook. Maar er moet iets anders uit volgen:
de wil om je te bekeren,
het werkelijke voornemen het vanaf heden anders te gaan doen:
die bekering is het begin
maar het volhouden vraagt om Geest en Vuur!

Johannes zelf kan het aanschijn der aarde niet veranderen;
dat zullen de mensen die hij doopt zelf moeten doen.
Maar ze zullen niet alleen blijven.

Er zal er één in hun midden komen staan
die sterker is dan hij en die zal dopen met die Heilige Geest
die mensen tot volharden in staat zal brengen.

Hij heeft een levensenergie zo sterk
dat in onze menselijke harten en hoofden
een nieuwe geest en een nieuw vuur kan oplaaien, een nieuwe élan!

De oude Jesse mag glimlachen.
Er is een nieuw begin gekomen
in degene die Johannes aankondigt: In Jesus de Messias.

Die Messias is niet los verkrijgbaar
Hij staat tussen de zijnen in.
Het hangt van jou af wat het wordt met dat Koninkrijk van God.
In de adventstijd proberen wij onze harten open te stellen
voor die nieuwe koning.

In het Onze Vader bidden wij het als tweede bede:
‘Uw Koninkrijk kome’ (klinkt mooier dan ‘uw rijk’ vind ik).
‘Het Koninkrijk van God is nabij’ horen wij Johannes zeggen:
Dus niet ‘stil maar wacht maar’ maar:
het is heel dichtbij al aanwezig als je wilt,
‘het is in jouw handen. ‘
Het gaat om jou, jij die hier bijstaat… jij, die dit hoort.
Het is dichtbij in jou.
Je kunt het met je eigen hart beamen en met jouw handen doen.

Had Mozes niet al eerder gezegd:
´De geboden die ik je heden geef, zijn niet te zwaar voor jou
en zij liggen niet buiten jouw bereik.
Ze zijn niet in de hemel en je hoeft dus niet te zeggen:
´Wie zal naar de hemel opvaren om ze voor ons te halen
en ze ons te laten horen, zodat wij ze kunnen volbrengen ?´
Ze zijn niet overzee en ge hoeft niet te zeggen:
´Wie zal de zee overvaren om ze voor ons te halen en ze ons te laten horen,
zodat wij ze kunnen volbrengen ?´
Neen, het woord is dicht bij jou, in jouw mond en in jouw hart.
JIJ kunt het dus volbrengen.

We worden gesterkt door het goddelijke woord
en door het Manna van de Eucharistie in beweging gehouden
opdat wij een diakonale kerk worden
van mensen van allerlei slag die de mensheid willen dienen.

Paulus roept ons op elkaar vast te houden en leergierig te zijn.
Dat willen we in de bezinning in deze Advent,
nu op zondag en komende dinsdag in de adventsdienst.

Bezinning en doen hangen met elkaar samen.
Er is een oude discussie bekend
tussen Rabbi Akiba en rabbi Tarfon, bijna tijdgenoten van Jesus.
De discusievraag is:
wat is belangrijker dat wij als joden goede werken doen
of dat wij ons bezinnen op de wet van God.

Rabbi Tarfon zegt: het doen is belangrijker.
Rabbi Akiba gaat er tegenin: de bezinning is belangrijker.

Na een diepe stilte zeggen ze opeens SAMEN IN KOOR:
‘de bezinning is belangrijker
want die leidt tot het doen door allen.’

U merkt het wel dat ik de bezinning belangrijk vind
het contact met onze joods wortels
waar Jesus zelf ook uit leefde.
De kerk is niet alleen maar een actiegroep:
daar zijn er zoveel van GELUKKIG MAAR.

Maar de kerk is wel de plek waar mensen
samen komen om zich te bezinnen wat er in onze dagen gebeuren moet.
Het is de plek waar we vanzelfsprekende standpunten loslaten
waar we anderen vinden als medegeïnteresseerden
waar we horen wat ons te doen staat, waar we ons bekeren!

Het is de plek waar we de oude dromen horen.
We moeten de teksten waarin die genoemd worden
eerbiedig spellen en er goed naar luisteren.

Deze dromen zijn gaan bedrog!
Ooit vroeg de beroemde dichter en schrijver van het Reve aan God
‘dat Koninkrijk van U wordt dat nog wat?’

Het antwoord is aan ons.
Naast de bezinning die ik noemde hangt het
van onze ijver af wat het wordt met dat Koninkrijk van God.

God geve ons de ernst en de toewijding
om ons zo op Kerstmis voor te bereiden
dat wij in ons eigen leven iets laten zien
van de vernieuwing waar heel de mensheid zo naar smacht.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Vieringen Groenmarktkerk

Zaterdag geen viering in de groenmarktkerk
Zondag 1e zondag van de maand  : 10.30 uur Echaristieviering
2e zondag van de maand  : 10.30 uur Gezinsviering
3e zondag van de maand  : 10.30 uur Woord & Communieviering
4e zondag van de maand  : 10.30 uur Gebedsviering
5e zondag van de maand  : 10.30 uur Gebedsviering
Door de week Elke 1e maandag van de maand om 12.30 uur
is er het Vredesgebed voor stad en wereld,
op andere maandagen de Adempauze.
Elke dinsdag en vrijdag om 12.30 uur is er een Communie viering met een kort woord.
voorganger: Br. S. Ebben
Om de woensdag (oneven weken) om 19.30 uur wordt er gebeden  in het teken van Franciscus door de franciscaanse beweging.
Stiltecentrum De Groenmarktkerk is elke werkdag geopend:
van 14.00 tot 16.00 uur.

