• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

All posts by Maarten Kools

6 maart: Een huis van vrolijkheid

[print]

4e Zondag Veertigdagentijd

Schriftlezingen:

  • Jozua 5,9a,10-12

  • 2 Korintiërs 5,7-21; Het nieuwe is gekomen

  • Lucas 15, 1-3.11-32; Het feestmaal met de zonen.

Halfvasten is het vandaag, zondag laetare,
dat betekent: verheug je, wees blij!
Dat woord is genomen uit de oude Gregoriaanse Introitus:
‘Laetare Jerusalem’. Het is een bemoedigingstekst van de profeet Jesaja.
Het volk was in ballingschap geweest,
ontreddering alom:
de profeet had gewaarschuwd:
‘je hebt het wel aan jezelf te danken,
je bent ontrouw geweest aan je roeping!’

Maar de profeet blijft niet treuren.
Er komt een keer in het lot van de ballingen.
Eerst zongen ze:
‘aan de oevers van Babylon zaten wij en weenden’
toen werd het:
‘als God ons thuisbrengt dat zal een droom zijn’
en daarna als de terugkeer naar Jeruzalem een feit is:
‘toen de ballingen mochten terugkeren
was het alsof wij droomden.’

De werkelijkheid van de troost van God
ging de stoutste verwachtingen te boven.
Laeatere Jeruzalem, verheug je Jeruzalem:
in je lot komt een keer!

Alles zal nieuw worden,
er komen nieuwe kansen, nieuwe mogelijkheden.
‘Die in tranen zaaiden zullen oogsten met gejuich.

Middenin de vastentijd,
die ernstige periode van bezinning op onze manier van leven,
op onze inzet als christen, in een tijd van vele problemen in de kerk
roepen de heilige schrift en de liturgische traditie ons op
om feest te vieren.

Er zijn altijd nieuwe kansen,
nooit heeft de teleurstelling het laatste woord.
Gefeest werd er in het verre verleden
door de mensen van Israël in het gevolg van Jozua
omdat Gods volk Egypte en de woestijn
voorgoed achter zich gelaten had.

De grensrivier de Jordaan was overgestoken
het manna dat hen in de woestijn op de been hield
was niet meer nodig en houdt op te vallen.

Ze kunnen Pasen vieren.
in een nieuw land en dat doen ze ook
een beetje onwennig etend van het vaste voedsel
dat het land oplevert.

Nog meer feest:
De Vader in het evangelieverhaal roept uit, tot tweemaal toe:
‘er moet feest en vrolijkheid zijn.’

Waarom feest?
‘Omdat die broer van je dood was en levend is geworden,
verloren was en is gevonden.’

Lucas schetst in zijn gelijkenis een vader,
een God, die spot met al onze moraliserende en patriarchale godsbeelden.

De vader (God dus) ziet zijn kind, ziet mij, ziet u
wij, die allemaal het grote feest niet waard zijn,
van de ene naar de ander blunder gaan
Hij let er niet op, Hij ziet zijn kind,
zijn jongste zoon, u en mij
al van verre aankomen
en Hij wordt door medelijden bewogen en
-zo oud als Hij is,- Hij rent op ons toe
Hij valt zijn kind om de hals en kust het hartelijk.
Hij hoopt er vurig op dat de vroeger verloren zoon
-dat zijn wij dus eigenlijk allemaal- het goede land,
de nieuwe toekomst durven binnentrekken.

Het verhaal, de gelijkenis, vertelt
dat je op de uitnodiging van die God
op twee manieren kunt reageren.
Ik dacht dat wij beide houdingen in ons dragen.
De houding van de oudste zoon die niet mee wil doen
lijkt mij heel herkenbaar:
laten wij toch alles bij het oude houden.
Laten wij toch hard zwoegen en verder gewoon doen.
We weten nu waar we aan toe zijn.
De verhoudingen zijn nu toch zo mooi duidelijk.

Hij heeft volkomen afstand genomen de anderen
die niet zo gauw willen deugen
zo ook van zijn bloedeigen broer.
Hij spreekt zelfs niet meer over ‘zijn broer’,
neen hij zegt tegen zijn vader: ‘die zoon van u.’

We horen het woord van Kaïn
als God hem vraagt waar zijn broer is, meeklinken:
‘ben ik mijn broeders hoeder ?’
Wat heb ik met die zoon van U, Vader, te maken ?
Laat mij, laat ons toch rustig verder leven.
Hij sluit zich op in zijn eigen leventje,
met zijn eigen kleine verdiensten, met zijn eigen vader,
zijn eigen door hem geboetseerde God.

Die houding kan schuilen in ieder van ons:
ik wil geen vernieuwing; ik wil er niet op uit trekken
om werkelijk mijn zuster, mijn broeder te ontmoeten,
laat staan bij mij binnen te halen. En zeker niet
-want dat maakt het gedrag van de vader
voor die oudste zoon helemaal onbegrijpelijk –
als die broeder zo’n verwerpelijk leven leidt:
zijn vermogen heeft verkwist, met slechte vrouwen omgaat
en noem verder al het oude of moderne afwijkende gedrag maar op.
Hij heeft die narigheid toch aan zichzelf te danken?

Maar ik denk dat die jongste zoon die naar een terugkeer
naar de Vader God ook in ons huist.
Hoevelen onder ons verlangen niet naar iemand
die is als een moeder, een vader
die zonder allerlei voorwaarden vooraf
en gemoraliseer zijn armen voor hem opent.
Hoe velen verlangen er niet naar los te komen uit
het verre land van verslaving,
van eenzaamheid, van krampachtigheid, depressie en schuldgevoel.
Verre van ook maar te peinzen over een oordeel
-vertelt het verhaal- kust de vader, God,
de woorden van de lippen van de jongen die zijn hart uitstort.
De oudste zoon, de zwoeger wordt door de vader ook op het feest genodigd
en opgeroepen om de mens van wie hij vervreemd is geraakt,
weer te ontvangen als zijn broeder.

Vandaag vieren wij, die in deze tijd Gods volk mogen zijn,
al een beetje Pasen, halfvasten, laetare.
Ons huis, onze parochiegemeenschap
moet een huis van feest en vrolijkheid worden,
waar het oudste en het jongste kind van de vader welkom zijn.
Steeds opnieuw moeten we de deuren leren open te zetten
opdat iedereen zich hier welkom kan voelen.

Een heel jong kindje zal straks worden binnengebracht
door zijn jonge zeer originele ouders.
Zij mogen met zijn drieën weten
dat waar er twee of drie in Jesus Naam bijeenzijn
Hij zelf in ons midden is om ons te bemoedigen ons onze fouten te vergeven
en het feestmaal van de Eucharistie aan te richten.

Onze vroegere Koningin was hier afgelopen vrijdag
om met de bisschop en vele gasten te vieren
dat de restauratie van de kerk bijna voltooid is.
Maar het belangrijkste moet door ons allen
iedere keer opnieuw weer gedaan worden:
er een huis van geloof, hoop en liefde van maken
opdat Gods werkelijk in ons midden kan wonen.

