• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

Category Archives: Preken

1 september: Heilzaam ontregelen

[print]

22e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Sirach 3,17-18.20.28-29

  • Hebreeën 12,18-19.22-24a

  • Lucas 14,1.7-14

Ik begin met een herinnering aan een TV uitzending over prinses Diana,
iemand die ‘in the picture was’
zoals dat heet. Een oorspronkelijke vrouw.
Toen ze binnenkwam in een bejaardenhuis
waar mensen een beetje mistroostig zaten te kaarten zei ze:
‘wie speelt er vals?’ en meteen was er deining in de zaal en gelach.
Ook haar bezoek aan AIDS-patiënten in een ziekenhuis/
Iedereen was in die dagen als de dood voor AIDS
en de patiënten werden zorgvuldig geïsoleerd.
De bezoekers, zo ze er al waren
waren als de dood dat zij besmet zouden worden.
Ik herinner mij dat mij toen ook die angst werd aangepraat
toen ik een keer op bezoek ging in het AMC.
Diana loopt zo op een patiënt toe en schudt hem de hand.
Grote paniek bij de beveiligers.

Onze Paus Franciscus gaat op deze voet verder:
beter gezegd is degene die de hele wereld aan het wakker schudden is!
Dat is belangrijk: het is uiterst heilzaam dat wij bestaande kaders doorbreken
en andere mensen durven ontmoeten.
Misschien zag u al wat afleveringen van de serie van Andries Knevel
-nota bende van de degelijk protestantse E.P.-
die deze paus volgt op al zijn tochten naar de echt belangrijke mensen.

De Schrift, en met name het evangelie, spreekt erg kritisch
over mensen die vooraan zitten omdat ze altijd al vooraan zaten.
In de eerste lezing krijgen we het al te horen:
‘hoe meer aanzien je hebt,
hoe meer je je moet vernederen.

Jesus gaat daarop verder en ontmaskert, in het evangelie van vandaag
aan de hand van wat zich iedere dag voordoet
… het ambitieuze gedoe in de maatschappij,
waarbij anderen opzij gedrukt moeten worden
om sommigen de kans te geven zelf vooraan te komen.

En daarna wijst Hij degenen aan
die het eerste recht hebben om aan te zitten
aan de maaltijd der volkeren.
Dat zijn de armen, de gebrekkigen, de kreupelen en de blinden.
Die moeten worden uitgenodigd.
Maar dat is moeilijk want
we kennen ze niet echt.
Wij zien de armen niet echt.
We kijken naar een beeldbuis die we kunnen afstoffen.

Iemand die echt wel eens geweest is in een ontwikkelingsland
-neen ik bedoel niet op een safari of een verzorgde reis-
weet ongeveer hoe het daar is
en zal goede herinneringen hebben aan hun vriendelijkheid
en hun gastvrijheid tegenover welke gast dan ook
die zij onmiddellijk de ereplaatsen geven.

Wanneer zullen wij hen eindelijk eens toelaten aan onze dis?
Jesus geeft ons ook een methode aan
hoe we de idealen van het Koninkrijk Gods kunnen realiseren.
Het is voor jou goed om zo te leven
dat de ander belangrijker is dan jij. Maak voor hem ruimte.
Ga zelf nu eens niet op die eerste plaats zitten…
Laat die eerste plaats waar je als rijke westerling
al zo lang zit nu eens over aan een ander
die daar nog nooit gezeten heeft.

VERHAAL:
Er was eens een synagoge in een stadje in oost Polen.
De rabbijn was een zeer wijs man,
hij had tal van geleerde boeken geschreven
en had daarom ook gevraagd
of het bestuur van de synagoge hem niet met kleine zaken wilde lastig vallen.
Het ging hem alleen om de hoofdzaken.
Rondom het bedehuis woonden allerlei mensen.
Rijken en armen. Samen gingen ze naar de synagoge
maar natuurlijk de allerarmsten niet.
Die schaamden zich te zeer
omdat ze geen passende kleren hadden
om in het openbaar te verschijnen.
Wel was het de gewoonte
dat de armen van het dorp na de sabbathsdienst bij de kerkdeur stonden.
Ze kregen dan een gift van de kerkgangers
en bedankten hen daar vriendelijk voor.
Er kwamen echter klachten
dat vele kerkgangers het een beetje storend vonden,
die arme vieze mensen aan de deur.
Het bestuur was daarover in vergadering bijeengekomen
en om de overlast en de drukte te voorkomen
had men bij de uitgang van de kerk een groot offerblok geplaatst
met het opschrift: ‘voor de armen’.
Toen de rabbijn
op eerste sabbath waarop het offerblok in gebruik genomen werd
naar buiten kwam zag hij wat er veranderd was
en deze ontdekking greep hem zo aan
dat hij direct het parochiebestuur bijeenriep.
‘Wat hebben jullie nu gedaan,’
zo begon hij op verontwaardigde toon,
‘jullie hebben bij de ingang van de kerk
een offerblok geplaatst!’
Verbijsterd vroegen de kerkbestuursleden hem
waarom hij hier zo geschokt over was.
Hij zei: ‘tot nu toe stonden jullie iedere sabbath
nog oog in oog met de armen
en werden jullie door hen aan je eigen rijkdom herinnerd
en deden jullie wat je te doen stond
maar nu staat er alleen maar een ding.
Je zult daarom je ogen gaan sluiten
voor de nood van de arme
en je hart zal niet meer door de nood van de arme worden geraakt.’
Het offerblok werd haastig verwijderd
en de volgende week stonden de armen weer aan de deur.
De parochianen zagen hen weer oog in oog,
groetten hen en gaven weer hun giften.

We kunnen al deze dingen ook toepassen dichterbij:
op je relatie met je partner, met je vrienden.
Zie hem of haar echt.
Gun die ander nu eens de ereplaats
en als die ander dat ook denkt
wordt het op deze aarde echt goed.

Ik vond in mijn bibliotheek een tekst van Ambrosius,
bisschop van Milaan (340-397)
-hij kijkt vanuit dat raam in onze kerk, een bijenkorf naast hem, naar ons hier beneden. –
Zijn woorden waren honingzoet maar ook duidelijk-
Augustinus is dankzij zijn preken bekeerd:
In een van Ambrosius’ preken las ik:
‘de aarde werd voor allen gemeenschappelijk geschapen.’
‘Als je toevallig rijk bent
ook al heb je er hard voor gewerkt
bedenk dan dat je,
als je iets aan de arme geeft,
je niet iets geeft dat van jezelf is
maar iets dat eigenlijk al van hem was.’

In het tegenoverliggende raam treffen we
de Griekse heilige Johannes Chrysostomus,
vertaald: Jan met de gouden mond.
Hij waarschuwt:
‘De rijken zijn degenen
die zich van de goederen die voor allen bestemd zijn
het eerste meester hebben gemaakt’
Ja, die oude kerkvaders konden het mooi zeggen
en hun boodschap is nog eigentijds ook.

Door Jesus’ verkondiging worden we steeds meer ingewijd
in de geheimen van Gods Koninkrijk.

Het wordt in het voetspoor van Jesus van Nazareth
steeds duidelijker wat van ons wordt verwacht:
doen als Hij
die zelf de laatste plaats heeft ingenomen
als een slaaf die de voeten van zijn leerlingen waste
als een mens die tussen de misdadigers aan het kruis hing
en die Zijn leven voor ons gaf.

Tot zijn gedachtenis staat hier een tafel,
die tafel hier is meer
dan een rechthoekige plank met vier poten
maar een prachtig symbool van menselijke solidariteit.

Aan die tafel zoals God die wil aanrichten
kunnen mensen van alle naties en talen aanzitten.
Aan tafel zijn ze allemaal hetzelfde,
zijn wij allemaal hetzelfde:
allemaal sterfelijke wezens die eten nodig hebben
anders gaan we dood.
Maar dankzij Hem is er leven!

Allemaal hebben wij onze eigen kwaliteiten
allemaal kunnen wij onze bijdrage leveren
ieder met haar/zijn eigen mogelijkheden.
Dat is nou net precies de bedoeling van een kerk:
voor alle mensen iets betekenen,
iedereen welkom:
zo maken wij als mensheid een nieuw begin.

Hein Jan van Ogtrop, pastor

28 juli: Samen blijven bidden

[print]

17e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Genesis 18,20-32

  • Kolossen 2,12-14

  • Lucas 11,1-13

Het doet mij altijd een beetje aan het Waterlooplein
in Amsterdam denken: God en Abraham.
Abraham afdingend: 50 rechtvaardigen, 5 minder, 45,40,
en verder maar weer 30, 20 en uiteindelijk 10.
Een vreemde vraag: waarom durft Abraham niet verder naar beneden te gaan
dan de tien… Dat heeft een goede reden.

Als er minder dan 10 mensen in een Joods bedehuis zijn
kan een Joodse kerkdienst niet doorgaan.
Abraham vindt dat er minstens een gebedskern aanwezig moet zijn,
een mini-kerkje wil er nog redding mogelijk zijn.

Abraham heeft dat goed aangevoeld:
zonder gebedskernen, zonder mensen die zich verzamelen
rond het woord van God is de wereld er slecht aan toe.

Toch hebben de Rabbijnen wel commentaar op Abrahams houding.
En dan zeggen ze -en ze komen zo direct
bij Jesus uit die zegt dat je moet blijven doorbidden, doorzeuren bijna:
‘Was Abraham maar doorgegaan met zijn gebed! Hij is te bescheiden.
Hij heeft te weinig vertrouwen in Gods ruimhartigheid en zijn gulheid.

Abraham durft niet meer en het verhaal
-geschreven om ons te vertellen hoe sterk de kracht van het bidden is-
vertelt dat Sodom verwoest wordt… en eigenlijk -als we die Joodse bijbeluitleg volgen- is Abraham indirect de schuld.

Waar het bidden betreft geldt dat je niet onbescheiden genoeg kunt zijn.
Je moet volhouden, net als die vriend -waar het evangelie over spreekt-
die maar door blijft kloppen om hulp, nota bene midden in de nacht.
De man bij wie hij aanklopt zal uiteindelijk toch opstaan,
al is het alleen maar om van het gezeur af te zijn.

Bidden –laten we eerlijk zijn- schiet er tegenwoordig een beetje bij in
hoewel: het is vakantietijd en je wilt het niet weten hoeveel mensen in het buitenland of binnenland, als ze een kerk bezoeken toch een kaarsje aansteken en in het intentieboek vaak iets schrijven. Dat is goed: bidden mag, bidden moet, met bidden moet je nooit ophouden.