27 november: We gaan toch vooruit!

[print]

1e zondag advent

Schriftlezingen:

  • Jesaja 2,1-5

  • Romeinen 13,11-14

  • Mattheüs 24,37-44

Deze zondag begint het nieuwe liturgische jaar.
Een nieuwe jaar, niet meer met Lucas, maar nu met Matteüs.

We schijnen weer helemaal van voren af aan te beginnen,
alsof er intussen niets gebeurd is.
In onze kerk wordt is
-net als in vele andere kerken en kapellen de adventskrans weer opgehangen.
Nadat het stof er afgeblazen is,
wordt de oude adventskrans met wat nieuw groen opgefleurd
en met 4 nieuwe kaarsen erin opgehangen.
Het begin van de liturgische cyclus,
die net zo rond en gesloten lijkt als de adventskrans zelf.
De kerstgroep blijft nog even in de kast liggen: hoewel..
ik heb de kameel al zien staan in de kooromgang.
Alles gaan we weer doen net als vorig jaar.
Dat vinden we prettig:
en we passen dat zelfs,
zonder veel problemen
toe op de hele mensengeschiedenis:
‘Er is niets nieuws onder de zon’ of:
‘de geschiedenis herhaalt zich’

Als we in een sombere bui zijn zeggen we:
‘het wordt toch nooit wat met deze wereld’…
we lopen immers allemaal alleen maar in een kringetje rond?
En laat dat nou een typisch heidense gedachte zijn
waar heel de bijbel tegen protesteert?

Vanaf de allereerste lezing in dit nieuwe liturgische jaar
wordt die kringloopgedachte doorbroken.

II. In het visioen van Jesaja lopen de volkeren en de naties
niet in een cirkel. Ze zijn ergens naar toe op weg.
Ze hebben een doel!
Ze komen van alle kanten op één bergtop af:
ze zijn op weg naar Jeruzalem,
ze zijn op weg naar het heiligdom,
ze zijn op weg naar elkaar en naar God
en de profeet is hun gids.

Alles zal – zegt Jesaja- NIET blijven zoals het is;
alles dient niet te blijven zoals het is:
werk mee, doe er iets aan, help mee het aanschijn der aarde te veranderen.
En uiteindelijk zal het dan zo zijn dat..
‘de berg waarop de tempel van de Heer staat zal oprijzen
boven alle bergen.’

Daar naar toe zullen we opgaan, ‘blij’ zoals de psalmist dat zegt.

Als Jesaja spreekt over die berg van God,
de berg van Jeruzalem,
gaat het daarbij om meer dan het goed 500 meter hoge bergje
waarop het huidige Jeruzalem is gebouwd
maar om het woord van God als nieuwe levensvervulling van de mensen.

Een mensheid die zich in het gewone doen misschien
weinig gelegen zal laten liggen aan de goddelijke opdrachten
zal zich bekeren en veranderen.
Dat is de boodschap die de kerk heeft.

Er is hoop voor de wereld!
Ondanks alles want er speelt zich wat af in onze dagen.

We missen de stellige zekerheid van vroeger
van onze opa’s en oma’s…
maar ook in deze dagen, meer dan ooit,
wordt duidelijk dat wij niet zonder geloof,
inspiratie en ook niet zonder kerk kunnen.

Als kerkmensen zijn wij dan altijd in verwachting,
in blijde verwachting van nieuwe dingen
en vooral van mensen die nieuwe dingen zullen doen.

Daarom zijn wij zo benieuwd naar wat de nieuwe generatie…
en we hebben hier veel mensen van een jongere generatie
in de kerk of op het koor… zal doen;
daarom zijn we zo benieuwd hoe zij
met hun idealen en hun geloof zullen omgaan
en wat voor een nieuwe initiatieven zij zullen ontplooien.

III. Advent vieren betekent:
steeds uitzien in verwachting naar alles wat nieuw wordt.

In het evangelie noemt Jesus de mensen uit Noachs tijd
als voorbeeld van hoe mensen (wij) niet moeten zijn.
Wat was er loos met die mensen?

Wij denken: die waren zeker erg slecht.
Maar daarover wordt niets verteld.
Er staat alleen maar dat zij aten en dronken,
huwden en ten huwelijk gaven.
Dat zijn toch eerlijke zaken… waarom dan die kritiek?

In het evangelie worden ze bekritiseerd
omdat ze lauw waren,
omdat ze allemaal deden alsof er niets aan de hand was
en ook nooit iets schokkends zou kunnen gebeuren.

En dan vertelt Jesus zijn wonderlijke beelden.

Een daarvan gaat over twee mensen op de akker.
Eén blijft gewoon aan het werk, de ander wordt meegenomen.
Een ander gaat over twee vrouwen die graan aan het malen zijn..
één blijft rustig doordraaien aan haar molentje,
de ander wordt meegenomen.
Daar is niet mee bedoeld dat ze door een soort ruimteschip
de lucht wordt ingevoerd maar dat zij in figuurlijke zin
aan haar haren wordt getrokken…
ze wordt er met de haren bijgesleept,
meegenomen in de beweging van het koninkrijk…
zoals wij dat hopelijk ook aan ons willen laten gebeuren.

Dat gebeurt nu ook weer aan het begin van het nieuwe kerkelijk jaar heden.

Mensen van nu zijn niet slechter dan vroeger..
in sommige opzichten beter, ik bedoel wakkerder,
we weten werkelijk wat er aan de hand is,
heel de wereld is immers een dorp geworden.

Sint Paulus zegt in een zijn brief aan de Romeinen
dat we vandaag dichter bij ons heil zijn dan ooit tevoren!