Hij geeft ons alles in handen:
‘al het mijne is het jouwe’ zei de Vader tegen de knorrige oudste zoon.
Omdat God zoveel van ons houdt kan het op deze zondag Laetare
hier echt een huis van feest en vrolijkheid zijn.
Een huis waar niemand wordt veroordeeld,
waar mensen welkom zijn en vaste grond vinden;
waar ieder -hoe oud of jong,
hoe onopvallend of hoe buitenissig ook -wordt benaderd
als ‘mijn eigen zuster, mijn eigen broeder’.
Dit mooie grote huis is… VAN ONS ALLEMAAL!
God zegt: ‘Al het mijne is het jouwe’.
Laten wij in die feestelijke geest
de dopeling ontvangen en
elkaar straks de vrede van Christus toewensen
en hier vele zondagen hierna
samen opgewekt de liturgie vieren.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Prinses Beatrix onder de indruk van de Nieuwe Bavo in Haarlem

Vanmiddag vond in aanwezigheid van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Beatrix de feestelijke afsluiting plaats van de restauratie van het middenschip van de Kathedraal in Haarlem. De ‘Nieuwe Bavo’, zoals de Kathedraal inmiddels in de volksmond heet, staat er weer stralend bij en de Prinses gaf aan onder de indruk te zijn van het geheel.
Bijzonder zijn de 16 nieuwe glas-in-lood panelen van kunstenaar Jan Dibbets die in het middenschip zijn aangebracht. Prinses Beatrix is een bewonderaar van zijn werk en heeft dan ook extra aandacht aan zijn ramen geschonken.

Ruim 500 genodigden vulden de Kathedraal, waaronder Kardinaal Simonis en Apostolisch Nuntius Mgr. Cavalli. Verder de vele medewerkers die de afgelopen jaren intensief aan de restauratie van de Kathedraal hebben gewerkt, alsmede een groot aantal vrijwilligers die zich voor de Kathedraal inzetten.

De ‘Nieuwe Bavo’ is dit weekend volop te bezichtigen. Op zaterdag zijn de deuren geopend van 11.00 uur tot 16.00 uur en zondag van 11.30 uur tot 16.00 uur. Vanaf 8 maart zijn de openingtijden dinsdag tot vrijdag van 10.00 tot 16.00 uur.


Palmpaasstokken maken op 20 maart

DSC_4000Beste ouders,

Op 20 maart, Palmzondag, gaan we Palmpaasstokken maken. U bent samen met uw kinderen van harte welkom.

Aan het begin van de viering nemen we de kinderen mee. We streven naar 1 ouder ter begeleiding van twee a drie kinderen dus het is prettig als (een van) u zelf mee komt helpen.

We zullen ook een verhaal met de kinderen lezen en bespreken.

Graag even aanmelden door een email te sturen naar Marieke Baier: mariekebaijer@hotmail.com
Als tegemoetkoming in de kostenvragen we een bijdrage van € 5,00 per kind.

DSC_4027Aan het einde van de viering lopen de kinderen mee in de processie de kerk uit. In het kader van delen en geven, is het mooi als de kinderen hun stok weggeven aan iemand die er heel blij van wordt, bijvoorbeeld aan een buurvrouw, opa of oma.

Hartelijke groet, namens de commissie Gezinsvieringen,

Annemieke Figee, Marieke Baier en Daisy Schrama-Beelen

43ste serie Zaterdagmiddagconcerten

OrgelconcertDit jaar zal de 43ste serie orgelconcerten plaatsvinden. De reeks wekelijkse concerten start op 7 mei, en wordt voortgezet  t/m 24 september. Deze concertserie wordt georganiseerd rond het monumentale Willibrordusorgel. De concerten beginnen om 15:00 uur (met uitzondering het concert van 28 mei dat begint om 20:15 uur) en duren ongeveer één uur.

Dit jaar zijn er twee thema’s:

  • Max Reger (1863-1916)
    de Duitse componist die 100 jaar geleden overleed. Niet alleen de meester van de grote koraalfantasieën maar ook van de kortere werken.
  • Orgelmuziek uit de laatste halve eeuw

De serie is gratis toegankelijk (met uitzondering van 25 juni), wel wordt aan de uitgang een vrijwillige bijdrage gevraagd.

Internationale Orgelzomer (25 juni t/m 24 september)

Het Festival Internationale Orgelzomer biedt ook dit jaar een internationale keur van organisten die gedurende de drie zomermaanden optreden. Het festival opent met een feestelijk concert door Olivier Latry, titulair-organist van de Notre-Dame in Parijs.

Programma

7 mei Ton van Eck Guillou, Reger, Messiaen
14 mei Adriaan Hoek (Goes) Eerste prijs Int. Orgelconcours Breda Reger (op. 73), Messiaen
21 mei Ae Shell Nam (Kr) Derde prijs Int. César Franck Concours 2013 Franck, Reger, Florentz
28 mei, 20:15uur Gerrie Meijers (Haarlem) Kon.Haarlems Mannenkoor “Zang en Vriendschap” o.l.v. Arno Vree
Let op: gewijzigde aanvangstijd
Van Beethoven, Dupré, Reger

 

4 juni Stephan van de Wijgert (A’dam) Liszt, Reger, Welmers
11 juni Jaap Stork (Aerdenhout) Boni Rietveld, trompet Jurriaan Andries­sen, Stork, Ravel, Reger
18 juni Liene Kalnciema (Riga, Lv) Derde prijs Int. César Franck Concours 2013 Reger, Widor, P.Dambis
Internationale orgelzomer
25 juni Olivier Latry (Parijs, Fr) I.s.m. Stichting Vox humana.
Toegang € 15,-(voorverkoop zie: www.stichtingvoxhumana.nl), € 20,- aan de kassa
Duruflé (Suite), Franck, (Prélude, Fugue et Variation), Vierne
 2 juli Albert-Jan Roelofs  (Haarlem) Ton van Eck (voor Tritonium) Reger, Toccata en Fuga (op. 59) Valkestijn (Tritonium voor 2 orgels)
9 juli Tobias Horn (Stuttgart, De) Reger, Laukvik
16 juli Ton van Eck Haarlemse Open Orgeldag Reger, De Klerk, Andriessen
23 juli Zsuzsa Elekes (Budapest, Hu)   J. Jongen (Son. Eroïca), Reger, Antalffy-Zsíross
30 juli Cursisten Int. Orgelfestival i.s.m. Internationaal Orgelfestival
  6 aug Maurice Clerc (Dijon, Fr) Tournemire, Fauré, Langlais, Fleury, Cochereau
13 aug Hans Uwe Hielscher (Wiesbaden, De)  D. Bédard, Reger, Hielscher
20 aug Dirk Out (Haarlem) Ireland, Franck, Hakim, Reger
27 aug Marc Fitze (Bern, Ch)   A. Lopez de Almagro, Guilmant,  Mendelssohn
3 sep Tjeerd van der Ploeg (Schagen)   Reger, Grunenwald, Vasks
10 sep Ton van Eck Open Monumentendag Liszt, Reger
17 sep Jos van der Kooy & Anton Pauw (Haarlem)   Nog niet bekend
24 sep Ton van Eck Kathedrale Koor o.l.v. Sanne Nieuwenhuijsen Biebl, Nibelle, Strategier

Locatie en bereikbaarheid

De rijzige Kathedrale Basiliek Sint-Bavo aan de Leidsevaart bevindt zich op ruim tien minuten loopafstand van het Frans Hals Museum en de binnenstad van Haarlem. De Kathedraal is rolstoeltoegankelijk via de invalidenpoort achter de linker toren.

Openbaar vervoer
– Vanaf NS-station Haarlem met bus 50, 140, 175, 176 (halte Stadsschouwburg Haarlem, 5 min. lopen),
– Vanaf NS-station Heemstede-Aerdenhout met bus 80 (halte Volksuniversiteit Haarlem, 2 min. lopen).
Auto
– betaald parkeren op het Emmaplein naast de kathedraal (in de verdere directe omgeving van de kathedraal kunnen alleen vergunninghouders/bewoners parkeren).

U kunt hier de flyer downloaden.

21 februari: Zal het licht winnen?