Neen, het is niet zo dat je alles wat je op je verlanglijstje hebt staan
onmiddellijk zult verkrijgen. Het is niet tafeltje dek je, ezeltje strek je..
Geloven en bidden betekent niet een fijne levensverzekering afsluiten bij God die dan direct uitkeert.

Bidden gaat er op de eerste plaats van uit dat e gelooft in een God die je uitdaagt
maar zelf je bijdrage te leveren aan een betere wereld en het geluk van anderen.

Dat betekent vaak: je storten in het avontuur, als Abraham, op reis durven gaan.
Dingen durven loslaten, je los maken van allerlei dingen
die belangrijk zijn of lijken en groeien naar wat God van je vraagt.

Jesus geeft zijn leerlingen een beetje bijles in het bidden.
De leerlingen kennen natuurlijk eindeloze reeksen gebeden, hele litanieën en vele psalmen. Toch vragen ze aan Jesus: ‘Heer leer ons bidden.’
Ze vragen niet naar de bekende weg maar ze vragen eigenlijk:
‘laat ons iets leren van jouw oriëntatie op God dan kunnen wij het ook proberen.
Laat ons zo vol zijn van wat God wil dan zullen wij samen het aanschijn der aarde veranderen.’

En dan mag je bidden, met klem en vaak
UW KONINKRIJK KOME… UW WIL GESCHIEDE..

en GEEF ONS (en met die ons zijn niet alleen wijzelf bedoeld
maar mensen van ALLE naties en talen)
HEDEN ONS DAGELIJKS BROOD.

Lucas, de kerk-evangelist bij uitstek, vertelt ons veel over het bidden.
Hij beschouwt dat als een belangrijke taak van de kerk.
Lucas vertelt uitgebreid hoe de eerste kerk werd gesticht, hoe de eerste christenen alles gemeenschappelijk hadden, de armen hielpen en de zieken genazen…
en dan vertelt hij ons ook dat ze samen volharden in het gebed.

Leven in de Geest van Jesus en bidden zoals Hij dat leerde horen bij elkaar.

Die beide dingen tezamen vormen de grote opdracht
voor de jonge gemeenschap van volgelingen
die zich rond Jesus’ vernieuwende boodschap verzamelen willen.

Leven in Zijn Geest en bidden kun je het beste met anderen samen doen.
Daarom vragen de leerlingen ook: ‘Heer, leer ONS bidden’.

De gebeden van een gebedsgemeenschap -en wij zijn dat deze morgen- hebben een bijzondere kracht. En dan is iedereen nodig.
Daarover gaat een mooi verhaal:

‘Eens deed de Baalsjem Tov -een belangrijke Poolse joodse leraar uit de 18e eeuw- heel lang over zijn gebed. Zijn leerlingen worden ongeduldig en gaan maar vast naar huis. Pas veel later horen ze hoe erg dat geweest is.

Hun meester vertelt hun dan:
‘Wat er gebeurde doordat jullie weggingen en mij alleen lieten zal ik jullie door een gelijkenis verklaren.’

‘Het gebeurde eens in de tijd van de vogeltrek. De inwoners van een kleine stad ontwaarden op een goede dag in zo’n vlucht trekvogels een zeer kleurige vogel,
zoals geen mensenoog er ooit een had gezien.

De vogel streek neer in de top van de hoogste boom en nestelde daar.
Toen de koning dit ter ore kwam gebood hij de vogel uit het nest te halen.

Een aantal mensen moest op elkaars schouders gaan staan als een ladder,
totdat de hoogste het nest kon pakken..

Het opbouwen van de ladder vergde echter zoveel tijd dat de ondersten ongeduldig werden en begonnen te bewegen en de ladder stortte ter aarde.’

En de rabbijn besloot:
‘jullie hebben mij in de steek gelaten door allemaal weg te gaan terwijl ik bijna bij Gods troon was en al onze echte noden bij Hem neer had kunnen leggen
zodat verlossing had kunnen geschieden. Die blijft nu uit’

Het is van het grootste belang – het is goed dat nog eens duidelijk in deze tijd te zeggen- dat de christelijke gemeenschap bijeen blijft: dat wij bij elkaar blijven.

Je komt niet naar de kerk omdat je het ergens mooi vindt
niet eens omdat jijzelf het nodig heeft maar op de eerste plaats
omdat God en zijn gemeenschap jou nodig hebben.
Samen moet je het als christenen opbrengen
bij elkaar te blijven. Samen ijverend voor de leniging van de nood van anderen,
samen bouwend aan een gemeenschap waarin geleefd wordt in de Geest van Jesus en… samen te bidden.

En daarbij mag je dan niet zo bescheiden zijn als Abraham
die te vroeg ophield. Je moet volhouden.

De man die zijn vriend lastig valt midden in de nacht en vraagt om brood krijgt zijn broodje niet wegens de vriendschap die de man die in bed ligt hem toedraagt,
ook niet vanwege de lengte of de schoonheid van zijn gebeden maar wegens zijn volharding. Letterlijk staat er: ‘onbescheidenheid’ en eigenlijk betekent het griekse ANAIDEIA: schaamteloosheid!

In de donkere jaren 40-45 is er gebeden, echt gebeden, volhardend
ja onbescheiden aangedrongen op de bevrijding van de tirannie
en om de komst van de vrede.

Ook vandaag zal er gebeden moeten worden, duidelijk en volhardend om recht en vrede.. En al die bidders zullen ook werkelijk voor recht en vrede willen kiezen en er zich voor inzetten.

Wij kunnen dan goede actieve, blijmoedige christenen zijn
die anderen tot zegen zijn. En zo kan ik eindigen met Sint Paulus’ advies
in zijn Filippenzenbrief: ‘Verblijd u in de Heer te allen tijde, ik zeg het nogmaals verblijd u! Uw vriendelijkheid moet aan alle mensen bekend zijn: de Heer is nabij. Wees in niets te bezorgd. Laat al uw wensen bij God bekend worden in gebed en smeking en nooit zonder dankzegging.’

Als wij ons daar aan willen houden
zal waar worden wat Paulus ons tenslotte toezegt:
‘En de vrede Gods die alle verstand te boven gaat,
zal uw harten en uw gedachten behouden in Christus Jesus.’
En een gebed tot slot:
God, hemelse Vader, Wij bidden U: geef ons durf ja brutaliteit
om bij U aan te komen met wat ons werkelijk bezighoudt.
Ons geloof is vaak te klein.
Leer ons dan wel bidden zoals Jesus ons dat geleerd heeft:
Uw Koninkrijk kome, in onze dagen.
En geef ons dan ook de moed
te leven zoals Hij ons het voordeed.

Hein Jan van Ogtrop, pastor

9 juni: Pinksteren

[print]

Pinksteren

Schriftlezingen:

  • Handelingen 2,1-11

  • Romeinen 8,8-17

  • Johannes 14,15-16.23b-26

Mijn broer, die leraar is in Leiden
vroeg aan de leerlingen van de oecumenische school daar
-ze houden daar altijd een dagopening-
“weten jullie wat we op Pinksteren vieren’?
Een wakkere leerling stak zijn vinger op:
‘iets met vlammetjes.’ Toch een aardig antwoord
want veel mensen weten helemaal niets over Pinksteren.
Pinksteren blijft een moeilijk feest.

Het woord Pinksteren heeft een weinig romantische betekenis.
Het woord betekent gewoon: ‘vijftigste’ en daarmee is dan bedoeld
dat het gewoon de vijftigste dag na Pasen, beter gezegd VAN Pasen is.

Vijftig is een vol getal, zeven maal zeven + één!
Als je vijftig wordt -zegen de mensen- heb je Abraham gezien:
het leven is tot een zekere volheid gekomen
(ouder worden is geen vloek).

Vlak na Jesus’ dood gebruiken de leerlingen van Jesus
de 50 dagen na het feest van de bevrijding uit Egypte
als een hele bijzondere bezinningstijd.

Hun medejoden zijn zich aan het voorbereiden
op de viering van wat er 50 dagen na de uitttocht uit Egypte gebeurde:
de wetgeving op de berg Sinaï.
En we weten allemaal wat voor een grote dingen daar gebeurden:
vuur was er op de berg en de stem van God klonk
met kracht, de tien geboden werden afgekondigd
en iedereen werd uitgenodigd om mee te doen.

In de tempel van Jeruzalem brandden op de pinksterdag
de vuren om de pelgrims te herinneren aan het vuur van de Sinaï.
Een ieder moest proberen iets van dat vuur mee te dragen;
he, daar zijn de vlammetjes.
De hele stad is vol met vreemdelingen
die allemaal het feest mee willen vieren van die vijftigste dag.
Juist als dat pinksterfeest in Jeruzalem aanbreekt
vertelt Lucas hij over de nieuwe kansen die er zijn gekomen
rond Jesus van Nazareth en hij vertelt over het vuur
en over de storm, de beweging in het huis waar de apostelen waren;
en het vuur dat zich op ieder van hen neerzette.
Dat vuur trekt de aandacht
en velen begrijpen dat er iets bijzonders aan de hand is.

Maar het andere kan ook: -en gebeurt ook nog steeds-:
ontkennen dat het van belang is,
de waarde ontkennen van al het werkelijk vernieuwende
wat er, tot op de dag van vandaag gebeurt.

De goede verstaander verstaat het,
waar hij ook is, van welke nationaliteit hij ook is,
van welke geloofsgemeenschap hij ook lid is,
of hij oud is of jong dat doet niet ter zake.

Petrus trekt de stoute schoenen aan en treedt naar buiten
terwijl hij, misschien wat overdreven, zegt:
“hier gebeurt waar de profeten over droomden:
jong en oud zien visioenen,
de Geest van God vervult de mensen”.

‘En zij allen konden hem verstaan in hun eigen taal’ staat er dan,
een wonder dat gelukkig vandaag de dag ook nog gebeurt.
Mensen die samen idealen hebben,
mensen die samen geloven.. verstaan elkaar.

In Amsterdam hebben we vroeger in de Lucaskerk
-helaas twee weken geleden gesloten-
toen er twee nieuwe klokken kwamen
die de namen gegeven van Moeder Teresa en Helder Camara.

Moeder Theresa sprak Engels maar zie…iedereen verstond haar.
Dom Helder Camara Frans en ook al heeft niet iedereen Frans geleerd….
iedereen verstond hem.