Zou hij ook over vandaag spreken
en misschien ons in zij gedachten hebben
die het toch zo goed willen proberen?

Misschien, als we maar wakker willen zijn
en niet te traag van begrip.
Vaak leven we in de sleur van alle dag
en zijn het maar enkelingen
die echt iets van wakkerheid en nieuwe energie uitstralen..

Wij zullen ons hopelijk in het nieuwe jaar
-en nu loopt de kerk eens voor,
ruim een maand op de burgerlijke wereld-
door die grote kerkklokken van ons wakker willen laten bellen,
iedere zondag, neen als het goed is iedere dag opnieuw
om te gaan doen wat ons te doen staat.

God heeft ons allemaal nodig, ieder mens is onmisbaar.
Het heeft zeker zijn zin
om die oude adventskrans weer uit de kast te halen,
met wat nieuw groen vol te stoppen,
en er opnieuw vier kaarsen op te plaatsen,
en zo vier waakzame zondagen van te maken.
Het is een heel simpel gebeuren:
elke zondag een kaarsje erbij
maar het beeldt uit dat wij geloven
dat we in de loop van onze eigen geschiedenis
maar ook die van heel de aarde
toch steeds iets dichter bij God komen.

En dan draaien we als we het kerkelijk jaar vieren
niet in cirkels rond.
om op hetzelfde punt uit te komen
(het lijkt er wel een beetje op, ieder jaar
als we opnieuw het hele gebeuren van advent,
kersttijd, vastentijd, paastijd pinkstertijd vieren…)
maar als het goed is gaan wij in die jaarkringen die wij draaien
samen in een grote schroefdraad
naar omhoog… net zoals we dat zien bij die prachtige wenteltrap
in een van onze zijtorens, daar bij de doopkapel
waarmee we wedijveren met de Sagrada Famiglia in Barcelona.
We gaan dit jaar over enkele weken Kerstmis weer vieren
maar we zullen het anders vieren dan het vorig jaar:
Er is teveel gebeurd.

Maar we zijn niet alleen
we hebben elkaar
en de jaren die we samen vieren
vormen Gods geschiedenis met de mensen.

Herhalend en herinnerend draaien wij verder
en bij iedere wending zijn we weer wat verder of wat hoger,
totdat we ineens samen door het laatste duister heen zullen stappen,
omdat de nacht ten einde is
en de grote nieuwe dag van God is aangebroken.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Christus Koning: Een koningschap dat pas echt eigentijds is

[print]

Hoogfeest Christus Koning

Schriftlezingen:

  • 2 Samuël 5,1-3

  • Kolossenzen 1,12-20

  • Lucas 23, 35

‘Waardig is het lam om de macht te ontvangen…’
Dat werd ons toegezongen deze morgen.
Een weerloos lam en macht… dat past niet bij elkaar.
Toch leert het ons iets over het feest van vandaag: Christus koning.
Christus Koning, geen dictator maar een vriend van de mensen,
partijganger van de weerlozen, zelf kwetsbaar als wij allen.

‘We willen een koning… ‘
dat was de roep in de tijden van Samuël’
Israël had voor die tijd geen koning.
De eerste koning werd Saul… een grote flop!

‘We willen een leider…’
dat was de roep in Duitsland in de jaren 30 van de vorige eeuw:
we weten wat er van kwam: een grote ramp.

‘Weet wat je begint?’ had Samuël al gezegd:
‘hij zal je tiranniseren, hij zal geld van je vragen
en je de oorlog insturen.’

Maar mensen luisteren en luisterden slecht:
er kwamen koningen en leiders, keizers, tirannen, potentaten.
Rijken – al of niet 1000-jarig- kwamen op
en verdwenen in de nevel der geschiedenis.
Koningen willen goden zijn
maar één is God dan Israëls God alleen.
‘Als jullie ooit een koning willen’ had Mozes eens gezegd
‘dan mag hij geen strijdros berijden, hij zal lezen in de woorden van God,
dag en nacht –geen tijd om oorlog te voeren dus- en de arme recht verschaffen.’

Een aardse koning mocht alleen maar bestaan
als ‘zetbaas van God’, als hij de plannen van God
(de Tora) uitvoerde.
Dat betekende dat hij de armen zou helpen,
de zwakken moest verdedigen
en zou bouwen aan Sjalom, aan vrede.
Hoe kan zo’n koning macht uitoefenen?
Neen, dat kan niet
dat was dan ook helemaal niet de bedoeling.

Bij het Koninkrijk van God gaat het
om de macht van de liefde,
de weerloze liefde,
het recht van de kleine,
de troost van de bedroefde
de trouw aan de mensen totterdood.

David, over wiens zalving we vandaag hoorden spreken
werd in Bethlehem van achter de schapen vandaan gehaald:
hij werd een redelijke koning maar had ook zijn fouten.

Europa was ontredderd,
het was in de periode tussen de wereldoorlogen van de vorige eeuw
dat de Paus het feest van vandaag ingesteld:
Christus Koning.
Bij Nederlandse katholieken sloeg dit feest goed aan:
‘aan U o Koning der eeuwen’ en ‘Christus vincit’ hieven wij aan.
Maar of dat allemaal paste bij onze koning-Messias?

