• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

All posts by Maarten Kools

Hemelvaart: Hij laat ons niet alleen

[print]

Hemelvaart

Schriftlezingen:

  • Handelingen 1,1-11

  • Efesiërs 4,1-13

  • Marcus 16,15-20

Als kind vond ik Hemelvaart altijd een droevige dag;
het afscheid van Jesus die van zijn vrienden weg ging.
We hebben Hem nog zo nodig!
Deze wereld is nog lang niet voltooid.

Heel dramatisch (en terecht)
is de vraag van Jesus’ vrienden:
‘gaat u nu het koninkrijk in Israël herstellen?’

Deze vraag mag je niet te vlug wegwuiven,
laat staan een domme vraag noemen.

Jaren van smart en pijn klinken in de vraag van de leerlingen mee.
Helaas, de leerlingen kregen in veel hemelvaartspreken,
en misschien ook dit jaar weer, steeds op hun kop
omdat hun smartekreet niet verstaan wordt.

De predikanten zeggen elkaar allemaal na
en noemen de vraag van de leerlingen dom.
‘Het gaat om andere dingen’ zeggen ze.
Maar wat voor dingen dan?

De leerlingen zijn na Jesus’ verrijzenis duidelijk gaan beseffen
dat Jesus bij uitstek de van Godswege gezonden was,
dat Zijn dood geen einde betekent
en dat er dus op aarde het nodige zou gaan veranderen.

Veel mensen hebben, net als de leerlingen vandaag,
alle eeuwen weer gevraagd om recht.
De armen van West Europa, de indianen in Zuid Amerika.
Ze vroegen regelmatig: ‘wanneer geschiedt ons recht?’
Hun werd vaak, te vaak verteld
dat ze niet ‘zo aards’ moesten denken,
het geloof bood andere, diepere troost.

Hun vragen en die van de leerlingen
verdienen echter een ernstiger overweging.
De apostelen krijgen van Jesus zelf trouwens
een serieus antwoord:

‘Johannes doopte met water
maar jullie zullen gedoopt worden met de Heilige Geest.’

Ze krijgen van de Heer te horen
dat het hen weliswaar niet toekomt dag en uur te kennen
maar dat zij zelf de kracht zullen krijgen van de heilige Geest
om getuigen te zijn van het messiaanse rijk.

Dat is nog al wat!
Hun vraag wordt dus niet als ongepast verworpen
maar binnen de grotere context geplaatst
van de geschiedenis van God met de mensen.

Ze worden zelf ingeschakeld. De Geest zal hen sterken.
Ja, met een dubbel deel van de Geest (vgl. Elisa in 2 Kon.2,9)
zullen ze hun roeping gaan volgen. Ze zullen immers,
had Jesus ooit gezegd (Jo.14,12) grotere dingen doen dan Jesus zelf.

We mogen vandaag ook even stilstaan stil bij het geloofsartikel
dat wij iedere keer uitspreken:
‘Hij is opgestegen ten hemel
zittend aan de rechterhand van de Vader’.

We zeggen het zo vaak in de geloofsbelijdenis,
te vaak misschien: ‘Hij is opgestegen ten hemel
zittend aan de rechterhand van de Vader’.

Voor velen een beetje onbegrijpelijk geloofsartikel,
voor de goede verstaander
is het een krachtige geloofsboodschap van de jonge kerk.

Als we zeggen dat Jesus wordt opgenomen in de hemel
en aan de rechterhand van God de Vader zetelt
zeggen we dat het visioen van David
– ooit in de psalmen uitgezegd, –
werkelijkheid is geworden.

David zei, in de eerste psalm
die in de zondagse vespers gezongen wordt:
‘de Heer zegt tot mijn Heer, zet je aan mijn rechterhand
en ik maak je vijand tot een voetbank voor je voeten.’

Het gaat hier over de koning van Gods nieuwe toekomst
die op aarde zal regeren.

Jesus is volgens Lucas die nieuwe messiaanse koning.

De koning van een volk met actieve onderdanen
die voor Zijn programma willen kiezen.

En dan is er nog een punt van aandacht.
De mannen in de witte kleren zeggen
dat Jesus terug zal komen zoals Hij van ons heenging.

Met andere woorden:
het gaat door, het hele programma van God met de aarde.

Jesus komst was niet even leuk en daarna nooit meer:
ten eerste is er de belofte van de komst van de Geest
die zijn mensen zal inspireren
en ten tweede is er de kostelijke belofte dat Hij terugkomt.
Een geloofsartikel waar we ook niet zo goed raad mee weten
maar wat zoveel betekent als:
deze aarde zal steeds voller van Jesus worden:
zijn Koninkrijk komt werkelijk in ons midden.

De wolk waar wij over horen spreken
is in de Bijbel het teken van Gods eigenzinnige aanwezigheid.
Overdag gaat Hij zo de zijnen voor op hun weg door de woestijn.

Zo kunnen wij ook verder door het gewone leven
Jesus achterna. Hij is niet van ons weggenomen
om ons in de steek te laten –zingt de prefatie van vandaag-
maar juist om, in kracht gesteld,
ons dichter nabij te zijn.

Dat geldt in de moeilijke tussentijd waarin wij leven;
het Koninkrijk is nog niet voltooid;
er is nog zoveel te doen.

Maar wanhoop niet;
wij zullen gesterkt worden door de Geest op onze pelgrimstocht
en het perspectief blijft ons lokken van Zijn grote komst,
de komst van het Koninkrijk van God
in al zijn glorie en kracht.

Daar gaan we voor; Pinksteren zal ons sterken
Hij komt in ons midden; in kracht en in glorie
het wordt nog wat met deze wereld.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

6 mei: Jullie zijn mijn vrienden

[print]

Zesde Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 10,25-26.34-35.44-48

  • 1 Johannes 4,7-10

  • Johannes 15,9-17

Dit was de week van herdenkingen en manifestaties.
1 Mei, dag van de arbeid: Moskou:
militairen strak in het gelid: HOERA!
2 Mei onze eigen parochie 120 jaar:
intiem gevierd in de morgen;
4 mei ’s Avonds weer stilte en bezinning
en 5 mei, gisteren Haarlem in feeststemming en drukte.
Bevrijding en saamhorigheid, herdacht en gevierd.

Terecht dat men dat doet maar bij al dat vieren
voelen we als mensen toch ook een pijnlijke machteloosheid:
we slagen er maar steeds niet in
om een goede wereld op te bouwen.
Dat is geen reden tot zwartgalligheid
maar tot bezinning. En daar zijn wij hier voor samen.
Onder dit dak krijgen wij dan te horen
wat onze enige redding is: echt kiezen voor God.
Alleen onder het gemeenschappelijk vaderschap van Hem
heeft naastenliefde als broederschap
(waaronder ook verstaan zusterschap natuurlijk) zin.

De liefde tussen mensen mag bijvoorbeeld
niet alleen rusten op de gelijkheid van ras,
een superioriteitsgevoel van een natie
of een gezamenlijk koesteren van een eigen gelijk.
In Babel was eensgezindheid en broederschap
(‘laten wij samen..enz’) maar God heeft die eensgezindheid,
die caricatuur van goede ‘naastenliefde’ uiteengebroken.
Die was niet uit God.
Echte liefde bloeit alleen maar op
als wij ons op Hem willen richten.

Johannes de evangelist zegt in een van zijn brieven:
‘Niet wij hebben God liefgehad maar Hij heeft ons liefgehad.’
HIJ is het gesprek met Israël en met de mensheid begonnen.
Jesus Messias brengt echte liefde,
eenheid in God naderbij.
Als wij ons door de liefde zoals Hij die voorleefde
willen laten corrigeren
kan de mensheid werkelijk nieuw worden.
De lessen uit het verleden kunnen dan worden geleerd
en omgevormd tot een vernieuwende, heldere toekomstvisie.
Allen dan kunnen grenzen echt overschreden worden:
‘De gelovigen uit de besnijdenis (de joden)
die met Petrus waren meegekomen
stonden verbaasd dat ook over heidenen
de heilige Geest werd uitgestort’
hoorden we in de eerste lezing. En met Pinksteren horen we het weer:
allemaal spraken ze in een nieuwe taal.
Dat klopt want er ontstaat een nieuwe eenheid rond Jesus.
Hij brengt mensen op een nieuwe wijze bij elkaar.
In de kerk. Onze koorleden zijn in Assisi en Rome geweest
veel indrukwekkende dingen meegemaakt:
een pelgrimstocht, een gelegenheid om
mensen te ontmoeten van overal
en samen te bedenken hoe we in Europa kunnen bouwen aan een betere wereld:
de wereld van Jesus’ vrienden: van vrede en liefde.

