• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

All posts by Maarten Kools

18 november: U bent er altijd bij

[print]

33e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Dan. 12,1-3

  • Hebr. 10,11-14.18

  • Mc. 13,24-32

De wereld roept om recht: om Sjaloom.
Het evangelie geeft ons een zware opdracht:
wij moeten aan die vrede bouwen: een prioriteit!
Dat verdraagt geen compromissen.
Zeker, we mogen, ja we moeten zorgen voor ons zelf.
Maar iedere keer worden we doorverwezen:
om er vooral te zijn voor de anderen, onze naasten,
de mensen in onze buurt:
onze partners, onze ouders , onze kinderen onze vrienden.

En tegenwoordig is de familie
waar we verantwoordelijkheid voor dragen nog groter:
we reizen met het grootste gemak rond naar Indonesië,
naar Afrika, jongelui gaan op huwelijksreis
naar Sri-Lanka of de Dominicaanse Republiek:
de hele wereld is ons thuisland geworden.

Als kerk hebben we niet meer de kracht
om getalsmatig, met wapperende gewaden present te zijn.
Maar we kunnen des te efficiënter aanwezig zijn,
onopvallend als de weduwe met haar penninkje
over wie wij de vorige week, op de diakonale zondag, spraken.

De arme weduwe met haar bescheiden teken
heeft de vorige week eigenlijk de preek verzorgd
en de wezenlijke verkondiging voor haar rekening genomen.
Ze gaf in het tempelofferblok haar laatste centen,
alles wat ze nog had.

Jesus zag dit kleine gebeuren
en wees zijn leerlingen op deze belangrijke daad
en daarna spreekt Hij over de grote dingen
en gaat Hij zijn leerlingen voorbereiden op de laatste dingen
en over het eindoordeel spreken.
De grote vraag is daarbij: ‘zal het nog wat worden op deze aarde?’
Jesus citeert daarbij de visioenen van Daniël.

Daniël schreef hij zijn visioenen op in een tijd van verdrukking van zijn volk
tijdens de ballingschap in Babel. Ik citeer:
‘De grote vorst MICHAEL zal opstaan
om de kinderen van Gods volk te beschermen.
Er zal een grote nood zijn
maar al degenen die opgetekend staan in het boek des levens
zullen worden gered en de getrouwen zullen stralen
als de glans van het uitspansel
en diegenen die de mensen tot gerechtigheid hebben gebracht
zullen schitteren als sterren voor eeuwig en immer’.
Daniël
die deze visioenen over Michaël opschreef,
doorzag dat de machten van het kwaad
niet voor eeuwig zullen kunnen blijven heersen,
en dat het recht zal zegevieren.

Voor het zover is zal er nog heel wat moeten gebeurden
en we zullen ook nog veel moeten meemaken.

Jesus kondigt al de gruwelijke dingen aan
die gebeuren en nog te gebeuren staan voor het koninkrijk Gods daar is.
Hij doet dat niet om de nieuwsgierigheid
van in onheil en ellende geïnteresseerden te bevredigen
of paniek te zaaien.

De aankondiging is er geheel op gericht
om de leerlingen van Jesus,
een kleine weerloze minderheid,
vooral in het begin
in tijden van vervolging en angst
blij en hoopvol te houden:
te bemoedigen en te sterken in slechte tijden.
Het is een oproep aan de leerlingen
om in de ure des gevaars op hun post te blijven en te volharden.
De grote nadruk ligt op de waakzaamheid,
volharding, trouw aan je opdracht door alles heen.

Maar er is hulp!
Zoals de God van Israël, de God bevrijder,
die van de uittocht, de uit-redding,
als een kolom voor het volk uitging
en het volk als een vuur bijlichtte in de nacht
— zo zal de mensenzoon, het mensenkind, komen
op een kolom van wolken, met macht en groot licht.

De Mensenzoon die verschijnt is geen engerd
die uit het niets opdoemt maar de nieuwe mens
zoals hij eigenlijk behoort te zijn en zoals Jesus dat is.

Het doel van Zijn komst is
het verzamelen van de uitverkorenen.
Daarbij vallen alle grenzen weg, ze komen uit alle windstreken.

En als er dan staat dat ‘de zon zijn licht niet meer zal geven’
is dat symbolisch bedoeld.

De zon is niet meer nodig -lijkt de evangelist te willen zeggen-
het ware licht zal immers schijnen als Jesus zelf
de Koning zal zijn van vrede en recht.

Er zijn al voortekenen die ons later zien
dat het goed kan worden op aarde.
En dan wordt er ook nog over de vijgenboom gesproken
die gaat uitbotten.

De vijgenboom behoort mét de wijnstok,
tot de edelste gewassen van het nieuw land
waar alles anders zal zijn.
De verspieders hadden in vroeger tijden
immers ook vijgen meegenomen
uit het land van de wijnstokken, melk en honing.

De vijgenboom is minder aansprekend.
Het ‘zitten onder de vijgenboom’
wordt in de joodse spreekwijze
een uitdrukking voor het in vrede leven
en onder die vijgenboom zittend kun je dan
rustig lezen in de boeken van God.
Een vijgenboom is iets anders dan de Hollandse boerenkool
die blijft bij de grond en geeft geen schaduw
de vijgenboom met zijn grote bladeren is imposant
biedt schaduw, overvloedig.

Kort tevoren (in Mc.11,12) had Jesus gezocht
naar de vruchten aan een vijgenboom die verdord was.
Hij wilde zijn leerlingen erop wijzen dat het,
wat Hem betreft, toch wel de tijd van de oogst mocht zijn:
de tijd van de beslissingen!

Jesus zegt dan ook:
‘In jouw dagen moet het gebeuren’.
In jouw dagen zal het gebeuren
die doorbraak van het Koninkrijk
door alle ellende heen.

‘In jouw dagen’ zegt hij. Daarmee bedoelt Jesus:
‘In jouw dagen vallen de beslissingen
Het woord klinkt tot jou die dit hoort:
jouw beslissingen kunnen de loop
van heel de geschiedenis, zo ellendig als ze is,
doen veranderen.

In alle inzet van de rechtvaardigen
en de mensen die wakker voor het goede kiezen
wordt het teken zichtbaar door alles heen:
van de mensenzoon,
DE NIEUWE MENS die zich vertoont.

Voor Marcus was Jesus dat:
maar dan niet als enige nieuwe mens maar als
‘eersteling van de schepping.’
Maar het kan ook zijn dat jij zelf die nieuwe mens bent
daar denken wij aan bij iedere doop.
Dan hopen en bidden wij dat deze nieuwe mensenkinderen
diegenen zullen zijn
die net dat ene stukje goedheid de wereld in brengen
dat de weegschaal die de goede en de slechts dingen tegen elkaar afweegt
met een grote klap naar de goede kant doet overslaan.

We hebben als christenen ons geloof niet
om een rustig leven te kunnen leiden:
we hebben een taak,
een roeping en we zullen er later op beoordeeld worden
of we aan die roeping hebben beantwoord
als de koning tot ons zeggen zal:
‘wat heb je voor je broeder of zuster betekend.’

Onze Heer zal het zelfs zo krachtig zeggen:
‘IK was hongerig, je hebt mij toch wel gespijzigd?
IK had dorst, je hebt me toch wel aan water geholpen;
IK was vreemdeling, asylzoeker,
je hebt me toch wel goed ontvangen,
mij niet verdacht gemaakt
zoals sensatiebladen en sommige mensen
die zich opwerpen als politici dat doen.