Het koningschap is in onze dagen aan heroverweging onderhevig.
Alleen ceremonieel of meer? Wat moeten we dan aan met het feest van vandaag?
Christus Koning? Is dat geen verouderde titel?
We zullen er over nadenken. Een poging tot oplossing:
Jesus zelf zegt: ‘Mijn koningschap is niet van deze wereld.’
Het is iets heel aparts. Het heeft te maken met een uniek programma
van dienstbaarheid, van recht, van vernieuwing.
Jesus’ Koningschap recht doen is dus heel modern.
Wanneer wij Jesus koning noemen
gaat het over hele nieuwe dingen:
gerechtigheid, welzijn, vrede voor allen.

Vandaag staan wij
-als wij het evangelie beluisteren- toe te zien op Golgotha.
Het evangelie valt onthutsend met de deur in huis:
‘toen Jesus aan het kruis hing….’

Toen Jesus aan het kruis ging bleken er twee groepen te bestaan:
de spottende leiders en de treurende schare.

Koning was Hij -Hij had het toegegeven
maar pas toen Hij gegeseld en bebloed voor Pontius Pilatus stond-
maar dan als zoon van David:
als vriend van de mensen, als knecht van God.
Hij had op de grond gekropen voor zijn leerlingen
en hun de voeten gewassen;
hij had brood genomen en het gebroken:
‘ik geef mijn leven in solidariteit.’
Hij had de wijn genomen:
‘ik vergiet mijn bloed voor een nieuw verbond.’

Het koninkrijk van God,
het koningschap waar Jesus zelf voor stond
was het koningschap van de dienst.
De koning van de vrede hangt aan een kruis,
‘als een paaslam dat geslacht’ is zal Johannes later zeggen.
Naast Hem hangen twee mensen ook aan een kruis.
De een spot… ‘ ben jij nou een Messias.’
De soldaten spotten ook: ‘ben jij nou een koning?’
Wij horen toch niet bij de spotters
die geen raad weten met dit koningschap ?

De ander kent het geheim van deze koning
en vraagt aan Hem om vergeving:
en die komt: ‘Heden nog zul je met mij zijn
in het paradijs.’ Het koningschap van Jesus werkt:
er is een nieuw begin, er is vergeving, er is liefde:
God koninkrijk breekt door.

Het verlangen naar dat koninkrijk belijden wij keer op keer
als wij bidden: ‘Uw Naam worde geheiligd,
Uw wil geschiede,
Uw Koninkrijk Kome op aarde.’

Gods Koninkrijk is werkelijk dichtbij
rond Jesus in wiens naam wij bijeen zijn
op de laatste zondag van het kerkelijk jaar.

Waar twee of drie in Zijn naam bijeen zijn
– heet het- daar is Hij nabij,
is God nabij opdat wij elkaar nabij zijn.

Hij laat ons niet los opdat wij elkaar niet loslaten.
Hij koos partij opdat wij partij kiezen voor vrede en recht.

Zijn Koningschap heeft duidelijk toekomst:
degenen die er voor kiezen zullen allen prinsen en prinsessen zijn
allemaal mensen die Hem bijstaan
in Zijn nederige, trouwe, harde dienst.

En waar leidt dit toe? Wij zullen het in het slotlied zingen:
‘Dan zult Gij in het eind verschijnen
uw kerk ziet wachtend naar U uit:
Christus de Herder roept de zijnen,
de bruidegom begroet zijn bruid! Amen!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

13 november: Nuchter volhouden

[print]

33e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Maleachi 3, 19-20a

  • 3 Tessalonicensen 7,7-12

  • Lucas 21,5-19

Het begin van het evangelie van vandaag
geeft ons een heel apart zicht op een actuele kerkelijke problematiek.
Jesus en zijn vrienden kijken samen
naar de fraaie tempelgebouwen in Jeruzalem:
‘hoe fraai prijkt dat bouwwerk daar’ wordt er gezegd.

Nu leven wij in een tijd waarin vele kerkgebouwen
helaas niet allemaal meer fraai kunnen blijven prijken.
De sloop van kerken komt, vooral in de grote steden, regelmatig voor.
De gelukkigen die ‘hun’ kerk mogen houden
-wij van de Bavo hebben dat geluk-
voelen zich vaak extra plezierig.
Wij restaureren en genieten van wat er allemaal ontdekt wordt.
Zouden de problemen van deze tijd aan ons voorbij gaan?

Het evangelie leert ons echter dat het,
waar het het geloof betreft
nooit om de fraaiheid van het gebouw alleen gaat
maar om de ernst en de toewijding van de mens die het gebouw bezoekt.

Dat gold ook in vroeger dagen,
ook al in de dagen van de profeet Maleachi (of Malachias)
die vandaag in de eerste lezing aan het woord kwam.
Het toeval dat we bij de restauratie teksten van hem
hebben herontdekt op de topgevels.

Hij leefde ongeveer 500 jaar voor Christus.
In een tijd waarin het geloof in Jeruzalem sterk geminderd was.
Zeker, er werd nog wel wat geofferd:
‘Baat het niet dan schaadt het niet’ was een algemene gedachte.
Maar veel enthousiasme zit er niet bij.
‘Wat levert het op als wij de Heer dienen?’
vragen mensen zich zelfs af (Mal. 3,14).

In die tijd treedt deze profeet Maleachi
– zijn naam betekent Mijn (= Gods) bode- op.
Zijn boek(je) begint ons te vertellen over de sympathie
die God voor Zijn volk voelt:
‘Ik heb u lief, zegt de Heer’.
Maar dat zo zijnde wordt er van zijn mensen wel wat verwacht:
trouw aan het verbond,
een actieve inzet voor vrede en gerechtigheid.
De inzet van de echte gelovigen is beslissend
voor de afloop van de geschiedenis.
Als Maleachi het heeft over het allerlaatste uur van de beslissing,
de dag dat er orde op zaken gesteld zal worden,
heeft hij het over de mensen die volhard hebben
als degenen die de zon van de gerechtigheid
zullen zien opgaan over DEZE wereld
en dat noemt hij DE DAG VAN RUIMTE VOOR DE HEER.