Er is een gelovige eensgezindheid mogelijk
rond mensen die met hun woord anderen verzamelen en bemoedigen.
Dat was vroeger en is nu gelukkig ook nog zo.
Ik verbeeld mij dat zoiets kan gebeuren rond onze Paus
die gevangenen de voeten wast en die zegt:
, We moeten af van de slavernij van het geld.’
Dat is een andere eensgezindheid
zoals wij die uit het verhaal van de toren van Babel kennen.
Die eensgezindheid stootte God tegen de borst:
het was de eensgezindheid van de hoogmoed en de machtswellust:
wij zullen samen wel eens even iets laten zien.

Dat was een eensgezindheid die verstrooid moest worden.
De eenheid die de mens tekort doet. Een joods verhaal vertelt:
‘als er bij de torenbouw in Babel
een mens van de stellingen viel en dood viel
keek niemand op of om.
Maar viel er een steen of een hamer
dan was er paniek: ‘wie gaat die terughalen.’

Mensenlevens telden daar niet,
net zo min als bij ons. Vele doden vallen
in ontwikkelingslanden bij natuurrampen
ik herinner mij nog Bangla Desj.
1100 Doden vielen daar,
-wij haalden daar goedkope T-shirts vandaan:
we zijn wel een beetje wakker geworden en er is iets aan de dijken gedaan.
En we zeggen nu:
een minimumloon voor de arbeiders daar is toch wel nodig.
de pinkstergeest werd – wel erg traag- over ons vaardig:

Petrus getuigt in zijn prachtige pinksterpreek
over een nieuwe eenheid rondom Jesus Messias.
Hij neemt de gelegenheid te baat
om de pelgrims te vertellen hoe schandalig de schijnbare eensgezindheid was
van de hordes die stonden te roepen: ‘aan het kruis met hem.’

De moord op iedere mens is een schandaal.
De moord op deze mens -Jesus- in het bijzonder.
De moord op de ene mens die ons juist nieuwe kansen wilde geven
en onze wereld verder kon helpen.
Als Petrus’ luisteraars een beetje onder de indruk zijn van zijn preek
en hem dan een beetje zenuwachtig vragen:
‘wat moeten wij doen’
is het antwoord:
‘bekeer JIJ jezelf NU, verander,
blijf geen buitenstaander,
doe mee met een nieuwe manier van leven.’
word weer mens,
een nieuwe mens. ‘

Velen, 3 a 4-duizend laten zich dopen.
De Heilige Geest, die in Jesus aanwezig was,
breekt zich baan middels zijn volgelingen.

De Geest van de mensen die vol zijn van God, laat zich horen.
Samen vol van God zijn is onze opdracht
om zo samen anderen tot zegen te zijn.

Wat een vreugde dat we vandaag weer met mensen die hun levensopdracht
serieus nemen bij elkaar mogen zijn.

Dank voor jullie enthousiasme.

Enthousiast zijn, letterlijk ‘vol van God zijn’
om zo het aanschijn der aarde te gaan vernieuwen.
Dit enthousiasme oefenen wij in de kerk.
Het is -als het goed is- niet het goedkope laaiende enthousiasme
dat vlug over gaat maar het enthousiasme
van de trouw aan je opdracht ten einde toe.
In goede en in kwade dagen.

Om zo vol van God te raken heb je tijd nodig, veel tijd.
Wie tegenwoordig naar het nieuws luistert en kijkt
wordt er somber van.
Niet doen! Er is tijd nodig voor de groei van het Koninkrijk.
Je zult naar God toe moeten groeien.
Vandaar die 50 dagen na Pasen om te beginnen. Ze zijn een zegen.

Mensen die taai zijn en volhardend,
die mensen kunnen ook -als het nodig is- geduld hebben
ze kunnen wachten.

Wachten -en tegenwoordig moet dat vaak-
wachten op het geloof dat in iedereen wortel kan schieten.
Je maakt dat tegenwoordig vaker mee dan vroeger:
– ook bij echt goedgedoopte katholieken-
hoe mensen een begingeloof hebben,
dat naderhand wegzakt.

Maar het omgekeerd gebeurt ook:
dat het later pas echt geloof wordt,
naar buiten breekt zoals dat bij de apostelen gebeurde.

Omdat het heel moeilijk is je eigen opdracht te verstaan
zullen we nog heel lang oefenplaatsen nodig hebben
waarin we onze opdracht iedere keer weer opnieuw
in onze eigen tijd te horen krijgen…

Kerken mogen dat zijn:
plaatsen waar mensen zich verzamelen rond het woord,
rond het brood en de wijn
en waar wij ons voorbereiden op de grote toekomst van God
met de mensen.

We zullen -net als de apostelen-
de moederschoot van die kerk nog lang nodig hebben,
misschien zelfs -net als de apostelen van voor Pinksteren-
als een zaal met gesloten deuren.
In die zo noodzakelijke bezinning kan ons geloof ondertussen uitgroeien.
Op één plaats tezamen, zoals de apostelen en de moeder van de Heer
willen wij ons verenigen in gebed. Opdat ook wij
leeg zullen zijn van zelfzucht maar open en ontvankelijk
voor de levendmakende Geest van Jesus Christus
opdat onder de as van onze onbezielde woorden en daden,
het vuur van de ware liefde moge ontvlammen;
en opdat wij voor ieder en voor allen,
eindelijk de taal mogen spreken die ieder vol blijdschap verstaat,
de taal van de Liefde, de taal van Gods hart.

We schamen ons misschien erover dat wij
na 2000 jaar christendom nog steeds niet toe zijn
aan de idealen die Jesus zich voor ogen stelde.
Maar ik hoorde laatst een wijze abt die zei:
‘wat is nu 2000 jaar in Gods oog,
we zijn eigenlijk pas net begonnen.’
Ik vond dat een troostende gedachte
en mochten we daar niet tevreden mee zijn
dan is er altijd nog de zekerheid van
het goddelijk geduld.

Wij leven als kerk van het geduld
dat God met ons heeft.

Hij geeft ons de vijftig dagen viertijd
tussen Pasen en Pinksteren,
Hij geeft ons de kans om ieder jaar weer Pinksteren te vieren.

Als wij het al lang hebben opgegeven
en de kerk vaarwel willen zeggen
is Hij de Heer van het geduld,
is Hij degene die ons altijd weer nieuwe kansen wil geven;
die vertrouwen heeft in ons allemaal.

Neen, het geloof is niet verouderd
de kerk is niet versleten:
we zijn net begonnen!

Hein Jan van Ogtrop, pastor

2 juni: Hij bad ook voor ons!

[print]

7e Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 7,55-60

  • Apokalyps 22,12-14.16-17.20

  • Johannes 17,20-26

‘Wezenzondag’.. heet deze zondag in de kerken van de reformatie.
Ik vind dat een mooie naam.

Het geeft iets weer van onze stemming
zo tussen Hemelvaart en Pinksteren in.
De Heer heeft ons verlaten
en we moeten nog even wachten
op de bemoediging van de Heilige Geest.

En die hebben we nodig.
Steeds weer berichten dat mensen er weinig of niets van maken
in Azië, Afrika, waar al niet. En dan al die verkiezingen
en een Brexit aan de overkant van het kanaal.

Het is om moedeloos van te worden.
Het is bijna zover dat we als mensen het zouden gaan opgeven.
Maar wees eens eerlijk ?
Was de situatie na Jesus’ dood niet precies zo ?
Jesus’ zending leek eigenlijk mislukt:
wat had Hij nu teweeg gebracht ?

Jeruzalem was hem al weer vergeten
zijn tragische dood was een trauma voor de zijnen,
een ramp waar ze wel nooit overheen zouden komen..
en nu was Stefanus ook nog vermoord.

Stefanus was een jonge kerel die wel wat wilde veranderen.
Hij ergerde zich aan verkalkte toestanden in de vrome stad Jeruzalem.
Hij was lid geworden van een nieuwe gemeenschap: de christenen.
Dat zou een groep worden die fris en vrolijk
het aanschijn der hele aarde zou gaan vernieuwen.
De kerk van Jeruzalem was een bonte gemeenschap.
Er waren veel joden bij maar ook veel niet joden,
er waren allochtonen bij die helemaal geen hebreeuws verstonden
alleen maar een beetje Grieks
het Engels van die dagen.

Binnen die bonte christengemeenschap had de jonge Stefanus de taak
de armen van de kerk te verzorgen.
Hij organiseerde de diaconie,
hij organiseerde acties en collectes.
Toen ontdekt hij iets vervelends.

Hij merkte dat de collectes in Jeruzalem voor het eigen volk
meer geld opleverde dan de acties voor de allochtonen
en daar ging hij goed tegenaan.
Hij zij iedereen grondig de waarheid
hij ging de straat op net als de studenten in Indonesië
en protesteerde tegen alle onrecht dat hij aantrof.

Dat valt niet goed en
hij wordt aangeklaagd door een aantal
mensen die het niet met zijn optreden eens zijn
en die hem gevaarlijk vinden.

Hij wordt beschuldigd door allemaal brave mensen
die het met zijn aandacht voor de allochtonen niet eens zijn
en in een straatrelletje bij de oostelijke poort van de stad
met stenen bekogeld. Een aantal fanatiekelingen
van het eigen volk eerst –daar hoort ook een zekere Saulus toe
die later Paulus zal gaan heten- stemmen met zijn steniging in.
Saulus is zelfs zo vriendelijk even op de jassen te passen van
de mensen die met stenen willen gooien:
‘ze legden hun mantels neer aan de voeten van een jongeman
die Saulus heette’ staat er in de eerste lezing heel onschuldig.
Later zal Saulus ontzettende spijt krijgen van deze actie.

Stefanus zelf sterft. Maar vlak voor zijn dood krijgt hij een mooi visioen
hij ziet de hemel open en ziet Jesus aan de rechterhand Gods
en hij zegt: ‘Heer Jesus ontvang mijn geest’
en hij voegt daar aan toe:
‘Heer reken hun deze zonde niet aan.’

De veertigste dag, afgelopen donderdag,
waarop wij ons hier met velen verzamelden:
was een dag waarop we vierden
dat er een spaak gestoken is in het grote wiel van de tijd
dat doordraaien wil alsof er niets aan de hand is.
Want Hij is tot koning uitgeroepen
of -zoals het in de geloofsbelijdenis staat:
‘Hij is opgestegen ten hemel
zittend aan de rechterhand van de Vader’.

Voor velen blijft het een beetje onbegrijpelijk geloofsartikel,
voor de goede verstaander is het een hele duidelijke
geloofsboodschap van de jonge kerk.

Jesus, door de mensen als oud vuil verwijderd
is volgens Lucas die nieuwe Messiaanse koning
die met kracht gaat regeren.

Jezus die niet zomaar wat leefde
maar die zijn kracht putte uit het leven
in de intimiteit met de Vader.
Zoals hij dat op het moment van de grootste benauwenis
waarin hij met de zijnen aan tafel zit,
wetend wat hem te wachten staat
en hoe al zijn vrienden hem zullen verlaten
duidelijk uitspreekt:
‘ik ben niet alleen’
‘de Vader is met mij.’

Dat is de kern van ons geloof
dat er een Vader is
die met zijn werkelijke kracht
heel de schepping vervult.

Hemelvaart was de dag waarop we vierden
dat dat wat Jesus Messias betreft .. gelukt is:
nu de de rest nog … oneerbiedig gezegd.
En daarover zal Pinksteren gaan,
het feest waarop we ons samen hier voorbereiden.

Jesus is verheven aan de rechterhand van de Vader
maar het is niet zo dat wij stom verbaasd het nakijken hebben
want Jesus’ volgelingen zullen dankzij Hem
de kracht ontvangen om te volharden.

Je hebt anderen nodig om je voor te bereiden op dat grote nieuwe gebeuren.
Je hebt hun geloof nodig om
-een beetje gek gezegd misschien-
een beetje te leunen.
Samen door de kracht van Gods Geest
eensgezind en sterk;
moedig en volhardend ….. samen één.

‘Dat zij allen één zijn’ bidt Jesus:
dat is een bijzondere eenheid.

Eenheid niet als een machtsblok.
Wij zijn geroepen tot de eenheid
van de zorgzaamheid voor elkaar.

Niet de eenheid zoals je die in het verhaal van Babel vond:
een eenheid als een machts-samenklontering:
wij samen Babel Babel über alles
of vult u maar iets anders in:
wij talrijke katholieken,
de grootste kerk op aarde, 1.2 miljard volgens de nieuwste cijfers.

Wij zijn er niet als wij alleen maar een grote kerk zijn:
er moet nog heel wat gebeuren
aan goed maken van fouten van het verleden bijvoorbeeld ,
aan luisteren naar de vragen van vandaag en ga maar door.

Het gaat om de eenheid zoals die er was
tussen Jesus en de Vader.
Jesus die met heel zijn wezen
wilde dienen en voor de plannen van God werkelijk koos.

Het gaat om een eensgezindheid
in dienstbaarheid, in barmhartigheid
in bescheidenheid en vredelievendheid:
in trouw, zorgzaamheid: IN LIEFDE.
Zo’n eenheid zou er moeten komen
rond Jeruzalem, in het Midden Oosten, in de wereld.

Het gaat dan niet meer over de overwinning van één partij:
moslims, joden, christenen.
Dat is uit de tijd:
niet meer roomsen dat zijn wij,
niet meer ‘geen God dan onze Allah’
als een politieke machtuitspraak misbruiken.

Al dat misbruik van de godsdiensten
heeft zijn tijd gehad.
Een nieuwe mensheid wil God helpen vormen:
Gods Geest wil het aardrijk vervullen:
Jesus bidt:
‘dat zij SAMEN (niemand belangrijker dan anderen)
dat zij SAMEN één zijn zoals wij Vader, U en Ik.’

Een nieuwe stad is het waar wij
met Johannes de afgelopen weken
lezend in zijn boek van de Openbaring, van droomden.
Een nieuwe stad, een nieuwe wereld
waar ware vrede en liefde is.
Een nieuw Jeruzalem waar de poorten dag en nacht open staan.
Ieder mens kan in die stad van God binnengaan:
voor ieder mens staat zijn liefde open:
ieder mens mag binnenkomen.

Wij worden uitgenodigd
die nieuwe toekomst naar ons toe te roepen
door hartstochtelijk en werkelijk gemeend te bidden:
AMEN, HEER JESUS KOM.

Wat ons allemaal bindt
is eenheid met elkaar en eenheid met God.
Mensen die geloven in een visioen
een wereld van licht en vrede
waar mensen als zusters en broeders samenleven.
Zo zijn wij één met elkaar
met Jesus, met God.

Tenslotte: wat lief dat Jesus
bij de afscheidswoorden die we vandaag hoorden
niet alleen bad voor zijn vrienden van toen
maar uitdrukkelijk zei: ‘ik bid ook voor allen
die na jullie in mijn woord zullen geloven.’
Dat proberen wij toch?
God sterke ons allen

Hein Jan van Ogtrop, pastor

12 mei: Elkaars herder durven zijn

[print]

4e Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 13,14.43-52

  • Apokalyps 7,9.14b-17

  • Johannes 10,27-30

Jesus’ toespraak over de Goede Herder Jesus
heeft voor het eerst geklonken in de winter in Jeruzalem
rond het wijdingsfeest van de tempel….
vergelijkbaar met het jaarfeest van de wijding van onze kerk
dat wij in begin mei gedenken.
In het Jeruzalem van Jesus’ dagen
-toen Jeruzalem zuchtte onder de Romeinse bezetting,
(vergelijkbaar met de Duitse bezetting van ons land)
was de viering van dat feest een gelegenheid tot protest.
Tallozen dromden samen
en velen hadden hooggespannen verwachtingen
van een naderende revolutie.

Jesus werd geacht leiding te kunnen geven
aan een verzetsbeweging.
‘Hoe lang nog houdt u ons in spanning’
hadden ze hem gevraagd.
Jesus geeft met opzet geen direct antwoord op die vragen
maar hij gaat vertellen wat zijn eigenlijke roeping is:
Zijn roeping is het om MENSEN BIJEEN TE BRENGEN.

Met dat antwoord moeten Jesus’ hoorders het doen.
Jesus spreekt over schapen
die wel of niet luisteren naar zijn stem.
Hij spreekt over een nieuw volk dat zich verzamelt rondom Hem.
Niemand kan ze van mij wegroven.

Hij heeft het over een hecht verband
dat wordt gesmeed rond Hem.
Want Hij is niet zomaar een verzetsheld
maar de door God gezonden aanvoerder
van een heel nieuw mensenvolk
dat heel de mensheid omvatten zal.

Mensen van Europa, Azië, Australië,
Afrika en Noord en Zuid Amerika,
joden en heidenen, mensen van goede wil.
Het is wellicht een naïeve en kinderlijke vraag,
maar als Jesus de Christus, hier op aarde zou terugkomen,
zou hij dan alleen maar even naar de Paus van Rome gaan
of misschien ook naar de secretaris van de Wereldraad van kerken in Genève?
Hij zou de rabbijnen in Jeruzalem toch zeker bezoeken
en even langs gaan bij de patriarch van Moskou?
Maar Hij is toch herder van allen,
zou Hij een Ashram in India over kunnen slaan
of een moskee waar in alle eerbied en ootmoed de Vader aanbeden wordt.

Ik denk dat niemand zijn gelijk mag opeisen.
Hij wil vooral herder zijn van allen
en ieder groepsgelijk moet worden toevertrouwd
aan de hoede van zijn herders-staf.
Het evangelie van de goede Herder
gaat over een nieuw mensenvolk dat zich vormen zal,
één grote familie van alle stammen en naties en talen
zoals Johannes dat al voor zich zag in zijn Apokalyps.

Mensen hebben elkaar nodig.
Een hele bijzondere rol speelt daarbij
deze Bavo-schaapskooi, die in Haarlem een ereplaats inneemt;
niet alleen omdat het de grootste katholieke kerk van de stad is
maar ook omdat het een kerk zal mogen zijn,
zelfs ook nog in de komende tientallen jaren -zo God het wil
waar mensen van allerlei geloofsniveau en geaardheid
zich thuis zullen moeten kunnen voelen.

Vandaag vieren wij hier roepingenzondag.
Daar is dan vooral mee bedoeld de roeping tot het ambt,
het priesterschap, het diaconaat, de religieuze staat
of het pastorale werkerschap in de kerk.

De priester is kwetsbaar maar ook nodig
hij heeft een onmisbare functie in de presentatie
van de Heer in de sacramentele vieringen.
De tijden dat hij op een voetstuk werd geplaatst zijn gelukkig voorbij.

De diaken heeft een eigen ambt: heeft een hoofdtaak in de sociale activiteiten
die de kerk moet ontwikkelen en de verkondiging van de Schrift.

De pastorale werkers, mannen of vrouwen,
en sinds kort ook de katechisten, voor de voortgang van de liturgie,
voor opbouwwerk en inspiratie van groepen.

En ook vaders en moeders zijn nodig, milieuactivisten en verpleegkundigen
en allen die hun zieken thuis verplegen alle andere mensen gehuwd of ongehuwd,
en alle andere ijverige mensen die zich inzetten voor ons koor,
voor een vereniging of alle andere goede dingen
die er voor en met mensen worden gedaan.

Wat zou het een verarming zijn als er geen mensen waren
die hun leven zo, als een roeping dus, willen en durven beleven.
Dat geldt voor jong en voor oud.

De zondag van de goede herder
zoals die ieder jaar weer terugkomt
moet hoog nodig van zijn zoetigheid worden ontdaan.
Als er in de Bijbel over een herder gesproken wordt
gaat het altijd om iemand die opkomt voor de weerloze,
iemand die verenigt en beschermt en die de strijd met de wolven aandurft..
In geestelijke zin:
iemand die de macht van het kwaad ontmaskert en de strijd aandurft….
in de geest van de velen die in de jaren 40-45 hun nek uitstaken
en hun leven in de waagschaal stelden.

Een van de oudste bijbelverhalen leert ons
hoe wij mensen allemaal geschapen zijn om elkaars herders te zijn.
Het is het beroemde verhaal van Kaïn en Abel.
Abel is de zwakste en Kaïn is de sterke.
Mensen die sterk zijn worden door God echter niet geminacht
maar ze hebben hun kracht niet voor niets
maar om die te gebruiken ten nutte van anderen.
Kaïn had zijn kracht van God gekregen als een gave
maar in plaats van zijn kracht te gebruiken
om zijn broeder te beschermen en te bewaren
gebruikt hij zijn kracht om zijn broeder te doden.
De actualiteit van dit verhaal hebben wij in de jaren 40-45 gezien:
het verhaal van onze dagen van gekwetste eer
en misbruik van nieuw opgebouwd kracht in het Duitsland van de jaren 30.
Jaloezie en gekwetste eerzucht zijn –zo lezen we in het verhaal van Kaïn en Abel-,
de motieven voor de eerste moord op aarde.
Je zou dit verhaal eigenlijk het verhaal van de echte erfzonde kunnen noemen.

Maar God laat dat alles niet op zijn beloop.
Hij is de goede Herder die opkomt voor het recht.
Hij roept deze eerste Kaïn -en alle Kaïns die nog zullen volgen-
ter verantwoording: en de grote belangrijke vraag
die God steeds weer stelt is: ‘Hoe is het met je zwakke broeder?
Wat heb je voor hem betekend? ‘

Johannes zag een nieuwe mensheid voor zich
een nieuwe mensheid die zich verzamelt rond de solidaire herder.

Het evangelie van deze zondag is genomen uit een langer gedeelte dat handelt over Jezus als goede herder.
Dat horen we hem vandaag niet zeggen.
Wel dat hij en de Vader één zijn
en dat hij en de schapen met elkaar verbonden zijn.

In Jezus is een eenheid die we bij Kaïn missen.
Hij heet de goede herder Joh. 10,11)
die zijn leven geeft voor de schapen.

Zo solidair is hij met de weerlozen en de gemartelden
dat deze goede herder zelf plotseling vergeleken wordt
met een lam dat geofferd wordt.
Luisteren naar deze verhalen over de herder en het lam
betekent uitzien naar dat nieuwe
dat al bijna 2000 geleden is aangekondigd
en dan zelf je leven veranderen.

Dat geldt voor de dopelingen, Linda die al moeder is,
en Marilou die net geboren is.
Het betekent dat voor ons, net als voor Jesus,
solidariteit, vriendschap
en weerloze liefde voor mensen .

Voor ieder mens geldt dat hij of zij er mag zijn en nodig is
vooral om te doen wat Kaïn weigerde
de herder te zijn van je broer of zuster.
Mogen wij daar allemaal de kracht toe hebben
ieder op onze eigen plek.

Hein Jan van Ogtrop, pastor

23 december: Jij Bethlehem…

[print]

4e Zondag Advent

Schriftlezingen:

  • Mi. 5,1-4a

  • Heb. 10,5-10

  • Luc. 1,39-45

Er spelen nog al wat dingen deze maand:
Brexit al of niet, Franse Hesjes, Trump en Mexico.
Heel eigenaardig dat mensen die nieuwsitems soms leuk vinden.
Vanuit een slecht journalistiek gevoel houden
we allemaal een beetje van sensatie.
Maar de hamvraag blijft: ‘Waar gaat dit naar toe?
‘wat zal er gaan gebeuren?’
Het antwoord is dan vaak:
‘dat weet ik niet, ik ben geen profeet’
dat betekent zoiets als: ‘ik kan niet in de toekomst kijken.’
Kunnen profeten dat dan wel?
Profeten komen voor in de bijbel.
Wat doen die dan? De toekomst voorspellen
zoals Nostradamus of een helderziende?
Neen, niets van dat alles,
ze voorspellen niet maar
ze waarschuwen en geven mensen hoop: die twee dingen,

‘Ja maar die profeet van vandaag, Micha dan,
die voorspelt toch maar mooi
dat Jesus in Bethlehem zal geboren worden:
JIJ BETHLEHEM, JIJ ZEKER NIET DE MINSTE
VAN DE STEDEN VAN JUDA
WANT UIT JOUW MIDDEN
ZAL EEN LEIDER GEBOREN WORDEN’.

Dat lijkt zo maar het is niet waar.
Had Micha dan geen gelijk?
Zeker hij had gelijk maar zijn tekst is geen voorspeltekst
maar heeft een diepere zin.
Micha leefde in de zorgelijkste tijd
die Israël ooit gekend had.
De tijd van David en Salomo was al lang voorbij,
er waren koningen die van God noch gebod wilden weten
maar die wel er prat op gingen
dat ze van koning David afstamden en zijn troon bezetten.
Met trots hielden zij hun hofhouding in Jeruzalem
en gaven veel geld uit aan hun harem en aan hun paleizen.
De profeet Micha ziet dat het zo de verkeerde kant opgaat.
Hij ziet hoe Juda innerlijk verzwakt is,
de regering corrupt is en hoe niemand zich nog iets aantrekt
van Gods geboden en van zijn naaste.
In die dagen kondigt Micha
de komende ballingschap van Gods volk aan.
Niet omdat hij in de toekomst kan kijken
maar omdat hij ziet dat het zo niet langer door kàn gaan.

Maar hij ziet niet alleen ellende.
Hij ziet meer. Hij ziet
dat er altijd de mogelijkheid is van een nieuw begin.
En dan komt zijn visioen
over het kleine herdersdorp Bethlehem.
Het is in zijn tijd een totaal vergeten
en verlaten oord geworden
waar alleen nog maar wat herders rondscharrelen.

Maar de profeet zegt:
‘wil het nog wat worden met Jeruzalem
dan zal er een nieuw begin gemaakt worden,
zoals toen in Bethlehem.
Daar werd de kleine David,
de herdersjongen door de profeet Samuël
uitverkoren om herder te gaan zijn over zijn volk.

Een koning die liederen maakte:
‘MIJN HERDER IS DE HEER,
HET ZAL MIJ NOOIT AAN IETS ONTBREKEN’

Zo’n koning, in de stijl van David, zou in staat zijn
op te komen voor zijn mensen.
Een koning die God eerbiedigde en de mensen wilde dienen
zou het volk weer tot zegen kunnen zijn:
een koning van de kleinen -zoals David dat was,-
kan redding bieden.

II. Enkele honderden jaren later leefde Maria,
Mirjam heette ze echt, Mirjam van Nazareth.

Ze droeg de naam van het zusje van Mozes.
Die had haar broertje gered
door hem in het riet te verstoppen in een biezen mandje
en ze had dapper haar broer gesteund
toen hij de joden aanvoerde weg uit het slavenland Egypte.
Ze had gezongen met alle joodse vrouwen
uit dankbaarheid aan de overkant van de zee.

Mirjam was de profetes van de bevrijding,
de zangeres van een nieuwe toekomst.

Dat zal Mirjam van Nazareth,
(die wij met haar Griekse naam Maria aanduiden), ook zijn.
Met Mirjam zal een nieuw toekomst beginnen zegt de evangelist Lucas.

Het lijkt er voor de oppervlakkige waarnemer op
dat alles bij het oude zal blijven.
Maar een andere geschiedenis,
waar de profeet Micha ook van droomde, staat op doorbreken:
Gods Koninkrijk, een toekomst die alle verwachtingen te boven gaat
komt naderbij. Een boodschap die wij kunnen gebruiken!

De bode -de engel van God- had het gezegd:
‘JE NICHT ELISABETH HEEFT IN HAAR OUDERDOM
EEN ZOON ONTVANGEN, EN,
OFSCHOON ZIJ ONVRUCHTBAAR HEETTE
IS ZIJ NU IN HAAR ZESDE MAAND;
WANT VOOR GOD IS NIETS ONMOGELIJK!

Beloften van God zijn nooit voor niets gesproken,
de kracht van de heilige Geest die ooit boven de chaos zweefde
zal iedere keer opnieuw het aanschijn der aarde vernieuwen:
Gods woord keert nooit werkeloos terug.

Maria zal door de kracht van de Geest worden overschaduwd
en de droom van iedere joodse vrouw
zal aan haar in vervulling gaan:
zij zal de moeder van de Messias mogen worden.
Ze weet hoe wonderbaarlijk God met Israël wil omgaan
en zegt in dankbare verwachting, namens haar volk:
‘ZIE DE DIENSTMAAGD DES HEREN,
MIJ GESCHIEDE NAAR UW WOORD’.

Daarna gaat ze vlug naar Elisabeth
en zal met haar, -de vrouw die onvruchtbaar heette-
als eerste getuige zingen over Gods nieuwe toekomst
in haar Magnificat.
Mirjam van Nazareth zal,
bezield door de Geest van God, haar roeping trouw vervullen
want het Koninkrijk van God vraagt niet alleen om bejubeling.
maar vraagt om trouw en deelname.

En trouw moet blijken.
Uit Maria’s hele leven blijkt die trouw.
Ze zal, overschaduwd door de Geest,
niet alleen een kind baren maar
overschaduwd en geholpen door die zelfde Heilige Geest,
trouw zijn aan haar zoon tot aan het kruis.
Ze zal daarna, met alle leerlingen samen,
wachten tot de pinkstermorgen komt
en de kern van Gods afwachtende volk,
(de 12 apostelen), met haar, werkelijk overschaduwd gaat worden
door de Heilige Geest.

Terug naar het begin in Nazareth.
De engel had gezegd: ‘Wees gegroet Maria
vol van genade, de Heer is met U’.
Toen kon de engel van God rustig van haar heengaan
want een hechte relatie tussen hemel en aarde was tot stand gebracht.
De bevrijding van Israël -en via Israël van heel de mensheid-
kon gaan beginnen.

En in het huis van Zacharias…
Waarom wordt dat het huis van Zacharias genoemd?
Zeker weer omdat de mannen de baas zijn.
Neen, het gaat om zijn naam:
Zacharia betekent: GOD DENKT AAN ONS.
En in dat GOD DENKT AAN ONS-huis
gaat de geschiedenis verder:
twee vrouwen zijn bereid om met God mee te doen.

Elisabeth zingt Maria toe:
‘de Heer is met jou
en gezegend is de vrucht van je schoot.’
En Maria stemt in:
‘Magnificat, mijn ziel prijst groot de Heer
want Hij heeft grote dingen aan mij gedaan.’
Maar het mooiste is wel dat het kleine kind
in de schoot van Elisabeth ook meedoet,
het danst als het ware als het opspringt in haar schoot.

Maria, Elisabeth en de kleine Johannes
zijn blij omdat het woord van God zal gaan doorbreken.
Ze zijn blij omdat de groten der aarde
die zich breed maken ten koste van anderen
van hun tronen zullen worden gestoten.
Ze zingen over de armen die zullen worden verzadigd,
(dat gaat niet vanzelf, daar moeten de mensen bij helpen)
en ze zingen over de hulp die alle mensen van goede wil
zullen krijgen altijd weer:
‘Gods barmhartigheid reikt over alle generaties heen.’

We zijn ons aan het voorbereiden vandaag op het grote kerstfeest.
Hier is nog de rust om een beetje als Maria en Elisabeth
het heil te verwachten van omhoog.

Het grote feest buiten zal een feest zijn van
toeters en bellen, helaas geen sneeuw dit jaar.
Maar het echte feest zal plaatsvinden
hier, in de kerk en in de huizen van ons, gewone mensen toch.
Hier komen de echte engelen aan het woord
de boden van God. Die spreken duidelijk genoeg.
Ze zeggen:
‘God zal zijn woord gestand doen..
voor God is niets onmogelijk’.

En van ons wordt als reactie verwacht
het ‘mij geschiede naar Uw woord.’
Niet als een slaafse onderwerping aan wat God wil
maar als een bereidheid om voor Hem te kiezen
en voor Zijn mensen voor wie wij mogen leven.

GEBED:
Al kiezen de mensen voor het duister
al stoten zij elkaar het donker in
al is de wereld woest en leeg voor velen
doe over deze aarde God,
niet het scherm vallen van de nacht
maar roep ons in het levenslicht door Jozua Messias,
Uw zon en Uw Zoon onder de mensen voor de eeuwen der eeuwen.

Hein Jan van Ogtrop, pastor

16 december: Chanoukah en Kerstmis

[print]

3e Zondag Advent

Schriftlezingen:

  • Sef. 3,14-18a

  • Fil. 4,4-7

  • Luc. 3,10-18

Ik heb dit jaar al vele verlichte kerstbomen al gesignaleerd
volgens mij verschijnen ze veel eerder dan vroeger.
Denkend aan het groen en het licht
wil ik vandaag eens een oud feest belichten
waar veel elementen in te vinden zijn die aan kerstmis doen denken.
Ik denk aan het joodse Chanoukah-feest
dat zich deze weken voltrekt
en ook op de oude Groenmarkt in Haarlem
in de schaduw van onze oude Bavo gevierd gaat worden.
Bij het Chanoukah-feest hoort de Chanoukahkandelaar,
de kandelaar met de 7 of 8 armen. Ik zal dat straks uitleggen.
Die lichten zijn, net als onze kerstlichtjes,
een teken van hoop in donkere dagen.
Het Chanoukahfeest herinnert aan duistere tijden.
De geschiedenis speelt zich af zo’n 130 jaar voor kerstmis.
De Grieken hadden onder leiding van Alexander de Grote
bijna heel de bekende westerse wereld veroverd.

Ook Jeruzalem was ingenomen.
Een brutale landvoogd van Alexander, Antiochus Epifanes genaamd
had in de tempel van Jeruzalem een beeld laten zetten
van de Griekse oppergod Zeus,
een gruwel in de ogen van de Joden.
Toen kwam er een protest een opstand
onder leiding van Judas Maccabeus
en de tempel werd heroverd.
Het joodse Chanoukah-feest herinnert er aan
hoe die Griekse bezettende macht werd verdreven
en hoe midden in de winter, zo rond half december,
de tempel van Jeruzalem gereinigd werd
en opnieuw ingewijd.
Volgens het verhaal werd er toen een klein kruikje olie gevonden
om de 7-armige kandelaar die midden op het tempelplein stond
aan te steken.

Eén kruikje olie, normaal gesproken net genoeg
voor één dag licht. Maar,
zo vertelt de vrome overlevering,
de kandelaar bleef op die olie maar liefst acht dagen branden.
Als herinnering daaraan
branden de joden van Haarlem en Amsterdam en overal
vroeger en nu als teken van hoop door alle ellende heen,
de Chanoukahkandelaars met de acht lichten.

Zo’n 160 jaar later loopt er een vreemde man rond
ver van tempel. Zijn vader had daar gewerkt
(Zacharias) maar Johannes was naar de woestijn gevlucht.
Neen, niet om rust te vinden in de eenzaamheid
of zich te ‘versterven’ in de woestenij
maar om terug te kunnen gaan naar de oorsprong.
De woestijn is immers de plaats waar het volk Israël
zijn bruidstijd met de Eeuwige heeft gevierd,
de plaats waar het bevrijde volk van God
het brood uit de hemel kreeg.
Het Manna, het brood om niet te bezwijken naar het lichaam,
en de TIEN GEBODEN, het brood om van te leven in de Geest.

Johannes wil de mensen terugleiden naar die tijd
en opwekken tot trouw aan die tien geboden.
En er gebeuren dan wonderlijke dingen.
Geen wonderen in de gewone zin van het woord
maar dingen die eigenlijk veel belangrijker zijn.
Er komen mensen naar Johannes luisteren
en dat niet alleen, ze zijn onder de indruk
en gaan hun levensstijl veranderen
en is dat geen geweldig wonder?

En dan is er ook sprake van een wederopstanding
-net als in de tijden van het eerste Chanoukahfeest:
er gebeurt een wonder.

Het is immers volgens de joodse leer het grootste wonder
wat er gebeuren kan als mensen zich bekeren.

Als mensen niet op de oude manier blijven leven
maar willen veranderen.
Dat hoorde u in het evangelie van vandaag.
Ze gaan allemaal vragen:
‘wat moeten wij doen?’

Er is hoop voor de toekomst
want velen willen horen naar Johannes
en van de partij zijn: meedoen.

Ze komen misschien niet toe aan al te verheven idealen
die je toch niet haalt maar willen wat doen.

En Johannes helpt hen. Hij is een realist en verkondigt:
ieder mens zal op de plaats waar hij/zij staat
moeten doen wat er gedaan moet worden.
En de gewone mensen krijgen dan van Johannes te horen
wat zij in hun eigen levenssituatie moeten doen.

De tollenaars zullen niet allemaal
hun tolhuis hoeven te verlaten
(zoals Matteüs die er vandaan geroepen werd) maar
‘niet méér vragen dan is vastgesteld’.
Ook soldaten komen aangelopen:
‘wat moeten wij doen?’ Johannes zegt hier niet:
‘je dienst verlaten’ maar: ‘niemand uitplunderen,
niemand iets afpersen en tevreden zijn met je soldij’.
De mens die veel heeft
zal niet alles moeten verkopen en straatarm worden
maar wel vele, zoveel mogelijk anderen
moeten laten delen in zijn rijkdom.

Het gaat allemaal om heel nuchter handelen,
hier en nu.
Ieder heeft zo zijn eigen taak.

We kunnen niet allemaal heilig worden,
ook niet allemaal tegelijk
maar wel op de plek waar wij staan
werken aan de doorbraak van het licht.

Zondag Gaudete is het vandaag, 3e Advent,
zondag ‘heb hoop, het kan nog wat worden.’

In het Romeinse rijk in de dagen dat Jesus geboren werd
en op aarde leefde
werd het feest gevierd van de onoverwinnelijke zon.
Het Evangelie van de kerstnacht zal ook spreken over een stralende zon.
En dat zal dan niet keizer Augustus zijn
(hoewel zijn naam: ‘de stralende’ betekent)
maar het kleine weerloze Messias-kind in de kribbe.

Van deze mens geloven wij
dat Hij licht heeft gebracht in ons bestaan.

Zijn komst was de oproep tot menselijkheid en liefde
waar we niet meer omheen kunnen.

Zijn leven was inzet en trouw tot het uiterste,
zijn wezen was liefde in persoon.

Uitziend naar hem en naar Zijn nieuwe toekomst
vieren wij zondag Gaudete: wees blij!

Wees blij om het merkwaardige geheim
dat God alleen maar daar wonen wil waar wij mensen wonen

Weest blij, want in alle tijden zijn er mensen
die niet willen leven bij de waan van de dag
wees blij want ook in deze tijd zijn er mensen
op zoek naar de diepte in hun bestaan.

Weest blij want straks na deze viering
zullen veel mensen in de rij staan
omdat ze de boodschap van kerstmis willen horen
en omdat ze hun leven willen richten op het goede.

Weest blij. En dan te bedenken dat Paulus zijn oproep opschreef
terwijl hij in de gevangenis zat en helemaal niet blij hoorde te zijn.

In de gevangenis was hij alles kwijt en misschien daardoor
zo’n rijk mens geworden. Niet meer de fanatieke prediker
zoals wij Paulus vaak horen
maar een milde wijze mens die in zijn ellende,
terwijl hij alleen maar kwaad om zich heen ziet
tegelijkertijd ziet dat Gods geschiedenis met de mensen doorgaat
in zijn dagen, in onze dagen, in alle dagen.
Daar geloven we in vandaag
dankbaar voor allen die zich bij ons willen aansluiten
God is niet weg: Hij woont bij ons mensen.

Daarom eindig ik met Paulus’ woorden
waarnaar deze zondag genoemd is te herhalen:

‘Broeders en zusters
al moet ik veel doormaken en al gebeuren er veel dingen
die donker zijn en slecht, ik zeg u:

‘Verheugt u in de Heer te allen tijden.
Ik durf het zelfs te herhalen: verheugt u!
Uw nieuwe levenshouding, uw vriendelijkheid
moet alle mensen bekend zijn.
De Heer is dichtbij. Weest onbezorgd.
En laat aan God in al uw bidden en smeken
vertrouwvol weten wat uw wensen zijn
maar vergeet nooit te danken voor alles wat je kreeg.
Dan zal God met zijn vrede, die alle begrip te boven gaat
waken over je hart en je gedachten
en je behoeden in Christus Jesus. ‘

(naar Filippenzen 4,4-7)

Hein Jan van Ogtrop, pastor

9 december: Gezegend ben je

[print]

2e Zondag Advent

Schriftlezingen:

  • Bar. 5,1-9

  • Fil. 1,3-6.8-11

  • Luc. 3,1-6

Iedere viering eindigt met een zegenwens:
wij gaan er voor staan: en gezegend verlaten wij de kerk.
Na alle woorden uit de Schrift,
de verkondiging, de liederen en de gebeden
worden we opgeroepen om in de dagen die komen
alle woorden te gaan doen.
En we kunnen het ook, omdat God ons niet loslaat.
Hij-Zij behoedt ons op onze weg door het leven.

De zegen is een belangrijk moment van de Eucharistieviering.
In de bijbel en als gevolg daarvan in onze liturgie wordt veel gezegend.
Zegenen van mensen betekent: goede woorden tot hen zeggen,
omdat ze met goede dingen bezig zijn en, gesterkt en gestimuleerd
door de zegen, nog meer goede dingen zullen doen.

Huub Oosterhuis zegt: ‘Gezegend de barmhartigen
en zij die open en lief zijn, met wie het goed omgaan is.
Gezegend zij die elkaar bewaren, troosten, voorthelpen, verdragen.’
———–
Gezegend word je niet zo maar
iemand die gezegend wordt is een geroepene.

De profeet uit wiens boek wij vandaag lazen heet BARUCH
dat betekent: de gezegende.
Hij herinnert ons aan onze opdracht
die wij iedere keer als wij gezegend zijn gaan doen.

Gods Wet beter leefregels- zijn geen woorden die kleineren,
maar als je ernaar leeft, zullen ze je het leven geven.
Doe je dat niet? Dan vind je de dood.
Dus: bekeer je, keer je om en je zult leven.

‘Hoor, Israël, hoor, de Levende is onze God, de Levende is de enige!’
Als je die God volgt, als je zijn leefregels doet,
dan word je een rechtvaardige van wie men bij de dood of leven
opnieuw met de woorden van Oosterhuis zegt:

‘Gezegend die weet wat recht en slecht is
en die trefzeker kiest
en niet wijkt, voor geen macht en niet vreest, voor geen mens!’
Dan word je een gezegende, een Baruch of in het Latijn een Benedictus.
Onze Benedictuszang gaat daar ook over:
gezegend die komt in de naam van de levende!
Dat gaat vooral over Jesus maar als wij ons bij Hem aansluiten
ook over ons: Benedictus qui venit, een beetje vrij vertaald:
‘gezegend die er aan komt om met Hem samen
te gaan doen wat God wil.’

II. Een indrukwekkend gezelschap
paradeert vandaag langs in het evangelie.

Toch is het een beetje een enge club:
Het land Israël is bezet door vreemde troepen.
Een corrupte dictator, keizer Tiberius, regeert met harde hand.
Het Romeinse bezettingsleger staat onder commando
van een gefrustreerde legercommandant Pontius Pilatus.
De plaatselijke collaborerende marionet is Herodes.
De verraderlijke en onbetrouwbare godsdienstige leiders
heten Annas en Kajafas.
De onderdrukte bevolking betaalt hoge belastingen

Al die belangrijke figuren die vandaag even oprijzen
hebben als hun indrukwekkend klinkende namen en titels worden genoemd
hebben maar één functie, want het gaat in dit hele verhaal juist niet om hen
maar om iemand anders:
zij vormen slechts een decor voor wat volgt:

… TOEN GESCHIEDDE HET WOORD VAN GOD!!
Daar gaat het om!
Er is in de geschiedenis van de mensen iets anders gaande,
dwars door alles wat de groten der aarde allemaal organiseren.
Vertaald naar onze tijd zouden wij zeggen:
‘in de dagen voor de spannende verwikkelingen rond Macron met gele vestjes in Frankrijk, de Brexit van May, de nadagen van de Duitse kanselier Merkel,
de verwikkelingen rond de presidenten van Amerika en China
terwijl de wereldpolitici elkaar vliegen proberen af te vangen…’
maar dan gaat de bijbelschrijver gauw ergens anders heen
Het gaat in de Bijbel altijd om iets anders en om iemand anders;
het gaat in de Bijbel altijd om het Koninkrijk van God
en om de mens als individu die geroepen wordt
daar aan deel te nemen.

De groten der aarde hebben dan een bijrol,
en als ze dat niet beseffen
moeten ze zelfs opzij geveegd worden
omdat ze dan met hun machtspolitiek
de geschiedenis van God met de mensen blokkeren.

Maria had het al gezongen in haar Magnificat
(de lofzang die zij bij Elisabeth zong):
‘De trotsen stoot Hij van hun tronen,
hij verheft de geringen.’

Dat is de bedoeling van God:
de kleinen moet worden recht gedaan,
God wil Zijn eigen geschiedenis op aarde
een nieuwe begin zal aanbreken.

Het evangelie van vandaag spreekt daarover.
in die wereld van bedreigende en bedriegende belangrijkheid
‘geschiedt het woord’ tot Johannes in de woestijn.
Hij, God wil binnenbreken in ons gewone bestaan
en Johannes is daar de getuige van.

Johannes stond in de traditie van de oude profeten
Zoals Baruch uit wie we vandaag lazen:
‘jullie zullen een nieuw volk worden:
recht en gerechtigheid zullen jullie heten.

Er was Johannes in die woestijn iets overkomen.
Hij was die eenzaamheid ingetrokken om God te vinden
en om aan de wereld te ontsnappen.
Hij had God gevonden,
of beter misschien: God had hem gevonden.
Het woord van God was over hem gekomen.
Niet alleen dat woord, maar ook iets anders.
Dat andere waar de profeet Baruch het over heeft in de eerste lezing:
de barmhartigheid en liefde van een God
die ons tot onszelf wil brengen
en die ons de naam Vrede door gerechtigheid wil geven.

Die grote woorden worden pas werkelijkheid
als de mensen zullen vragen:
‘hoe kan ik zelf meedoen met dat grote, nieuwe plan van God?’
Johannes is vandaag vooral
de verkondiger van het geheim van de OMMEKEER.
Niemand is volmaakt, niemand heeft de waarheid alleen in pacht:
Wie zonder zonde is werpe de eerste steen.
Maar allemaal kunnen wij ons leven richten naar het licht.

Allemaal kunnen wij nieuw worden.
En door die innerlijke (èn uiterlijke) vernieuwing
zal de oude mens in ons verdwijnen.

Een vrome joodse schrijver zegt:
‘Het grootste geheim van mensen is
niet dat ze zo goed zijn –want dat zijn ze niet
niet dat ze zo sterk zijn –want dat zijn ze niet
niet dat ze alles kunnen –want dan kunnen ze niet.
Het grootste geheim van mensen is
dat ze kunnen veranderen.
Groot is het belang van de ommekeer
want zij brengt de bevrijding naderbij.’

Zo is er hoop. Maar nuchter gaat hij verder:
‘Één mensenkind alleen is echter niet in staat
om de bevrijding van heel de wereld tot stand te brengen.
Ook twee mensenkinderen zijn daartoe niet in staat.
Pas de omkeer van elk mens is genoeg.
Pas dan kan het rijk Gods komen,
ja dan is de Messias daar.’

De ommekeer van u, van mij persoonlijk
Dat is geen onmogelijke opdracht:

GOD TREKT ONS NAAR ZICH TOE !!!
Dat geldt voor mensen die zichzelf laten dopen
die hun kinderen laten dopen,
die trouwen, die gewijd worden tot diaken of priester
maar het geldt vooral voor ieder van ons, op onze eigen plek
waar wij gezegend worden, geroepen er te zijn voor wie ons nodig hebben.
God zegene ons allen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

1 december: Geen paniek!

[print]

1e Zondag Advent

Schriftlezingen:

  • Jer. 33,14-16

  • 1 Tess. 3,12-4,2

  • Luc. 21,25-28.34-36

We zullen het weer gaan meemaken na deze week:
zo gauw de Sint zijn hielen gelicht heeft
worden in Haarlem, de gezelligste winkelstad van Nederland,
de etalages allemaal omgebouwd.
De baard van Sint wordt door engelenhaar vervangen:
de in goudpapier verpakte lege etalagepakjes van de Sint
worden vervangen door dennengroen
en de Sint zelf wordt omgebouwd tot kerstman.

Men heeft er buiten dit kerkgebouw geen vermoeden van
hoe heilzaam het is, om nog zonder dennengroen en engelenhaar,
sober deze vier weken lang, rustig Advent te vieren.
Hier krijgen we nog de tijd om zonder premature kerstsfeer
ons echt voor te bereiden op de dingen die komen gaan
en te leren hoe wij het nieuwe burgerlijke jaar 2019
goed gevormd in te gaan.

Advent is de tijd van bezorgdheid en waakzaamheid
altijd beseffende dat het op deze wereld toch nog iets worden kan.
Advent is de tijd van de verwachting.
Een levenshouding waarin de kinderen ons in deze dagen voorgaan:
vol verwachting klopt ons hart!
Wij leven als gelovigen samen in verwachting:
in de grote verwachting
de verwachting van GODS NIEUWE TOEKOMST.

Als je naar deze wereld kijkt,
dan kun je twee dingen doen.
Je wendt je ogen af, je sluit je af, je droomt weg… je vlucht
of je blijft kijken
en je probeert te begrijpen wat je ziet,
je vraagt jezelf af waarom gebeurt wat er gebeurt.

Je wilt het weten want deze wereld is jouw zaak;
of je wilt het niet weten
want deze wereld is jouw zaak niet..
Wij praten wel veel over de toekomst van onze wereld
maar helaas … al te veel als toeschouwers,
als buitenstaanders…

En als buitenstaanders vormen wij dan ook vaak
een kritisch sikkeneurig publiek.

We zeggen bijvoorbeeld:
het gaat steeds slechter of ‘het zal mijn tijd wel uitduren.’

De profeet Jeremia wijst ons
op de kracht van het woord van God
DAT WERKELIJKHEID WORDT.

Het zijn niet zomaar beloftes
maar toezeggingen vanwege de Schepper van hemel en aarde!

Maar vertelt het evangelie ons niet erg eng
over rampen en akeligheid?
Omdat we allemaal graag paniek-journalisten zijn
valt ons dat extra op en kijken we speciaal naar de griezelige details.

Maar de evangelist Lucas zou krachtig protesteren:
“ik wil helemaal niet over die rampen praten
maar juist over het nieuwe
dat er dwars door alle ellende heen doorbreekt.
Hef je hoofd omhoog
(ik denk er altijd bij ‘Sammie’)
want je redding nadert: er is hoop!”

Nog even nadenkend over
de rampen die het evangelie van deze zondag ons voorhield.
Het zijn geen angstvisioenen
om mensen de stuipen op het lijf te jagen.
Evenmin zijn het voorspellingen
waarmee je onder het motto ‘de bijbel heeft toch gelijk’
anderen kunt bestoken.
Of invuloefeningen à la de raadselspreuken van Nostradamus.

Hier wordt allereerst nagedacht over een historisch, gebeuren:
de rampzalige verwoesting van Jeruzalem
door de Romeinse cohorten in het jaar 70,
de ondergang van de Joodse staat
en de verstrooiing van Israël onder de volken
het begin van de martelgang die uiteindelijk
naar de ghetto’s en de vernietigingskampen zou leiden.

De evangelies zijn geschreven even voor of kort na dit gebeuren
en, net nog steeds bezig zijn met de ramp van de 2e wereldoorlog
zo worden de lezers van het evangelie
ook nog even herinnerd aan die catastrofe
en de latere lezer vult dat aan
met alle gruwelen die hij zelf heeft meegemaakt.

Maar een aandachtig lezer en theoloog merkte op
dat precies op de helft van deze tekst, een omslag plaats vindt.
Het ondergangs-scenario wordt visioen van een nieuwe toekomst.

Na de zevende regel waarin geschreven staat
hoe de grondvesten van het heelal zullen wankelen lezen wij:
‘dan zal er groot licht zijn
en zullen zij de mensenzoon zien komend op de wolken’.