IK was ziek, je hebt me toch niet aan mijn lot overgelaten.’
Ik was in de gevangenis:
je hebt mij niet als mens geminacht

IK was dat allemaal.
Wat jij in jouw leven voor de minsten der mijnen hebt nagelaten te doen
heb je mij onthouden
maar wat je wel hebt gedaan.. dat heb je dus voor mij gedaan

Die roeping te dragen is niet makkelijk
maar tegelijkertijd een uitdaging.

We bidden om een efficiënte aanwezigheid
van ons allen, ieder op onze eigen plek
in dienstbaarheid.

We hebben God als onze Supporters met een hoofdletter:
Wij gaan niet alleen door het leven.

Ik citeer tenslotte uit het Joodse morgengebed:
U was er, toen de wereld nog niet geschapen was.
U bent er sinds de wereld geschapen is.
U bent er in de wereld die komen zal.
U gaat vandaag en de komende dagen met ons mee

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

11 november: Bescheiden en dienstbaar

[print]

32e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • 1 Kon. 17,10-16

  • Hebr. 9,24-28

  • Mc. 12,38-44

Het is een ontroerend verhaal, de eerste lezing.
Er is hongersnood in de stad Sarepta.
‘Er was honger in het land’ lezen we.
Iedereen had het slecht.
En dan wordt een weduwe ten tonele gevoerd:
zij had het helemaal slecht.
Een weduwe had het so wie so moeilijk in Israël,
ze was kwetsbaar en had geen steun.
Had ze kinderen dan was er misschien nog toekomst,
ze zouden later voor haar kunnen zorgen.
Maar de zoon van deze weduwe is
even weerloos als zijzelf: er is geen hoop meer.
Met haar kleine jongen
zal ze haar laatste broodje bakken en opeten
en dan is het einde daar.
Op dat moment komt de profeet aangelopen:
ELIA heet hij.
Die naam betekent: GOD IS WERKELIJK DE HEER.
De naam ‘IK ZAL ER ZIJN’ klinkt in zijn naam door.
Maar waar is Hij dan, de Enige,
die gezegd heeft dat Hij het werk van Zijn handen niet loslaat?
Hij lijkt ver
en de vele beden om dagelijks brood hebben niets uitgehaald.

De profeet komt binnen. Om te geven, te redden?
Op het eerste gezicht niet.
Hij komt binnen OM TE VRAGEN.
Hij vraagt om brood.
Wat een on-mens.
Ziet hij dan niet dat deze vrouw
aan het einde van haar mogelijkheden is?

Maar de profeet beveelt: ‘GEEF DEEL!’.
Eigenlijk zegt hij:
‘durf te sterven door het laatste weg te geven wat je hebt.’

Maar het wonder gebeurt.
Neen ik bedoel nog niet de goede afloop
als het meel blijken zal niet op te raken.
Ik bedoel het grote verbazingwekkende feit
dat de weduwe inderdaad haar laatste levensrantsoen weggeeft.

Ze waagt het, te geven.
Ze durft te sterven om te leven, ze waagt en ze wint.

De vrienden van Jesus waren Hem trouw gevolgd.
Tot driemaal toe hadden zij moeten horen wat Hij wilde:
sterven in Jeruzalem.

Sterven voor Zijn mensen.. sterven.. OM TE LEVEN.
‘Dat nooit Heer’ had Petrus meteen al uitgeroepen.
Maar Jesus gaat Zijn weg.. Jeruzalem tegemoet.
Hij gaat Zijn weg van het geven tot het uiterste.

Als Jesus Jeruzalem is binnengekomen
treedt Hij de tempel binnen.
Zo is de Messias in het hart van Zijn stad.

Wie zijn degenen bij wie Hij zich daar thuis voelt?
Neen, niet de tempelgeestelijken
met hun wapperende gewaden die indruk willen maken.
Voor kleine mensen is Hij bereikbaar.

En namens hen treedt een vrouw op, een weduwe,
weer een weduwe.
Ze geeft al wat ze heeft weg
-net als haar voorgangster toen in Sarepta- ;
ze offert van haar armoede
voor het in stand houden van tempel en synagoge.

Ja, ze houdt die werkelijk in stand
-in de ware, de geestelijke betekenis van het woord-
en Jesus prijst haar.
Ze heeft zichzelf gegeven
voor de opbouw van Gods woning onder de mensen.

Wij zijn hier samen in onze tempel.
In onze geschiedenis kennen wij
een voortdurende spanning tussen rijk en arm.

We mogen –al zijn profiteurs met zijn ideeën aan de loop gegaan-
toch nooit vergeten dat op een bepaald moment iemand is opgestaan
een joodse man met Hollandse voorouders,
die een protest in het leven riep
tegen de ongerechtigheid in de wereld: Karl Marx.
Zijn theorie mag dan zijn tijd gehad hebben
en degenen die zeiden hem te volgen hebben het verbruid:
maar de onrust die hem bezielde
mag best onze onrust blijven.
We zullen toch moeten durven zien
dat wij in onze westerse beschaving
door ons groepsegoïsme vaak het beeld
van Israëls God die voor de kleinen koos hebben verduisterd
en de zorg voor de ander, het kernpunt van het christendom,
niet in al zijn veelomvattendheid hebben verstaan.

Het is een bijbelse gedachte
dat de wereld er is voor ons allen.
Niet alleen voor een bepaalde groep
die toevallig op dat moment de baas is
en er dus van profiteren kan en de dienst kan uitmaken
maar de aarde is er voor alle aardbewoners.

De Pausen hebben gelukkig ook duidelijk hun stem laten horen
tegen dit onrecht in de grote encyclieken RERUM NOVARUM en,
40 jaar later, QUADRAGESIMO ANNO.

Deze Paus sluit in al zijn spreken en doen
aan bij die sociale leer van de kerk.
Een kerk die niet dient, dient nergens toe.
Daar denken we aan op onze diakonale zondag.

Er is veel gedaan door christenen. In het klein vooral.
Er is goed gezorgd voor arme en zieke mensen bijvoorbeeld.
Maar er wordt méér gevraagd van gelovigen.
We kunnen niet alleen omzien naar de individuele mensen
maar moeten ook zien naar de volkeren
die in staat moeten worden gebracht
zichzelf te kunnen ontplooien
zonder dat ze de bedelnap moeten ophouden.

Steeds weer horen wij hoe de grote wereldconferenties
tussen de rijke en de arme landen mislukken
omdat de stappen die echt gedaan moeten worden niet gezet worden
omdat het eigen westers hemd toch nader blijkt
dan de rok van onze verantwoordelijkheid voor de wereld.

Het evangelie is een zware opdracht.
Het verdraagt geen compromissen.
De wereld roept om recht: om Sjaloom.

Zeker, we mogen, ja we moeten zorgen voor ons zelf.
Maar iedere keer worden we doorverwezen:
om er vooral te zijn voor de anderen, onze naasten,
naar de mensen in onze buurt:
onze partners, onze ouders , onze kinderen onze vrienden.

En tegenwoordig is de familie
waar we verantwoordelijkheid voor dragen nog groter:
we reizen met het grootste gemak rond naar Indonesië,
naar Afrika, jongelui gaan op huwelijksreis naar Sri-Lanka:
de hele wereld is ons thuisland geworden.
—————
Als kerk hebben we niet meer de kracht
om getalsmatig, met wapperende gewaden present te zijn.
Maar we kunnen des te efficiënter aanwezig zijn,
onopvallend als de weduwe met haar penninkje.