Lucas spreekt in zijn evangelie op diezelfde manier
over de dag des Heren,
over het uur waarop de uiteindelijke beslissingen vallen.
Dat is geen dag om ver in de toekomst naar uit te zien
maar in jouw leven vindt als het goed is
ook al een moment, een uur van die dag plaats
waarop jij hier en nu kunt kiezen voor God en Zijn gerechtigheid.

Het gebeurde enkele jaren geleden in Twente:
kinderen in Borne hoefden niet meer naar school:
het einde der tijden was daar.
Hun profeet had het gezegd:
‘het einde der tijden is nabij,
sluit je aan bij onze groep en je zult gered worden.’

In Rusland was ooit iets soortgelijks gaande, een groepje
gelovigen hadden zich in een grot verzameld
er zaten ook weer kindertjes tussen
die in januari –inmiddels meer dan drie jaar terug-
het einde der wereld verwachtten.

Hun leiders, fanatieke predikers die mensen in hun ban hebben
wijzen ze graag op allerlei vreselijke dingen
– en helaas zijn die altijd aan te wijzen –
die op de nabijheid van het einde der tijden zouden wijzen:
‘we moeten het nog even uithouden’ zeggen ze. Maar ook:
‘als je bij ons komt zit je goed,
alleen bij ons. De anderen zullen ten ondergaan
alleen voor ons breekt binnenkort Gods nieuwe toekomst aan.’
Niet naar school dus, wachten maar. Niets doen…
en dat horen wij op de diakonale zondag van ons dekenaat
en binnenkort de Adventsactie gaan organiseren
en ons dan extra willen inzetten
om deze wereld van hier en nu te verbeteren.

De Schrift zelf is voorzichtig en verstandig
als het om het einde der tijden gaat. Jesus zelf zegt:
‘wanneer dat einde komt weet zelfs de Mensenzoon
-Jesus zelf- niet. Alleen de Vader weet daarvan.’

Het spannende van Lucas’ schrijven over de uiteindelijke dingen is
dat hij het allerlaatste
en het heden van onze eigen geschiedenis niet van elkaar los wil snijden.
De Bijbel spreekt wel regelmatig
over de uiteindelijke voltooiing van de schepping
en over alles wat daar nog aan vooraf zal gaan
maar probeert tegelijkertijd
de lezers en hoorders van iedere generatie opnieuw
te brengen tot een rustig volhardend vervullen
van hun door God gegeven taak: hier en nu, vandaag.
In de kerkgemeenschap waar Lucas voor schreef
was het élan van de christenen van het begin
al een beetje weggeëbd.

De allereerste enthousiaste christenen leefden vanuit de verwachting
dat met Jesus’ komst de geschiedenis van de mensheid
wel gauw tot zijn voltooiing zou komen.
Lucas leeft later dan Matteüs en Marcus ,
hij is door de wol geverfd en nuchter.
Daarom is zijn boodschap wat rustiger:
`problemen en ruzies zijn er ook in de kerk,
het hoort niet maar het blijft toch bestaan.
Geen paniek dus maar wel: houdt vol, wees taai en geduldig en vooral:
probeer te ontdekken welke dingen belangrijk zijn en welke niet.`

In jouw leven vinden de beslissende dingen plaats.
Maar nooit is het
-zoals de predikers uit Borne
en andere verkondigers –ik denk wel een beetje aan de getuigen van Jehova-
ons willen doen geloven,-
dat je invuloefeningen kunt gaan maken in jouw eigen tijd.

Jouw tijd is nooit slechter dan een andere tijd….
– Augustinus die ruim 1650 jaar geleden geboren is zei dat al-
jouw tijd heeft, als ieder andere tijd zijn eigen mogelijkheden
en vraagt van jou om een eigen inzet.

Nooit zijn wij in afwachting
van de grote ineenstorting van alles om ons heen.
Hoe vreselijk de dingen ook zijn die we zijn gebeuren
op de Filippijnen.

Altijd gaat het om een keuze voor het leven
die jij zelf moet doen, ook in doodse omstandigheden.

Lucas trof in zijn tijd een zieke en gehavende wereld aan,
net zoals de wereld nu ziek en gehavend is.
Maar die ziekte wordt pas echt ongeneeslijk
als er geen mannen en vrouwen meer zijn
die op weg gaan in de geest van Jesus.

Mensen die niet alleen in de zon van de gerechtigheid geloven
maar er ook aan werken dat die voor iedereen zal schijnen.

Het is een kwestie van volhouden maar ook van duidelijk uitkomen
voor de dingen waar jij voor staat: getuigen.
En dan geldt –zegt Lucas-
‘de woorden komen vanzelf
wees niet bang’ en
‘geen haar op je hoofd zal worden gekrenkt.’

We geloven hier samen in dit gebouw
-dat er gelukkig nog staat-
dat de oude en zieke wereld genezen worden,
en alle duister zal verdwijnen.

Over de Duitse reformator Luther
wordt verteld. dat men hem vroeg:
‘wat zou je doen als je wist dat de volgende dag
het einde der wereld daar zou zijn?’
Zijn antwoord was even verrassend als nuchter:
‘Ik zou een appelboompje gaan planten.’
De bedoeling is duidelijk:
je zult als christen altijd toekomstgericht en nuchter
je taak op deze aarde, tot het allerlaatste ogenblik,
volbrengen.