[print]

2e Zondag Veertigdagentijd

Schriftlezingen:

  • Genesis 15,5-18; De sterren

  • Filippenzen 3; Ons vaderland is de hemel

  • Lucas 9,28-36; Op de Taborberg

Het is in een stad een beetje moeilijk
om de sterren aan de hemel te zien.
Soms wordt ons dat nog wel een gegund
als we op vakantie zijn bijvoorbeeld
in een omgeving waarin nog geen kunstlichtvervuiling is
en waar je ’s nachts als het echt donker is
plotseling overdonderd wordt door de pracht
van ene hemel vol en vol met duizenden en duizenden sterren.
‘Kijk naar de sterren aan de hemel Abraham,
zo talrijk zal jouw nageslacht worden.’
Zo talrijk…
Abraham is verbijsterd
zijn nageslacht bestond tot dan toe uit nul, werkelijk nul personen!
Hij was ooit op weg gegaan uit Oer,
vlak bij Babel omdat hij een stem hoorde uit de hemel:
‘Abraham ik heb jou nodig’
en hij was gegaan. Met zijn vrouw Saraj en zijn neefje Lot
die kennelijk veel bij Abraham en Saraj rondhing..
een lange lange reis.

Het idee van die reis.
Daarin herkennen wij ons als 20e eeuwse gelovigen.
We voelen dat beeld mee: het leven is een reis.

We zijn op weg.
Hier proberen we te geloven
op weg naar een nieuw toekomst.. naar Sjaloom,
naar vrede naar goedheid. Maar zal die er ooit komen?

Het evangelie van Lucas, waaruit we dit hele jaar lezen,
is bij uitstek een reisverhaal.
Lucas beschrijft het hele leven van Jesus als één lange tocht.

Al heel vroeg in zijn evangelie staat vermeld
dat Jesus vastberaden begint aan zijn: ‘opgang naar Jeruzalem’:
Gods vaste woonplaats op aarde.
Het levensverhaal van Jesus is een reisverhaal:
vooruit, en route, op weg!
Jesus gehoorzaamt en gaat op weg
anderen ook: Maria haast zich naar Elisabeth,
de herders haasten zich naar Bethlehem,
Maria en Jozef gaan met Jesus op naar Jeruzalem.
Zelfs na Jesus’ verrijzenis houdt Lucas aan dat reismotief vast.

Jesus loopt met twee van zijn volgelingen mee,
en aan het einde van zijn reisverhaal
worden de leerlingen er op uit gestuurd met de belofte
dat Jesus ‘voor hen uit zal gaan in Galilea’.

Lucas zelf reisde er ook lustig op los,
naar de uiteinde der aarde, met Paulus mee:
hij reisde naar Judea en Samaria, naar Damascus, Fenicië,
Cyprus en de Romeinse provincies van Cilicië,
Galatië, Azië, Achaje, Macedonië en uiteindelijk Rome zelf,
‘het einde -en tegelijk het nieuwe middelpunt- der aarde’.

Het leven is een reis.
En op die reis proberen Jesus’ leerlingen hun meester
-soms met de grootste moeite- te volgen.
Het evangelie van vandaag gaat op het eerste gehoor
over een rustig moment
maar dat is toch niet helemaal waar:

ook op de berg Tabor gaat het over de tocht
beneden door het dal.

Op de berg heeft Jesus
Petrus, Johannes en Jakobus in zijn nabijheid.
En daar doet Jesus iets
wat geen van de andere evangelisten vermeldt:
Jesus begint te bidden.

Hij kan Zijn tocht niet volbrengen
zonder de steun van Zijn Vader, de grote reisgenoot onderweg.
Na dat bidden verschijnen hem Mozes en Elia.

Mannen die van wanten weten.
Mensen die geleefd hebben uit de kracht van de God van Israël
die met mensen meegaat.
De God die ooit al met Abraham meeging,
die hem verbijsterd deed kijken naar al die sterren,
lichten in de verte…

-de God die -zoals wij vandaag hoorden-
als een laaiend vuur tussen de stukken vlees
op de offerstenen voorbijging.

-De God die het gelaat van Mozes deed stralen
zodat de mensen hem niet durfden aan te zien
voordat hij voorganger mocht zijn van God volk

-de God die als een laaiend vuur Elia hielp
toen hij op de berg Karmel zijn naam in ere hiel
en het volk daarna weer de goede kant op gidste.

Als enige evangelist vertelt Lucas ook
waarover de drie daar op de berg spraken..
nl. over ‘Jesus’ heengaan
dat Hij in Jeruzalem zal voltrekken.
Letterlijk staat er ‘Jesus’ uittocht in Jeruzalem,
Jesus’ Exodus.
Zijn uittocht die Hij zal voltrekken
uit het oude land naar een nieuwe wereld.

Een uittocht van een zieke naar een gezonde wereld,
vanuit het donker naar het licht.

De leerlingen worden uitgenodigd
die Uittocht mee te maken.

En om ze de kracht te geven te volharden
wordt hun hier al een glimp gegund
van het licht van de Paasmorgen
dat uiteindelijk zal stralen in ons midden.

Een Afrikaanse missionaris uit Zuid Afrika
beschrijft hoe de straatjongens in Johannesburg vertelden
hoe ze dagen lang, soms weken lang gelopen hadden
op weg naar de lichten van de stad.

De eerste dagen als het licht nog ver was
bemoedigden zij elkaar door verhalen over dat licht in de stad.
Tot ze op een goede dag de verhalen over dat licht
niet meer nodig hadden omdat ze aan de horizon
een licht zagen
dat niet langer kwam van de maan of van de sterren
maar dat het donkere oranje-achtige licht was,
dat als een halve ballon over iedere stad van de wereld hangt.
Dat was het licht dat hen aantrok: de grote stad!
Een licht waarheen ook nu nog miljoenen vluchtelingen
die hun heil zoeken in de grote wereldsteden op weg zijn.
Voor hen het licht van een nieuwe wereld.
Maar of ze dat daar zullen vinden?
Volgens Lucas zijn we allemaal op weg
naar een nog beter licht naar een nieuwe betere stad:
Gods lichtende definitieve aanwezigheid in ons midden.
Het licht van deze ene mens die in glans verscheen op de Tabor
bereidt ons daar op voor.

Hij is in glans verschenen,
een moment op de top van de berg,
daarna is Hij zijn weg gegaan.

Hoe zwaar was de tocht, hoe bitter zijn lijden,
hoe bitter de pijn die Hij in Jeruzalem moest verdragen
maar deze Exodus,
Zijn Exodus was de bevrijdings-reis bij uitstek,
de weg naar Pasen: Gods belofte van een nieuwe toekomst van licht!

Als wij Hem durven volgen
zal het donker ons niet kunnen deren.
Hij is het ware licht dat iedere mens verlichten wil
die komt in deze wereld.
Als wij naar zijn stem durven horen
en ons op onze levensweg willen laten bijlichten door zijn woord
zullen wij Zijn licht in de paasnacht
aan elkaar kunnen doorgeven en samen nieuwe mensen worden.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Prinses Beatrix bij bijeenkomst gerestaureerde Kathedrale Basiliek Sint Bavo

koepel-kathedraal-2012Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Beatrix der Nederlanden is vrijdagmiddag 4 maart aanwezig bij een bijeenkomst ter gelegenheid van de oplevering van het interieur van het gerestaureerde middenschip van de Kathedrale Basiliek Sint Bavo in Haarlem. De kathedraal ondergaat al sinds 2005 een omvangrijk restauratieproces.