Ik citeer de theoloog (Schillebeeckx) nu even:
‘Zoals de God van Israël
-de God-bevrijder van de Uittocht, de uit-redding-
als een kolom van wolken voor het volk uitging
en als een vuur zijn mensen bijlichtte in de nacht:
zo zal de Mensenzoon komen
op een kolom van wolken, met macht en groot licht,
de mens zoals hij zijn moet: de nieuwe Adam.’

‘Waakt over jezelf’ eindigt de tekst van vandaag,
‘zodat je hart niet vadsig wordt van het drinken en het eten.

Deze wereld
-wil Jesus middels de evangelist zijn hoorders leren- is jouw zaak,
wat hier geschiedt heeft met jou te maken.

Alle leed dat er geleden wordt,
iedere smartenkreet die klinkt
is er om jou wakker te maken opdat je ziet wat er gebeurt,
opdat je ontmaskert wat er fout is hier
en optreedt, handelt, kiest.

‘Word ook niet onderhorig aan bezit’.
De bezitlozen hebben niets en je zou denken
dat die de hele dag aan niets anders denken
maar dat is niet waar. Ze gaan ons voor in levenskunst,
en roepen ons op om eerlijk te delen.

Advent is de tijd van de actie van Solidaridad
voor Zuid Amerika, van meer aandacht voor elkaar
van zoeken naar de dingen die voor jou persoonlijk belangrijk zijn
van opnieuw beginnen:
bezorgd over de dingen die fout zijn
maar wakker zoekend naar mogelijkheden om
de situatie op deze wereld te verbeteren.

Als je bezorgd maar vooral tegelijk wakker bent
ben je in staat te ontkomen
aan alles wat er gebeuren zal
en aan de vernietigende werking, de doodsmacht van de feiten.
Je zult dan niet meer meeschamperen met allen
die de mens wel door hebben
maar, oog in oog met het visioen van de nieuwe mens,
rechtop staan en stand houden.
Dan zul je ook niet meer spreken over het ‘einde der wereld’
maar over de ‘vol-einding’, de voltooiing
ofwel het begin van het koninkrijk der hemelen
dat nu nog verborgen is
maar door zal breken als wij er voor durven kiezen.
Dat wij allemaal van de partij mogen zijn!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

18 november: U bent er altijd bij

[print]

33e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Dan. 12,1-3

  • Hebr. 10,11-14.18

  • Mc. 13,24-32

De wereld roept om recht: om Sjaloom.
Het evangelie geeft ons een zware opdracht:
wij moeten aan die vrede bouwen: een prioriteit!
Dat verdraagt geen compromissen.
Zeker, we mogen, ja we moeten zorgen voor ons zelf.
Maar iedere keer worden we doorverwezen:
om er vooral te zijn voor de anderen, onze naasten,
de mensen in onze buurt:
onze partners, onze ouders , onze kinderen onze vrienden.

En tegenwoordig is de familie
waar we verantwoordelijkheid voor dragen nog groter:
we reizen met het grootste gemak rond naar Indonesië,
naar Afrika, jongelui gaan op huwelijksreis
naar Sri-Lanka of de Dominicaanse Republiek:
de hele wereld is ons thuisland geworden.

Als kerk hebben we niet meer de kracht
om getalsmatig, met wapperende gewaden present te zijn.
Maar we kunnen des te efficiënter aanwezig zijn,
onopvallend als de weduwe met haar penninkje
over wie wij de vorige week, op de diakonale zondag, spraken.

De arme weduwe met haar bescheiden teken
heeft de vorige week eigenlijk de preek verzorgd
en de wezenlijke verkondiging voor haar rekening genomen.
Ze gaf in het tempelofferblok haar laatste centen,
alles wat ze nog had.

Jesus zag dit kleine gebeuren
en wees zijn leerlingen op deze belangrijke daad
en daarna spreekt Hij over de grote dingen
en gaat Hij zijn leerlingen voorbereiden op de laatste dingen
en over het eindoordeel spreken.
De grote vraag is daarbij: ‘zal het nog wat worden op deze aarde?’
Jesus citeert daarbij de visioenen van Daniël.

Daniël schreef hij zijn visioenen op in een tijd van verdrukking van zijn volk
tijdens de ballingschap in Babel. Ik citeer:
‘De grote vorst MICHAEL zal opstaan
om de kinderen van Gods volk te beschermen.
Er zal een grote nood zijn
maar al degenen die opgetekend staan in het boek des levens
zullen worden gered en de getrouwen zullen stralen
als de glans van het uitspansel
en diegenen die de mensen tot gerechtigheid hebben gebracht
zullen schitteren als sterren voor eeuwig en immer’.
Daniël
die deze visioenen over Michaël opschreef,
doorzag dat de machten van het kwaad
niet voor eeuwig zullen kunnen blijven heersen,
en dat het recht zal zegevieren.

Voor het zover is zal er nog heel wat moeten gebeurden
en we zullen ook nog veel moeten meemaken.

Jesus kondigt al de gruwelijke dingen aan
die gebeuren en nog te gebeuren staan voor het koninkrijk Gods daar is.
Hij doet dat niet om de nieuwsgierigheid
van in onheil en ellende geïnteresseerden te bevredigen
of paniek te zaaien.

De aankondiging is er geheel op gericht
om de leerlingen van Jesus,
een kleine weerloze minderheid,
vooral in het begin
in tijden van vervolging en angst
blij en hoopvol te houden:
te bemoedigen en te sterken in slechte tijden.
Het is een oproep aan de leerlingen
om in de ure des gevaars op hun post te blijven en te volharden.
De grote nadruk ligt op de waakzaamheid,
volharding, trouw aan je opdracht door alles heen.

Maar er is hulp!
Zoals de God van Israël, de God bevrijder,
die van de uittocht, de uit-redding,
als een kolom voor het volk uitging
en het volk als een vuur bijlichtte in de nacht
— zo zal de mensenzoon, het mensenkind, komen
op een kolom van wolken, met macht en groot licht.

De Mensenzoon die verschijnt is geen engerd
die uit het niets opdoemt maar de nieuwe mens
zoals hij eigenlijk behoort te zijn en zoals Jesus dat is.

Het doel van Zijn komst is
het verzamelen van de uitverkorenen.
Daarbij vallen alle grenzen weg, ze komen uit alle windstreken.

En als er dan staat dat ‘de zon zijn licht niet meer zal geven’
is dat symbolisch bedoeld.

De zon is niet meer nodig -lijkt de evangelist te willen zeggen-
het ware licht zal immers schijnen als Jesus zelf
de Koning zal zijn van vrede en recht.

Er zijn al voortekenen die ons later zien
dat het goed kan worden op aarde.
En dan wordt er ook nog over de vijgenboom gesproken
die gaat uitbotten.

De vijgenboom behoort mét de wijnstok,
tot de edelste gewassen van het nieuw land
waar alles anders zal zijn.
De verspieders hadden in vroeger tijden
immers ook vijgen meegenomen
uit het land van de wijnstokken, melk en honing.

De vijgenboom is minder aansprekend.
Het ‘zitten onder de vijgenboom’
wordt in de joodse spreekwijze
een uitdrukking voor het in vrede leven
en onder die vijgenboom zittend kun je dan
rustig lezen in de boeken van God.
Een vijgenboom is iets anders dan de Hollandse boerenkool
die blijft bij de grond en geeft geen schaduw
de vijgenboom met zijn grote bladeren is imposant
biedt schaduw, overvloedig.

Kort tevoren (in Mc.11,12) had Jesus gezocht
naar de vruchten aan een vijgenboom die verdord was.
Hij wilde zijn leerlingen erop wijzen dat het,
wat Hem betreft, toch wel de tijd van de oogst mocht zijn:
de tijd van de beslissingen!

Jesus zegt dan ook:
‘In jouw dagen moet het gebeuren’.
In jouw dagen zal het gebeuren
die doorbraak van het Koninkrijk
door alle ellende heen.

‘In jouw dagen’ zegt hij. Daarmee bedoelt Jesus:
‘In jouw dagen vallen de beslissingen
Het woord klinkt tot jou die dit hoort:
jouw beslissingen kunnen de loop
van heel de geschiedenis, zo ellendig als ze is,
doen veranderen.

In alle inzet van de rechtvaardigen
en de mensen die wakker voor het goede kiezen
wordt het teken zichtbaar door alles heen:
van de mensenzoon,
DE NIEUWE MENS die zich vertoont.

Voor Marcus was Jesus dat:
maar dan niet als enige nieuwe mens maar als
‘eersteling van de schepping.’
Maar het kan ook zijn dat jij zelf die nieuwe mens bent
daar denken wij aan bij iedere doop.
Dan hopen en bidden wij dat deze nieuwe mensenkinderen
diegenen zullen zijn
die net dat ene stukje goedheid de wereld in brengen
dat de weegschaal die de goede en de slechts dingen tegen elkaar afweegt
met een grote klap naar de goede kant doet overslaan.

We hebben als christenen ons geloof niet
om een rustig leven te kunnen leiden:
we hebben een taak,
een roeping en we zullen er later op beoordeeld worden
of we aan die roeping hebben beantwoord
als de koning tot ons zeggen zal:
‘wat heb je voor je broeder of zuster betekend.’

Onze Heer zal het zelfs zo krachtig zeggen:
‘IK was hongerig, je hebt mij toch wel gespijzigd?
IK had dorst, je hebt me toch wel aan water geholpen;
IK was vreemdeling, asylzoeker,
je hebt me toch wel goed ontvangen,
mij niet verdacht gemaakt
zoals sensatiebladen en sommige mensen
die zich opwerpen als politici dat doen.

IK was ziek, je hebt me toch niet aan mijn lot overgelaten.’
Ik was in de gevangenis:
je hebt mij niet als mens geminacht

IK was dat allemaal.
Wat jij in jouw leven voor de minsten der mijnen hebt nagelaten te doen
heb je mij onthouden
maar wat je wel hebt gedaan.. dat heb je dus voor mij gedaan

Die roeping te dragen is niet makkelijk
maar tegelijkertijd een uitdaging.

We bidden om een efficiënte aanwezigheid
van ons allen, ieder op onze eigen plek
in dienstbaarheid.

We hebben God als onze Supporters met een hoofdletter:
Wij gaan niet alleen door het leven.

Ik citeer tenslotte uit het Joodse morgengebed:
U was er, toen de wereld nog niet geschapen was.
U bent er sinds de wereld geschapen is.
U bent er in de wereld die komen zal.
U gaat vandaag en de komende dagen met ons mee

Hein Jan van Ogtrop, pastoor