En wat die dag des Heren betreft, komt die dan niet.
Die komt zeker: Gods Geest kan geweldige dingen doen
met ons, ondanks ons gestuntel
Hij zal het aanschijn der aarde vernieuwen.

Lea Dasberg vertelt daarover een mooi verhaal.
Het gaat over haar eigen familie:
Toen de grote catastrofe van 1940-45 losbrak
over de hoofden van de joden
zetten velen hun rugzak klaar
voor het geval ze bij een razzia zouden worden weggehaald.
‘Mijn moeder’ -aldus Dasberg- ‘weigerde om dat te doen. Ze zei:
‘Op het moment dat ik de rugzak klaar zet,
heb ik al gecapituleerd en moet ik meegaan.’
Ze heeft dat volgehouden. Achteraf heeft ze gezegd:
‘als ik die rugzak in de kast had gehad, was ik meegegaan.’
Zo had ze niet voor de catastrofe gecapituleerd.
Ze capituleerde niet: ze geloofde.

Niemand leeft voor zichzelf,
niemand sterft voor zichzelf:
wij leven en sterven voor God onze Heer,
aan die Heer behoren wij toe.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

6 november: Kies voor het leven

[print]

32e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • 2 Makkabeeën 7,1-14

  • Lucas 20, 27-38

Hoewel mensen zeggen van het leven te houden
-we willen allemaal levendig levend blijven;
op naar de sportschool, gezond eten en ga maar door-
toch is er geen tijd geweest waarin zo nonchalant met het leven
werd en wordt omgesprongen als in onze tijd.
In deze eeuw worden talloze mensen in Azië en Afrika
het slachtoffer van machtswellust of fanatisme.

Wij gaan dan onmiddellijk bij de buren kijken
en zeggen: ‘ja de moslims zijn fanatiek
die geven niet om een mensenleven’.
Maar kijken we liever eerst naar onszelf:
in vroeger eeuwen de kruistochten.
Badend in het bloed van hun slachtoffers riepen de kruisvaarders
na duizenden moslims te hebben afgeslacht uit:
‘God heeft dat gewild.’
En er is –om wat dichter bij huis te blijven-
geen eeuw waarin zoveel slachtoffers zijn gevallen
als de vorige eeuw -de eeuw waar we bijna allemaal geboren zijn-
hier in Europa: miljoenen in de eerste wereldoorlog
miljoenen bij de revolutie in Rusland
en vele miljoenen in de tweede wereldoorlog.

Duitsland kende zo’n kleine 80 jr. geleden de Kristallnacht:
de nacht waarin de jodenvervolging in Duitsland begon
met het vernielen van de synagogen.
Het is prettig om te weten dat de Plebaan van de kathedraal in Berlijn
-Bernard Lichtenberg, inmiddels zalig verklaard, dat zal deze plebaan wel nooit overkomen- daar krachtig tegen protesteerde.
Hij werd gevangen genomen, werd ziek,
weer vrijgelaten omdat teveel mensen gingen protesteren
en stierf een dag na zijn vrijlating.
Nog net geen martelaar dus maar wel een mens die deed wat hij moest doen.
In diezelfde tijd redde een Keulse kapelaan haastig een wetsrol uit een synagoge die na allerlei omzwervingen enkele jaren terug
geheel gerestaureerd is teruggegeven aan de joodse gemeenschap van Keulen.

Verbijsterd moet God zich wel afvragen;
wat deden die mensen elkaar toch allemaal aan
en wat doen ze elkaar nog steeds aan.

Het oerverhaal dat hierover gaat is dat van Kain en Abel.
Kain slaat uit jaloezie zijn broer dood en als hij dat gedaan heeft
speelt hij de onschuld zelve als God hem tot de orde wil roepen door te vragen:
‘Kain waar is je broeder?’ Hij heeft dan de brutaliteit om te antwoorden:
‘ben ik dan de herder van mijn broer ?’ Zo verdorven is hij
dat hij niet meer weet waartoe de mens op aarde is:
om de ander te bewaren en te behoeden net zoals God dat doet.

Tegen de achtergrond van al deze menselijk onwil
klinken de schriftlezingen van vandaag ons krachtig tegemoet.

De eerste lezing gaat over een weerloze weduwe
die met haar kinderen wil kiezen
voor dienst aan de God van het leven en de vrede
maar de anderen verdragen dat niet
en zij en haar zonen worden bruut vermoord. Triomfantelijk
roepen hun moordenaars uit: ‘jullie hebben verloren.’
Maar het verhaal leert iets anders: de moordenaars hebben verloren
en de vermoorden zijn behouden.

In de evangelielezing horen we hoe Jesus’ tegenstanders
een ingewikkeld verhaal oplepelen om hem in de war te brengen.
Ze verzinnen het vreemde verhaal van die broers,
zeven nog wel die allemaal doodgaan.
Het is een erg treurig verhaal:
een verhaal van dood en onvruchtbaarheid;
ze sterven allemaal achter elkaar en
geen van allen was er in geslaagd
bij de vrouw van hun overleden broer één kind te verwekken.
‘Met wie moet die vrouw
die met al die broers getrouwd is geweest nu leven na de opstanding?.

De Sadduceeën hadden zelf dit vreemde verhaal bedacht
om Jesus te overtuigen van het absurde van het geloof in de opstanding…
Maar de evangelist Lucas lijkt -als hij dit voorbeeld citeert-
iets anders te willen zeggen:
de Sadduceeën geven hier een harde beschrijving
van de onvruchtbare situatie van hun eigen geloof.
Er is geen enkele hoop, geen enkel zicht op toekomst.
zelf zijn zij een treurige groep mensen op weg naar de dood.