Vernieuwing interieur bijna voltooid

Met de vernieuwing van het middenschip is het interieur van de Nieuwe Bavo vrijwel voltooid. Van het exterieur moeten alleen de twee torens aan de westzijde nog gerenoveerd worden, waarna de kathedraal in 2017 gereed zou moeten zijn. Het middenschip heeft onder andere zestien nieuwe glas-in-loodramen gekregen, naar een ontwerp van kunstenaar Jan Dibbets.

Top vijf van kerken uit 1850-1950

De Nieuwe Bavo is tussen 1895 en 1930 gebouwd. Architect Joseph Cuypers combineerde in zijn ontwerp diverse bouwstijlen, waaronder neogotisch, neoromaans, art deco en Jugendstil. Het interieur bevat ook Moorse invloeden. De kathedraal behoort met de Sagrada Familia in Barcelona, de Sacré-Coeur in Parijs, de Westminster Cathedral in Londen en de Basiliek van Koekelberg in Brussel tot de top vijf van kerken die in de periode van 1850 tot 1950 werden gebouwd.

Openingsweekend

Na de feestelijke opening op vrijdag is zaterdag en zondag de Nieuwe Bavo al geopend voor bezichtiging. Er zal dan extra toelichting worden verzorgd over de nieuwe glas-in-lood ramen van Jan Dibbets. Ook is er in het vorig jaar heropende KathedraalMuseum een tentoonstelling ingericht over zijn werk.

De openingstijden zijn:

  • Zaterdag 5 maart van 11:00-16:00 uur
  • Zondag 6 maart van 11:30-16:00 uur.

De toegangsprijs bedraagt € 4,00 en dit is inclusief een kopje koffie of thee.

Reguliere openingstijden

Vanaf 8 maart is de Nieuwe Bavo iedere week van dinsdag t/m vrijdag geopend voor bezichtiging. De openingstijden zijn 10:00-16:00 uur. En vanaf 30 april is de Nieuwe Bavo ook op zaterdag geopend van 11:00-14:30 uur.

14 februari: Je opdracht ligt voor je

[print]

1e Zondag Veertigdagentijd

Schriftlezingen:

  • Deuteronomium 26,1-10

  • Romeinen 10,8-13; Het woord is dichtbij

  • Lucas 4,1-13

Het klassieke joodse gebed,
het kerngebed dat iedere jood kent
begint met de woorden ‘HOOR ISRAËL’.
In de synagoge gaat iedereen als die woorden klinken, staan
(zoals bij ons bij het evangelie)
opdat iedereen beseffen kan:
Het gaat om mij:
mijn volk wordt aangesproken,
IK wordt aangesproken..
hopelijk doe ik mee.

Het gaat, beste parochianen, in synagoge moskee en kerk
altijd om jou zelf.

– Iedere generatie opnieuw
zal zich moeten bezinning op zijn eigen taak,
– iedere mens zal zich steeds weer opnieuw moeten bezinnen
op het doel van zijn eigen bestaan.

En om daarbij geholpen te worden
zijn er de veertig dagen die we nu meemaken samen:
dagen van bezinning en ernst,
voorbereiding op Pasen,
de opstanding van de Heer
maar ook op het opstaan van
ieder van ons, van u en van mij
zodat we weer kunnen zeggen:
hier sta ik, ik ben beschikbaar
ik wil er zijn voor U Heer
en voor allen die U op mijn levensweg brengt.

We lazen vandaag uit het belangrijkste boek
van het eerste testament, het boek Deuteronomium.
U zou het eens moeten nalezen thuis.

Het is het boek bij uitstek over
de roeping van de mens persoonlijk.
Om die te kunnen kennen
moet je tevoren enkele dingen weten.

Het boek Deuteronomium speelt nog in de woestijn
waarin de woorden van God klinken
maar er is al land in zicht
want ze zijn aan het einde van hun reis
en moeten de rivier de Jordaan over.

Voor ze dat doen scherpt Mozes zijn mensen
nog één keer in waar alles nu om draait.

Besef TEN EERSTE dat je het feit dat je hier staat
aan je God te danken hebt
die je bevrijd heeft uit het duffe bestaan van alle dag
-uit Egypte noemt de Bijbel dat ook-
en jou geroepen heeft om mee te doen met Hem.

En weet TEN TWEEDE
Je hoeft niet meer ver te gaan zoeken
de woorden die God sprak hebben geklonken op de Sinaï,
nu is het wachten op mensen die antwoord geven:
alles hangt nu van jou van zelf af:
wil jij zo’n mens te zijn?

En TEN DERDE:
je zult niet te hoog van de toren moeten blazen.
Dat hoorden we vertellen in de geloofsbelijdenis
die tot ons kwam in de eerste lezing.

Ieder mens is maar gewoon een mens, een zoeker, een zwerver.
‘Mijn Vader was een zwervende Arameeër’
en zelf ben ik ook een zwervende, zoekende, onzekere mens.

Maar mijn leven heeft zin
want Hij roept mij… Hij heeft mij nodig.

Alle evangelisten zijn het er over eens dat Jesus Messias,
als Hij in de rivier de Jordaan, de grensrivier, heeft gestaan
om zich door Johannes te laten dopen …
terug moet naar de woestijn… waar vanuit Mozes
stond te kijken naar het nieuwe land.
Jesus ging naar de woestijn, neen niet om daar
een rustige retraite te houden, maar om opnieuw
verbonden te worden met de God van Israël
die zijn volk in de woestijn tot trouw heeft geroepen.

Iedere generatie opnieuw
zal -zeiden we immers- de oude woorden
van de tien geboden die daar geklonken hebben
opnieuw moeten horen. En dat gold ook voor Jesus.

En we volgen Hem op de eerste zondag van de vasten naar die woestijn.
En we horen spreken over onze Messias
die, net als wij vragen heeft
en die, net als wij,
met alle bekoringen waar wij mensen maar al te gemakkelijk
in kunnen vervallen, te maken krijgt.

Een verhaal om serieus te nemen en niet om direct al te zeggen…
o, ja dat kan Hij wel aan. Onze Heer is mens met de mensen,
dat betekent dat de beproevingen van Hem ernstige beproevingen zijn.

Er worden er drie genoemd.

DE EERSTE is de bekoring van het egoisme
‘Maak van deze stenen brood en eet… alleen’.

Het is de bekoring om gewoon maar te vergeten
hoe het met andere mensen is.
Dat bijv. de arme mensen van de sloppenwijken van Calcutta
aan Amerikaanse handelaren voor een klein prijsje één hun nieren verkopen,
je hebt immers aan één nier genoeg.

De mens die dat vergeet heeft rust:
hij heeft geen last van de anderen,
hoe komt er gewoon niet toe
om te delen en te breken.

DE TWEEDE bekoring is de bekoring van de macht.
‘Kies voor de bestaande orde,
betoon je respect aan degenen die nu de macht hebben’
is de bekoring die in Jesus’ tweede beproeving aan de orde is.
‘Alles is van jou als je neervalt en mij aanbidt.’

Je doet dan afstand van iedere kritische zin
in je relatie tot het wereldgebeuren.

Jesus laat zich geen zand in de ogen strooien,
Hij zal niet buigen voor de bestaande machtsstructuren
zoals Satan die graag in stand houdt:
Hij zal zijn trawant niet worden.

Hij zal niet vanaf een positie ver boven anderen
op ze neer kijken maar juist afdalen naar beneden
en daar zijn weg gaan van solidariteit en trouw
langs de kleinen en de minsten.

DE DERDE bekoring
vindt volgens Lucas in Jeruzalem plaats. Bij de tempel, bij het heiligdom.

Nu komt onze manier van omgaan met God aan de orde.
Wat betekent onze band met Hem, die alle eer verdient, werkelijk.