De priester-arbeiders bv. van kort na de oorlog
waren onopvallend maar solidair aanwezig
in de wereld van de arbeid.

De zusters van Charles de Foucould
in de Amsterdamse Jordaan,
op het woonwagenkamp in Den Haag
of meereizend met een bekend circusgezelschap.
Het zijn veelal goed wetenschappelijk gevormde vrouwen
die net als alle anderen in hun buurt de kleine beroepen kiezen:
als werksters midden in de nacht met andere vrouwen bezig
in de grote kantoren.

Door hun aanwezigheid, hun levensstijl
laten ze iets zien van een nieuwe wereld.

De arme weduwe met haar bescheiden teken
heeft vandaag eigenlijk de preek verzorgd
en de wezenlijke verkondiging voor haar rekening genomen.
Na dit teken getoond te hebben
gaat Jesus de leerlingen voorbereiden op de laatste dingen
door over het eindoordeel te gaan spreken.

Dat doet Jesus,
zelf arm geworden, gestorven aan het kruis.
Hij had op aarde geen steen
om zijn hoofd op neer te leggen
en zelfs geen eigen graf. Een ander moest het zijne afstaan.
Neen, we hebben als christenen ons geloof niet
om zo een rustig leven te kunnen leiden:
we hebben een taak,
een roeping en we zullen er later op beoordeeld worden
of we aan die roeping hebben beantwoord
als de koning tot ons zeggen zal:
‘wat heb je voor je broeder of zuster betekend.’

Onze Heer zal het zelfs zo krachtig zeggen:
‘IK was hongerig, je hebt mij toch wel gespijzigd?
IK had dorst, je hebt me toch wel aan water geholpen;
IK was vreemdeling, asylzoeker,
je hebt me toch wel goed ontvangen,
mij niet verdacht gemaakt
zoals sensatiebladen en sommige mensen
die zich opwerpen als politici dat doen.

IK was ziek, je hebt me toch niet aan mijn lot overgelaten.’
Ik was in de gevangenis:
je hebt mij niet als mens geminacht

IK was dat allemaal, en
wat jij in jou leven
voor de minsten der mijnen hebt nagelaten te doen
heb je mij onthouden
maar wat je wel hebt gedaan..
dat heb je dus voor mij gedaan

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

4 november: Leven om lief te hebben

[print]

31e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Deut. 6,2-6

  • Hebr. 7,23-28

  • Mc. 12,28b-34

Deze week waren we met velen samen
denkend aan onze dierbaren die wij missen
op Allerzielen.
Er was veel verdriet.. afscheid nemen is altijd zwaar.
Bijvoorbeeld van Lisa, oud koorlid, 29 jr. jong
van wie haar familie en haar man afscheid moest nemen.
Als je zo in saamhorigheid bijeen bent zoals de afgelopen vrijdag
dan wordt de vraag, die je je anders ook wel eens stelt
heel existentieel: waar dient het leven toe? Waar leef ik voor?
Hebben we een gezamenlijk doel?

Tijdens Jesus’ opgang naar Jeruzalem,
in de laatste dagen voor zijn dood,
geeft Jesus op die vraag antwoord aan een schriftgeleerde die hem vroeg:
‘wat is onze belangrijkste opdracht?’
wat is het belangrijke gebod?

Het is de laatste vraag die Jesus gesteld wordt
voor de grote confrontatie in Jeruzalem met zijn tegenstanders
als Hij gearresteerd en ter dood veroordeeld wordt.

Matteüs en Lucas vertellen deze vraagstelling ook en vermelden,
net als Marcus Jesus’ antwoord:
‘je zult God liefhebben met heel je hart, met heel je verstand
en met al je krachten’ en (het tweede daaraan gelijk:)
‘je zult je naaste liefhebben als jezelf.
Deze twee geboden worden door Jesus
zo aan elkaar vastgekoppeld dat ze één zijn.

Vele uitleggen van dit evangelie stoppen hier:
fijn dat Jesus de geboden koppelt
want God liefhebben is zo lastig
en als we nou maar lief zijn voor elkaar
voortdurend als trouwe verkenners uit vroeger dagen:
als maar goede daden doen en we zijn klaar.
Maar zo simpel is het niet.
Er dient iets anders aan vooraf te gaan
anders slaan onze goede daden nergens op
en lijken we op de verkenners
die oude dames naar de overkant van de straat brengen
die er helemaal niet moeten wezen.

Marcus –dank aan hem- is de enige evangelist die vermeld
hoe Jesus als begin van het belangrijkste gebod
(nog voorafgaande aan de twee geboden die een zijn)
het grondwoord van het jodendom citeert:
‘HOOR ISRAËL.’
‘Hoor Israël, de Heer uw God is één.’

Het is een zin die op ons christenen niet zo’n indruk maakt.
We beschouwen dat ‘hoor Israël’ als een
niet noodzakelijke beginfrase
En dat terwijl iedere jood die dit hoort
‘Hoor Israël, de Heer uw God is één.’
er tot tranen toe door ontroerd wordt.
In de synagoge bij de RAI in Amsterdam
maakte ik dat mee, bij de jubileumviering van die gemeenschap.
Iedereen gaat staan, zo gauw die woorden klinken
en iedereen zegt de woorden mee
omdat hij daarin zijn diepste geloofsemoties belijdt.
‘Hoor Israel, de Heer jouw God is één!

‘ Hoor Israel; God houdt van je en heeft je nodig.
HOOR Israël; luister mensenkind
naar wat de anderen, al of niet met een hoofdletter
tot jou zeggen willen.
Luister naar het verhaal
van de God van Abraham, Isaak en Jakob,
luister naar het verhaal van de God die liefde is

HOOR ISRAËL…
het staat aan de deurposten van alle joodse huizen geschreven
op de Mezoezah, het kleine tekstrolletje dan aan de deurpost zit
en wat je iedere keer als je je huis binnengaat
even aanraakt om je er aan te laten herinneren
dat God gehoord wil worden
en dat jouw rol als mens vooral luisteraar is.
We krijgen zoveel te zien tegenwoordig en te horen
zodat we niets meer kunnen zien en horen…
we worden ziende blind en horende doof.
De grondwet van ons geloof is
niet zet je radio of je TV aan
of een muziekje in de auto maar luister
luister naar het verhaal van God met de mensen.

En dat is er nog een tweede deel van de zin: God is één!
Wij beluisteren dat als een theologische stelling:
God is niet twee of vijf maar één.
Maar dat is er niet mee bedoeld.

Om te begrijpen wat ‘GOD IS EEN’ betekent
moeten wij bij een verliefde jongen bijvoorbeeld in de leer gaan:
‘mijn meisje… daar is er maar EEN van;
ze is uniek!

Zoiets bedoelt de jood ook:
‘Hij- die God van ons- daar is er maar één van:
Hij is UNIEK !! ‘.
Hij is uniek omdat Hij om de mensen geeft
omdat Hij onze tranen ziet
omdat Hij ons huilen hoort
en Zijn kleine mensen liefheeft, bevrijdt en troost
-en dat hadden we de afgelopen week dus nodig-.