Jesus’ hele levenswerk is één grote poging mensen te bemoedigen
en weer te laten zien dat God iedereen de moeite waard vindt
en dat wij allen samen op weg zijn naar het leven.
Jesus opent een nieuw perspectief.
Hij laat het absurde voorbeeld voor wat het is.
Hij laat de Sadduceeën met hun vruchteloze discussie
voor wat ze zijn en gaat aan de andere kant beginnen.
‘Als jullie niet oppassen zijn jullie het zelf die ten onder zullen gaan,
met je troosteloze ongeloof en al.
Jullie naam zal uit de geschiedenis van Israël verdwijnen.’
Hij gaat met alle duidelijkheid
en met alle hartstocht die Hem bezielt verkondigen
dat de God die Zijn God en Vader is
een God van levenden is en niet van doden.

De echte dood overkomt je niet, die dood is een keuze.
echt dood is alleen maar echt dood als je het zelf wil zijn.
En dat is het leven ook:
kies je voor God dan kies je voor het leven.
Dat was ooit al gezegd op de Sinaï
en is nu weer aan de orde rond de man van Nazareth.
Midden in de dood zijn wij in het leven
als wij van Hem willen zijn:
de God van Jesus, de God van Israël,
de God van Abraham, Isaak en Jakob.

Hij was een genie, een geweldig wiskundig talent.
Hij werd geëerbiedigd en bewonderd door tallozen.
Hij had tevreden moeten zijn met alles wat was zoals het was
en met alle geheimen die hij doorgrondde en alle wetenschap.
Toch was hij niet tevreden en kende hij geen rust.
Die onrust knaagde aan hem en de hamvraag bleef:
‘waartoe doe ik dit alles, wat is de zin,
en heeft mijn eigen leven zin?’
De naam van deze denker was Blaise Pascal.
Hij gaat langzamerhand aan kapot, geestelijk en lichamelijk.
Dan -de doktoren zijn somber over zijn gezondheidstoestand –
gebeurt er plotseling iets in het schamele kloosterkamertje
waar hij door de medelijdende religieuzen van Port Royal was opgenomen.
Het is november, net als nu, buiten miezerde de regen
maar binnen gebeurde een wonder,
een genezing, een bekering :
alles wordt nieuw!
Hij schreef de ervaring op in zijn dagboek:

‘MAANDAG 23 NOVEMBER 1645…half elf ’s avonds tot half een ’s nachts:
VUUR !!
GOD IS NABIJ !!
Neen,
NIET DE GOD VAN DE FILOSOFEN OF DE THEOLOGEN;
NIET DIE MAAR EEN ANDERE,
DE LEVENDE GOD.
DE GOD VAN ABRAHAM, DE GOD VAN ISAAK
DE GOD VAN JACOB, GOD VAN MENSEN,

ZEKERHEID, ZEKERHEID;
AANDOENING….
VREUGDE, VREUGDE,
TRANEN VAN VREUGDE.

DAT IK IN DER EEUWIGHEID
NIET VAN HEM GESCHEIDEN WORDE.
GOD VAN ABRAHAM, ISAAK EN JACOB,
LEVENDE GOD, TROUWE GOD,
MIJN GOD!!!
GOD VAN MIJ ARME
VRIEND VAN MIJ ZOEKER…

Het documentje waarop hij deze ervaring had opgeschreven
droeg hij, Blaise Pascal, altijd bij zich; tot zijn dood aan toe.
Hij had ontdekt wie God is;
geen God van geleerden en spitsvondigheden,
maar de God die met de mensen meegaat.

Misschien hebt u Hem ook wel eens zo ontmoet?
Misschien heel even maar… dat is genoeg
want Hij gaat daar wel verder mee:
Hij neemt je wel mee op weg naar het echte leven.
De God van Abraham, Isaäk en Jakob – die door Jesus genoemd wordt –
is de God van het leven en niet van de dood;
is de God van de liefde en niet van de haat
is de God van de toekomst, de God van de Vrede.
Gelukkig dienen veel mensen Hem
door zijn Geest bemoedigd
soms zonder dat ze Hem officieel kennen.
Waar halen veel mensen anders de moed vandaan
aan een goede toekomst voor deze wereld te blijven bouwen?
Dan denk ik aan de moedigen in het groot
die betrokken zijn bij de grote maatschappelijke vraagstukken
en die zich inzetten voor vrede en recht
blijven helpen in Syrië of waar ook ter wereld?

Waar halen de mensen de moed vandaan
in hun persoonlijk leven om weer verder te gaan
na pijn en verdriet, na een verlies dat niet te noemen is?
Dat komt door hun geloof dat het leven het winnen zal van de dood
en het licht de duisternis zal wegvagen.
Eigenlijk is dat hun geloof dat God in de buurt is:
de God van Abraham, Isaäk en Jakob.

De God die het bestaan van de dorre filosoof Pascal in zijn wanhoop
veranderde toen die, ziek een eenzaam op een regenachtige maandagavond
plotseling het licht zag en vol werd van troost
en toen uitriep: VREUGDE, MOED, LICHT.

Hij is het die ook het bestaan van mensen hier en nu verlicht.
Het geloof in die God van het leven:
dat verrijzenisgeloof is niet alleen een geloof in
een leven na de lichamelijke dood
maar ook en vooral een geloof in de waarde van het leven
hier en nu met God: de God van Abraham, Isaäk en Jakob.