‘Werp u vanaf deze plaats naar beneden’
raadt de tegenspeler aan.
‘Er staat immers geschreven:
-in de psalm die net als tussen-zang heeft geklonken-
‘aan Zijn engelen zal Hij omtrent u het bevel geven
u te beschermen.’

Maar Jesus wil de Schrift niet misbruiken.

Gaan met God en opgaan naar Jeruzalem houdt iets anders in
dan je blind storten in de armen van de Eeuwige.

De ware opgang naar Jeruzalem zal
betekenen dat Hij de juiste weg zal volgen
die door Hem gegaan moet worden.

Een weg van dienst,
een weg van ‘je leven verliezen om het te vinden,’
een weg langs de mensen beneden.

Jesus heeft de Satan weerstaan
en gekozen voor trouw aan Gods opdrachten
aan zijn Tora.
Jesus heeft de Tora, de Wet van Mozes,
van Genesis 1 tot en met Deuteronomium 34 goed verstaan:
Het verhaal van Abrahams roeping,
van de Uittocht uit Egypte,
van de leer-tocht door de woestijn vanaf de Sinaï-berg

is Zijn verhaal geworden.

Hij heeft gestaan waar Mozes stond aan de jordaan.
Hij nam zonder aarzelen de goede woorden in de mond:

‘de mens leeft niet van brood alleen.’

‘De Enige, uw God, zult Gij aanbidden
en Hem alleen dienen.’
en
‘Gij zult de Enige uw God, niet op de proef stellen.’

Het Paasfeest ligt in het verschiet,
Jeruzalem ligt aan den einder.

Jesus zal zijn opgang naar het heiligdom volbrengen,
Hij zal de berg opgaan van Golgotha
en het offer aller offers volbrengen.

De andere evangelisten vertellen ons
dat Jesus na de drie beproevingen
door de engelen wordt gediend. Lucas laat dat weg,
zijn evangelie eindigt een beetje dreigend:
‘de satan ging van hem heen
tot de vastgestelde tijd.’

Wanneer zal dat zijn?

Ik denk dat het slaat op Jesus’ strijd in de hof van olijven.
Nog eenmaal is er de angst en de twijfel:
‘Vader als het mogelijk is laat
dan deze kelk aan mij voorbijgaan.’
En misschien ook later nog een keer
als Hij hangt aan het kruis
en vertwijfeld en wanhopig uitroept:
‘God mijn God, waarom hebt U mij verlaten.’

Pas als Hij zijn moeilijke, goede weg gegaan is
tot het allerlaatste toe
komen de engelen waar de duivel over spreekt aanzetten.
Op Pasen, de dag van de bekroning van Jesus’ leven.

Pas dan mag Jesus zich laten vallen
in de armen van de engelen van de levende God.
Pas dan mogen de engelen komen
om hem te dienen en tot koning te kronen.

De gewone Christen die zijn eigen kleine weg gaat
zal, net als zijn meester
ook de weg door de woestijn moeten gaan.

Hij zal zo pijnlijk ervaren dat hij inderdaad
maar een arme zwerver is die bevrijding nodig heeft.

En daar staat hij dan,
daar staan wij dan.
Hulpeloos, weerloos, onzeker, aarzelend.
Maar dan komt er hulp aangesneld:
want de boodschap van het evangelie is:
hoe hulpelozer wij staan in onze tijd
hoe beter dezelfde God die ook Jesus trouw was
ons tegemoet kan treden
hoe dichter Hij ons kan naderen,
en hoe intenser Hij onze God kan zijn
die ons leven vervult.

En Hij heeft zijn eigen Zoon uitgezonden
om met ons mee te wandelen, van dag tot dag.

Hij zal onze gids zijn
bij onze eerste aarzelende stapjes in dit bestaan
als wij in zijn naam gedoopt worden
tot de laatste stap die wij overschrijden zullen
als wij sterven.

En antwoorden wij ieder in ons hart:
Hier ben ik, ik ben tot uw dienst.
Hij zegt: ‘Je opdracht ligt voor je, ga aan de gang!’

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

7 februari: Je kunt nieuw worden

[print]

5e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jesaja 6,1-8; De profeet geroepen

  • Lucas 5,1-11; Vissen en preken

Woorden… kunnen een wereld van verschil maken.
Wat mensen tegen je zeggen
kan heel je leven veranderen.
Wat zal dat dan niet zijn als God zelf spreekt?

Jesaja maakte dat mee..
‘Ik zag en hoorde de Heer,
het geschiedde in het sterfjaar van koning Oezziahoe’
Het noemen van dat sterfjaar van koning Oezziahoe
is niet alleen maar een tijdsaanduiding.
Het is bedoeld als de aanduiding dat een oud régime
dat mensen ringeloort en klein maakt
op zijn einde loopt.
(vgl. het ‘in de dagen van keizer Augustus’ of
‘in de dagen van koning Herodes’ zoals wij dat in de kerstdagen hoorden).

Het wil zoveel zeggen als
Oezziahoe’s macht is definitief ten einde.
Hij was een slechte koning-
en als de koning dood is klinkt in de tempel
‘leve de echte Koning’ leve de God der hemelse machten’.

De drempels schudden, alles beeft, de engelen zingen:
Jesaja schrikt er van-
(maar het is wel eens goed voor een kerk
als alles lekker door elkaar wordt geschud)
‘Heilig, Heilig, Heilig,’
de zang die nog steeds in onze liturgie klinkt
Het Sanctus is geboren…
is de dood van Oezziahoe toch ergens goed voor!

Jesaja ziet de Heer, hoort de stem van de engelen
die Hem omringen en voelt het schudden van de drempels,
hij ruikt de rook die het heiligdom heeft gevuld.

De jongen Jesaja, de latere profeet siddert van angst…
hij wordt geroepen. Hij zal mee moeten doen
aan de verkondiging van de ware koninklijke macht van de God van Israël.

En dan roept hij uit: ‘Wee mij, ik ben verloren,
want ik ben een mens met onreine lippen
en woon temidden van een volk met onreine lippen.

Alsof hij zeggen wil:
‘dit wat ik hier ervaar gaat mij ver te boven,
ik ben maar een gewoon mens,
ik ben niet beter dan andere mensen,
hoe zou ik betrokken kunnen raken bij God?

Wie ben ik dat Hij mij zou aanspreken?’

Om hem te helpen gebeurt er iets van goddelijke zijde,
één van de engelen komt tot vlak bij Jesaja,
raakt zijn lippen aan met een gloeiende kool
terwijl hij sprak: ‘Hiermee zijn je lippen aangeraakt,
en je zonde is verdwenen.’

En diep onder de indruk van dit gebaar
verdwijnt de angst en de twijfel van Jesaja
als sneeuw voor de zon
en roept hij als de Heer vraagt:
‘wien zal ik zenden?’.. ‘Hier ben ik Heer, zend mij.’

Jesaja zal luisteraars verzamelen
die zijn woorden zullen optekenen opdat mensen eeuwen later
-en dat wij zij- ze nog zullen horen.
Zijn oproepen tot trouw aan Gods woord
tot bekering en zijn grootse visioenen
over de vrede en Gods nieuwe toekomst
die we dit jaar met Kerstmis weer hoorden
en iedere keer weer, tot aan de dag van vandaag, mensen ontroeren.

II.
Eeuwen na Jesaja zullen mensen hun oren spitsen
als Jesus van Nazareth aan het verkondigen slaat
Nog voor Hij zijn apostelen bij name gaat roepen
is Jesus al op zoek naar mensen,
naar zoveel mogelijk mensen,
mannen en vrouwen.
Jesus wil veel mensen verzamelen
omdat de vervulling van de oude dromen
van vrede en recht nu voor de deur staat:
een vervulling die afhangt van de trouw en de inzet,
van de volharding vooral en de moed
die mensen dan zullen kunnen opbrengen.
Jesus wil mensen verzamelen, veel mensen verzamelen
er zijn er veel nodig.