Bij een kerk hoort mensen samen brengen in de liturgie
maar ook daarbuiten: luisteren naar elkaar,
de christelijke liefde praktiseren.
De noemer waaronder wij dat allemaal doen
is ‘gastvrijheid’. Een kernwoord in onze parochie.
Het verhaal van Cornelius, de Romeinse honderdman,
de eerste lezing van vandaag, handelde over dat thema.

De wereld van Petrus wordt opengebroken
door zijn vreemde visioen:
‘Petrus neemt en eet.’

En de wereld van Cornelius wordt opengebroken:
‘ga naar Petrus en zijn vrienden en luister daar.’

De heidenen zoeken de kerk
en de kerk gaat open naar de heidenen toe !
Allemaal nuttig.

Wat op de kerk slaat even eruit lichtend:
Het is wezenlijk voor een kerk dat ze open is,
dat grenzen die tussen de mensen kunstmatig
en vaak ook met geweld en machtsmiddelen in stand worden gehouden,
verdwijnen.

Door daaraan mee te werken
bouwen wij samen aan een nieuwe wereld:
hopelijk wel in Zijn naam, anders houdt het geen stand.

Het geloof kan alleen maar echt groeien
in dialoog, eigenlijk in een trialoog:
een gesprek tussen God en jou en je naaste en jou.
Contact met anderen is altijd goed
en wie er gelijk heeft is niet eens het belangrijkste.

Dialoog is een goed geneesmiddel
voor alle crises die er zijn:
tussen ouders en kinderen,
tussen mensen die elkaar niet verstaan,
tussen de verschillende wereldgodsdiensten
en ook binnen de kerk
want twee weten altijd meer dan een.

Door naar elkaar te luisteren
kun je allebei leren,
als het goed is naar elkaar toegroeien;
ja, alleen zo zelfs
beeldt je de ware christelijke eenheid uit.

‘Hebt elkander lief’
zegt onze Heer in zijn afscheidswoorden.
Die opdracht vraagt om uitvoering,
in onze parochie in onze familie, in onze stad,
in deze wijk, in dit herrezen Nederland
met alles wat dat met zich meebrengt.

En dan nu de trialoog.
Wij allen samen hebben het voorrecht
kerkgangers te zijn.
Buitenstaanders begrijpen vaak niets
van wat ons daar toe beweegt.
Ze zeggen ‘het is sleur, gebrek aan fantasie’.
Niets is minder waar.
Het getuigt juist van de verfrissende fantasie van mensen
die willen gedenken en leren.

Mensen die beseffen
dat ze het alleen niet redden
en dat je in saamhorigheid rond de ene Heer
je leven kunt vernieuwen
iedere eerste dag van de week opnieuw.

Daartoe worden wij opgeroepen rond brood en wijn.

Het brood als voedsel voor onderweg
en de wijn als voorteken van de nieuwe toekomst van God.

Verzameld in de liefde van de Heer
die in zijn afscheidswoorden zijn diepste emoties weerlegde:

‘Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt,
zoals ik u hebt liefgehad.
Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze,
dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden.
Gij zijt mijn vrienden… ik noem u geen dienaars meer
want een dienaar weet niet wat zijn heer doet:
u noem ik vrienden
want ik heb u alles van de Vader meegedeeld.’

Neen, wij hoeven geen nieuwe openbaring te krijgen
wat ons is doorgegeven is genoeg
aan ons echter om het geloof vorm te geven in deze dagen:
de wereld heeft het brood nodig en wijzelf ook..

Door ons leven te zien als een uitbeelding
van de liefde die God ons toedraagt
krijgt ons eigen leven zien.
De liefde die wij kunnen opbrengen
maakt deel uit van Gods geschiedenis van Sjalom.

Wij gaan als het goed is,
lerend van het verleden, de toekomst tegemoet.
Laten we dan opgewekt
door de Heer aangemoedigd opnieuw verder gaan.
De liefde komt van God!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

29 april: Groeien door het leven

[print]

Vijfde Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 9,26-31

  • 1 Johannes 3,18-24

  • Johannes 15,1-8

Wel een lekker spannende eerste lezing vandaag!
Hij speelt in Jeruzalem: de religieuze hoofdstad van Israël.
Wat voor ons Rome is, is voor de joden Jeruzalem.
Maar ook voor de christenen is Jeruzalem belangrijk:
Pasen en Pinksteren speelden daar;
en nog voor de kerk van Rome belangrijk was
was Jeruzalem de haard van de christenheid.
Petrus met zijn vrienden waren daar de baas.

En meldt zich daar een bijzondere gast: Paulus, vroeger Saulus.
De schrik slaat iedereen om het hart want die Saulus
die zich plotseling Paulus was gaan noemen
had vele doden op zijn geweten:
hij was een christenvervolger van het eerste uur.
Oppassen dus. Beleefd meldt hij zich aan:
‘ik wil mij als propagandist van Jesus melden.’

‘Jij’ zeggen ze allemaal.
‘Jij ging toch stevig tegen ons te keer vroeger!’

Barnabas, iemand met een ‘open mind’ neemt het voor hem op.
Hij had Saulus’ zijn verslag gehoord.
Hoe hij op weg naar Damascus van zijn paard was geworpen
en verblind werd door licht en toen een stem hoorde:
‘waarom vervolg je mij’
en zo Jesus ontmoette, degene die hij uit alle macht vervolgde:
Jesus de Heer van de nieuwe wereld.
Barnabas had hem geloofd en wist de anderen te overtuigen.
De christenen zijn hem nu welgezind
maar als zijn oude vrienden bij de joodse overheden horen
dat deze vroegere fanatieke vriend nu zelf christen geworden is
moet hij vluchten en Barnabas gaat met hem mee.
Ze gaan naar Tarsus in het huidige Turkije.
Dat blijkt een meesterlijke zet te zijn
want nu kan Paulus overal buiten Jeruzalem
gaan spreken over Jesus en de apostel worden
van de joden in de diaspora en de heidenen.
Jesus is voor hem veel gaan betekenen.
Ook voor ons toch?

Zeven maal heeft Jesus ons gezegd wie Hij voor ons wil zijn.
Ik noem even alle zeven woorden die Jesus gebruikt
om zelf te zeggen wie hij is:
‘Ik ben het brood
Ik ben het licht
ik ben de deur
de herder –dat hoorden we de vorige week-
de weg –dat lazen we vrijdag onder de ochtendmis-
de verrijzenis en het leven
de ware wijnstok.’

We begonnen met het brood dus dat ons in leven houdt op de weg
en we eindigen bij de wijn, de drank van Gods nieuwe toekomst.

God zelf wordt in de Bijbel wel eens met een tuinman vergeleken.
een wijngaardenier om precies te zijn.
Het is een prachtig beeld.
Zorgzaam is God bezig en teder is zijn zorg.
Hij verwacht van ons eenzelfde zorg en tederheid voor elkaar.

Nooit besteedt je genoeg zorg aan een mens,
de mens is een groeiend wezen.
‘GROEIEN DOOR HET LEVEN’
was een prachtige brief van de bisschoppen enkele jaren gelden
over de ouder wordende mens…
De brief gaat over de ouder wordende mens…en
-laten we eerlijk zijn – dat zijn wij allemaal.

‘Groeien door het leven’ is een prachtige titel.
We worden, door reclame en andere zaken soms wel eens gedwongen
te gaan geloven dat je, naarmate je ouder wordt, vervalt.

Het wordt allemaal steeds minder.
Een franse filosoof heeft eens precies andersom gezegd:
‘als de mens pas geboren wordt is hij oud…
hij is hulpeloos en zit zelfs in het begin nog vast aan zijn
moeder maar dan komt de bevrijding en groeit hij los,
hij groeit zich jong en onafhankelijk’.

Die groei-gedachte kun je ook verbinden aan het begrip kerk.
De kerk is ook al 2000 jaar aan het groeien
en steeds weer ontdekken wij nieuwe dingen.
Persoonlijk vindt ik het met de dag interessanter worden.
Er is zoveel veranderd.
Er is niet alleen maar van alles weggevallen -zoals zovelen zeggen-
maar er is zo oneindig veel meer bijgekomen in de loop der jaren.
Dingen waar wij vroeger niet over dachten
worden nu uitgebreid besproken.
Er verscheen deze week een mooi boek van Yvonne Zonderdorp:
‘ongelofelijk’ waarin ze de nieuwe interesse voor geloof signaleerde.
We denken graag na over spiritualiteit,
wat ons geloof echt inhoudt
over onze relatie met andere godsdiensten:
over vrede, over discriminatie en noem maar op.

Voor buitenstaanders is het soms onbegrijpelijk wat ons aan de kerk bindt.
Heeft de kerk niet vele fouten gemaakt in het verleden?