Die God kennen verandert je leven
die God kennen betekent: treden uit het duister,
opgaan naar het licht.
Ook in onze soms zorgvolle dagen nodigt Hij ons uit tot volharding
tot zorg voor het leven van onze naaste
tot het uiterste toe.

Niemand leeft voor zichzelf,
niemand sterft voor zichzelf:
wij leven en sterven voor God onze Heer,
aan die Heer behoren wij toe.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Kerstmis in de kathedraal

Bavo Kerstviering voor gezinnenDe Kerstperiode staat in de nieuwe Bavo bol van de concerten en vieringen. Daarom zetten wij alles voor u overzichtelijk op een rij.

Zaterdag 17 december: Kerstconcert

 

Vrijdag 23 december: Festival of Nine Lessons ans Carols

  • 20:00 uur: Festival of Nine Lessons and Carols met zang van de Bavocantorij. Toegang is gratis.

 

Zaterdag 24 december: Vigilie van Kerstmis

  • 16:30 uur: Kinderviering met zang leerlingen Koorschool
  • 20:00 uur en 22:30 uur: Nachtmissen met zang van het Kathedrale Koor.
    De vaste misdelen zijn uit de Missa in Honorem Sancti Nicolai van J. Haydn
    Voor de nachtmissen zijn toegangsbewijzen nodig. Deze zijn af te halen in de kathedraal na de Hoogmissen op 11 en 18 december.Ook als u nog geen toegangsbewijs hebt, dan bent u uiteraard welkom in de kathedraal. Aan de ingang worden er nog toegangsbewijzen uitgegeven.

 

Zondag 25 december: Hoogfeest van Kerstmis

  • 10:00 uur: Pontificale Hoogmis met zang van het Kathedrale Koor.
    De vaste misdelen zijn eveneens uit de Missa in Honorem Sancti Nicolai van J. Haydn.
    Voor deze viering zijn geen toegangsbewijzen nodig.

 

Maandag 26 december: Tweede Kerstdag

  • 10:00 uur Eucharistieviering met samenzang

 

Jaarwisseling

  • Zaterdag 31 december: Eucharistieviering om 19:00 uur
  • Zondag 1 januari: Hoogmis om 10:00 uur

 

Kerstopenstelling: rondleidingen, kerstgroepen en sfeervolle avondopenstelling

Net als vorig jaar is de nieuwe Bavo ook dit jaar tijdens de Kerstvakantie opengesteld voor bezichtiging. Van 26 december t/m 8 januari is de nieuwe Bavo dagelijks geopend van 12:00-16:00 uur (m.u.v. 1 en 2 januari). Extra bijzonder is dit jaar de sfeervolle avondopenstelling op woensdagavond 28 december. De kathedraal is dan sfeervol verlicht met kaarsen. Voor meer informatie klik hier.

Nieuwe vertaling Onze Vader

onze-vaderHet gebed dat alle christenen bindt en alle ouders aan hun kinderen leren wordt in alle talen die je bedenken kunt gebeden. Dat is mooi. Wat niet mooi is, is dat het soms in één taal op verschillende wijzen wordt gebeden. In het Nederlandse taalgebied doet zich de unieke situatie voor dat we niet alleen twee taalgebieden hebben (Zuid- en Noordnederlands, Hollands of Vlaams) maar ook talrijke religieuze  taalzones. De situatie ten tijde van het Tweede Vaticaanse concilie was dat er in Nederland twee Onze Vaders waren: het katholieke en het protestantse. Tegelijkertijd was er ook een Belgisch Onze Vader dat afweek: drie Onze Vadervarianten dus. Om eenheid te scheppen werd er een ‘Oecumenisch’ Onze Vader samengesteld. Dat was een mooi idee!

Helaas; Niemand gebruikte die tekst zodat wij er gewoon een vierde Onze Vader (!) bij hadden. Daar moest een eind aan komen. Het Vaticaan (progressiever dan je soms denkt) vond dat het hoog tijd werd voor één tekst. Die is er nu: in Vlaanderen en in ‘Holland’ zal nu één tekst worden gebeden. Dat is een vooruitgang! Het wachten is nu op een oecumenische goedkeuring van deze tekst zodat we in plaats van vier eindelijk één Nederlandstalig Onze Vader kunnen gaan bidden.

Volgens mij zijn er verbeteringen aangebracht die ook de reformatorische christenen zullen bevallen. Zo is het ‘Leid ons niet in bekoring’ veranderd in ‘breng ons niet in de beproeving.’ De protestanten spraken altijd van ‘verzoeking’ dat heel eng klinkt, het katholieke ‘bekoring’ klonk te gezellig (een bekoorlijk meisje, de bekoring van het roken en chocola). Met ‘leid ons niet in beproeving’ is bedoeld geef ons geen te zware test van mijn karakter. Een andere variant is: ‘vergeef ons onze schulden’ een betere vertaling van de grondtekst. Ook is het algemene woord ‘anderen’ vervangen door het wat ouderwets (maar wel juiste) ‘onze schuldenaren’. Het griezelige protestantse ‘de boze’ is niet in de tekst terecht gekomen: het kwade is al erg genoeg.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Hier volgt de nieuwe tekst, de veranderingen zijn gecursiveerd, u kunt ook achter in de kerk gebedskaartjes vinden met de nieuwe tekst.

Aanstaande zondag, 27 november, zullen wij de nieuwe vertaling in gebruik nemen.

De nieuwe tekst:

Onze Vader, die in de hemel zijt,
uw naam worde geheiligd,
uw rijk kome,
uw wil geschiede,
op aarde zoals in de hemel.

Geef ons heden
ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren,
en breng ons niet in beproeving,
maar verlos ons van het kwade.