Als hij dreigt in de menigte verdrongen te worden
stapt hij in een bootje dat aan de oever ligt vastgemeerd:
‘Steek een eindje van wal’ zegt hij tot de verbaasde vissers
die later zijn belangrijkste leerlingen zullen worden.
En hij spreekt de mensen toe vanuit dit schip.

En vanuit dit schip waaruit Jesus de mensen toespreekt
worden, op Jesus’ woord, de netten uitgeworpen:
het net wordt vol.
‘De zaal moet vol worden’ lezen we elders in het evangelie,
als Jesus spreekt over de bruiloft van het Koninkrijk.
Het net moet scheuren;
De apostelen zullen na het teken van de wonderbare visvangst
op weg moeten gaan om mensen, zoveel mogelijk mensen
uit het doodsgebied weg te halen en te leiden naar het leven.

III. Jesaja beefde toen hij geroepen werd.
Petrus en alle anderen die zichzelf kennen
zullen dat later ook doen.
Namens hen, en ook alvast namens Petrus zei hij
‘Ik ben een zondig mens, stuur liever een ander’
maar de Heer is onverbiddelijk: ‘ik heb jou nodig.

Niet omdat jij Jesaja, Petrus, of jij
-en vult u dan uw eigen naam maar in- zo geweldig bent
maar omdat Ik helpers nodig heb
om mensen te verzamelen van overal vandaan,
opdat er recht gedaan wordt aan de arme
de bevrijding van de verdrukten werkelijkheid wordt,
bedroefden worden getroost, mensen op de been geholpen
en mensen die het niet meer niet zien zitten
weer uitzicht krijgen.
IV. God verzamelt nog steeds mensen die mogen verkondigen
dat Zijn nieuwe toekomst al begonnen is,
in hun eigen levensdagen. En dat doet Hij ook vandaag.

Als kerk van het westen moeten wij een beetje aan wennen
dat de kerken in Afrika en Azië zich zo stormachtig hebben uitgebreid.

Wij worden geroepen met hen en met alle anderen van goede wil
samen kerk te zijn,
om samen gevangen te worden,
omhooggetild uit het donkere water van de dood.

Als gelovigen zullen we nooit mogen wanhopen
al denken we dan dat we met weinigen zijn
maar dat kon wel eens meevallen.
Met alle mensen van goede wil, hier en nu
en in ons eigen land zullen wij in gesprek moeten gaan.
Wij zullen er nooit naar moeten streven
een kleine elitekerk te worden van volmaakte gelovigen
maar een geloofsgemeenschap van gewone mensen
die het allemaal ook niet zo zeker weten
en die samen willen werken met anderen.
(goed dat de Groenmarkt dat doet met Stem in de Stad, met de moslims e.a)
In onze Antonius-Bavoparochie hebben wij daarom als pastoraal model
de gastvrijheid: de kerk moet uitnodigend zijn.

En daarom gebeurt er hier ook van alles.
Eerste communicanten hebt u al weer gesignaleerd.
Ouders en kinderen die er samen weer voor gaan.
Voorbereiding voor het vormsel is al lang weer van start gegaan
neen geen horden maar er zijn weer ouders en kinderen
die er voor gaan en zij zullen merken dat ze niet de enigen zijn want
vlak na Pasen komen ze weer van heel ons bisdom
en dan zijn ze plots met zijn 1500, een hele troost
voor de kleine groepjes in de afzonderlijke parochies.
Gastvrij willen wij zijn ook naar binnen toe:
ouders zijn welkom met hun kleine kinderen
die ze gedoopt willen hebben,
mensen met hun verdriet kunnen hier terecht.
Voor kinderen is er in deze kerk een eigen aandacht,
ze hebben eigen activiteiten.
De Jongeren hebben in deze kerk een eigen inbreng
altijd nieuwe mensen komen aanzetten
en hebben allerlei plannen om vooral veel te gaan doen.
Bruidsparen zijn zich ijverig aan het voorbereiden.

God heeft ons nodig als een teken in de wereld
om te kiezen voor het leven:
om er te zijn voor anderen.
Goed om samen kerk zijn

En dan is iedereen belangrijk,
ook u die haar vandaag luistert, meeviert of meezingt.
En als ook vandaag weer Zijn vraag klinkt,
als eens aan Jesaja gesteld:
‘wie zal ik zenden’
zeggen we dan in ons eigen hart:
‘zend mij, zend ons,
ik ben, wij zijn beschikbaar’.

De verhalen van deze zondag gaan over wankelen
en toch op weg durven gaan.
Mensen die bemoedigd werden
en iets gingen doen waarvan ze eerst niet wisten
dat ze het zouden kunnen.

De vorige week hebben wij de Blasiuszegen gekregen.
Een mooi gebeuren omdat de enige keer in het jaar is dat alle mensen
die in de kerk zijn persoonlijk de zegen kunnen ontvangen.
Opdat wij allen op onze eigen en unieke levensweg
een beetje kracht en bemoediging mogen ontvangen.
Een woord, tot óns gesproken,
een duwtje in de goede richting,
opdat we mogen gaan de weg waar wij in geloven.
Een gebaar van liefde, de liefde van God,
die ons wil dragen op onze eigen weg.

We sluiten ons aan bij Ramses Shaffy die in een van zijn liedjes zingt:
‘we zullen doorgaan, we zullen doorgaan…’

En als het moeilijk blijkt
troost ons het prachtige verhaal over de roeping van de apostelen
die over diepe wateren moesten varen.
Diep is eng…. staat er niet in de psalmen:
‘uit de diepte roep ik tot u…’
maar Jesus zegt: ‘steek maar rustig van wal
ook naar de diepten toe.’
Hij zegt tegen alle geroepenen, wie ze ook zijn:
‘wees niet bang, Ik ga met je mee
wees niet bang: ik red je
zelfs uit de dood.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

31 januari: Kritiek is nodig en heilzaam

[print]

4e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jeremia 1,4-5,17-19; Verzet tegen de woorden

  • 1 Korintiërs 12,31-13,1-13; Het Hooglied van de liefde

  • Lucas 4,21-30; Jesus wijkt uit

Als Jesus in de synagoge van Nazareth binnenkomt
brengt dat heel wat te weeg.
Opschudding, veel volk.
Hij wordt enthousiast binnengehaald,
zoals een bruidegom en bruid
bij hun huwelijksinzegening.
Hij laat van zich horen, net zoals zij dat doen als ze hun jawoord uitspreken:
en zegt:

De Geest des Heren is over mij gekomen:
Hij heeft mij gezonden om aan armen
de Blijde boodschap te brengen,
aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan blinden dat zij zullen zien,……….
om verdrukten te laten gaan in vrijheid
en een genadejaar af te kondigen van de Heer
‘.

Het is een heel programma.
Het heeft te maken met troost bieden, hoop geven
en de liefde doen.

Jesus zelf staat voor dat programma en zegt heel duidelijk:
‘dat woord is in mij in vervulling gegaan’.
Dat zegt Hij niet triomfalistisch
in de trant van zie je wel, kijk mij nou,
maar meer in de Geest van de dienstbaarheid.
‘Ik wil voor dat programma van Gods Koninkrijk staan,
Ik wil Hem dienen en liefhebben.