Ja, dat is waar maar door schade en schande wordt je wijs.
De kerk is, net als de mens, een gebeuren,
de kerk groeit door het leven.

Onze Pausen hebben veel gedaan –ook de huidige paus-
om de relatie te verbeteren
met de Islam en de Oosterse kerken.
Dat is goed en nuttig.

Maar de kerk heeft nog een veel bijzonderder geheim.
De kerk is niet zomaar een club, een hobbyclub
of een gezelligheidsvereniging.

Neen, de kerk is verbonden, met al haar vezels aan IEMAND.
De kerk is verbonden met Jesus.

Het gaat in de kerk nooit om Paus of bisschoppen en om de pastoor.
Dat zijn allemaal maar mensen met hun fouten die hun werk moeten doen.
Maar het gaat om Hem, de Heer van de kerk.

Door lid te zijn van de kerk raak je, als het goed is steeds inniger
MET HEM VERBONDEN, de levende Heer van de kerk.

Je ontvangt van Hem het ware leven
en je kunt dan verder gaan als iemand die echt jong is,
vol hoop en goede moed.

Deze week grote feestelijkheden in heel het land
een Koningsdag hadden we met redelijk weer en veel sfeer
ook wel veel rommel maar ja.
Deze week 2, 4 en 5 mei.
Ik heb de indruk dat de viering van 5 mei steeds beter gaat lukken.

Op de 4e mei zijn we bezig met ons eigen verdriet en dat is goed,
maar op 5 mei komt de toekomst in zicht!
Hier ook, hier nog meer, iedere zondag want
wij weten dat er één is die de nieuwe toekomst echt in handen heeft,
die garant wil staan voor Vrede en Recht
en dat de beloftes van een nieuwe toekomst,
dankzij en met Hem uit kunnen komen.

We zijn er nog niet als we zeggen dat Jesus ons brood, ons licht
onze Herder onze weg is
dan begint het lopen pas.
Maar niet zo maar lopen, we zijn op weg naar het echte leven
in verbondenheid met de verrezen Heer.
Als wij ons op deze levensboom, deze wijnstok enten
verander alles ten goede
maar wordt er ook veel van ons verwacht.

Dat we liefde uitstralen bijvoorbeeld.
Dat we geloof en vertrouwen uitstralen in de mens
en dat wij daarnaar handelen.

Als wij ons geloof serieus nemen
zullen wij het nooit zover laten komen
dat we wegdwalen van de Messias en Zijn gemeente.

We zullen die blijven opzoeken want alleen is maar alleen
en zonder de levenssappen
die ons vanwege de Messias toevloeien zullen wij verdorren.

Het evangelie van vandaag met dat ernstige slot
(over dat verdorren en weggeworpen worden)
wordt ons gelezen opdat wij de beslissing zullen nemen
ons met de levende Heer verbonden te willen houden
en vanuit Zijn levensopdrachten te leven,
tot zegen van ons zelf en van anderen.

Deze week woensdag zijn wij als Bavo jarig,
op 2 mei 1898 vond de inwijding van onze kerk plaats:
we zijn dus nu 120 jaar. Nog steeds actief?
Als het goed is wel.
Geloven geven we door, in verbondenheid met hen die ons voorgingen
maar creatief zoekend naar nieuwe mogelijkheden:
God sterke ons bij deze grootse opdracht
zo blijven wij in actie, zo blijven we jong!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

22 april: Scherp toezien

[print]

Vierde Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 4,8-12

  • 1 Johannes 3,1-2

  • Johannes 10,11-18

De zondag van de goede herder zoals die ieder jaar weer terugkomt
moet hoog nodig van zijn zoetigheid worden ontdaan.
De herder uit het evangelie is geen goeierd op de hei
maar een man die in de wildernis opkomt voor de zijnen;
iemand die met leeuwen en beren vecht.

Als er in de Bijbel over een herder gesproken wordt
gaat het altijd om iemand die opkomt voor de weerloze,
iemand die verenigt en beschermt
en die de strijd met de wolven aandurft..
in geestelijke zin: iemand die de strijd aandurft
en de macht van het kwaad ontmaskert.

Een van de oudste bijbelverhalen leert ons
hoe wij mensen allemaal geschapen zijn
om elkaars herders te zijn.

Het is het beroemde verhaal van Kaïn en Abel.
Abel is de zwakste en Kaïn is de sterke.
Maar in plaats van dat Kaïn zijn kracht gebruikt
om zijn broeder te beschermen en te bewaren
gebruikt hij zijn kracht om zijn broeder te doden.

Jaloezie en gekwetste eerzucht zijn Kains motieven
voor de eerste moord op aarde,
je zou dat eigenlijk de echte erfzonde kunnen noemen.

Dat laat God niet zo maar passeren.

HIJ is zelf immers de goede Herder die opkomt voor de zijnen
en is de mens niet naar zijn beeld geschapen en om op Hem te lijken?
En God roept Kaïn ter verantwoording:
hoe is het met je zwakke broeder?
Wat heb je voor hem betekend?
En dat stelt Kaïn de vreselijk domme vraag:
‘ben ik soms de herder van mijn broer?’
En God weer:
‘In plaats van voor hem te zorgen
heb je hem gedood en de aarde
die jij hebt gedrenkt met zijn bloed roept naar mij.
Kaïn waar is je broeder. ‘

Kaïn vroeg:
‘ben ik dan soms de herder van mijn broer?’

Het antwoord is JA NATUURLIJK,
geschapen naar mijn beeld als jij bent
ben je geroepen de hoeder van de broeder te zijn.

Dat geldt voor ons allen.
Wij zijn allen geroepen
herders van onze broeders en zusters te zijn,
wij zijn geschapen om elkaar te sterken en te bewaren:
dat geldt voor alle eeuwen, dat geldt voor iedereen.

In de oud christelijke catacomben
werd Jesus als DE goede herder afgebeeld:
een stoere man met een schaap op de schouders
iemand die het zwakke zou verdedigen;
later worden de schilderijen zoetelijker
en beelden ze minder goed uit
wat Johannes de evangelist ons
over Jesus wil melden.

Het evangelie van de Goede Herder Jesus
heeft voor het eerst geklonken in de winter in Jeruzalem
rond het wijdingsfeest van de tempel….
vergelijkbaar met het jaarfeest van de wijding van onze kerk
deze maand heel bescheiden gaan vieren:
dit keer de 120e verjaardag.

In het Jeruzalem van Jesus’ dagen
-toen Jeruzalem zuchtte onder de Romeinse bezetting,
(vergelijkbaar met de Duitse bezetting van ons land)
was de viering van dat feest een gelegenheid tot protest.

Tallozen dromden samen en velen hadden
hooggespannen verwachtingen van een naderende revolutie.

Jesus werd geacht
leiding te kunnen geven aan een verzetsbeweging:
‘Hoe lang nog houdt u ons in spanning’
hadden ze hem gevraagd.

En dan gaat Jesus spreken.
Over schapen die wel of niet luisteren naar zijn stem.
Hij spreekt over een nieuw volk dat zich verzamelt rondom Hem.
‘Niemand kan ze van mij wegroven.’

Hij heeft het over een hecht verband dat wordt gesmeed rond Hem.
Want Hij is niet zomaar een verzetsheld
maar de door God gezonden aanvoerder van een heel nieuw mensenvolk
dat heel de mensheid omvatten zal:
mensen van Azië en Europa
Afrika en Amerika,
de herder van alle soorten mensen:
joden en heidenen, mensen van goede wil.

Het is wellicht een naïeve en kinderlijke vraag,
maar als Jesus de Christus, hier op aarde zou terugkomen,
zou hij dan alleen maar even naar de Paus van Rome gaan ?

Een ding is zeker:
Hij zou beginnen bij de rabbijnen in Jeruzalem.

En daarna de Paus.
Maar Hij zou zeker ook even
naar de secretaris van de Wereldraad van kerken in Genève gaan
en even langs gaan bij de patriarch van Constantinopel.

Hij is toch herder van allen,
zou Hij een Ashram in India over kunnen slaan
of een moskee waar in alle eerbied en ootmoed
de Vader aanbeden wordt.

Hij wil herder zijn van allen
en dat heeft voor ons de konsekwenties
dat het koesteren van ieder eigen gelijk moet worden uitgebannen
en ieder groepsgelijk moet worden toevertrouwd
aan de hoede van Zijn herdersstaf.
Terug naar Johannes:

Het evangelie van de goede Herder
gaat over een nieuw mensenvolk dat zich vormen zal,
een grote familie van alle stammen en naties en talen
zoals Johannes dat al voor zich zag in zijn apokalyps.

Hij zag een nieuwe mensheid die zich verzamelt
rond de solidaire herder,
zo solidair met de weerlozen
dat deze goede herder zelf
plotseling vergeleken wordt met een lam.

Luisteren naar deze verhalen over de herder en het lam
betekent uitzien naar dat nieuwe
dat al bijna 2000 geleden is aangekondigd
en dan zelf je leven veranderen.

Als wij het evangelie over de goede herder horen
worden we daardoor opgewekt ons eigen leven open te stellen
voor zijn geest van bevrijding en vernieuwing.

Het betekent dat voor ons, net als voor Jesus,
solidariteit en weerloze liefde voor
mensen het allerbelangrijkste zijn.

Om dat goed te doen heb je anderen nodig:
thuis waar je elkaars herder bent
maar ook hier in dit gebouw,
in deze schaapskooi.

Vandaag vieren wij ook roepingenzondag.
Daar is dan vooral mee bedoeld
de roeping tot het ambt, het priesterschap, het diaconaat,
de religieuze staat of het pastorale werkerschap in de kerk.

Er is veel discussie over al deze kerkelijke ambten:
vooral over wat een ieder wel of niet mag.
Dat is erg jammer, zonde van de tijd
want allemaal zijn wij nodig,
ieder op zijn of haar eigen plek.

We mogen ons naar mijn idee nooit er toe laten verleiden
mensen met verschillende roepingen
tegen elkaar uit te spelen.
De een is niet beter dan de ander.

De priester is nodig en belangrijk
maar hoeft niet apart op een voetstuk te worden geplaatst,
de diaken is nodig voor de sociale activiteiten
die de kerk moet ontwikkelen,
de pastorale werkers, mannen of vrouwen,
voor opbouwwerk en inspiratie van groepen.

Maar ook alle andere leden
van het priesterlijke volk van God zijn nodig;
organisten, koorzangers en zangeressen,
vrijwilligers in het pastoraat..
maar ook gewoon jongehuwden,
jonge vaders en moeders,
milieuactivisten en verpleegkundigen
en allen die hun zieken thuis verplegen
en alle andere ijverige en lieve mensen
die hun leven als een roeping zien.

Wat zou het een verarming zijn
als er geen mensen waren die hun leven
niet meer als een opdracht van God, een roeping
willen en durven beleven.

Voor ieder mens geldt dat hij of zij er mag zijn en nodig is.
En dan vooral om te doen wat Kaïn weigerde:
om de herder van de ander te zijn.

Het programma van de christen
-het programma van de barmhartige Samaritaan,
het programma van Jesus- is ‘het hart dat ziet.’
Dit hart ziet waar liefde nodig is en handelt ernaar.
De laatste woorden na het tenslotte
waren uit de laatste encycliek van de vorige Paus
en dus hebben ze gewicht.
Zo moge het zijn, werkt allen mee.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

15 april: We kunnen meer dan we denken

[print]

Derde Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 3,13-15.17-19

  • 1 Johannes 2,1-5

  • Lucas 24,35-48

Machteloosheid alom!
Onderhandelingen in het torentjes, komt er een krisis?
Het is moeilijk een land te goed regeren
en je verantwoordelijkheid voor recht, menselijkheid en ekonomie te dragen.
En in grotere context: Heeft de vrede op aarde nog kansen?
In een radioprogramma onlangs kon je meteen reageren.
80 % van de reacties waren: ‘neen, het wordt toch niets’.
Het zijn deze gevoelens waar het eerste verhaal van vandaag
dat wij in de uitgebreidere versie hoorden lezen, tegenin gaat.

Het verhaal begint met de nood te vertellen van iemand die verlamd is.
Hij moet bedelen om in leven te blijven. Hij ligt op het tempelplein.
Twee van Jesus’ volgelingen lopen langs: het zijn Petrus en Johannes.
Gewoontegetrouw roept de man om een aalmoes, om geld.
De meesten geven hem wat. Augustinus zegt:
‘ze kunnen hem alleen maar geld geven
om eten te kopen en maken hem alleen maar dikker
en zwaarder. Ze kunnen hem niet echt helpen
en alles blijft toch zoals het was.’

Tot opeens die twee volgelingen van Jesus langs komen die anders reageren.
de bedelende lamme krijgt een bijzonder antwoord:
‘Geld kunnen wij niet geven maar: in de naam van Jesus sta op!’
Niet pappen en nathouden, niet: ‘man blijf kalm, het wordt toch niets’
maar ‘sta op.’ Ze geven hem het kostbaarste wat je geven kunt:
bemoediging, kracht, geloof, hoop.
En het werkt! De lamme staat op en loopt.

Uit kracht van het Paasgebeuren met Jesus van Nazareth
wordt een mens weer op de been gezet.
De man kan weer verder gaan;
zijn leven heeft weer zin: hij kan nu pas echt leven.

En de leerlingen gaan ook verder leven en preken.
Ze zetten hun bemoedigingsproject voort:.
ze gaan nog meer mensen oprichten en perspectief bieden.
Dat doen zij, die arme apostelen, vanuit het aloude verhaal
dat vaak vergeten wordt maar niet vergeten mag worden
het verhaal van de God van Abraham, Isaak en Jakob.
Dat is de naam die de God van Israël al eeuwen draagt:
en daarin klinkt dan mee dat deze God niet zomaar een God is
die geëerbiedigd moet worden maar verder alles bij het oude laat.
Neen, deze God is de bevrijder,
een helper, een Herder, een trouwe supporter van de mensen.

De apostelen laten het duidelijk horen aan de verbaasde omstanders
die de lamme weer zien lopen:
‘Dezelfde God die Israël bevrijdde uit Egypte,
dezelfde God die Jesus uit het graf verloste
die God hebben jullie net aan het werk gezien.
Hij is dus niet alleen de God van vroeger
maar ook van vandaag!

Ook hier dus in deze kerk. Jesus had het ooit gezegd:
‘als er twee of drie in Mijn Naam bijeen zijn
dan ben ik in hun midden.
Jesus is actief aanwezig, ook in deze dagen.

II. Lucas schreef ook een prachtig verhaal over twee.
Twee morrende mannen die teleurgesteld van Jeruzalem wegliepen:
we noemen ze de Emmausgangers.

De twee mopperaars kregen plotseling
een medewandelaar naast zich die hen opkikkerde,
die met ze ging eten
en in wie ze, toen hij het brood brak, plotseling Jesus zelf herkenden.

In het evangelie vandaag komen ze de andere leerlingen
die nog een beetje zitten te suffen daarover vertellen.

En terwijl zij nog aan het spreken zijn komt Jesus binnen.
Ontsteld denken ze een geest te zien. Maar de Heer is geen spook
maar openbaart zich -net zoals aan de twee wandelaars op weg naar Emmaus
als een echte levende aanwezige die ons oppept.

Op Goede Vrijdag merkten wij
dat Hij DE solidaire mens naast de mensen was,
een Helper die met ons meelijden wilde.

Met Pasen vierden wij dat Hij de ‘vorst van het leven’ is,
ons Licht, onze toekomst.

In het joods achttiengebed
(een soort breviergebed voor leken) staat:
‘U bent een vriend
want u bent een helper,
U bent groot in het bevrijden:
u steunt de vallenden.
U sterkt en geneest de zieken,
U bevrijdt de gevangenen,
U bent trouw aan wie slapen in het stof.
U richt ons op,
U zet ons weer op de been:
U doet ons uit de dood opstaan.
U bent een trouw Helper,
Uw Naam zij geprezen al onze dagen. ‘

Om dat te horen moeten wij samenkomen
in dit gebouw bijvoorbeeld, of in een of ander huis
zoals de eerste christenen dat deden…
om het verhaal te vertellen en het brood te breken
om te vieren dat God de vriend is die ons omhoog haalt.

Het verhaal van de apostelen en de lamme leerde is
uit de handelingen van vandaag leerde ons
dat Jesus niet de enige is die in staat is mensen op te richten
en te vernieuwen maar dat ook wij
geroepen elkaar overeind te helpen
en dat ook kunnen.

AUGUSTINUS HIEROVER:
Uit preek 99 over de Handelingen:
‘Welke de gave van de apostel is geweest, de apostel Petrus die arm was aan geld en rijk aan geloof, dat vertelt ons de Schrift: “Zilver en goud heb ik niet…”. Wat heeft hij dan wel? “Maar wat ik heb dat geef ik je: In de naam van Jesus de Christus kom overeind en loop!”. De waarde van de dingen meet je aan hun gevolgen. Zij die aan de arme goud gaven, voerden hem dik en verzwaarden zijn lichaam, dat zijn voeten al niet konden dragen; zij probeerden hem te troosten om zijn gebrek, zij konden hem niet genezen. Terwijl die andere, die geen geld heeft, hem de gezondheid teruggeeft. Hij is rijk aan Godsgoederen, die bezitloze. “Zilver en goud heb ik niet”, zegt hij; maar hij schudt over hem alle goddelijke rijkdommen waarover hij beschikt. “Wat ik heb, dat geef ik je. In naam van Jesus Christus, kom overeind en loop!” Hij maakt zijn beurs niet los, hij opent zijn ziel. Wat geeft hij? “In naam van Jesus Christus, kom overeind en loop!” Een kwaal die gelijkelijk op slaaf en koning kan drukken, gehoorzaamt aan deze haveloze apostel. En er is nog meer: de natuur zelf gehoorzaamt aan Petrus’ bevel. Het gaat immers om een man die “vanaf de moederschoot verlamd was”. Van dit aangeboren en dus ongeneeslijke kwaad wordt de man genezen door het machtige woord van… een arme; wat niet zou gebeuren als die arme niet boordevol zat met de gaven van God, zelf schepper van de natuur.’

Tot zover de grote Kerkvader.
God sterke ons bij die belangrijke taak
in onze eigen levensdagen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

8 april: Geloof is verder durven gaan

[print]

Zondag Goddelijke Barmhartigheid / 2e Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 4,32-35

  • 1 Johannes 5,1-6

  • Johannes 20,19-31

“Laat de ware gelovige opstaan…”
zou ik bijna willen uitroepen.
Ik durf het niet goed
want misschien waagt iemand het op te staan.
Misschien ook wel leuk:
we zouden dan zeker weten dat hij of zij het niet is.

De ware gelovige gaat zijn levensweg
-soms net zo onzeker gaat hij die als de anderen-
maar hij gaat –zegt hij dan- met God
net zoals Abraham, de vader van alle gelovigen.
Van hem weten wij
dat het niet zo’n gemakkelijke tocht was die hij maakte.
Een tocht van hopen en geloven,
van afzien en vechten
van hopen tegen de wanhoop in
en geloven tegen alle waarschijnlijkheid in.

De echte gelovige kijkt daarom niet neer op Thomas
maar herkent in hem zijn eigen houding:
Thomas die goddank openlijk uitkomt voor zijn ongeloof.
‘Is het echt? Iemand die aan het kruis gespijkerd is en vermoord,
iemand die het uitgegild heeft van de pijn
kwam bij jullie weer op bezoek.’

De vrouwen uit het evangelie van de paasnacht leken een beetje op hem:
de jongeman bij het graf had gezegd: ‘Hij leeft!,
maar zij holden weg want ‘ze waren zeer bang.’

Geloven is moeilijker dan je denkt;
dat geldt ook voor de leerlingen
naar wie Jesus zelf toe komt op de eerste paasdag ’s avonds.
We hoorden dat in het eerste deel van het evangelie.
Zelfs als Jesus naar je toe komt

De paaspelgrims hadden Jeruzalem inmiddels verlaten…
zonder het merkwaardige bericht te hebben gehoord
dat Jesus toch weer zou leven.
De apostelen hadden het goede bericht wel gehoord..
de vrouwen waren het hen komen vertellen
maar ze beschouwden dat als beuzelpraat.

Dit ongeloof was op eigen kracht niet te overwinnen.
Hun beenderen waren verdord
-om met de woorden van Ezechiël uit de paasnacht te spreken-
vervlogen was hun hoop.
Uit angst voor de buitenwereld waren de deuren op slot.
Een ingreep van buitenaf alleen kan redding brengen
en die komt, vanwege de Heer zelf!

Hij komt zijn vrienden oprichten.
Er wordt een nieuw begin gemaakt.
En net zoals God zelf de levensadem blies in Adams neus
en net, zoals de profeet Ezechiël een nieuw begin beschreef:
(de Geest van God die over de dorre beenderen
van het huis Israël zou blazen)
zo (vertelt Johannes ons) blaast Jesus op de 1e Paasdag over de leerlingen.
En ze komen tot leven.

Het is een goed begin op die eerste paasdag `s avonds
maar kennelijk nog niet voldoende
het is nog te moeilijk het te geloven
en te begrijpen wat er nu gebeuren moet
en bovendien: ze waren er niet allemaal.

Thomas, een van de meest kritische en intelligentste apostelen
was er die eerste keer niet bij.
Jesus’ troost heeft niet veel geholpen.
want acht dagen later -en dat is vandaag op de zondag na Pasen-
zitten ze nog steeds angstig bij elkaar met de deur op slot.

Maar dan komt er verandering: acht dagen later.
Thomas er bij en nu kan het verhaal verder gaan.

Thomas met zijn vragen is onmisbaar:
hanteert een hele eigen norm.
Hij wil weten of het werkelijk die ene Heer is
die hij heeft zien lijden die leeft:
de Heer die hij had leren kennen
als de vriend die partij koos voor de weerlozen,
de vriend van de armen en de onderdrukten.

Hij wil daarom -en dat is heel goed eigenlijk-
de tekenen zien van de wonden van deze gemartelde.
Hij wil deze gemartelde mens zien
als de aanvoerder van een nieuw mensenvolk
dat ook uit de dood opstaat.
Hij wil hem zien als de koning van de weerlozen en hij ziet hem.

Hij ziet de wonden in handen en zijn zijde.

En dan moeten wij als trouwe bijbellezers natuurlijk denken
aan Adam die zijn zijde geopend had
toen zijn bruid aan zijn zijde kwam:
eindelijk vlees van mijn vlees,
been van mijn gebeente.
Thomas ziet de nieuwe Adam: Jesus,
die nu op deze achtste dag zijn bruid zal ontmoeten,
zijn gemeente, zijn kerk als de nieuwe Eva.

Aan de zijde van de nieuwe Adam
wordt de gemeenschap gevormd van mensen
die de machten hebben afgezworen
en willen leven als vrienden van de weerloze Messias
die gewond was met de gewonden,
bedroefd met de bedroefden,
eenzaam met de eenzamen,
weerloos met de weerlozen;
de solidaire getuige van God liefde:
de ware Heer de ware gestalte van God.

Thomas die deze God aan ons openbaar maakte
heeft het gevecht met het ongeloof aangedurfd
en is daardoor alleen maar een sterkere getuige geworden.

De traditie wil dat Thomas de evangelieverkondiger was
die nota bene het verste kwam van allemaal:
tot in INDIA toe.
In de eerste lezing hoorden wij spreken
over de christenen van het begin:
‘ze hadden alles gemeenschappelijk,
er was niemand die gebrek leed.’

Wij leven eeuwen later
maar opeens gaat die tekst weer leven:
we zijn nu allemaal in een nieuwe situatie.

De economische crisis bracht ons wat tot bezinning
over het uitgeven van ons geld.
De problemen nu tussen de grootmachten
leren ons een liefdevolle eerlijke maatschappij nog ver weg is.

Lucas vertelt over de solidariteit tussen de eerste christenen:
‘er was niemand die gebrek leed.’
Lucas (de schrijver van het bijbelboek Handelingen)
wil daarmee niet zeggen dat altijd alles koek en ei was toen.
Er was wel eens wat, daar vertelt hij ook over.
Maar wel waren ze ‘een van ziel’,
er is een doel waarnaar ze streven, een oriëntatie.
Iedereen weet wat belangrijk is en wat niet.

De vieringen van Pasen hebben ons ook weer bemoedigd:
we hebben de eenheid gevierd rond de tafel op de witte donderdag,
we hebben samen gerouwd op de goede vrijdag en ons verdiept
in het geheim van de lijdende Messias,
waar Thomas zo graag getuige van wilde zijn,
het licht is rondgedeeld in de nacht en nu zijn wij hier weer.

‘Mijn vrede laat ik jullie na,
mijn vrede geef ik jullie in handen.’

En daar zij wij dan.
De kinderen van de Eerste Communie bereiden zich voor op hun feest:
de koorschool presenteerde zich gisteren.
Er zal straks weer gedoopt worden,
kleine geschiedenissen worden
aan de grote geschiedenis van God met de mensen gekoppeld.

Geloven is via de traditie verbonden zijn met het verleden
en via de hoop met de toekomst.
Hij zal ons niet beschamen. Ons, zijn kerk, zijn volk.
Hij laat ons niet los, u niet mij niet.

Gaan we vertrouwvol verder,
We hebben een eervolle opdracht.
Dat wij deze eervolle opdracht waardig mogen zijn is mijn bede
en dat wij het vertrouwen dat de Heer in ons heeft
maar niet zullen beschamen.
Zijn genade zal ons bewaren
maar DOE DE DEUR VAN UW HART
NIET OP SLOT!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Pasen

[print]

Pasen

In het ziekenhuis kwam ik een humanistische raadsvrouwe,
ik noem haar even Lies, tegen.
Kordaat en vol energie liep ze de patiënten langs.
‘Vroeger ben ik ook katholiek geweest
maar ik heb ontdekt dat God niet meer bij mij past.’

‘Ik ga mijn paaspreek maken’ zei ik zomaar.
‘Dat is gemakkelijk’ zei ze: ‘Jesus is verrezen en zo.’

Ze begreep niet hoe tegenstrijdig haar opmerkingen waren.
Ik opperde: ‘ik vind dat toch niet zo gemakkelijk om te geloven,
laat staan er over te preken.’
———————-
Ieder jaar weer moet ik weer naar Pasen toe leven
ieder jaar gebeuren we weer zoveel andere dingen.

Het kan een Alleluia-jaar zijn:
je gaat trouwen, je hebt een kind gekregen,
het gaat je voor de wind
je hebt goede vrienden..

maar het kan ook een “God mijn God waarom heb je mij verlaten”-jaar zijn:
je verliest dierbaren,
je krijgt te horen dat je ernstig ziek bent,
er zijn problemen waar je niet overheen kunt komen..
je voelt je alleen….

Wij mensen verkeren in een wankel evenwicht.
Neen, ik wil niet pessimistisch zijn en humeurig maar zo is het.
Wij leven in een wankel evenwicht.
In onze dagen beseffen we dat misschien nog meer dan vroeger.
Wij zijn kwetsbaar, weerloos
Renate Dorrestein – zelf ME – patiënte-
heeft dat in haar boekje
dat we ooit in een boekenweek kregen
toch prachtig beschreven.

De mensheid wordt niet geholpen door zomaar wat vieringen alleen,
wat losse Alleluia’s in de kerk.
Er wordt van de ons als kerk verwacht
dat wij de vragen van onze dagen echt serieus nemen.

We hebben één basis:
een beginpunt:
één die van het begin af aan heeft gezegd
dat wij er als mensen mogen zijn.
Wij zijn stuk voor stuk waardevol en uniek.

Zo onzeker en vragend, aarzelend en falend als wij zijn.
Wij zijn geliefd wij mogen er zijn.

Er is er een die naar ons kijkt.
Er is er EEN die geschiedenis wilde maken met ons onmogelijke mensen.

Er is er EEN die een volk uitkoos om mee te beginnen:
dat is degene die wij God noemen, Heer, Eeuwige, Enige.

Het oude verhaal van het boek Exodus biedt ons wat helderheid:
het daagt uit tot grote creativiteit.
Het volk van God is slaaf in Egypte.
De meesten vonden het allemaal wel best daar.
Ze hoefden niet na te denken, er was altijd brood op de plank.
Alleen de vrijheid ontbrak.

De Enige die echt ongerust is, is God.
Hij vindt het voor Zijn mensen mensonterend
dat zij in dat slavenland niets te zeggen hebben
en onderhorig zijn aan het goed ge-oliede systeem
van de Egyptische welvaartsmachinerie.

En dan begint een nieuwe geschiedenis.
Mozes mag zijn mensen opwekken nieuwe mensen te worden
en voor de vrijheid te kiezen
die de God van Abraham, Isaak en Jakob hun geven zal.

Heel moeizaam krijgt Mozes zijn mensen in beweging
en gaan ze op weg naar de vrijheid.
Er is geen ontkomen aan: je moet mee.

En, om ook de latere generaties te bevrijden
uit passiviteit en wanhoop krijgen ze,
voor ze op weg zullen gaan de opdracht
dat vertrek als een nieuwe fase te gaan vieren,
hoewel hun hoofd er eigenlijk niet naar staat.
Een opdracht tot vieren van de bevrijding
die ook zal gelden voor alle latere generaties.
————–
‘Wat heb ik mij verheugd met jullie het Paasmaal te vieren’
zegt Jesus van Nazareth later tot zijn vrienden.

Hij was ze voorgegaan op de weg naar een nieuwe wereld.
Helemaal volgens de oude Wet van Mozes:
waar niet het recht van de sterkste alleen zou gelden,
waar gedeeld zou worden,
waar ruimte zou zijn voor de vreemdeling
en aandacht voor de vervolgden.
Kortom: alles omgekeerd.

Enthousiast waren zijn vrienden Hem gevolgd …
behalve die ene dan die wegsloop in de nacht.

Het werd hen in de hof van olijven ook te machtig.

Eenzaam en alleen ging Jesus zijn weg.
Met ver op de achtergrond,
bijna onzichtbaar -ook voor Hem-
als medestander:
Zijn Vader, de God van Abraham,
Isaak en Jakob
die Hem door de dood heen hielp.
—————-

Daarvan zullen de vrouwen
de eerste getuigen zijn:
het zijn deze vrouwen
die het ambt van de apostelen gaan redden.
Ze waren wel bedroefd maar
zijn niet weggelopen:
ze bleven volharden in hun hoop
en komen dapper op het graf af.

Er waren soldaten gesignaleerd in de buurt van het graf
– dat schrikte hen niet af –

en er was een reusachtig steen
als een groot wiel gewenteld voor het graf:
– dat schrikte hen niet af –
ze vragen het zich wel af:
‘wie zal die steen weghalen.’

Geen antwoord nog.
Wel dit:
‘en de zon ging op’ vertelt Marcus fijntjes:
een ander rond wiel
het wiel van de hoop.

En dan gaat het verhaal verder.
De bezorgdheid van de kloeke vrouwen
over het weghalen van de ronde steen
was overbodig.

De vrouwen die niet weggevlucht waren mochten ervaren:
de blokkade was opgeruimd:
de steen was gewoon weg !

Er is ook iemand die hen toespreekt.
Waar hij vandaan kwam? Dat doet er niet toe:
hij is er en hij zegt:
‘schrik niet,,
je zoekt Jesus van Nazareth
Hij is niet hier,
kijk dit is de plaats waar Hij werd neergelegd.

Ga het maar gauw zeggen tegen zijn vrienden:
‘Hij gaat je voor naar Galilea,
daar zul je hem zien, zoals Hij jullie gezegd heeft.’

Deze woorden zijn de vrouwen te machtig:
ze rennen van het graf weg
en het evangelie besluit:
‘van schrik vergeten ze er iemand iets van te vertellen.’

Gelukkig is het daarbij niet gebleven:
ze zijn het toch wel gaan vertellen.

Als het bij die ontsteltenis gebleven was
zou het verhaal van Jesus zijn doodgelopen
en had niemand meer iets van gehoord.

Maar we hebben uit dit verslag van Marcus wel begrepen
dat het ook toen niet zo vanzelfsprekend was
dat het verhaal van God met de mensen doorging.

Dat was het niet in Marcus’ tijd en dat is het nog niet.

De kerkgemeenschap waar Marcus dit verhaal zo voor schreef
was een bedreigde kerk die samenkwam in de catacomben van Rome,
angstig wachtend op een inval van de soldaten van de keizer
die nog steeds macht had op aarde.

Marcus heeft voor die mensen in nood een wonderlijke boodschap:
de soldaten winnen niet
maar de weerlozen zullen overwinnen
net zoals Hij dat deed: Jesus onze Heer.

Maar deze Jesus,
de echte Verlosser van de mensheid is geen held,
geen glanzende persoonlijkheid.

Hij komt niet binnen in een allen overrompelende macht en majesteit
maar Hij kwam en komt als vriend van de onzekeren en angstigen,
als een weerloze solidaire vriend van mensen die lijden moeten
een vriend die meeleed, pijn had en mee-stierf.

Een heiden zette toen aan het kruis, dit Credo in:
‘deze was een zoon van God.’

Deze mens, deze weerloze is in zijn weerloosheid
deze vriend van mensen die lijden moeten
van de onzekeren en angstigen van alle eeuwen.

Hij is niet de Heer van mensen die voldaan en zeker zijn,
de mensen die niet geraakt worden door leed en mislukking

Hij is de Heer van de mensen die treuren kunnen
zij zijn werkelijk degenen die Gods troost zullen zien.

De mensen jong of oud,
getroffen door een bijna tastbaar gevoel van eenzaamheid of hopeloosheid
krijgen te horen:
Je kunt uit je dal opkrabbelen
en het weer als een vreugde ervaren dat je er nog bent.

De voorganger van dit nieuwe mensenvolk
had zich betere vrienden kunnen wensen.
Hij wist natuurlijk hoe zwak de schouders waren en zijn
die de last van hun levensopdracht moeten dragen..
maar het is met deze kern van onzekere, angstige mensen
dat Hij een nieuw begin gemaakt heeft.

Over enkele weken zult u in het evangelie
van één van de zondagen van Pasen kunnen horen
dat Hij toch vertrouwen in ons heeft.
Johannes citeert die eigenaardige uitspraak van Jesus:
‘mijn werken zullen jullie doen
ja, grotere dingen dan ik zullen jullie doen.’

En met deze hoopvolle woorden eindig ik deze paaspreek.
De Heer heeft vertrouwen in ons:
aan ons nu de opdracht dat vertrouwen waar te maken.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

45ste serie Zaterdagmiddagconcerten

3 slag 2018 - full

Flyer

Thema: Organisten en componisten uit Noord-Holland

Locatie: Kathedrale Basiliek Sint Bavo, Leidsevaart 146, 2014 HE  HAARLEM

Data en tijden5 mei t/m 29 september 2018, iedere zaterdagmiddag van 15 tot ca. 16 uur (behalve 9 juni: aanvang 20.15 uur)

Negende lustrum van de serie Zaterdagmiddagconcerten rond het Willibrordusorgel

Op zaterdag 5 mei start de 45ste serie Zaterdagmiddagconcerten rond het Willibrordusorgel. De reeks wekelijkse concerten wordt voortgezet t/m de laatste zaterdag van september, 29 september.

De concerten beginnen om 15 uur (behalve het concert op 9 juni dat 20:15 uur begint), en duren ongeveer één uur.

Dit seizoen wordt er speciale aandacht besteed aan componisten die een deel van hun leven doorbrachten en -brengen in de provincie Noord-Holland, waarvan Haarlem de hoofdstad is. Een eerste inventarisatie leverde een lijst van 60 namen op!

Tevens is een groot aantal organisten die in de serie optreden, in Noord-Holland werkzaam.

De provincie Noord-Holland kent al sinds de late Middeleeuwen een rijke orgelcultuur die ook na de Reformatie bleef bestaan dankzij de openbare orgelbespelingen in de steden. De provincie beschikt over een groot bestand aan historische orgels met een grote diversiteit, waaraan bovendien veel goede organisten als vaste bespeler zijn verbonden.

In deze lustrumserie willen we vooral een aantal jongere organisten die werkzaam zijn in onze provincie aan bod laten komen naast een aantal regelmatig terugkerende gastorganisten.

Aan allen is gevraagd minstens één compositie te spelen van een componist die in Noord-Holland werkzaam is (geweest), en dat zijn er veel meer dan men zo op het eerste gezicht verwacht.

Georg Wilhelm Derx, Johannes Gijsbertus Bastiaans, Johannes Worp, Jan Albert van Eijken, Julius Röntgen, Hendrik de Vries, Christiaan Frederik Hendriks. Albert Pomper, Jan Zwart, Philip Loots, Ant. Wilh. de Rijp, Cornelis de Wolf, Jacques Bonset, Sem Dresden, Theo van der Bijl, Simon Landsman, Bernhard van den Sigtenhorst Meyer, Cornelis Kint, Hendrik Andriessen, Arie van Opstal, Harold Charles King, Marius Monnikendam, Jan Pouwels, Anthon van der Horst, Cor Kee, Hennie Schouten, Jacob Bijster, Jan Nieland, Leon Orthel, Adriaan Engels, Han Hoogewoud, Jan Felderhof, Francina Hinloopen, Willem Mudde, Hans Osieck, Wolfgang Wijdeveld, Johan Weegenhuise, Herman Nieland, Paul Christiaan van Westering, Jan Koetsier, Jan Mul, Albert de Klerk, Simon C. Jansen, Rudolph Escher, Piet van Egmond, Bram Bruin, Klaas Bartlema, Piet Post, Willem Vogel, Jurriaan Andriessen, Otto Deden, Klaas Bolt, Mathieu Dijker, Piet Kee, Haite van der Schaaf, Jan Valkestijn, Nico Verrips, Bernard Bartelink, Jaap Dragt, Carel Brons, Tera de Marez Oyens, Joep Straesser, Thijs Kramer, Daan Manneke, Wim de Ruiter, Jacques van Oortmerssen, Anton Pauw, Maurice van Elven, Dick Koomans.

Daarnaast telt deze serie drie koorconcerten:

  • op 2 juni (15 uur) zingt kamerkoor Vocoza uit Amsterdam begeleid door een groot blazers­ensemble van het Nederlands Filharmonisch Orkest de Mis in e-klein van Anton Bruckner
  • op 9 juni (let op: aanvang 20.15 uur) vertolkt Haarlem Voices de Petite Messe Solennelle van Gioachino Rossini (150 jaar geleden overleden) met begeleiding van piano en harmonium
  • op 29 september (15 uur) verzorgt een van de koren van het Muziekinstituut Sint-Bavo traditiegetrouw het slotconcert.

Actuele informatie is te verkrijgen op:

Uitgezonderd de concerten van 2 en 9 juni (het laatste vangt aan om 20.15 uur), en dat van 15 september is de serie gratis toegankelijk. Wel wordt na afloop een vrijwillige bijdrage gevraagd.

ZATERDAGMIDDAGCONCERTEN 2018, aanvang 15 uur, behalve 9 juni: 20.15 uur; duur 1 uur (behalve 2 juni en 9 juni: duur ca. 2 uur, incl. pauze). Toegang gratis, behalve 2 & 9 juni en 15 september.
Datum Solist Medewerkenden en/of bijzonderheden Programma
5 mei Dirk Out Cor Kee, Jan Zwart, Langlais, Dupré
12 mei Mark Heerink Monnikendam, van Elven, Beijer, Franck
19 mei Una Cintina & Erik Jan Eradus Valkestijn, Litaize
26 mei Christiaan de Vries Piet Post, Rachmaninow, Widor
2 juni Vocoza o.l.v. Sanne Nieuwenhuijsen m.m.v. van blazersensemble Ned. Filharmonisch Orkest Toegang € 17,50/€ 12,50 € 2,50 korting in de voorverkoop via vocoza.nl A. Bruckner (o.a. mis in e-klein),
9 juni

20.15 uur

Haarlem Voices o.l.v. Sarah Barrett m.m.v. Lennie Kerkhoff (piano) & Ton van Eck (harmonium) Let op: afwijkende aan­vangs­tijd; avondconcert; toegang € 17,50/€ 10,-. € 2,50 korting in de voor­ver­koop via info@haarlemvoices.nl Rossini, Petite Messe Solennelle
16 juni Matthias Havinga C.F. Hendriks jr., v. Oortmerssen , Mendelssohn,
23 juni Stephan van de Wijgert F. Poulenc (concert voor orgel strijkers en pauken), De Klerk, Duruflé
 30 juni Petra Veenswijk L. Vierne (4de symfonie), C. Kint, J. Langlais
7 juli Jaap Stork Debussy, Bijster, Bartelink
14 juli Ton van Eck Donateursconcert Stichting Willibrordusorgel Mozart, J. Nieland, Bartelink
21 juli Int. orgelfestival i.s.m. het Int. Orgelfestival Nog niet bekend
28 juli Deelnemers Int. Zomeracademie. i.s.m. het Int. Orgelfestival Nog niet bekend
  4 aug Susanna Veerman & Wim Does Saint-Saëns (Danse macabre), Widor, Wammes, Bijster, Gigout
  11 aug Agnieszka Tarnawska 1ste prijs Int. C. Franck Concours 2017 Franck, Vierne Hindemith
18 aug Tjeerd van der Ploeg Piet Post, Widor (Symf. Gothique)

Karg Elert (Passacaglia op. 150)

25 aug Matteo Imbruno Dick Koomans, Anton Pauw, Boëllmann
1 sept Henk G. van Putten Andriessen, Franck, Rheinberger
  8 sep Ton van Eck Open Monumentendag Latijns-Amerikaans programma
15 sept Zuzana Ferjenčíková i.s.m. Stichting Vox humana; betaalde toegang Liszt, Franck, Dupré Guillou
22 sept Christoph Kuhlmann Bach, Schumann, Franck
29 sept Ton van Eck Een van de koren van het Muziekinstituut St.-Bavo L. Vierne, Corn. de Wolf, J. Nieland

 

25 maart: De pelgrims achterna

[print]

Palmzondag

Schriftlezingen:

  • Marcus 11,1-10

  • Jesaja 50,4-7

  • Filippenzen 2,6-11

  • Marcus 14,1-15,47

Opgaan naar Jeruzalem is een heel gebeuren,
vanuit de diepte waar Jericho ligt,
meer dan 100 meter onder de zeespiegel,
klimmen de pelgrims omhoog en komen
na een lange klim tenslotte boven
op de oostflank van de olijfberg aan
de heuvelrug waarop men een prachtig zicht heeft
op de heilige stad die dan plotseling
aan je voeten ligt, aan de andere kant van het Kedrondal
met de hof van olijven.

Vanaf de olijfberg zien de pelgrims
de Davidsstad liggen: Jeruzalem, de heilige stad..
met haar grote tempel schitterend in de zon.

De dreigende Romeinse Antonia-burcht,
gebouwd om Jeruzalem onder de romeinse knoet te houden,
zien de pelgrims ook.
Maar hun vreugde bederft die niet
en de pelgrims zingen elkaar de psalmteksten toe:

‘Wat was ik blij toen men mij zeide:
wij gaan naar het huis van de Heer’
en
‘ Gezegend is degene die mag komen
in de naam van de Heer.’

Jeruzalem, de naam zegt het al ‘vredesstad’
kan alleen maar echt Jeruzalem zijn
als er rechtvaardigheid heerst en vrede,
en dan pas echt als er een koning is
die opkomt voor de kleinen
en die de vrede aandraagt.

In Jesus’ tijd was het recht ver te zoeken
en een vredeskoning was er niet.

Volgens de evangelisten komt daar verandering in
als Jesus als de nieuwe koning,
de echte koning die namens God de stad mag regeren,
zijn stad binnengaat:
Hosanna de koning van de vrede.

Echte koning van het recht en de vrede,
dat was Jesus door zijn solidariteit met de lijdenden,
door zijn keuze voor de kleinen en de armen,
door zijn hele manier van leven.

Helaas,
niemand kan partij kiezen voor de armen en de verdrukten
zonder weerstand op te roepen
en zelf deel te krijgen aan de verachting en het lijden
dat zij moeten ondergaan.
Niemand kan partij kiezen voor hen die lijden
zonder dat er moord en brand geroepen en geschreeuwd wordt.

Dat werd Jesus duidelijk toen Hij op de ezel
-het dier van de armen en de weerlozen-
de stad binnenkwam.

Hij had de armen en de verdrukten nieuwe hoop gegeven.
Hij had hen de ogen geopend.
Geen wonder dat zij het juist zijn die beginnen te roepen:
HOSANNA, gezegend de koning die komt in de naam van de Heer!’

Ze deden het zo luid als ze maar konden,
hopende dat de gezagsdragers, de priesters,
de Romeinen en hun eigen politiek leiders het goed zouden horen:
HOSANNA… dat betekent: HELP ONS!

Ze begrepen dat ze moesten schreeuwen om Jesus te helpen.
En ze begrepen ook dat Hij het zwaar te verduren zou krijgen
omdat hij hun zijde gekozen had.

Jesus wordt nog door enkele vooraanstaande leiders gewaarschuwd:
‘Meester, beveel ze te zwijgen!’

Maar Hij gehoorzaamde hun niet.

Hij wist waarom het volk schreeuwde en Hij vond dat zij gelijk hadden.

Maar, en vele volgelingen van hen zouden het later eveneens merken,
als je iets doet om het Koninkrijk van God,
het rijk van rechtvaardigheid en liefde te bevorderen,
dan wordt je dat steeds door velen kwalijk genomen.

Vooral voor hen die op dat ogenblik de macht in handen hebben.
Jesus vergiste zich daarin niet. Hij had geen enkele illusie.

In het evangelie is er geen twijfel.
Jesus’ leven kon alleen maar uitlopen op zijn dood.

Maar voor Hem was die dood geen tragedie,
geen anticlimax en ook geen ondergang.

Jesus gaat immers het paasmaal met zijn vrienden vieren:
het maal dat herinnert
aan de bevrijding van Gods volk uit Egypte.
— Pasen, Pesach, verlossingsfeest: letterlijk: DOORTOCHT.
— Het hele lijdensverhaal wordt geplaatst
binnen het verlangen van de Heer
om zijn weg door dood heen naar het leven, te voltooien.
Zelfbewust gaat Jesus zijn weg.
Er is de pijn in de hof maar de schriften moeten worden vervuld.

Leerlingen schieten te kort maar Jesus gaat verder.

In zijn voetspoor traden later andere echte moedigen:
Martin Luther King, bisschop Romero,
pater Frans van der Lugt in Syrië;
waardig gingen ze hun weg.

Ze wisten wat hen boven het hoofd hing.
Bisschop Romero die werd neergeschoten
terwijl hij de Eucharistie aan het vieren was.

Vlak tevoren had hij gezegd:
‘Ik ben vaak bedreigd met de dood.
Maar als christen -ik zeg het maar ronduit-
geloof ik niet in een dood zonder verrijzenis.
Als ze mij vermoorden zal ik verrijzen
in het volk van El Salvador…
en als ze hun bedreigingen uitvoeren
dan offer ik mijn bloed aan God
voor de redding en de verrijzenis van mijn volk.’

Zijn voorspelling is uitgekomen, zijn portret hangt nu,
vele jaren na zijn dood, nog steeds in bijna heel Zuid Amerika
in winkels en huiskamers, in kerken en op markten.

Want, en dat gaan we vieren:
er is geen dood van de rechtvaardigen zonder verrijzenis.
Geen ‘in uw handen beveel ik mijn geest’
zonder aanvaarding door de Vader. Geen offer zonder toekomst…

Achter het duister gloort het licht.
Na het Hosanna, de hulproep van de kleinen,
en het ‘kruisigt hen’ van de corrupten en de machtigen
zal onverbiddelijk het Alleluiah van de paasnacht
en de paasmorgen volgen: Zie Hij leeft!

Het lijden van Jesus is geen donkere tunnel
maar een weg naar het licht.
Hij gaat ons voor als de rechtvaardige die doet wat Hij moet doen.
Het tekort schieten van de leerlingen wordt pijnlijk duidelijk
maar blokkeert de Messias niet
op Zijn weg naar de verheerlijking die onze redding betekent.

We horen als Hij in zijn graf ligt spreken over
soldaten die Jesus’ graf moeten bewaken
-ze waren ook maar gestuurd-
maar ze kunnen Hem niet tegenhouden:
Pasen komt er aan: Gods Koninkrijk zal doorbreken.

Gaan wij Hem achterna deze week,
het donker in van de goede vrijdag
om met Hem op te gaan naar het licht:
Gods Koninkrijk zal komen,
als wij voor werkelijk voor Hem kiezen:
in onze dagen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Goede Week en Pasen in de Kathedraal 2018

pasenPalmzondag

Op Palmzondag 25 maart is om 10.00 uur de Pontificale Hoogmis, waarin de Bisschop Mgr. dr. J. Punt de hoofdcelebrant is. De Bavocantorij zal de gezangen verzorgen.

Boeteviering

Op dinsdag 27 maart is er om 19.30 uur een boeteviering en aansluitend gelegenheid voor het persoonlijk ontvangen van het sacrament van boete en verzoening.

Chrismamis

Op woensdag 28 maart is om 19.30 uur de Oliewijding (Chrismamis) De Bisschop Mgr. dr. J. Punt zal in concelebratie met de priesters van het bisdom en het militair ordinariaat hier in voor gaan. De gezangen worden verzorgd door de Senioren en Mannen van het Kathedraal Koor.

Witte Donderdag

Op Witte donderdag 29 maart is om 19.30 uur de plechtige avondmis, waarin het Mannenkoor de gezangen zal verzorgen.

Goede Vrijdag

Op Goede vrijdag 30 maart is om 15.00 uur de Kruisweg en zijn om 19.30 uur de Goede Vrijdag Plechtigheden, waaronder de kruisverering. De Bisschop Mgr. dr. J. Punt zal in de avondplechtigheid voorgaan. De Bavocantorij zal de gezangen verzorgen, waaronder de bekende Johannespassie van Jan Valkestijn.

Aansluitend worden vanaf 21.00 uur de Lamentaties van Goede Vrijdag gezongen door de Bavocantorij.

Paaswake

De Paaswake op zaterdag 31 maart begint om 21.00 uur, waarin Hulpbisschop Mgr. J. dr. Hendriks hoofdcelebrant zal zijn. De Senioren en Mannen van het Kathedrale Koor zullen de gezangen verzorgen, waaronder delen uit de Missa Brevis in C major (Spatzenmesse) van W.A. Mozart.

Hoogfeest van Pasen

Op Eerste Paasdag 1 april is om 10.00 uur de Pontificale Hoogmis van Pasen, waarin de Bisschop Mgr. dr. J. Punt zal voorgaan. Het Kathedrale Koor zingt o.a. de vaste misdelen uit de Missa Brevis in C major (Spatzenmesse) van W.A. Mozart. Ook Händels Halleluia zal feestelijk klinken.

Op Tweede Paasdag 2 april is de viering om 10.00 uur met samenzang.