De wet van Mozes zegt verder
(en Jesus doet niet anders
dan de consequentie van het voorgaande noemen) :

‘Je zult (omdat Hij zo uniek is)
Hem waarderen zoals Hij is
(zoiets betekent van Hem houden)
en omdat Hij zoveel van jou houdt
je naaste gaan beminnen zoals jezelf door Hem bemind wordt.’

Wat zijn wij gezegend
dat we het hier mogen horen, iedere week.
Luister naar God en luister naar je naaste.
Luister naar wat hij of zij je werkelijk zeggen wil,
luister naar zijn roep om hulp
luister naar zijn vraag om aandacht
luister naar de mens die wil
dat jij met hem meeleeft, meelacht, meehuilt
en ga dan met hem of haar verder:
beantwoord zijn of haar diepste verlangens.
Zoals God er voor jou is:
wees er voor je naaste die niet zonder jou kan.

Jesus zelf leefde dat gebod voor:
hoorde naar de Vader.
Hij heeft omdat Hij goed gehoord had naar de opdrachten
die Zijn Vader hem gegeven had ook alles wel gedaan:
Hij gaf aan blinden het gezicht,
de nacht heeft Hij verdreven
gaf doden weer het leven
waar Hij voorbijging werd het licht.

Als het gesprek dat wij vandaag hoorden
plaats gevonden heeft gaat Jesus op naar Jeruzalem
om ons de liefde tot het uiterste toe voor te leven.

De kleinen, de kinderen, de weerlozen
de gekwetsten zullen hem als partijganger herkennen:
Hij zal in de gevangenis komen met de veroordeelden,
hij zal gegeseld worden met allen die geslagen worden:

Daar in Jeruzalem zullen de woorden van het “hoor Israël”
aan Hem op hun kracht worden beproefd.
De Schriftgeleerde die met Jesus gepraat had
had het geheim van deze mens,
deze zoon van God goed begrepen:
‘je bent niet ver af van het koninkrijk Gods’
zegt Jesus tot hem. ‘

Ook voor ons geldt:
als we weten willen waar het op aan komt
zijn we niet ver van het Koninkrijk Gods.

Dat gold voor ons allen
op die weemoedige Allerzielendag
toen we ons aan elkaar optrokken
en in onze droefheid de blijde boodschap hoorden
dat van ons houdt en met ons meetrekt.

Hij is uniek, Hij is één en dezelfde trouwe en liefdevolle
die ons, het werk van zijn handen niet loslaat
en die grote dingen van ons verwacht.
Zal ik iets noemen. Kinderpardon,
trouw, liefde volharding.

Ons leven heeft zin:
wij leven voor de liefde.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

2 november: Allerzielen

[print]

Allerzielen

Schriftlezingen:

  • Klaagl. 3,17-26

  • Rom. 5,5-11

  • Joh. 14,1-6

Dat God de mensen die voor Hem kiezen niet teleur zal stellen
vieren we op deze 1e en 2e november: Allerheiligen en Allerzielen.
Ik noem ze met opzet samen. Ze horen bij elkaar.
Vroeger werden Allerheiligen en Allerzielen op één dag gevierd.
Eigenlijk beter want God discrimineert niet.
In de hemel heb je geen eerste en tweede klas meer.
Het gaat daar om het grote volk van God dat Hij verzamelen wil.
Op Allerzielen worden de namen gelezen
uit het Liber Defunctorum: de namen van hen die uit deze kerk werden uitgedragen
en enkelen uit de kring daar rond om heen.
Die namen betekenen veel voor ons, maar ook voor God:
er staat immers in de Schrift te lezen
dat God die namen geschreven heeft in de palm van zijn hand

Eens vroeg uw vriend Mozes: hoe is Uw naam?
En vanuit een brandende braamstruik klonk toen het antwoord:
MIJN NAAM IS: IK ZAL ER VOOR JE ZIJN.
Die naam is een naam om te onthouden. Een naam die troost en geneest.

Op deze twee dagen, Allerheiligen en Allerzielen
willen wij belijden hoe belangrijk het leven van alle mensen is.
Wij noemen met ere de mensen die ons vormden, de mensen
die ons opvoedden en troostten. De mensen die ons door hun
levenshouding lieten zien dat wij zelf er mogen zijn.
Want mensen (ook wijzelf!) zijn kostbaar en uniek.
Ieder mens bewaart een bijzonder geheim
-een bekend spreekwoord omdraaiend- iedereen is onmisbaar.
Zalig ieder mens (evangelie Allerheiligen) op zijn eigen plek.

Op Allerzielen lezen we: ‘Het huis van de vader biedt vele kamers’
-we lezen de nieuwe vertaling, wat klinkt dat huiselijk-
(de oude vertaling sprak over woningen).’
We hebben die tekst bij vele uitvaarten gelezen.

Deze geloofsbelijdenis getuigt van onze hoop dat onze dierbaren
bij de Eeuwige ‘op kamers komen wonen.’
Maar, zelfs op Allerzielen, zijn zij niet de enigen die belangrijk zijn.

De viering van Allerheiligen en Allerzielen is er ook voor ons.
opdat wij, zoals wij hier zijn, bedroefd en verslagen, angstig onzeker,
dwalend, zoekend, vindend mogen horen, dat er voor ons ook ruimte is bij God.
Het is vandaag ook een plechtigheid voor ons
opdat wij, zoals wij hier zijn,
bedroefd en verslagen, angstig onzeker,
dwalend, zoekend, vindend mogen horen
dat er voor ons ook ruimte is bij God.

– Ook wij mogen er zijn
ook voor ons is er plaats
ook ons leven heeft zin.

Wij reizen niet door een donkere tunnel
die geen einde heeft
wij zijn op weg naar het licht
dat ons toestraalt in het kind
dat met kerstmis geboren is.
God wil er zijn voor ons,
in deze gehavende wereld,
Hij wil er zijn ‘met ons’ Emmanuel.

Er is een nieuwe stad
die naar ons toe komt
die dichterbij zal komen
een nieuwe wereld, een nieuw Jeruzalem, die nieuwe stad van God,
die neerdaalt uit de hemel,
schoon als een bruid die zich getooid heeft voor de bruidegom
Dan zal er een nieuwe wereld zijn
waarin stinkende ideologieën niet meer zullen bestaan,
geen fascisme, geen racisme, geen discriminatie
want God zal alles in allen zijn.
Hij zal alle tranen afdrogen van mensen die verdriet hebben
Hij zal troosten wie die troost nodig hebben.
Hij bouwt aan Zijn stad van vrede waar ruimte is voor allen;
daar zullen de asylzoekers met alle égards worden ontvangen
omdat er voor hen plaats is in de herberg,
dan wordt niemand meer gediscrimineerd om kleur,
ras, godsdienst of geaardheid,
daar zal Hij alles in allen zijn.

Ja zelfs de dood heeft bij Hem geen recht van spreken meer
geen rouw zal er zijn, geen geween, geen smart
want al het oude is voorbij.

II. We hebben elkaar weer opgezocht,
vandaag om onze droefheid samen te dragen:
Maar we hebben elkaar niet opgezocht
om samen te klagen en te steunen alleen
maar om samen in de tijd die ons ieder gegeven is
elkaar lief te hebben, vast te houden
en te bouwen aan die wereld
waarover de droom van Gods nieuwe wereld gaat.

En ook om te zoeken, want zoekt en gij zult vinden.
Om te zoeken naar de diepte in ons eigen bestaan
om te zoeken naar de zin van ons leven
en misschien ook om geloof te vinden
het geloof dat besmeurd en gehavend tot ons komt
dat wordt doorgegeven en bedorven door de kerken
dat wordt voorgeleefd en vervormd door mensen
maar dat een goede stille kracht is
die ons op de been houdt.

Dat is het geloof in een persoon,
een God die heeft gezegd:
IK ZAL ER ZIJN VOOR JULLIE,
dat geldt onverkort voor ieder van ons.

III. God houdt van mensen en zal dat blijven doen.
En tot ons ALLEN is gezegd: ‘jullie zijn een heilig volk’
en tot IEDER VAN ONS PERSOONLIJK is gezegd:
‘ik heb jou nodig, ik kan niet zonder jou.’
‘ik roep jou bij je naam,
wees er voor de mensen voor wie jij iets kunt betekenen.’
Dan geldt ons allen dat Hij ons niet teleur zal stellen.

Ieder mens mag er zijn.
voor ieder mens is ruimte……
voor ieder mens met haar of zijn eigen idealen,
met zijn eigen ideeën.
Hij wil onze God zijn door dik en dun
Hij stelt alleen één voorwaarde
waaraan wij moeten voldoen:
als wij ook elkaars herders en herderinnen willen zijn
net zoals de Heer onze herder wil zijn:

Wij hier beneden zijn nu al opgenomen
in de liefde van God die alle begrip te boven gaat.
Ook wij mogen leven in het licht dat niemand doven kan.

IV. Jesaja heeft het over een feestmaal dat de Heer aanricht.
God is een gezellige God, die voor ons zelfs heerlijke pure,
rijpe wijnen heeft klaarstaan. Dat is toch een troostrijke manier van zeggen.

De oude lofzang Te Deum die altijd op bijzondere feesten wordt aangeheven
eindigt met een verwijzing naar onze onzekerheid:
In Te Domine speravi,
op U Heer heb ik mijn hoop gesteld (als U er toch niet was!)
maar dan gaat het triomfantelijk verder: non confundar in aeternum:
ik kan niet teleurgesteld worden.

Zo moge het zijn, sterkte u allen deze dagen!
Bewaar elkaar houdt elkaar vast
tot onze laatste snik

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

28 oktober: Iedereen in het licht!

[print]

30e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jeremia 31,7-9

  • Hebreeën 5,1-6

  • Marcus 10,46-52

Jericho is niet zomaar een stad!
Het is de stad met de muur aller muren:
Ze stonden ooit streng overeind
en de poorten waren gesloten
toen weerloze slaven van Egypte die zochten naar woonruimte
om levensruimte vroegen.
Maar, u kent het verhaal:
‘ the walls came tumbling down.’

Wat is dit actueel in onze dagen!
Duizenden en duizenden mensen zijn op zoek
naar leefruimte maar overal zijn hekken en muren.

Door een geweldloze actie van de weerlozen
die zeven maal rondom de stad liepen
met de ark van God in handen
gingen de muren eraan en stortten in.
Een verhaal met een rijke symboliek:
het woord van God
(gesymboliseerd door de ark met de tien geboden)
is alle gewelddadigheid de baas.
Nog een beetje mooier gezegd:
geen muur houdt stand voor de kracht van de liefde.

Jesus passeert Jericho als Hij op weg gaat naar Jeruzalem.
Jericho in Jesus’ tijd een spookstad,
alles in puin en de profeten hadden gezegd
‘nooit mogen die muren worden herbouwd.’

Jesus passeert Jericho als een tussenstation
op zijn weg naar Jeruzalem.
Daar vermeldt Marcus Jesus’ ontmoeting
op zijn weg naar Jeruzalem met een blinde.
Het is de 4e ontmoeting in de serie ontmoetingen van Jesus
op weg naar Jeruzalem waar Hij zijn leven voor de mensheid zal offeren.
De eerste die hij tegenkwam (1) was de farizeeër,
die vroeg of je als man je vrouw mocht wegsturen
toen kwamen de kinderen (2); de leerlingen wilden die wegsturen,
toen (3) de rijke jongen die Jesus wilde volgen
maar niet alles wat hij bezat durfde te verkopen,
en nu is er (4) de blinde bedelaar.
In al die ontmoetingen leren wij iets over
hoe Jesus de mensen benadert
en wie Jesus voor de mensen wil zijn.

Laat ons goed opletten:
wat gaat Hij doen, wat gaat Hij zeggen?

* Wat gaat Hij doen?
Allereerst: hij loopt de blinde niet voorbij
zoals zovelen die geen aandacht besteden aan mensen in nood,
die naast de weg terecht gekomen zijn.
‘Langs de weg’ lag hij, zo vermeldt de evangelist.
Hij kon niet meelopen met alle anderen
die druk doende waren, allemaal gewichtig op weg naar belangrijke dingen.

De blinde doet daar niet aan mee, hij ligt aan de weg, is machteloos.
Hij leeft van wat een vriendelijke onnozelaar hem geeft
maar hij hoort niet bij de anderen,
Hij ligt LANGS de weg.

Als de mensen merken dat hij naar Jesus roept
vallen ze eerst tegen uit:
‘hou je mond, jij hoort niet bij ons.’

Maar Jesus stopt. Hij heeft hem gehoord.
Heel schijnheilig gaan de anderen dan op eens om
en zeggen: ‘heb goede moed, hij roept je.’
Maar die omstanders zijn niet belangrijk.

Het gaat om Jesus en de man langs de weg.
Jesus stopte zagen we, maar wat doet hij nog meer?
Hij richt het woord tot Hem.

* En wat gaat Hij dan zeggen?
Zoiets als ‘arme sukkelaar, zal ik je helpen.’
Neen, Jesus stelt zich niet boven deze naaste.

Hij zegt iets anders. Niet ‘ik zal wel even dit’
maar Hij richt zich tot de ander
Hij neemt hem serieus als Hij vraagt:
‘wat wil jij dat ik voor jou zal doen.’

Een nieuwe levenshouding van
aandacht en trouw aan wat de ander van jou wil.

De oktobermaand is missiemaand,
de vorige week hebben we voor de missie gecollecteerd.
Het gaat dan niet om neerbuigendheid en betweterigheid
het gaat om waarachtige dienstbaarheid.

Een goede missionaris zegt niet:
‘arme sukkels in breng jullie een blijde boodschap’
maar vraagt – net als Jesus in het evangelie vandaag- :
‘wat kan ik voor jullie betekenen.’

Tegenwoordig wordt het erg belangrijk geacht
– en vroeger was het dat eigenlijk ook al –
om te beseffen wat mensen
van de landen waar jij op bezoek bent zelf willen.

Ze vragen dat je hun cultuur bijvoorbeeld
serieus neemt. En daarom zijn zij degenen
die bij het tweede Vaticaanse concilie ervoor gezorgd hebben
dat de volkstaal, voor ons het Nederlands, in de liturgie kwam.

Het waren niet de moderne westerse theologen die dat bereikten
maar dat waren de missionarissen in Indonesië
en op de Filipijnen die de dwaasheid inzagen
van het begroeten van mensen
met een eigen cultuur van duizenden en duizenden jaren
in het Latijn, de hoftaal van het westromeinse keizerrijk
dat vergeleken met hun cultuur pas kwam kijken.

‘Wat wil jij dat ik voor jou wil doen’
is de vraag die missionarissen en zendeling uitspreken
bij hun contact met anderen

maar dat zal ook de vraag moeten zijn
die alle mensen op de lippen moeten nemen
als zij zich keren tot hun medemensen,
actueel vandaag nu er zoveel duizenden vragen om hulp.

Het is de vraag van de mens
die zich werkelijk voor een ander interesseert,

het is de vraag van de man of de vrouw
die zijn of haar partner serieus neemt
en misschien ook die van de ouders aan hun kind-

het is de vraag die de hulpverlener, de professionele
of de vrijwilliger van een parochie bijvoorbeeld
op de lippen moet nemen
als hij het voorrecht heeft een ander te mogen bezoeken;
WAT WIL JIJ DAT IK VOOR JOU ZAL DOEN.

De blinde weet wat hij zeggen moet:
‘Heer dat ik weer mag zien!’
Hij wordt geholpen,
hij zal zien.

Dat zal heel wat voor hem gaan betekenen
maar niet alleen omdat hij
nu de bloemetjes en de bijtjes kan bekijken.

Hij zal Jesus zien, de Messias
en hij zal zien wat Jesus gaat doen en welke weg Hij zal gaan.

En nu zou ik zeggen:
-arme blinde was je maar niet genezen-
want je zult zien hoe Jesus opgaat naar Jeruzalem
je zult zien hoe Hij daar veroordeeld wordt,
hoe Hij zal lijden en sterven aan het kruis.

Je zult Jesus’ vernedering zien
en zijn graflegging.

En als dat allemaal gebeurd is
komt het op het echte zien aan.

Het zal er dan op aan komen
te zien dat deze Jesus werkelijk de zoon van God was
dat Hij werkelijke de solidaire vriend van de kleinen was
en dat Hij in zijn trouw aan de wil van de Vader
de ware Messias was die gevolgd moet blijven worden.

De mens die zover is dat hij dit alles ziet
zal ook het vervolg mogen zien: de verrijzenis.

De mens die ziet dat de mens die in deze duisternis ging
werkelijk de gestalte van God is
zal op de paasmorgen ook het ware licht zien
dat iedere mens verlicht;

Als mensen Hem durven volgen
zullen alle muren van haat en achterdocht
net als die van Jericho instorten,
zal de dienst aan de naaste hoogtij vieren,
zullen alle tranen worden gedroogd
en zal God alles in allen zijn.

Deze zaterdag hadden we onder de Mis
de Vormselviering van een volwassene
en op zondagmorgen de doop van een klein meisje:
God werk met ons gaat door.

Wat zou het fijn zij als God echt alles in allen zou zijn
deze wereld helemaal nieuw en glanzend
en iedereen levend in het licht! Amen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

21 oktober: Wie durft?

[print]

29e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jesaja 53,10-11

  • Hebreeën 4,14-16

  • Marcus 10,42-45

Ze durven wel wat..
die twee goedwillende jongens uit het evangelie van vandaag.
Ze willen best wat wagen.
Ze wilden Jesus achterna, -niet slecht-
ze willen best voor Hem opkomen
ook als er moeilijke dingen worden gevraagd
maar… wel boter bij de vis:
ereplaatsen in het Koninkrijk dat komt na de strijd,
aan Jesus’ rechter- en linkerhand liefst.

Het pleit voor Jesus’ zorgvuldigheid
in zijn omgang met zijn leerlingen,
als Hij de zonen van Zebedeüs totaal niet verwijt
dat hun vraag eigenlijk voortkomt uit verwaandheid en overmoed.
Het is, volgens Jesus, misschien toch een eerste stap
op de weg van God,
een jeugdig idealisme dat je niet meteen moet afsnauwen.

Hij bestraft ze dus niet maar test ze op hun echte kwaliteiten als Hij zegt:
‘kunnen jullie de beker drinken die ik zal drinken
en de doop ondergaan die ik zal ondergaan’.

Als ze dan (nog steeds overmoedig) antwoorden:
‘JA DAT KUNNEN WIJ’ .
Kan Jesus dat niet zomaar laten gaan.

Konden ze maar een beetje in de toekomst kijken,
d.w.z. kenden ze zichzelf maar een klein beetje beter!

Niet meer dan vier hoofdstukken verder
zullen wij over alle leerlingen, zonder uitzondering,
horen vernemen:
‘TOEN VERLIETEN ALLEN HEM EN NAMEN DE VLUCHT’,
en nog later horen we wie er aan zijn rechter – en linkerhand
terecht komen: twee medeveroordeelden aan het kruis.

Over het lijden dat de rechtvaardigen overkomt
hoorden we vandaag de Jesajatekst:
‘de Heer heeft besloten zijn dienaar
te vernederen en Hem te doen lijden.’
Heel gemakkelijk beschouwen we deze tekst als een soort noodlotstekst
het is als het ware ‘in de sterren geschreven’
beter: door de Vader bevolen en door de profeet voorspeld
dat Jesus zou lijden
maar zo simpel is het niet.

In een van onze tafelgebeden staat daarom ook dat Jesus
VRIJWILLIG ZIJN LIJDEN OP ZICH NAM.
Niet dus omdat het in de sterren
of in de boeken geschreven stond.
Niet als noodlot maar.. als konsekwentie
van het opkomen voor de dingen waar Hij voor opkwam.

Jesus wilde met Zijn boodschap over God
de mensen geluk en vrijheid doorgeven….
als dat mogelijk zou zijn.
Eigenlijk had Jesus
-al klinkt dat een beetje vreemd in onze oren-
helemaal niet willen lijden.

Maar…. dat bleek niet mogelijk.
Door de buitenwereld werd Hij
(juist als Hij opriep tot menselijkheid,
vriendelijkheid en vrijheid)
regelmatig voor gek of ‘bezeten’ uitgemaakt:
zelfs door zijn eigen familie…
En aangezien Hij wilde blijven wie Hij was en wat Hij was
wekte dat steeds meer verzet op.

Omdat Hij trouw wilde zijn aan Zijn roeping,
een roeping van trouw en solidariteit aan de mensen,
vooral aan de mensen die verdrukt werden of geminacht..
ging Hij onafwendbaar zeker Zijn lijden tegemoet.
Een moderne psycholoog schreef eens:
‘zo leek Zijn situatie op die van een patrijs
na het invallen van de winter:
Nog dragen zijn veren de bonte schut-kleuren van de zomer,
maar de eerste sneeuwval
ontneemt aan deze prachtige tooi iedere beschuttingswaarde
en op groteske wijze is hij voor alle prooizoekers
al van verre herkenbaar.’

Jesus leefde als evenbeeld van God.
Hij leefde vastberaden en overtuigd
van de waarde van Zijn voorbeeld
maar juist daarom was Hij zo kwetsbaar
een gemakkelijke prooi voor zijn tegenstanders
en daarom deed zijn innerlijke vastberadenheid
zijn leerlingen huiveren van vrees.

De kring van de leerlingen die al of niet tekort schieten
staat in het Marcus-evangelie model
voor heel de kerkgemeenschap van toen en later.

Het zal in de kerk nooit aankomen
op mooie titels of prachtige ambten
maar op consequente dienst tot het uiterste toe.
Vandaag is het wereldmissiedag, dat heeft te maken met de missionaire beweging in de negentiende eeuw welke als LEKENBEWEGING begon en aanleiding gaf tot het ontstaan van vele missiecongregaties. In 1926 wees paus Pius XI de voorlaatste zondag van oktober aan als Wereldmissiezondag.
We bezinnen we ons op het merkwaardige feit
dat er tot op de dag van vandaag mensen zijn die in Jesus’ naam
gingen en nog steeds gaan verkondigen
wie de God van Abraham Isaak en Jacob,
(die ook de God van Jesus wilde zijn), is
en dat Die partij heeft gekozen
voor menselijkheid en vrijheid
en dat Hij daarom bij uitstek solidair wil zijn
met al die mensen die veracht en vervolgd worden
of gemarteld: waar ter wereld niet.

Missionarissen zijn de mensen die
-meer dan anderen wellicht-
de solidariteit waartoe wij als kerk geroepen zijn
handen en voeten hebben gegeven.
Ze hebben medicijnen aangesleept en ontwikkelingswerk gedaan
vòòr iemand nog wist dat wij dat moesten doen.
In een tijd waarin mensen vaak niet verder keken
dan hun eigen Hollandse erfje trokken zij er al op uit
om de boodschap van de bevrijding te verkondigen
over heel de wereld.

Die boodschap zal nog wel enige tijd moeten blijven klinken
want helaas is de rol van de mensen die de vrijheid van anderen
willen belemmeren nog lang niet uitgespeeld..
en zijn er nog steeds mensen die voor een gemakkelijk leven
onderdanig aan de grote economische machten
en machthebbers kiezen.

Jesus ontmaskert de structuren van macht en geweld
die nog steeds mensen ongelukkig maken.
als Hij de manier van doen van de groten der aarde beschrijft en zegt:
‘je weet hoe de groten der aarde willen regeren:
met macht en met ijzeren vuist’.
en Hij gaat verder:
‘Zo moet het bij jullie er niet aan toe gaan:
wie onder jullie groot wil zijn
moet dienaar van de anderen durven wezen.’

Daarmee roept Jesus ons niet op
tot een soort zachte bescheidenheid
maar tot een daadwerkelijke dienstbaarheid
en trouw die anderen tot zegen is.
Dat zal heel wat consequenties hebben.

Over de hoofden van de twee goedwillende onnozele zonen
van Zebedeüs heen verzekert Hij iedereen
die vandaag Zijn volgeling wil zijn:
‘Je zult de kelk drinken die ik drink
en de doop ondergaan die ik ondergaan zal’.

En wat zal je dat opleveren?
Allereerst een hoop zorgen,
het maakt je leven zwaarder
als je je de dingen aantrekt die gebeuren
en zelf dienstbaar wilt zijn aan de opbouw
van een wereld waar ruimte is voor allen.

Maar toch heeft Jesus eerder ook wel iets fijns gezegd:
‘als je mij volgt zul je
hier al in dit leven al een overvloed aan troost ontvangen.’
Die troost komt niet tot je als een loon dat je verdiend hebt
maar als bevestiging dat je goed bezig bent als je gaat met God.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Dirigenten

Sanne Nieuwenhuijsen – Magistra Cantus

Sanne_nieuwenhuijsen_nov_2008_bwSanne Nieuwenhuijsen (1979) begon haar muzikale opleiding op de Kathedrale Koorschool Utrecht. Aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag studeerde ze hoofdvak Koordirectie bij Jos van Veldhoven en Jos Vermunt. Daarnaast volgde ze ook het hoofdvak Solozang bij Sasja Hunnego en Gerda van Zelm. Na haar studie volgde Sanne masterclasses koordirectie bij onder meer Tonu Kaljuste, het Nederlands Kamerkoor en Veljo Tormis.

Sinds 1998 heeft Nieuwenhuijsen als (assistent-)dirigent voor een reeks van gezelschappen gestaan, waaronder het Kathedrale Koor Utrecht , Kamerkoor Venus, het Erasmus Kamerkoor en het Toonkunstkoor Amsterdam. Ook leidt zij diverse projectkoren in Nederland en coacht zij regelmatig (semi-) professionele ensembles. Momenteel is ze de vaste dirigent van Kamerkoor Vocoza. Deelnames aan (internationale) koorfestivals leverden meerdere malen eerste prijzen op met deze ensembles.

Vanaf 2010 is Sanne als dirigent verbonden aan het Muziekinstituut van de Kathedraal Sint Bavo te Haarlem. Op 29 september 2013 is Sanne Nieuwenhuijsen geïnstalleerd als Magistra Cantus. Daarmee is zij de eerste vrouw in Nederland die in deze functie benoemd wordt.

Sanne Nieuwenhuijsen is verder werkzaam als zangpedagoog en incidenteel als uitvoerend zangeres, en is moeder van drie kinderen.

Rens Tienstra – Tweede dirigent

Rens-TienstraRens Tienstra studeerde al op jonge leeftijd orkestdirectie bij Dick Verhoef en daarna aan de vooropleiding van het conservatorium van Amsterdam bij Lucas Vis en Sam ten Velde. Tienstra studeerde in 2013 af als Master of Music in Compositie met een onderzoek naar de raakvlakken tussen gregoriaans en hedendaagse compositie.

Tienstra’s composities zijn inmiddels gespeeld door uiteenlopende groepen als het Nieuw Ensemble, Nederlands Blazers Ensemble, ASKO|Schönbergensemble, Prometheus Ensemble en Hollands Vocaal Ensemble. Zijn muziek klonk op bijzondere locaties als het Concertgebouw Amsterdam, Muziekgebouw aan het IJ, de Noorderkerk Amsterdam, strand en duinen, en binnen- en buitenlandse klokkentorens. Tienstra is koorleider van de dames- en herenensembles van de Schola Gregoriana Noordwijk, de Schola Cantorum Oegstgeest (één van de oudste schola’s in Nederland) en als zanger verbonden aan de Schola Cantorum Amsterdam en Ensemble Scholares (D). Om het gregoriaans op nieuwe wijzen te kunnen uitvoeren stichtte hij de jaarlijkse PASSIO-concerten in Noordwijk en nam hij het initiatief tot de Nationale Getijdendag in de Haagse Kloosterkerk.

Als dirigent en coach is hij actief bij meerdere koren en ensembles van uiteenlopende bezetting. Als docent was hij drie jaar lang verbonden aan het Nieuw Amsterdams Kinderkoor; vanaf augustus 2016 is hij als tweede dirigent verbonden aan de Haarlemse Kathedrale Basiliek St. Bavo en de bijbehorende Koorschool. Daarnaast treedt hij op als pianist of begeleider, is hij actief als programmeur (o.a. van de concertserie “Muziek in Jeroen”) en arrangeur, en geeft hij geregeld lezingen over allerhande muzikale onderwerpen.

Sarah Barrett

Sarah-BarrettSarah Barrett (Baltimore Maryland, U.S.A.) behaalde haar zangdiploma aan het Trinity College in Hartford, Connecticut. Na het winnen van de Maryland State Vocal Competition, ontving zij een uitnodiging om te zingen met het Baltimore Symphony Orchestra en de Washington Opera. Na een actieve carrière als zangeres in Wenen verhuisde Sarah Barrett naar Nederland, waar zij zich verder verdiepte in koordirectie. Zij nam deel aan de Kurt Thomas Cursus en studeerde bij Hans Leenders, Daan Admiraal en Gilles Michels.

Sinds 2004 is Sarah Barrett dirigent van het vocaal ensemble Haarlem Voices, die in 2008 de eerste prijs (categorie kamerkoor) in het Nederlands koorfestival won. Binnenkort is Haarlem Voices te horen in een Kerstconcert met Wings, een kamerensemble van de Holland Synfonia.

In 2008 dirigeerde zij de wereldpremière “Star over Amsterdam”, een Kerstoratorio van Camille van Lunen. Als stempedagoge geeft Sarah privé-lessen in zowel Nederland als Oostenrijk. Zij is vermaard om haar werk met kinderstemmen. Zo werkte zij intensief met de Wiener Sängerknaben. Sinds 2000 is zij verbonden aan de Koorschool St. Bavo Muziekinstituut als stemvormer en interim koorleider.

Met het Kathedrale koor reisde zij in 2009 naar Rome en verleende haar medewerking aan diverse concerten in het Vaticaan. In 2010 begeleide ze vier kindersolisten voor Britten’s Saint Nicolas Cantate.

Fons Ziekman

Fons en koorFons Ziekman werd in 1948 geboren te Amsterdam-West. Zijn eerste pianolessen ontving hij van Jos Pickers, de organist van de Tichelkerk aan de Lijnbaansgracht. Tijdens zijn studie (met als specialisatie muziek en geschiedenis) aan de Kweekschool “Magister Vocat” te Amsterdam werd hij in staat gesteld verschillende malen het schoolkoor te dirigeren.

Na het behalen van zijn onderwijzersdiploma werd hij in 1971 onderwijzer aan de Maria-lagere school te Wormer, alwaar hij tevens dirigent werd van het parochiekoor. In 1974 ging hij schoolmuziek en koordirectie studeren aan het Alkmaars Conservatorium. Tegelijkertijd volgde hij enkele jaren de 14 dagen per jaar durende Kurt Thomascursus voor koordirigenten; hij kreeg daar les van o.a. Felix de Nobel, Hans v.d. Hombergh en Jan Eelkema.

In 1977 werd Fons Ziekman benoemd als muziekdocent aan de Haarlemse Koorschool St. Bavo. Daarnaast fungeerde hij als repetitor en assistent-dirigent van het Kathedrale Koor St. Bavo, dat toen onder leiding stond Mgr. Drs. J. Valkestijn.
In 1989 werd Fons Ziekman door de Bisschop van Haarlem benoemd als Magister Cantus van de Kathedrale Basiliek van St. Bavo en tevens directeur van het Muziekinstituut van de Kathedraal St. Bavo.

Op initiatief van Ziekman werd op 23 december 1990 voor de eerste keer in de kathedraal het Festival of Nine Lessons and Carols gehouden. Tijdens deze viering droegen de koorleden voor de eerste keer hun nieuwe, rode, togen en superplies. Dit Festival bleek een enorm succes en werd tot op heden een jaarlijks terugkerende traditie.

In 1992 werd besloten ook meisjes toe te laten op de Koorschool. Dit betekende niet, dat ook de meisjes in het Kathedrale Koor werden opgenomen. Fons Ziekman hechtte er aan de jongenskoorklank met mannen te laten bestaan en een nieuw fenomeen, de Meisjescantorij, op hetzelfde niveau in de kathedraal en daar buiten te laten fungeren. Inmiddels zijn naast de Meisjescantorij nog vier deelkoren actief als onderdeel van het Kathedrale Koor, te weten het Jongenskoor, het Mannenkoor, de Bavocantorij en de Capella Puellarum.

Fons Ziekman met eretekenZowel met het Kathedrale koor als de onderscheiden deelkoren heeft Fons Ziekman verschillende buitenlandse concertreizen gemaakt naar o.a. Duitsland, Frankrijk, Italië (Rome), Rusland (Moskou), Engeland (o.a. Cambridge, Lincoln, Norwich, en Ely) en Japan (16 verschillende steden).

Bij zijn afscheid als Magister Cantus op 29 september 2013 is Fons Ziekman door Paus Franciscus benoemd tot ‘Ridder in de orde van Sint Sylvester’ voor zijn uitzonderlijke inzet voor het Muziekinstituut, de koren en kerkmuziek.

Installatie nieuwe pastorale team

imageZondag 23 september vond in de kathedrale basiliek van Sint Bavo in Haarlem de installatie plaats van de nieuwe pastoor, dr. Bart Putter, en de nieuwe kapelaan, Johannes van Voorst tot Voorst. De installatie en presentatie was een feestelijk gebeuren in een goed gevulde kathedraal. De nieuwe pastoor Bart Putter legde de geloofsbelijdenis en eed van trouw af en werd geïnstalleerd in zijn ambt, kapelaan Johannes werd ge­pre­sen­teerd aan de parochie. Diaken Philip Weijers werd benoemd als onbezoldigd diaken voor ondermeer de liturgische assistentie in de kathedraal en waar nodig in de regio. Hulpbisschop mgr. Hendriks sprak de hoop uit dat deze samen­wer­king in de regio van priesters en diakens vruchtbaar zal zijn en een goede impuls zal geven.

Opbrengst en uitslag loterij 4e kerkenveiling

De opbrengst van de 4e kerkenveiling ten behoeve van de Kathedrale Basiliek Sint Bavo en het Muziekinstituut Sint Bavo is €7395. Wij willen alle kopers, sponsors en vrijwilligers hartelijk bedanken en we hopen u volgend jaar op 11 oktober 2019 weer te verwelkomen!

Comité kerkenveiling Kathedrale Basiliek Sint Bavo

Uitslag loterij

Prijs Lot Naam
1e 467  Mevr. Cawadino
2e 474 N. Hutting
3e 100 R. de Leeuw
4e 061 C.Baijer
5e 037 J.W. Gulickx
6e 036 J.W. Gulickx
7e 098 C. van Leeuwen
8e 397  E. Morag
9e 247  R. Stoets
10e 347  J. Wisniewski

Met de winnaars van prijs 1 t/m 3 is gecorrespondeerd. De winnaars van de prijs 4 t/m 10 kunnen tot 1 november hun prijs bij de winkel ophalen na de H.Mis.

4e Kerkenveiling

veilingcover_2018Vrijdag 12 oktober a.s. vanaf 20:00 uur wordt al weer de 4e editie van de kerkenveiling gehouden in het Bisschopshuis (voorheen plebanie) aan de Leidsevaart, ingang de tuin aan het Emmaplein.

Ook dit jaar hebben de veilingcommissie en de Koorschool de handen ineen geslagen om mooie kavels bij elkaar te vinden. Een deel van de opbrengst is daarom bestemd ter ondersteuning voor het doorlopende onderhoud van onze mooie Bavo kathedraal en de nog voortgaande werkzaamheden rond o.a. de uitbreiding van het KathedraalMuseum. Een ander deel bestemd is voor de Koorschool. De opbrengst van hun deel van de veiling zal besteed worden aan nieuwe uniformen voor de koorleden.

Ook al zijn de steigers uit beeld verdwenen, het werk aan de kathedraal is nog niet af. De geluidsinstallatie moet nog worden aangepakt en ook de voortgaande werkzaamheden rond de uitbreiding van het KathedraalMuseum moet doorgang vinden. De opbrengst van deze 4e veiling zal nuttig worden besteed!

Evenals vorig jaar zijn er weer veel bedrijven bereid gevonden om een bijdrage te leveren aan de veiling; hetzij door het plaatsen van een advertentie in de catalogus, hetzij door het beschikbaar stellen van goederen of diensten.

U kunt de veilingcatalogus hier inzien.