Mensen reageren eerst enthousiast:
‘Mooi wat Hij zegt’
maar de vreugde is van korte duur.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen
dat Jesus de mensen ook een beetje uitdaagt:
‘jullie willen zeker wonderen
maar bedenk dat die ook bij de profeten vroeger, niet vanzelf komen.’
En dan slaat de stemming om.
Ze voelen zich bekritiseerd
en veranderen van bewonderaars van hun grote plaatsgenoot
in mensen die niet van nieuwe dingen houden.’
Na het aanvankelijke ‘wat een heilig man’
klinkt al vlug het: ‘wat een opschepper,
en dat wordt zelfs: Hij is gevaarlijk, een revolutionair.’

Mensen die de echte vernieuwing maar onnodig vinden
zijn talrijk en ze hebben veel macht.
Mensen zijn nu eenmaal traag en vaak ook heel benepen.

Dat zal later ook nog vaak gebeuren wanneer er vernieuwers opstaan.
Roddelcampagnes gaan van start en er vallen slachtoffers:
net als Jesus van Nazareth dat geworden is aan het kruis.
Ook in de kerk werden en worden mensen verdacht gemaakt.
Een troost is dat ze dan vaak later heilig worden verklaard.
Franciscus is daarvan een mooi voorbeeld.

Wil je als mens een bijdrage leveren
aan een nieuwe wereld dan hoort daar ook
de erkenning van je fouten bij.
Onze kerk heeft dat gedaan
schuld erkend
1.aan de kortzichtigheid van het christelijke antisemitisme,
2.de schuld van ons westerlingen aan het kapitalisme

Dat er profeten waren zoals Abbé Pierre in zijn dagen
en onze Paus Franciscus treedt in zijn voetspoor.
Dat de grote kerk haar fouten erkent
is voor sommigen misschien verontrustend
maar het is goed om fouten te erkennen
die er in het verleden gemaakt zijn.
Niet omdat het fijn is als je in het stof kruipt
maar uit eerbied voor de talloze slachtoffers
die, terwijl velen niets anders konden doen dan toekijken
totaal onschuldig zijn gevallen.

Het is deze zondag de dag
waarop 70 jaren terug het kamp Auschwitz werd bevrijd.
De Paus heeft er aandacht aan besteed,
en van de Verenigde Naties komt het idee
die dag uit te roepen tot een blijvende gedenkdag van de slachtoffers
van de Holocaust en anderen die toen vermoord zijn.
Het is een soort dag van het geweten geworden,
een dag waarop mensen van vele landen en godsdiensten
bijeen willen zijn en samen zeggen:
‘we willen weten wat er fout ging.’
De oude wijze rabbijnen zeiden al:
‘vergeetachtigheid leidt tot ballingschap,
men weet niet meer wat er kan gebeuren,
men wil het niet meer weten en zie
het gebeurt en de ellende is daar…’

Het omgekeerde geldt ook:
Het van de feilen willen leren
is de weg naar de verlossing.

De tijden van het benepen Nazareth
of het bange Duitsland van toen, mogen niet terugkomen.

Jesus zelf ontsnapte aan die kleinheid.
Er staat geschreven aan het eind van het evangelie
dat ze een soort aanslag op hem willen plegen (van de rotswand af):
‘Hij ging midden tussen hen door voorbij.’
Hij ontsnapt aan de kleinheid en de benepenheid van mensen
Hij gaat Zijn weg vervolgen en zal de wil van de Vader gaan.
Wat is nu de kracht die die ontsnapping mogelijke maakte?
Paulus getuigt daarvan als hij het Hooglied van de liefde aanheft
hij het dan vooral over Hem.
Hopelijk krijgen wij er allemaal iets van mee!

Zullen wij horen bij de achterblijvers
die knorrig eensgezind blijven zitten waar ze zitten
of durven wij Hem volgen op Zijn weg?

Iedere generatie opnieuw zal moeten kiezen
voor de Heer, en voor de navolging waartoe Hij ons oproept.
We moeten onze eigen bijdrage leveren:
ieder op zijn/haar eigen wijze.
‘We hebben allemaal verschillende gaven’
zegt Paulus: ‘niet allemaal zijn we profeten,
niet allemaal spreken wij in talen.’
We zijn niet allemaal bollebozen we zijn niet allemaal genieën.

Paulus vertelt over de gave bij uitstek
die van de liefde.
‘Al kende ik alle geheimen en alle wetenschap
maar ik had de liefde niet
ik was niet meer dan een galmend bekken of een schelle cymbaal.’
Ook met ons geloofsgelijk mogen we niemand om de oren slaan:
‘al het ik een geloof dat bergen verzet
maar ik heb de liefde niet het dient mij tot niets.’

De liefde is mild, vriendelijk, vergevend
trouw. Ze rekent het kwade niet aan
is niet blij met onrecht
maar hoopt en vertrouwt.
God is liefde!
Hij manifesteert zich niet in koude drukte,
Hij is wars van het geweld
Hij overrompelt ons met Zijn warmte en Zijn troost
als wij Hem toelaten in ons leven

De liefde is mild en geduldig
is verheugd om het goede en de waarachtigheid.

Die liefde is een stille sterke kracht
die ons leven kan richten
die het aanschijn de aarde kan veranderen.

Deze week dinsdag vieren we Maria Lichtmis (2 februari),
eigenlijk heet het feest: ‘presentatie van de Heer’
Jesus wordt, zo klein als Hij is, aan de Heer opgedragen.
Dat hoorde zo, 40 dagen na de geboorte van ieder kind
en het is een bevestiging van het feit
dat iedere nieuwgeborene geen kopie is van vader en moeder,
maar een unieke mens, geroepen om op de eigen wijze
beelddrager te zijn van God, met een eigen opdracht.

Een kind en dit kind in het bijzonder, kan het beste in mensen losmaken.
De dag daarna is het 3 februari,
feest van de heilige Blasius.
Een beetje daarop vooruit lopend zullen ons aan het einde van de viering
de kaarsen, lichtdragers, op de hals worden gelegd
bij de Blasiuszegen.
We worden er zo aan herinnerd
dat wij als getuigen van dit licht
verder zullen gaan.
We mogen weten dat ons geloof in de God
die in den beginne zei: ‘er zij licht’ ons niet bedriegt
we mogen weten dat diezelfde God het prille licht
van de hoop zoals die in Jesus zichtbaar werd
en in allen die hem volgen, beschermt.

Een moderne dichter zegt:
‘Wie denken durft dat deze droom het houdt
een vlam die kwijnt maar niet zal doven.
Wie zich aan deze dwaasheid toevertrouwt
al komt de onderste steen boven.
Die zal kreunen onder zorgen,
die zal vechten in ’t verborgen,
die zal waken tot de morgen dauwt –
hij zal zijn ogen niet geloven.’

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

24 januari: Begin van het genadejaar

[print]

3e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Nehemia 8,2-10

  • 1 Korintiërs 12,12-14.27

  • Lucas 1,1-4; 4,14-21

Vanuit onze eigen kerk gaan we vandaag kijken
naar andere kerken. We zijn vandaag te gast
in de synagoge van Nazareth in Galilea.
Op de sabbathmorgen is de gemeenschaap daar bijeen.

Plotseling is er onrust:
er komt een dertig-jarige man binnen.
In het dorp werd er erg veel over hem gesproken.
Een gewone timmermanszoon was Hij
maar er was wel iets bijzonders met Hem aan de hand.

Hij was al een paar jaar weg uit het dorp;
Hij was al in Jeruzalem geweest

en had met vele wijze mensen gesproken.
Met de oude Nikodemus eens in de nacht.

Toen had Hij gesproken over de vernieuwende kracht
van de heilige Geest van God en had zelfs
gezegd dat iedere mens opnieuw geboren moet worden.

Dat had de oude wijze Nikodemus zeer verbaasd:
moet een mens dan misschien terugkeren
in de schoot van zijn moeder
‘.
Maar Jesus had gesproken over de kracht
van de Heilige Geest die ieder mens innerlijk totaal vernieuwt
en verandert.
Het is met de Geest als met de wind,
je hoort hem suizen maar weet niet precies
waar hij vandaan komt en waar hij je naar toe zal leiden
‘.

Jesus was zelf een mooi voorbeeld
van een mens vol van die Geest.

De geruchten van al zijn activiteiten
waren al in zijn vaderstad doorgedrongen.
Hij zou mensen die waren vastgelopen nieuwe kansen aangereikt hebben,
hij zou veel mensen getroost en zelf genezing hebben gebracht.

De verhalen over hem hadden veel verbazing,
misschien ook wel ergernis gewekt zo van: wat een uitslover.
Nu is Hij, na al dat gereis en getrek en gepreek overal
eindelijk eens thuis.
Hij bezoekt op de Sabbat
volgens zijn gewoonte als trouw jood de synagoge.

En deze bijzondere zoon van Nazareth mag,
zoals dat de gewoonte is als er gasten zijn,
(in Afrika is dat nog zo, ik kom daar straks op terug)
de voorlezing doen.

Neen, niet de wet van Mozes
maar de bijlezing uit de boekrol van de profeten
(het epistel als het ware).

Die Sabbat staat een gedeelte
uit de boekrol van Jesaja op het rooster.

Lucas, de enige evangelist die dit voorval uit Nazareth vertelt
citeert met instemming de tekst van de lezing
die die Sabbat aan de orde was.

Het gaat om het gedeelte
waarin de profeet Jesaja het heeft over zijn eigen zending:
De Geest des Heren is over mij gekomen
omdat Hij mij gezalfd heeft.
Hij heeft mij gezonden om aan armen
de Blijde boodschap te brengen,
aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan blinden dat zij zullen zien,
om verdrukten te laten gaan in vrijheid
en een genadejaar af te kondigen van de Heer
‘.

Het is een heel programma: een genadejaar, ook wel jubeljaar genoemd
zoals wij dat nu ook hebben.
Een wereldomvattend programma.
Het heeft te maken met troost bieden aan de armen,
met het openen van de ogen van allen die verblind zijn
en niet kunnen of soms ook willen zien
wat er van hen verlangd wordt
met het opkomen voor mensen die niet vrij zijn:
een programma dat de lofzang en de aanbidding omvat
maar ook het werk van Amnesty International.

Jesus zelf staat voor dat programma en zegt heel duidelijk:
dat woord is in mij in vervulling gegaan‘.

Dat zegt Hij niet triomfalistisch
in de trant van zie je wel IK BEN DE ECHTE MESSIAS
maar meer in de Geest van de dienstbaarheid.
Ik wil voor dat programma van Gods Koninkrijk staan,
Ik wil Hem dienen en liefhebben
‘.

Zo’n nieuw begin kan altijd gemaakt worden:
ook altijd weer opnieuw gemaakt worden.

II. Een ontroerend verhaal lazen we
in het (vrij onbekende) bijbelboek Nehemia.
Het vertelt ons over de terugkeer van het volk Israël
in hun land na de ballingschap in Babel.

De tempel lag nog in puin
en inderhaast wordt een podium opgericht
op de plek waar de tempel stond.
Het verhaal vertelt hoe ze onder het puin
een oude boekrol terugvonden
en de priester Ezra daaruit gaat lezen.

De lezing uit het oude boek ontroert de hoorders zo
dat ze in tranen uitbarsten.

De priester moet de mensen zelfs troosten
door te zeggen: ‘niet huilen, dit is een dag van vreugde!.’

Het is een prachtig verhaal dat ons vertelt
hoe je het oude verhaal met nieuwe oren kunt horen.
Vooral als het je tegen zit en je een crisis hebt doorgemaakt
hoor je de woorden anders.

Misschien is een van de grootste problemen
van de vroegere geloofsbeleving
dat we alles zo vanzelfsprekend vonden
en de oude woorden ons zo bekend waren
dat wij ze niet meer hoorden.

Dat is nu anders:
vele mensen, jong of oud, kennen de verhalen niet meer :
je moet helemaal opnieuw beginnen.
Misschien niet eens zo slecht,
de oude ballast van de vooroordelen slepen ze ook niet met zich mee.

Ze kunnen gewoon lekker enthousiast worden,
voelen dat het geloof hun leven kan veranderen
een nieuwe start maken
en handelen naar hun geloof.

In Nazareth duurde die nieuwe kijk op het oude boek maar kort:
er moet teveel veranderen, en ze stoppen hun oren dicht
en het verhaal eindigt ermee dat ze Jesus de stad uitgooien.
Maar dat horen we pas de volgende week..

Enkele jaren geleden was ik in Zuid Afrika
in een kleine kathedraal.
Het was zaterdagavond,
de grote feestmis zou morgen zijn.
Die avond waren er alleen maar blanken
en wat kinderen van een naburige kostschool.

Zij, de blanken, hadden mij hun verhaal verteld:
hun wereld was verstopt geraakt.
Het oude evangelie werd nog wel gelezen
maar dat het werkelijk een totaal nieuwe levenshouding vroeg
waren ze totaal vergeten.

Nu was er een nieuw begin gemaakt:
de apartheid was voorbij.
Maar een nieuw begin maken is en blijft moeilijk.

Ik mocht aan het einde van de dienst iets zeggen.
De eerste schriftlezing was die week
ook uit de profeet Jesaja
en net als Jesus in Nazareth
mocht ik die op bezoek was
mocht daar ook iets over zeggen
Ik heb toen geprobeerd ze te bemoedigen:
‘Het kan lukken, een nieuw land opbouwen
als je het samen echt wil.
Het is nooit te laat om het te proberen.
Wij Hollanders hebben veel kritiek op jullie gehad,
en dat was toch wel terecht
maar nu kan het anders
nu kunnen jullie nieuwe mensen worden
mensen van liefde en vriendelijkheid
en ik zie dat jullie dat willen zijn
daarmee wens ik jullie geluk.’

Het klinkt een beetje arrogant
als je als buitenstaander zo praat
maar ik werd de kerk niet uitgegooid
neen velen kwamen verhalen vertellen
over hun nieuwe ervaringen.
De dienst eindigde met het samen bidden
van het gebed om de Heilige Geest
zoals dat toen als voorbereiding op het genade of jubeljaar net als nu
(toen was dat het jaar 2000) voorgeschreven was.

Wij krijgen deze zondag niet zo’n vreemde prediker op bezoek:
we moeten het gewoon met elkaar doen.
Maar: het woord van God, dat wij samen mogen horen
iedere week opnieuw is verrassend genoeg.
Het is een zegen om dat iedere week weer te mogen horen.
Het is hier een huis van troost en bemoediging
het is een zegen dat wij deze kerk hebben
waarin wij de woorden van God
en de prachtigste muziek mogen horen.

Dat verdienen wij als mensen hier
want allemaal, zoals wij hier zitten
zijn wij kostbaar en waardevol.
Wij allemaal zijn de moeite waard,
en iedere dag opnieuw krijgen wij nieuwe kansen:
de Geest heeft ook ons gezalfd
om ons in te zetten voor anderen iets te betekenen.

En al het goede dat wij samen
vandaag, in de komende week en daarna gaan doen;
al is het alleen maar door vol te houden in moeilijke omstandigheden
kan helpen het aanschijn van deze wereld te veranderen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor