• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

Category Archives: Preken

9 december: Gezegend ben je

[print]

2e Zondag Advent

Schriftlezingen:

  • Bar. 5,1-9

  • Fil. 1,3-6.8-11

  • Luc. 3,1-6

Iedere viering eindigt met een zegenwens:
wij gaan er voor staan: en gezegend verlaten wij de kerk.
Na alle woorden uit de Schrift,
de verkondiging, de liederen en de gebeden
worden we opgeroepen om in de dagen die komen
alle woorden te gaan doen.
En we kunnen het ook, omdat God ons niet loslaat.
Hij-Zij behoedt ons op onze weg door het leven.

De zegen is een belangrijk moment van de Eucharistieviering.
In de bijbel en als gevolg daarvan in onze liturgie wordt veel gezegend.
Zegenen van mensen betekent: goede woorden tot hen zeggen,
omdat ze met goede dingen bezig zijn en, gesterkt en gestimuleerd
door de zegen, nog meer goede dingen zullen doen.

Huub Oosterhuis zegt: ‘Gezegend de barmhartigen
en zij die open en lief zijn, met wie het goed omgaan is.
Gezegend zij die elkaar bewaren, troosten, voorthelpen, verdragen.’
———–
Gezegend word je niet zo maar
iemand die gezegend wordt is een geroepene.

De profeet uit wiens boek wij vandaag lazen heet BARUCH
dat betekent: de gezegende.
Hij herinnert ons aan onze opdracht
die wij iedere keer als wij gezegend zijn gaan doen.

Gods Wet beter leefregels- zijn geen woorden die kleineren,
maar als je ernaar leeft, zullen ze je het leven geven.
Doe je dat niet? Dan vind je de dood.
Dus: bekeer je, keer je om en je zult leven.

‘Hoor, Israël, hoor, de Levende is onze God, de Levende is de enige!’
Als je die God volgt, als je zijn leefregels doet,
dan word je een rechtvaardige van wie men bij de dood of leven
opnieuw met de woorden van Oosterhuis zegt:

‘Gezegend die weet wat recht en slecht is
en die trefzeker kiest
en niet wijkt, voor geen macht en niet vreest, voor geen mens!’
Dan word je een gezegende, een Baruch of in het Latijn een Benedictus.
Onze Benedictuszang gaat daar ook over:
gezegend die komt in de naam van de levende!
Dat gaat vooral over Jesus maar als wij ons bij Hem aansluiten
ook over ons: Benedictus qui venit, een beetje vrij vertaald:
‘gezegend die er aan komt om met Hem samen
te gaan doen wat God wil.’

II. Een indrukwekkend gezelschap
paradeert vandaag langs in het evangelie.

Toch is het een beetje een enge club:
Het land Israël is bezet door vreemde troepen.
Een corrupte dictator, keizer Tiberius, regeert met harde hand.
Het Romeinse bezettingsleger staat onder commando
van een gefrustreerde legercommandant Pontius Pilatus.
De plaatselijke collaborerende marionet is Herodes.
De verraderlijke en onbetrouwbare godsdienstige leiders
heten Annas en Kajafas.
De onderdrukte bevolking betaalt hoge belastingen

Al die belangrijke figuren die vandaag even oprijzen
hebben als hun indrukwekkend klinkende namen en titels worden genoemd
hebben maar één functie, want het gaat in dit hele verhaal juist niet om hen
maar om iemand anders:
zij vormen slechts een decor voor wat volgt:

… TOEN GESCHIEDDE HET WOORD VAN GOD!!
Daar gaat het om!
Er is in de geschiedenis van de mensen iets anders gaande,
dwars door alles wat de groten der aarde allemaal organiseren.
Vertaald naar onze tijd zouden wij zeggen:
‘in de dagen voor de spannende verwikkelingen rond Macron met gele vestjes in Frankrijk, de Brexit van May, de nadagen van de Duitse kanselier Merkel,
de verwikkelingen rond de presidenten van Amerika en China
terwijl de wereldpolitici elkaar vliegen proberen af te vangen…’
maar dan gaat de bijbelschrijver gauw ergens anders heen
Het gaat in de Bijbel altijd om iets anders en om iemand anders;
het gaat in de Bijbel altijd om het Koninkrijk van God
en om de mens als individu die geroepen wordt
daar aan deel te nemen.

De groten der aarde hebben dan een bijrol,
en als ze dat niet beseffen
moeten ze zelfs opzij geveegd worden
omdat ze dan met hun machtspolitiek
de geschiedenis van God met de mensen blokkeren.

Maria had het al gezongen in haar Magnificat
(de lofzang die zij bij Elisabeth zong):
‘De trotsen stoot Hij van hun tronen,
hij verheft de geringen.’

Dat is de bedoeling van God:
de kleinen moet worden recht gedaan,
God wil Zijn eigen geschiedenis op aarde
een nieuwe begin zal aanbreken.

Het evangelie van vandaag spreekt daarover.
in die wereld van bedreigende en bedriegende belangrijkheid
‘geschiedt het woord’ tot Johannes in de woestijn.
Hij, God wil binnenbreken in ons gewone bestaan
en Johannes is daar de getuige van.

Johannes stond in de traditie van de oude profeten
Zoals Baruch uit wie we vandaag lazen:
‘jullie zullen een nieuw volk worden:
recht en gerechtigheid zullen jullie heten.

Er was Johannes in die woestijn iets overkomen.
Hij was die eenzaamheid ingetrokken om God te vinden
en om aan de wereld te ontsnappen.
Hij had God gevonden,
of beter misschien: God had hem gevonden.
Het woord van God was over hem gekomen.
Niet alleen dat woord, maar ook iets anders.
Dat andere waar de profeet Baruch het over heeft in de eerste lezing:
de barmhartigheid en liefde van een God
die ons tot onszelf wil brengen
en die ons de naam Vrede door gerechtigheid wil geven.

Die grote woorden worden pas werkelijkheid
als de mensen zullen vragen:
‘hoe kan ik zelf meedoen met dat grote, nieuwe plan van God?’
Johannes is vandaag vooral
de verkondiger van het geheim van de OMMEKEER.
Niemand is volmaakt, niemand heeft de waarheid alleen in pacht:
Wie zonder zonde is werpe de eerste steen.
Maar allemaal kunnen wij ons leven richten naar het licht.

Allemaal kunnen wij nieuw worden.
En door die innerlijke (èn uiterlijke) vernieuwing
zal de oude mens in ons verdwijnen.

Een vrome joodse schrijver zegt:
‘Het grootste geheim van mensen is
niet dat ze zo goed zijn –want dat zijn ze niet
niet dat ze zo sterk zijn –want dat zijn ze niet
niet dat ze alles kunnen –want dan kunnen ze niet.
Het grootste geheim van mensen is
dat ze kunnen veranderen.
Groot is het belang van de ommekeer
want zij brengt de bevrijding naderbij.’

Zo is er hoop. Maar nuchter gaat hij verder:
‘Één mensenkind alleen is echter niet in staat
om de bevrijding van heel de wereld tot stand te brengen.
Ook twee mensenkinderen zijn daartoe niet in staat.
Pas de omkeer van elk mens is genoeg.
Pas dan kan het rijk Gods komen,
ja dan is de Messias daar.’

De ommekeer van u, van mij persoonlijk
Dat is geen onmogelijke opdracht:

GOD TREKT ONS NAAR ZICH TOE !!!
Dat geldt voor mensen die zichzelf laten dopen
die hun kinderen laten dopen,
die trouwen, die gewijd worden tot diaken of priester
maar het geldt vooral voor ieder van ons, op onze eigen plek
waar wij gezegend worden, geroepen er te zijn voor wie ons nodig hebben.
God zegene ons allen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

1 december: Geen paniek!

[print]

1e Zondag Advent

Schriftlezingen:

  • Jer. 33,14-16

  • 1 Tess. 3,12-4,2

  • Luc. 21,25-28.34-36

We zullen het weer gaan meemaken na deze week:
zo gauw de Sint zijn hielen gelicht heeft
worden in Haarlem, de gezelligste winkelstad van Nederland,
de etalages allemaal omgebouwd.
De baard van Sint wordt door engelenhaar vervangen:
de in goudpapier verpakte lege etalagepakjes van de Sint
worden vervangen door dennengroen
en de Sint zelf wordt omgebouwd tot kerstman.

Men heeft er buiten dit kerkgebouw geen vermoeden van
hoe heilzaam het is, om nog zonder dennengroen en engelenhaar,
sober deze vier weken lang, rustig Advent te vieren.
Hier krijgen we nog de tijd om zonder premature kerstsfeer
ons echt voor te bereiden op de dingen die komen gaan
en te leren hoe wij het nieuwe burgerlijke jaar 2019
goed gevormd in te gaan.

Advent is de tijd van bezorgdheid en waakzaamheid
altijd beseffende dat het op deze wereld toch nog iets worden kan.
Advent is de tijd van de verwachting.
Een levenshouding waarin de kinderen ons in deze dagen voorgaan:
vol verwachting klopt ons hart!
Wij leven als gelovigen samen in verwachting:
in de grote verwachting
de verwachting van GODS NIEUWE TOEKOMST.

Als je naar deze wereld kijkt,
dan kun je twee dingen doen.
Je wendt je ogen af, je sluit je af, je droomt weg… je vlucht
of je blijft kijken
en je probeert te begrijpen wat je ziet,
je vraagt jezelf af waarom gebeurt wat er gebeurt.

Je wilt het weten want deze wereld is jouw zaak;
of je wilt het niet weten
want deze wereld is jouw zaak niet..
Wij praten wel veel over de toekomst van onze wereld
maar helaas … al te veel als toeschouwers,
als buitenstaanders…

En als buitenstaanders vormen wij dan ook vaak
een kritisch sikkeneurig publiek.

We zeggen bijvoorbeeld:
het gaat steeds slechter of ‘het zal mijn tijd wel uitduren.’

De profeet Jeremia wijst ons
op de kracht van het woord van God
DAT WERKELIJKHEID WORDT.

Het zijn niet zomaar beloftes
maar toezeggingen vanwege de Schepper van hemel en aarde!

Maar vertelt het evangelie ons niet erg eng
over rampen en akeligheid?
Omdat we allemaal graag paniek-journalisten zijn
valt ons dat extra op en kijken we speciaal naar de griezelige details.

Maar de evangelist Lucas zou krachtig protesteren:
“ik wil helemaal niet over die rampen praten
maar juist over het nieuwe
dat er dwars door alle ellende heen doorbreekt.
Hef je hoofd omhoog
(ik denk er altijd bij ‘Sammie’)
want je redding nadert: er is hoop!”

Nog even nadenkend over
de rampen die het evangelie van deze zondag ons voorhield.
Het zijn geen angstvisioenen
om mensen de stuipen op het lijf te jagen.
Evenmin zijn het voorspellingen
waarmee je onder het motto ‘de bijbel heeft toch gelijk’
anderen kunt bestoken.
Of invuloefeningen à la de raadselspreuken van Nostradamus.

Hier wordt allereerst nagedacht over een historisch, gebeuren:
de rampzalige verwoesting van Jeruzalem
door de Romeinse cohorten in het jaar 70,
de ondergang van de Joodse staat
en de verstrooiing van Israël onder de volken
het begin van de martelgang die uiteindelijk
naar de ghetto’s en de vernietigingskampen zou leiden.

De evangelies zijn geschreven even voor of kort na dit gebeuren
en, net nog steeds bezig zijn met de ramp van de 2e wereldoorlog
zo worden de lezers van het evangelie
ook nog even herinnerd aan die catastrofe
en de latere lezer vult dat aan
met alle gruwelen die hij zelf heeft meegemaakt.

Maar een aandachtig lezer en theoloog merkte op
dat precies op de helft van deze tekst, een omslag plaats vindt.
Het ondergangs-scenario wordt visioen van een nieuwe toekomst.

Na de zevende regel waarin geschreven staat
hoe de grondvesten van het heelal zullen wankelen lezen wij:
‘dan zal er groot licht zijn
en zullen zij de mensenzoon zien komend op de wolken’.

Ik citeer de theoloog (Schillebeeckx) nu even:
‘Zoals de God van Israël
-de God-bevrijder van de Uittocht, de uit-redding-
als een kolom van wolken voor het volk uitging
en als een vuur zijn mensen bijlichtte in de nacht:
zo zal de Mensenzoon komen
op een kolom van wolken, met macht en groot licht,
de mens zoals hij zijn moet: de nieuwe Adam.’

‘Waakt over jezelf’ eindigt de tekst van vandaag,
‘zodat je hart niet vadsig wordt van het drinken en het eten.

Deze wereld
-wil Jesus middels de evangelist zijn hoorders leren- is jouw zaak,
wat hier geschiedt heeft met jou te maken.

Alle leed dat er geleden wordt,
iedere smartenkreet die klinkt
is er om jou wakker te maken opdat je ziet wat er gebeurt,
opdat je ontmaskert wat er fout is hier
en optreedt, handelt, kiest.

‘Word ook niet onderhorig aan bezit’.
De bezitlozen hebben niets en je zou denken
dat die de hele dag aan niets anders denken
maar dat is niet waar. Ze gaan ons voor in levenskunst,
en roepen ons op om eerlijk te delen.

Advent is de tijd van de actie van Solidaridad
voor Zuid Amerika, van meer aandacht voor elkaar
van zoeken naar de dingen die voor jou persoonlijk belangrijk zijn
van opnieuw beginnen:
bezorgd over de dingen die fout zijn
maar wakker zoekend naar mogelijkheden om
de situatie op deze wereld te verbeteren.

Als je bezorgd maar vooral tegelijk wakker bent
ben je in staat te ontkomen
aan alles wat er gebeuren zal
en aan de vernietigende werking, de doodsmacht van de feiten.
Je zult dan niet meer meeschamperen met allen
die de mens wel door hebben
maar, oog in oog met het visioen van de nieuwe mens,
rechtop staan en stand houden.
Dan zul je ook niet meer spreken over het ‘einde der wereld’
maar over de ‘vol-einding’, de voltooiing
ofwel het begin van het koninkrijk der hemelen
dat nu nog verborgen is
maar door zal breken als wij er voor durven kiezen.
Dat wij allemaal van de partij mogen zijn!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

18 november: U bent er altijd bij

[print]

33e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Dan. 12,1-3

  • Hebr. 10,11-14.18

  • Mc. 13,24-32

De wereld roept om recht: om Sjaloom.
Het evangelie geeft ons een zware opdracht:
wij moeten aan die vrede bouwen: een prioriteit!
Dat verdraagt geen compromissen.
Zeker, we mogen, ja we moeten zorgen voor ons zelf.
Maar iedere keer worden we doorverwezen:
om er vooral te zijn voor de anderen, onze naasten,
de mensen in onze buurt:
onze partners, onze ouders , onze kinderen onze vrienden.

En tegenwoordig is de familie
waar we verantwoordelijkheid voor dragen nog groter:
we reizen met het grootste gemak rond naar Indonesië,
naar Afrika, jongelui gaan op huwelijksreis
naar Sri-Lanka of de Dominicaanse Republiek:
de hele wereld is ons thuisland geworden.

Als kerk hebben we niet meer de kracht
om getalsmatig, met wapperende gewaden present te zijn.
Maar we kunnen des te efficiënter aanwezig zijn,
onopvallend als de weduwe met haar penninkje
over wie wij de vorige week, op de diakonale zondag, spraken.

De arme weduwe met haar bescheiden teken
heeft de vorige week eigenlijk de preek verzorgd
en de wezenlijke verkondiging voor haar rekening genomen.
Ze gaf in het tempelofferblok haar laatste centen,
alles wat ze nog had.

Jesus zag dit kleine gebeuren
en wees zijn leerlingen op deze belangrijke daad
en daarna spreekt Hij over de grote dingen
en gaat Hij zijn leerlingen voorbereiden op de laatste dingen
en over het eindoordeel spreken.
De grote vraag is daarbij: ‘zal het nog wat worden op deze aarde?’
Jesus citeert daarbij de visioenen van Daniël.

Daniël schreef hij zijn visioenen op in een tijd van verdrukking van zijn volk
tijdens de ballingschap in Babel. Ik citeer:
‘De grote vorst MICHAEL zal opstaan
om de kinderen van Gods volk te beschermen.
Er zal een grote nood zijn
maar al degenen die opgetekend staan in het boek des levens
zullen worden gered en de getrouwen zullen stralen
als de glans van het uitspansel
en diegenen die de mensen tot gerechtigheid hebben gebracht
zullen schitteren als sterren voor eeuwig en immer’.
Daniël
die deze visioenen over Michaël opschreef,
doorzag dat de machten van het kwaad
niet voor eeuwig zullen kunnen blijven heersen,
en dat het recht zal zegevieren.

Voor het zover is zal er nog heel wat moeten gebeurden
en we zullen ook nog veel moeten meemaken.

Jesus kondigt al de gruwelijke dingen aan
die gebeuren en nog te gebeuren staan voor het koninkrijk Gods daar is.
Hij doet dat niet om de nieuwsgierigheid
van in onheil en ellende geïnteresseerden te bevredigen
of paniek te zaaien.

De aankondiging is er geheel op gericht
om de leerlingen van Jesus,
een kleine weerloze minderheid,
vooral in het begin
in tijden van vervolging en angst
blij en hoopvol te houden:
te bemoedigen en te sterken in slechte tijden.
Het is een oproep aan de leerlingen
om in de ure des gevaars op hun post te blijven en te volharden.
De grote nadruk ligt op de waakzaamheid,
volharding, trouw aan je opdracht door alles heen.

Maar er is hulp!
Zoals de God van Israël, de God bevrijder,
die van de uittocht, de uit-redding,
als een kolom voor het volk uitging
en het volk als een vuur bijlichtte in de nacht
— zo zal de mensenzoon, het mensenkind, komen
op een kolom van wolken, met macht en groot licht.

De Mensenzoon die verschijnt is geen engerd
die uit het niets opdoemt maar de nieuwe mens
zoals hij eigenlijk behoort te zijn en zoals Jesus dat is.

Het doel van Zijn komst is
het verzamelen van de uitverkorenen.
Daarbij vallen alle grenzen weg, ze komen uit alle windstreken.

En als er dan staat dat ‘de zon zijn licht niet meer zal geven’
is dat symbolisch bedoeld.

De zon is niet meer nodig -lijkt de evangelist te willen zeggen-
het ware licht zal immers schijnen als Jesus zelf
de Koning zal zijn van vrede en recht.

Er zijn al voortekenen die ons later zien
dat het goed kan worden op aarde.
En dan wordt er ook nog over de vijgenboom gesproken
die gaat uitbotten.

De vijgenboom behoort mét de wijnstok,
tot de edelste gewassen van het nieuw land
waar alles anders zal zijn.
De verspieders hadden in vroeger tijden
immers ook vijgen meegenomen
uit het land van de wijnstokken, melk en honing.

De vijgenboom is minder aansprekend.
Het ‘zitten onder de vijgenboom’
wordt in de joodse spreekwijze
een uitdrukking voor het in vrede leven
en onder die vijgenboom zittend kun je dan
rustig lezen in de boeken van God.
Een vijgenboom is iets anders dan de Hollandse boerenkool
die blijft bij de grond en geeft geen schaduw
de vijgenboom met zijn grote bladeren is imposant
biedt schaduw, overvloedig.

Kort tevoren (in Mc.11,12) had Jesus gezocht
naar de vruchten aan een vijgenboom die verdord was.
Hij wilde zijn leerlingen erop wijzen dat het,
wat Hem betreft, toch wel de tijd van de oogst mocht zijn:
de tijd van de beslissingen!

Jesus zegt dan ook:
‘In jouw dagen moet het gebeuren’.
In jouw dagen zal het gebeuren
die doorbraak van het Koninkrijk
door alle ellende heen.

‘In jouw dagen’ zegt hij. Daarmee bedoelt Jesus:
‘In jouw dagen vallen de beslissingen
Het woord klinkt tot jou die dit hoort:
jouw beslissingen kunnen de loop
van heel de geschiedenis, zo ellendig als ze is,
doen veranderen.

In alle inzet van de rechtvaardigen
en de mensen die wakker voor het goede kiezen
wordt het teken zichtbaar door alles heen:
van de mensenzoon,
DE NIEUWE MENS die zich vertoont.

Voor Marcus was Jesus dat:
maar dan niet als enige nieuwe mens maar als
‘eersteling van de schepping.’
Maar het kan ook zijn dat jij zelf die nieuwe mens bent
daar denken wij aan bij iedere doop.
Dan hopen en bidden wij dat deze nieuwe mensenkinderen
diegenen zullen zijn
die net dat ene stukje goedheid de wereld in brengen
dat de weegschaal die de goede en de slechts dingen tegen elkaar afweegt
met een grote klap naar de goede kant doet overslaan.

We hebben als christenen ons geloof niet
om een rustig leven te kunnen leiden:
we hebben een taak,
een roeping en we zullen er later op beoordeeld worden
of we aan die roeping hebben beantwoord
als de koning tot ons zeggen zal:
‘wat heb je voor je broeder of zuster betekend.’

Onze Heer zal het zelfs zo krachtig zeggen:
‘IK was hongerig, je hebt mij toch wel gespijzigd?
IK had dorst, je hebt me toch wel aan water geholpen;
IK was vreemdeling, asylzoeker,
je hebt me toch wel goed ontvangen,
mij niet verdacht gemaakt
zoals sensatiebladen en sommige mensen
die zich opwerpen als politici dat doen.

IK was ziek, je hebt me toch niet aan mijn lot overgelaten.’
Ik was in de gevangenis:
je hebt mij niet als mens geminacht

IK was dat allemaal.
Wat jij in jouw leven voor de minsten der mijnen hebt nagelaten te doen
heb je mij onthouden
maar wat je wel hebt gedaan.. dat heb je dus voor mij gedaan

Die roeping te dragen is niet makkelijk
maar tegelijkertijd een uitdaging.

We bidden om een efficiënte aanwezigheid
van ons allen, ieder op onze eigen plek
in dienstbaarheid.

We hebben God als onze Supporters met een hoofdletter:
Wij gaan niet alleen door het leven.

Ik citeer tenslotte uit het Joodse morgengebed:
U was er, toen de wereld nog niet geschapen was.
U bent er sinds de wereld geschapen is.
U bent er in de wereld die komen zal.
U gaat vandaag en de komende dagen met ons mee

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

11 november: Bescheiden en dienstbaar

[print]

32e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • 1 Kon. 17,10-16

  • Hebr. 9,24-28

  • Mc. 12,38-44

Het is een ontroerend verhaal, de eerste lezing.
Er is hongersnood in de stad Sarepta.
‘Er was honger in het land’ lezen we.
Iedereen had het slecht.
En dan wordt een weduwe ten tonele gevoerd:
zij had het helemaal slecht.
Een weduwe had het so wie so moeilijk in Israël,
ze was kwetsbaar en had geen steun.
Had ze kinderen dan was er misschien nog toekomst,
ze zouden later voor haar kunnen zorgen.
Maar de zoon van deze weduwe is
even weerloos als zijzelf: er is geen hoop meer.
Met haar kleine jongen
zal ze haar laatste broodje bakken en opeten
en dan is het einde daar.
Op dat moment komt de profeet aangelopen:
ELIA heet hij.
Die naam betekent: GOD IS WERKELIJK DE HEER.
De naam ‘IK ZAL ER ZIJN’ klinkt in zijn naam door.
Maar waar is Hij dan, de Enige,
die gezegd heeft dat Hij het werk van Zijn handen niet loslaat?
Hij lijkt ver
en de vele beden om dagelijks brood hebben niets uitgehaald.

De profeet komt binnen. Om te geven, te redden?
Op het eerste gezicht niet.
Hij komt binnen OM TE VRAGEN.
Hij vraagt om brood.
Wat een on-mens.
Ziet hij dan niet dat deze vrouw
aan het einde van haar mogelijkheden is?

Maar de profeet beveelt: ‘GEEF DEEL!’.
Eigenlijk zegt hij:
‘durf te sterven door het laatste weg te geven wat je hebt.’

Maar het wonder gebeurt.
Neen ik bedoel nog niet de goede afloop
als het meel blijken zal niet op te raken.
Ik bedoel het grote verbazingwekkende feit
dat de weduwe inderdaad haar laatste levensrantsoen weggeeft.

Ze waagt het, te geven.
Ze durft te sterven om te leven, ze waagt en ze wint.

De vrienden van Jesus waren Hem trouw gevolgd.
Tot driemaal toe hadden zij moeten horen wat Hij wilde:
sterven in Jeruzalem.

Sterven voor Zijn mensen.. sterven.. OM TE LEVEN.
‘Dat nooit Heer’ had Petrus meteen al uitgeroepen.
Maar Jesus gaat Zijn weg.. Jeruzalem tegemoet.
Hij gaat Zijn weg van het geven tot het uiterste.

Als Jesus Jeruzalem is binnengekomen
treedt Hij de tempel binnen.
Zo is de Messias in het hart van Zijn stad.

Wie zijn degenen bij wie Hij zich daar thuis voelt?
Neen, niet de tempelgeestelijken
met hun wapperende gewaden die indruk willen maken.
Voor kleine mensen is Hij bereikbaar.

En namens hen treedt een vrouw op, een weduwe,
weer een weduwe.
Ze geeft al wat ze heeft weg
-net als haar voorgangster toen in Sarepta- ;
ze offert van haar armoede
voor het in stand houden van tempel en synagoge.

Ja, ze houdt die werkelijk in stand
-in de ware, de geestelijke betekenis van het woord-
en Jesus prijst haar.
Ze heeft zichzelf gegeven
voor de opbouw van Gods woning onder de mensen.

Wij zijn hier samen in onze tempel.
In onze geschiedenis kennen wij
een voortdurende spanning tussen rijk en arm.

We mogen –al zijn profiteurs met zijn ideeën aan de loop gegaan-
toch nooit vergeten dat op een bepaald moment iemand is opgestaan
een joodse man met Hollandse voorouders,
die een protest in het leven riep
tegen de ongerechtigheid in de wereld: Karl Marx.
Zijn theorie mag dan zijn tijd gehad hebben
en degenen die zeiden hem te volgen hebben het verbruid:
maar de onrust die hem bezielde
mag best onze onrust blijven.
We zullen toch moeten durven zien
dat wij in onze westerse beschaving
door ons groepsegoïsme vaak het beeld
van Israëls God die voor de kleinen koos hebben verduisterd
en de zorg voor de ander, het kernpunt van het christendom,
niet in al zijn veelomvattendheid hebben verstaan.

Het is een bijbelse gedachte
dat de wereld er is voor ons allen.
Niet alleen voor een bepaalde groep
die toevallig op dat moment de baas is
en er dus van profiteren kan en de dienst kan uitmaken
maar de aarde is er voor alle aardbewoners.

De Pausen hebben gelukkig ook duidelijk hun stem laten horen
tegen dit onrecht in de grote encyclieken RERUM NOVARUM en,
40 jaar later, QUADRAGESIMO ANNO.

Deze Paus sluit in al zijn spreken en doen
aan bij die sociale leer van de kerk.
Een kerk die niet dient, dient nergens toe.
Daar denken we aan op onze diakonale zondag.

Er is veel gedaan door christenen. In het klein vooral.
Er is goed gezorgd voor arme en zieke mensen bijvoorbeeld.
Maar er wordt méér gevraagd van gelovigen.
We kunnen niet alleen omzien naar de individuele mensen
maar moeten ook zien naar de volkeren
die in staat moeten worden gebracht
zichzelf te kunnen ontplooien
zonder dat ze de bedelnap moeten ophouden.

Steeds weer horen wij hoe de grote wereldconferenties
tussen de rijke en de arme landen mislukken
omdat de stappen die echt gedaan moeten worden niet gezet worden
omdat het eigen westers hemd toch nader blijkt
dan de rok van onze verantwoordelijkheid voor de wereld.

Het evangelie is een zware opdracht.
Het verdraagt geen compromissen.
De wereld roept om recht: om Sjaloom.

Zeker, we mogen, ja we moeten zorgen voor ons zelf.
Maar iedere keer worden we doorverwezen:
om er vooral te zijn voor de anderen, onze naasten,
naar de mensen in onze buurt:
onze partners, onze ouders , onze kinderen onze vrienden.

En tegenwoordig is de familie
waar we verantwoordelijkheid voor dragen nog groter:
we reizen met het grootste gemak rond naar Indonesië,
naar Afrika, jongelui gaan op huwelijksreis naar Sri-Lanka:
de hele wereld is ons thuisland geworden.
—————
Als kerk hebben we niet meer de kracht
om getalsmatig, met wapperende gewaden present te zijn.
Maar we kunnen des te efficiënter aanwezig zijn,
onopvallend als de weduwe met haar penninkje.

De priester-arbeiders bv. van kort na de oorlog
waren onopvallend maar solidair aanwezig
in de wereld van de arbeid.

De zusters van Charles de Foucould
in de Amsterdamse Jordaan,
op het woonwagenkamp in Den Haag
of meereizend met een bekend circusgezelschap.
Het zijn veelal goed wetenschappelijk gevormde vrouwen
die net als alle anderen in hun buurt de kleine beroepen kiezen:
als werksters midden in de nacht met andere vrouwen bezig
in de grote kantoren.

Door hun aanwezigheid, hun levensstijl
laten ze iets zien van een nieuwe wereld.

De arme weduwe met haar bescheiden teken
heeft vandaag eigenlijk de preek verzorgd
en de wezenlijke verkondiging voor haar rekening genomen.
Na dit teken getoond te hebben
gaat Jesus de leerlingen voorbereiden op de laatste dingen
door over het eindoordeel te gaan spreken.

Dat doet Jesus,
zelf arm geworden, gestorven aan het kruis.
Hij had op aarde geen steen
om zijn hoofd op neer te leggen
en zelfs geen eigen graf. Een ander moest het zijne afstaan.
Neen, we hebben als christenen ons geloof niet
om zo een rustig leven te kunnen leiden:
we hebben een taak,
een roeping en we zullen er later op beoordeeld worden
of we aan die roeping hebben beantwoord
als de koning tot ons zeggen zal:
‘wat heb je voor je broeder of zuster betekend.’

Onze Heer zal het zelfs zo krachtig zeggen:
‘IK was hongerig, je hebt mij toch wel gespijzigd?
IK had dorst, je hebt me toch wel aan water geholpen;
IK was vreemdeling, asylzoeker,
je hebt me toch wel goed ontvangen,
mij niet verdacht gemaakt
zoals sensatiebladen en sommige mensen
die zich opwerpen als politici dat doen.

IK was ziek, je hebt me toch niet aan mijn lot overgelaten.’
Ik was in de gevangenis:
je hebt mij niet als mens geminacht

IK was dat allemaal, en
wat jij in jou leven
voor de minsten der mijnen hebt nagelaten te doen
heb je mij onthouden
maar wat je wel hebt gedaan..
dat heb je dus voor mij gedaan

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

4 november: Leven om lief te hebben

[print]

31e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Deut. 6,2-6

  • Hebr. 7,23-28

  • Mc. 12,28b-34

Deze week waren we met velen samen
denkend aan onze dierbaren die wij missen
op Allerzielen.
Er was veel verdriet.. afscheid nemen is altijd zwaar.
Bijvoorbeeld van Lisa, oud koorlid, 29 jr. jong
van wie haar familie en haar man afscheid moest nemen.
Als je zo in saamhorigheid bijeen bent zoals de afgelopen vrijdag
dan wordt de vraag, die je je anders ook wel eens stelt
heel existentieel: waar dient het leven toe? Waar leef ik voor?
Hebben we een gezamenlijk doel?

Tijdens Jesus’ opgang naar Jeruzalem,
in de laatste dagen voor zijn dood,
geeft Jesus op die vraag antwoord aan een schriftgeleerde die hem vroeg:
‘wat is onze belangrijkste opdracht?’
wat is het belangrijke gebod?

Het is de laatste vraag die Jesus gesteld wordt
voor de grote confrontatie in Jeruzalem met zijn tegenstanders
als Hij gearresteerd en ter dood veroordeeld wordt.

Matteüs en Lucas vertellen deze vraagstelling ook en vermelden,
net als Marcus Jesus’ antwoord:
‘je zult God liefhebben met heel je hart, met heel je verstand
en met al je krachten’ en (het tweede daaraan gelijk:)
‘je zult je naaste liefhebben als jezelf.
Deze twee geboden worden door Jesus
zo aan elkaar vastgekoppeld dat ze één zijn.

Vele uitleggen van dit evangelie stoppen hier:
fijn dat Jesus de geboden koppelt
want God liefhebben is zo lastig
en als we nou maar lief zijn voor elkaar
voortdurend als trouwe verkenners uit vroeger dagen:
als maar goede daden doen en we zijn klaar.
Maar zo simpel is het niet.
Er dient iets anders aan vooraf te gaan
anders slaan onze goede daden nergens op
en lijken we op de verkenners
die oude dames naar de overkant van de straat brengen
die er helemaal niet moeten wezen.

Marcus –dank aan hem- is de enige evangelist die vermeld
hoe Jesus als begin van het belangrijkste gebod
(nog voorafgaande aan de twee geboden die een zijn)
het grondwoord van het jodendom citeert:
‘HOOR ISRAËL.’
‘Hoor Israël, de Heer uw God is één.’

Het is een zin die op ons christenen niet zo’n indruk maakt.
We beschouwen dat ‘hoor Israël’ als een
niet noodzakelijke beginfrase
En dat terwijl iedere jood die dit hoort
‘Hoor Israël, de Heer uw God is één.’
er tot tranen toe door ontroerd wordt.
In de synagoge bij de RAI in Amsterdam
maakte ik dat mee, bij de jubileumviering van die gemeenschap.
Iedereen gaat staan, zo gauw die woorden klinken
en iedereen zegt de woorden mee
omdat hij daarin zijn diepste geloofsemoties belijdt.
‘Hoor Israel, de Heer jouw God is één!

‘ Hoor Israel; God houdt van je en heeft je nodig.
HOOR Israël; luister mensenkind
naar wat de anderen, al of niet met een hoofdletter
tot jou zeggen willen.
Luister naar het verhaal
van de God van Abraham, Isaak en Jakob,
luister naar het verhaal van de God die liefde is

HOOR ISRAËL…
het staat aan de deurposten van alle joodse huizen geschreven
op de Mezoezah, het kleine tekstrolletje dan aan de deurpost zit
en wat je iedere keer als je je huis binnengaat
even aanraakt om je er aan te laten herinneren
dat God gehoord wil worden
en dat jouw rol als mens vooral luisteraar is.
We krijgen zoveel te zien tegenwoordig en te horen
zodat we niets meer kunnen zien en horen…
we worden ziende blind en horende doof.
De grondwet van ons geloof is
niet zet je radio of je TV aan
of een muziekje in de auto maar luister
luister naar het verhaal van God met de mensen.

En dat is er nog een tweede deel van de zin: God is één!
Wij beluisteren dat als een theologische stelling:
God is niet twee of vijf maar één.
Maar dat is er niet mee bedoeld.

Om te begrijpen wat ‘GOD IS EEN’ betekent
moeten wij bij een verliefde jongen bijvoorbeeld in de leer gaan:
‘mijn meisje… daar is er maar EEN van;
ze is uniek!

Zoiets bedoelt de jood ook:
‘Hij- die God van ons- daar is er maar één van:
Hij is UNIEK !! ‘.
Hij is uniek omdat Hij om de mensen geeft
omdat Hij onze tranen ziet
omdat Hij ons huilen hoort
en Zijn kleine mensen liefheeft, bevrijdt en troost
-en dat hadden we de afgelopen week dus nodig-.

De wet van Mozes zegt verder
(en Jesus doet niet anders
dan de consequentie van het voorgaande noemen) :

‘Je zult (omdat Hij zo uniek is)
Hem waarderen zoals Hij is
(zoiets betekent van Hem houden)
en omdat Hij zoveel van jou houdt
je naaste gaan beminnen zoals jezelf door Hem bemind wordt.’

Wat zijn wij gezegend
dat we het hier mogen horen, iedere week.
Luister naar God en luister naar je naaste.
Luister naar wat hij of zij je werkelijk zeggen wil,
luister naar zijn roep om hulp
luister naar zijn vraag om aandacht
luister naar de mens die wil
dat jij met hem meeleeft, meelacht, meehuilt
en ga dan met hem of haar verder:
beantwoord zijn of haar diepste verlangens.
Zoals God er voor jou is:
wees er voor je naaste die niet zonder jou kan.

Jesus zelf leefde dat gebod voor:
hoorde naar de Vader.
Hij heeft omdat Hij goed gehoord had naar de opdrachten
die Zijn Vader hem gegeven had ook alles wel gedaan:
Hij gaf aan blinden het gezicht,
de nacht heeft Hij verdreven
gaf doden weer het leven
waar Hij voorbijging werd het licht.

Als het gesprek dat wij vandaag hoorden
plaats gevonden heeft gaat Jesus op naar Jeruzalem
om ons de liefde tot het uiterste toe voor te leven.

De kleinen, de kinderen, de weerlozen
de gekwetsten zullen hem als partijganger herkennen:
Hij zal in de gevangenis komen met de veroordeelden,
hij zal gegeseld worden met allen die geslagen worden:

Daar in Jeruzalem zullen de woorden van het “hoor Israël”
aan Hem op hun kracht worden beproefd.
De Schriftgeleerde die met Jesus gepraat had
had het geheim van deze mens,
deze zoon van God goed begrepen:
‘je bent niet ver af van het koninkrijk Gods’
zegt Jesus tot hem. ‘

Ook voor ons geldt:
als we weten willen waar het op aan komt
zijn we niet ver van het Koninkrijk Gods.

Dat gold voor ons allen
op die weemoedige Allerzielendag
toen we ons aan elkaar optrokken
en in onze droefheid de blijde boodschap hoorden
dat van ons houdt en met ons meetrekt.

Hij is uniek, Hij is één en dezelfde trouwe en liefdevolle
die ons, het werk van zijn handen niet loslaat
en die grote dingen van ons verwacht.
Zal ik iets noemen. Kinderpardon,
trouw, liefde volharding.

Ons leven heeft zin:
wij leven voor de liefde.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

2 november: Allerzielen

[print]

Allerzielen

Schriftlezingen:

  • Klaagl. 3,17-26

  • Rom. 5,5-11

  • Joh. 14,1-6

Dat God de mensen die voor Hem kiezen niet teleur zal stellen
vieren we op deze 1e en 2e november: Allerheiligen en Allerzielen.
Ik noem ze met opzet samen. Ze horen bij elkaar.
Vroeger werden Allerheiligen en Allerzielen op één dag gevierd.
Eigenlijk beter want God discrimineert niet.
In de hemel heb je geen eerste en tweede klas meer.
Het gaat daar om het grote volk van God dat Hij verzamelen wil.
Op Allerzielen worden de namen gelezen
uit het Liber Defunctorum: de namen van hen die uit deze kerk werden uitgedragen
en enkelen uit de kring daar rond om heen.
Die namen betekenen veel voor ons, maar ook voor God:
er staat immers in de Schrift te lezen
dat God die namen geschreven heeft in de palm van zijn hand

Eens vroeg uw vriend Mozes: hoe is Uw naam?
En vanuit een brandende braamstruik klonk toen het antwoord:
MIJN NAAM IS: IK ZAL ER VOOR JE ZIJN.
Die naam is een naam om te onthouden. Een naam die troost en geneest.

Op deze twee dagen, Allerheiligen en Allerzielen
willen wij belijden hoe belangrijk het leven van alle mensen is.
Wij noemen met ere de mensen die ons vormden, de mensen
die ons opvoedden en troostten. De mensen die ons door hun
levenshouding lieten zien dat wij zelf er mogen zijn.
Want mensen (ook wijzelf!) zijn kostbaar en uniek.
Ieder mens bewaart een bijzonder geheim
-een bekend spreekwoord omdraaiend- iedereen is onmisbaar.
Zalig ieder mens (evangelie Allerheiligen) op zijn eigen plek.

Op Allerzielen lezen we: ‘Het huis van de vader biedt vele kamers’
-we lezen de nieuwe vertaling, wat klinkt dat huiselijk-
(de oude vertaling sprak over woningen).’
We hebben die tekst bij vele uitvaarten gelezen.

Deze geloofsbelijdenis getuigt van onze hoop dat onze dierbaren
bij de Eeuwige ‘op kamers komen wonen.’
Maar, zelfs op Allerzielen, zijn zij niet de enigen die belangrijk zijn.

De viering van Allerheiligen en Allerzielen is er ook voor ons.
opdat wij, zoals wij hier zijn, bedroefd en verslagen, angstig onzeker,
dwalend, zoekend, vindend mogen horen, dat er voor ons ook ruimte is bij God.
Het is vandaag ook een plechtigheid voor ons
opdat wij, zoals wij hier zijn,
bedroefd en verslagen, angstig onzeker,
dwalend, zoekend, vindend mogen horen
dat er voor ons ook ruimte is bij God.

– Ook wij mogen er zijn
ook voor ons is er plaats
ook ons leven heeft zin.

Wij reizen niet door een donkere tunnel
die geen einde heeft
wij zijn op weg naar het licht
dat ons toestraalt in het kind
dat met kerstmis geboren is.
God wil er zijn voor ons,
in deze gehavende wereld,
Hij wil er zijn ‘met ons’ Emmanuel.

Er is een nieuwe stad
die naar ons toe komt
die dichterbij zal komen
een nieuwe wereld, een nieuw Jeruzalem, die nieuwe stad van God,
die neerdaalt uit de hemel,
schoon als een bruid die zich getooid heeft voor de bruidegom
Dan zal er een nieuwe wereld zijn
waarin stinkende ideologieën niet meer zullen bestaan,
geen fascisme, geen racisme, geen discriminatie
want God zal alles in allen zijn.
Hij zal alle tranen afdrogen van mensen die verdriet hebben
Hij zal troosten wie die troost nodig hebben.
Hij bouwt aan Zijn stad van vrede waar ruimte is voor allen;
daar zullen de asylzoekers met alle égards worden ontvangen
omdat er voor hen plaats is in de herberg,
dan wordt niemand meer gediscrimineerd om kleur,
ras, godsdienst of geaardheid,
daar zal Hij alles in allen zijn.

Ja zelfs de dood heeft bij Hem geen recht van spreken meer
geen rouw zal er zijn, geen geween, geen smart
want al het oude is voorbij.

II. We hebben elkaar weer opgezocht,
vandaag om onze droefheid samen te dragen:
Maar we hebben elkaar niet opgezocht
om samen te klagen en te steunen alleen
maar om samen in de tijd die ons ieder gegeven is
elkaar lief te hebben, vast te houden
en te bouwen aan die wereld
waarover de droom van Gods nieuwe wereld gaat.

En ook om te zoeken, want zoekt en gij zult vinden.
Om te zoeken naar de diepte in ons eigen bestaan
om te zoeken naar de zin van ons leven
en misschien ook om geloof te vinden
het geloof dat besmeurd en gehavend tot ons komt
dat wordt doorgegeven en bedorven door de kerken
dat wordt voorgeleefd en vervormd door mensen
maar dat een goede stille kracht is
die ons op de been houdt.

Dat is het geloof in een persoon,
een God die heeft gezegd:
IK ZAL ER ZIJN VOOR JULLIE,
dat geldt onverkort voor ieder van ons.

III. God houdt van mensen en zal dat blijven doen.
En tot ons ALLEN is gezegd: ‘jullie zijn een heilig volk’
en tot IEDER VAN ONS PERSOONLIJK is gezegd:
‘ik heb jou nodig, ik kan niet zonder jou.’
‘ik roep jou bij je naam,
wees er voor de mensen voor wie jij iets kunt betekenen.’
Dan geldt ons allen dat Hij ons niet teleur zal stellen.

Ieder mens mag er zijn.
voor ieder mens is ruimte……
voor ieder mens met haar of zijn eigen idealen,
met zijn eigen ideeën.
Hij wil onze God zijn door dik en dun
Hij stelt alleen één voorwaarde
waaraan wij moeten voldoen:
als wij ook elkaars herders en herderinnen willen zijn
net zoals de Heer onze herder wil zijn:

Wij hier beneden zijn nu al opgenomen
in de liefde van God die alle begrip te boven gaat.
Ook wij mogen leven in het licht dat niemand doven kan.

IV. Jesaja heeft het over een feestmaal dat de Heer aanricht.
God is een gezellige God, die voor ons zelfs heerlijke pure,
rijpe wijnen heeft klaarstaan. Dat is toch een troostrijke manier van zeggen.

De oude lofzang Te Deum die altijd op bijzondere feesten wordt aangeheven
eindigt met een verwijzing naar onze onzekerheid:
In Te Domine speravi,
op U Heer heb ik mijn hoop gesteld (als U er toch niet was!)
maar dan gaat het triomfantelijk verder: non confundar in aeternum:
ik kan niet teleurgesteld worden.

Zo moge het zijn, sterkte u allen deze dagen!
Bewaar elkaar houdt elkaar vast
tot onze laatste snik

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

28 oktober: Iedereen in het licht!

[print]

30e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jeremia 31,7-9

  • Hebreeën 5,1-6

  • Marcus 10,46-52

Jericho is niet zomaar een stad!
Het is de stad met de muur aller muren:
Ze stonden ooit streng overeind
en de poorten waren gesloten
toen weerloze slaven van Egypte die zochten naar woonruimte
om levensruimte vroegen.
Maar, u kent het verhaal:
‘ the walls came tumbling down.’

Wat is dit actueel in onze dagen!
Duizenden en duizenden mensen zijn op zoek
naar leefruimte maar overal zijn hekken en muren.

Door een geweldloze actie van de weerlozen
die zeven maal rondom de stad liepen
met de ark van God in handen
gingen de muren eraan en stortten in.
Een verhaal met een rijke symboliek:
het woord van God
(gesymboliseerd door de ark met de tien geboden)
is alle gewelddadigheid de baas.
Nog een beetje mooier gezegd:
geen muur houdt stand voor de kracht van de liefde.

Jesus passeert Jericho als Hij op weg gaat naar Jeruzalem.
Jericho in Jesus’ tijd een spookstad,
alles in puin en de profeten hadden gezegd
‘nooit mogen die muren worden herbouwd.’

Jesus passeert Jericho als een tussenstation
op zijn weg naar Jeruzalem.
Daar vermeldt Marcus Jesus’ ontmoeting
op zijn weg naar Jeruzalem met een blinde.
Het is de 4e ontmoeting in de serie ontmoetingen van Jesus
op weg naar Jeruzalem waar Hij zijn leven voor de mensheid zal offeren.
De eerste die hij tegenkwam (1) was de farizeeër,
die vroeg of je als man je vrouw mocht wegsturen
toen kwamen de kinderen (2); de leerlingen wilden die wegsturen,
toen (3) de rijke jongen die Jesus wilde volgen
maar niet alles wat hij bezat durfde te verkopen,
en nu is er (4) de blinde bedelaar.
In al die ontmoetingen leren wij iets over
hoe Jesus de mensen benadert
en wie Jesus voor de mensen wil zijn.

Laat ons goed opletten:
wat gaat Hij doen, wat gaat Hij zeggen?

* Wat gaat Hij doen?
Allereerst: hij loopt de blinde niet voorbij
zoals zovelen die geen aandacht besteden aan mensen in nood,
die naast de weg terecht gekomen zijn.
‘Langs de weg’ lag hij, zo vermeldt de evangelist.
Hij kon niet meelopen met alle anderen
die druk doende waren, allemaal gewichtig op weg naar belangrijke dingen.

De blinde doet daar niet aan mee, hij ligt aan de weg, is machteloos.
Hij leeft van wat een vriendelijke onnozelaar hem geeft
maar hij hoort niet bij de anderen,
Hij ligt LANGS de weg.

Als de mensen merken dat hij naar Jesus roept
vallen ze eerst tegen uit:
‘hou je mond, jij hoort niet bij ons.’

Maar Jesus stopt. Hij heeft hem gehoord.
Heel schijnheilig gaan de anderen dan op eens om
en zeggen: ‘heb goede moed, hij roept je.’
Maar die omstanders zijn niet belangrijk.

Het gaat om Jesus en de man langs de weg.
Jesus stopte zagen we, maar wat doet hij nog meer?
Hij richt het woord tot Hem.

* En wat gaat Hij dan zeggen?
Zoiets als ‘arme sukkelaar, zal ik je helpen.’
Neen, Jesus stelt zich niet boven deze naaste.

Hij zegt iets anders. Niet ‘ik zal wel even dit’
maar Hij richt zich tot de ander
Hij neemt hem serieus als Hij vraagt:
‘wat wil jij dat ik voor jou zal doen.’

Een nieuwe levenshouding van
aandacht en trouw aan wat de ander van jou wil.

De oktobermaand is missiemaand,
de vorige week hebben we voor de missie gecollecteerd.
Het gaat dan niet om neerbuigendheid en betweterigheid
het gaat om waarachtige dienstbaarheid.

Een goede missionaris zegt niet:
‘arme sukkels in breng jullie een blijde boodschap’
maar vraagt – net als Jesus in het evangelie vandaag- :
‘wat kan ik voor jullie betekenen.’

Tegenwoordig wordt het erg belangrijk geacht
– en vroeger was het dat eigenlijk ook al –
om te beseffen wat mensen
van de landen waar jij op bezoek bent zelf willen.

Ze vragen dat je hun cultuur bijvoorbeeld
serieus neemt. En daarom zijn zij degenen
die bij het tweede Vaticaanse concilie ervoor gezorgd hebben
dat de volkstaal, voor ons het Nederlands, in de liturgie kwam.

Het waren niet de moderne westerse theologen die dat bereikten
maar dat waren de missionarissen in Indonesië
en op de Filipijnen die de dwaasheid inzagen
van het begroeten van mensen
met een eigen cultuur van duizenden en duizenden jaren
in het Latijn, de hoftaal van het westromeinse keizerrijk
dat vergeleken met hun cultuur pas kwam kijken.

‘Wat wil jij dat ik voor jou wil doen’
is de vraag die missionarissen en zendeling uitspreken
bij hun contact met anderen

maar dat zal ook de vraag moeten zijn
die alle mensen op de lippen moeten nemen
als zij zich keren tot hun medemensen,
actueel vandaag nu er zoveel duizenden vragen om hulp.

Het is de vraag van de mens
die zich werkelijk voor een ander interesseert,

het is de vraag van de man of de vrouw
die zijn of haar partner serieus neemt
en misschien ook die van de ouders aan hun kind-

het is de vraag die de hulpverlener, de professionele
of de vrijwilliger van een parochie bijvoorbeeld
op de lippen moet nemen
als hij het voorrecht heeft een ander te mogen bezoeken;
WAT WIL JIJ DAT IK VOOR JOU ZAL DOEN.

De blinde weet wat hij zeggen moet:
‘Heer dat ik weer mag zien!’
Hij wordt geholpen,
hij zal zien.

Dat zal heel wat voor hem gaan betekenen
maar niet alleen omdat hij
nu de bloemetjes en de bijtjes kan bekijken.

Hij zal Jesus zien, de Messias
en hij zal zien wat Jesus gaat doen en welke weg Hij zal gaan.

En nu zou ik zeggen:
-arme blinde was je maar niet genezen-
want je zult zien hoe Jesus opgaat naar Jeruzalem
je zult zien hoe Hij daar veroordeeld wordt,
hoe Hij zal lijden en sterven aan het kruis.

Je zult Jesus’ vernedering zien
en zijn graflegging.

En als dat allemaal gebeurd is
komt het op het echte zien aan.

Het zal er dan op aan komen
te zien dat deze Jesus werkelijk de zoon van God was
dat Hij werkelijke de solidaire vriend van de kleinen was
en dat Hij in zijn trouw aan de wil van de Vader
de ware Messias was die gevolgd moet blijven worden.

De mens die zover is dat hij dit alles ziet
zal ook het vervolg mogen zien: de verrijzenis.

De mens die ziet dat de mens die in deze duisternis ging
werkelijk de gestalte van God is
zal op de paasmorgen ook het ware licht zien
dat iedere mens verlicht;

Als mensen Hem durven volgen
zullen alle muren van haat en achterdocht
net als die van Jericho instorten,
zal de dienst aan de naaste hoogtij vieren,
zullen alle tranen worden gedroogd
en zal God alles in allen zijn.

Deze zaterdag hadden we onder de Mis
de Vormselviering van een volwassene
en op zondagmorgen de doop van een klein meisje:
God werk met ons gaat door.

Wat zou het fijn zij als God echt alles in allen zou zijn
deze wereld helemaal nieuw en glanzend
en iedereen levend in het licht! Amen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

21 oktober: Wie durft?

[print]

29e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jesaja 53,10-11

  • Hebreeën 4,14-16

  • Marcus 10,42-45

Ze durven wel wat..
die twee goedwillende jongens uit het evangelie van vandaag.
Ze willen best wat wagen.
Ze wilden Jesus achterna, -niet slecht-
ze willen best voor Hem opkomen
ook als er moeilijke dingen worden gevraagd
maar… wel boter bij de vis:
ereplaatsen in het Koninkrijk dat komt na de strijd,
aan Jesus’ rechter- en linkerhand liefst.

Het pleit voor Jesus’ zorgvuldigheid
in zijn omgang met zijn leerlingen,
als Hij de zonen van Zebedeüs totaal niet verwijt
dat hun vraag eigenlijk voortkomt uit verwaandheid en overmoed.
Het is, volgens Jesus, misschien toch een eerste stap
op de weg van God,
een jeugdig idealisme dat je niet meteen moet afsnauwen.

Hij bestraft ze dus niet maar test ze op hun echte kwaliteiten als Hij zegt:
‘kunnen jullie de beker drinken die ik zal drinken
en de doop ondergaan die ik zal ondergaan’.

Als ze dan (nog steeds overmoedig) antwoorden:
‘JA DAT KUNNEN WIJ’ .
Kan Jesus dat niet zomaar laten gaan.

Konden ze maar een beetje in de toekomst kijken,
d.w.z. kenden ze zichzelf maar een klein beetje beter!

Niet meer dan vier hoofdstukken verder
zullen wij over alle leerlingen, zonder uitzondering,
horen vernemen:
‘TOEN VERLIETEN ALLEN HEM EN NAMEN DE VLUCHT’,
en nog later horen we wie er aan zijn rechter – en linkerhand
terecht komen: twee medeveroordeelden aan het kruis.

Over het lijden dat de rechtvaardigen overkomt
hoorden we vandaag de Jesajatekst:
‘de Heer heeft besloten zijn dienaar
te vernederen en Hem te doen lijden.’
Heel gemakkelijk beschouwen we deze tekst als een soort noodlotstekst
het is als het ware ‘in de sterren geschreven’
beter: door de Vader bevolen en door de profeet voorspeld
dat Jesus zou lijden
maar zo simpel is het niet.

In een van onze tafelgebeden staat daarom ook dat Jesus
VRIJWILLIG ZIJN LIJDEN OP ZICH NAM.
Niet dus omdat het in de sterren
of in de boeken geschreven stond.
Niet als noodlot maar.. als konsekwentie
van het opkomen voor de dingen waar Hij voor opkwam.

Jesus wilde met Zijn boodschap over God
de mensen geluk en vrijheid doorgeven….
als dat mogelijk zou zijn.
Eigenlijk had Jesus
-al klinkt dat een beetje vreemd in onze oren-
helemaal niet willen lijden.

Maar…. dat bleek niet mogelijk.
Door de buitenwereld werd Hij
(juist als Hij opriep tot menselijkheid,
vriendelijkheid en vrijheid)
regelmatig voor gek of ‘bezeten’ uitgemaakt:
zelfs door zijn eigen familie…
En aangezien Hij wilde blijven wie Hij was en wat Hij was
wekte dat steeds meer verzet op.

Omdat Hij trouw wilde zijn aan Zijn roeping,
een roeping van trouw en solidariteit aan de mensen,
vooral aan de mensen die verdrukt werden of geminacht..
ging Hij onafwendbaar zeker Zijn lijden tegemoet.
Een moderne psycholoog schreef eens:
‘zo leek Zijn situatie op die van een patrijs
na het invallen van de winter:
Nog dragen zijn veren de bonte schut-kleuren van de zomer,
maar de eerste sneeuwval
ontneemt aan deze prachtige tooi iedere beschuttingswaarde
en op groteske wijze is hij voor alle prooizoekers
al van verre herkenbaar.’

Jesus leefde als evenbeeld van God.
Hij leefde vastberaden en overtuigd
van de waarde van Zijn voorbeeld
maar juist daarom was Hij zo kwetsbaar
een gemakkelijke prooi voor zijn tegenstanders
en daarom deed zijn innerlijke vastberadenheid
zijn leerlingen huiveren van vrees.

De kring van de leerlingen die al of niet tekort schieten
staat in het Marcus-evangelie model
voor heel de kerkgemeenschap van toen en later.

Het zal in de kerk nooit aankomen
op mooie titels of prachtige ambten
maar op consequente dienst tot het uiterste toe.
Vandaag is het wereldmissiedag, dat heeft te maken met de missionaire beweging in de negentiende eeuw welke als LEKENBEWEGING begon en aanleiding gaf tot het ontstaan van vele missiecongregaties. In 1926 wees paus Pius XI de voorlaatste zondag van oktober aan als Wereldmissiezondag.
We bezinnen we ons op het merkwaardige feit
dat er tot op de dag van vandaag mensen zijn die in Jesus’ naam
gingen en nog steeds gaan verkondigen
wie de God van Abraham Isaak en Jacob,
(die ook de God van Jesus wilde zijn), is
en dat Die partij heeft gekozen
voor menselijkheid en vrijheid
en dat Hij daarom bij uitstek solidair wil zijn
met al die mensen die veracht en vervolgd worden
of gemarteld: waar ter wereld niet.

Missionarissen zijn de mensen die
-meer dan anderen wellicht-
de solidariteit waartoe wij als kerk geroepen zijn
handen en voeten hebben gegeven.
Ze hebben medicijnen aangesleept en ontwikkelingswerk gedaan
vòòr iemand nog wist dat wij dat moesten doen.
In een tijd waarin mensen vaak niet verder keken
dan hun eigen Hollandse erfje trokken zij er al op uit
om de boodschap van de bevrijding te verkondigen
over heel de wereld.

Die boodschap zal nog wel enige tijd moeten blijven klinken
want helaas is de rol van de mensen die de vrijheid van anderen
willen belemmeren nog lang niet uitgespeeld..
en zijn er nog steeds mensen die voor een gemakkelijk leven
onderdanig aan de grote economische machten
en machthebbers kiezen.

Jesus ontmaskert de structuren van macht en geweld
die nog steeds mensen ongelukkig maken.
als Hij de manier van doen van de groten der aarde beschrijft en zegt:
‘je weet hoe de groten der aarde willen regeren:
met macht en met ijzeren vuist’.
en Hij gaat verder:
‘Zo moet het bij jullie er niet aan toe gaan:
wie onder jullie groot wil zijn
moet dienaar van de anderen durven wezen.’

Daarmee roept Jesus ons niet op
tot een soort zachte bescheidenheid
maar tot een daadwerkelijke dienstbaarheid
en trouw die anderen tot zegen is.
Dat zal heel wat consequenties hebben.

Over de hoofden van de twee goedwillende onnozele zonen
van Zebedeüs heen verzekert Hij iedereen
die vandaag Zijn volgeling wil zijn:
‘Je zult de kelk drinken die ik drink
en de doop ondergaan die ik ondergaan zal’.

En wat zal je dat opleveren?
Allereerst een hoop zorgen,
het maakt je leven zwaarder
als je je de dingen aantrekt die gebeuren
en zelf dienstbaar wilt zijn aan de opbouw
van een wereld waar ruimte is voor allen.

Maar toch heeft Jesus eerder ook wel iets fijns gezegd:
‘als je mij volgt zul je
hier al in dit leven al een overvloed aan troost ontvangen.’
Die troost komt niet tot je als een loon dat je verdiend hebt
maar als bevestiging dat je goed bezig bent als je gaat met God.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

30 september: Samen onderweg

[print]

26e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Numeri 11,25-29

  • Jakobus 5,1-6

  • Marcus 9,38-43.45.47-48

Het Bavofeest gaan we volgende week in onze kerk vieren,
Samen zijn we Gods volk
en dan ook nog eens een volk Gods onderweg.

Dat klinkt gezellig maar het is ook moeilijk.
Kijk naar de joden in de woestijn.
De afgelopen week hebben ze daar heel intens over nagedacht:
ze vierden het loofhuttenfeest.
Dat vieren vraagt heel wat. Je wordt dan geacht een week lang
in schuurtjes wonen, de zgnm. ‘loofhutten’
om aan de tocht door de barre woestijn van vroeger, terug te denken.
Hoe was dat? Antwoord: zo!
Het begin was stralend: vrij zijn is toch geweldig!
Ze waren Mozes gevolgd en op weg gegaan uit Egypte;
de zee was opengegaan vertelt ons de Bijbel
geweldig, samen het nieuwe land tegemoet.
Maar dan valt het tegen. Het moreel zakt:
ja ze gaan zelfs zeggen: ‘waren we maar in Egypte gebleven.’

Het oude Egypte (het slavenland) wordt plotseling geïdealiseerd
‘wij denken terug aan de vis die we in Egypte gratis kregen
(ja in een concentratiekamp, dat wel),
aan de komkommers, de uien en de knoflook.’
Dat werkkamp van toen wordt in hun herinnering een paradijs.
Wat kunnen mensen de werkelijkheid toch verdraaien.
Hier dient krachtig te worden ingegrepen.

Om het volk van de hardleersheid
en het terug verlangen naar Egypte te genezen stelt Mozes 70 helpers aan.
In de tabernakeltent wordt gebeden om de Heilige Geest
(net zoals wij met Pinksteren in onze kerken om de Heilige Geest bidden
en daarna, bij de Vormels en priesterwijding bv. ook.

De 70 slaan aan het profeteren,
ze zijn enthousiast voor hun nieuwe opdracht.
Maar dan gebeuren er vreemde dingen:
er blijken twee mannen te zijn
die helemaal niet bij de kerkdienst in de tabernakeltent zijn geweest en die
OOK OVER DE GROTE DADEN GODS GAAN SPREKEN!
Ze worden bij Mozes aangebracht: ‘wat krijgen we nou,
zomaar mensen die ook goede dingen gaan doen
terwijl wij toch de hitte van de dag gedragen hebben.’
Het lijkt een beetje op dat verhaal van de werkers uit de wijngaard
waarin de mensen die een uurtje hebben gewerkt ook het volle loon krijgen.

Merkwaardig genoeg is Mozes is niet verontrust.
Hij zegt: ‘ik wilde dat het hele volk enthousiast werd
dat ze allemaal profeten zouden worden
en gaan spreken over de grote dingen die God doet.’

Profeten leren ons te geloven in een nieuwe goede toekomst
ook als de omstandigheden daar niet op wijzen
en, een tweede ding:
ze leren je kritisch te zijn, vooral over jou zelf.

Die kritische houding vooral naar onszelf toe is nuttig
en ook moeten we, de Paus gaat ons daarin voor,
goed nadenken over wat er in onze dagen allemaal speelt.
Ook aan schandalige toestanden binnen de kerk.

De apostel Jacobus gaat vandaag ook lekker te keer.
Hij heeft zijn pijlen vooral op de rijken gericht:
‘weent en jammert over de rampen die jullie zullen overkomen.’
Moeten wij ons dat allemaal laten welgevallen?

Misschien worden we ook wel eens jaloers
op de goede dingen die er ook buiten de kerk gebeuren
(-niet alle artsen zonder grenzen zijn katholiek,
alle mensen van Amnesty ook niet- ). Jesus sluit daarop aan
als de leerlingen klagen dat er mensen van buiten de eigen kring
Jesus’ naam gebruikten en in zijn naam goede dingen doen:
‘wie niet tegen ons is, is voor ons.’

Aan ons als trouwe kerkgangers worden dan vragen gesteld.
Als de Geest van God toch zomaar wat rondwaait
ook buiten de kerk: wat doen we dan nog hier?
Wat heeft het voor zin om je in te spannen
als God net zoveel van de anderen houdt als van ons?

We zouden Jesus’ les verkeerd begrijpen
als we er uit zouden afleiden dat wij niet meer meetellen:
en het dus helemaal geen zin heeft om te geloven,
of lid van een kerk te zijn en iedere zondag te komen horen en vieren.
Niets is minder waar.

Tot ons wordt uitdrukkelijk gezegd
-wat eigenlijk tot iedereen wordt gezegd- houd vol!
En we worden als kerkgangers
extra duidelijk geconfronteerd met de woorden van God
die ons op onze gezamenlijke menselijke verantwoordelijkheid wijzen.

Alle kritiek die wij van Gods profeten en de apostelen te horen krijgen
wordt tot ons gezegd omdat God weet dat wij,
vanuit ons geloof , een bijzondere taak hebben in deze wereld.

Dankzij dat geloof kunnen wij ook de kracht opbrengen
onszelf te verbeteren
en deze wereld, waar wij zo vanzelf deel van uitmaken
te gaan verbeteren…. ook al zal ons dat energie en geld kosten.

Jesus gebruikte soms erg krachtige woorden:
‘als uw hand u ergert, hak hem af,’
Daarmee zijn geen enge dingen bedoeld maar zoiets als:
jij zult het met je eigen handen moeten doen:
je zult jouw handen moeten uitstrekken naar je naaste.
Je zult met jouw eigen ogen zijn nood moeten zijn,
je eigen voeten in beweging brengen en naar hem toe gaan.

Het is –ter bemoediging weer- goed
de laatste woorden van zijn toespraak
-helaas hoorden we die niet daarom vertel ik ze even-
‘hebt zout in uzelf en vrede onder elkaar’.
Zout komt bij ons steeds op tafel bij een doop.

Dan zijn we met de enthousiaste ouders
en met de nieuwe kansen die God ons biedt.
Jesus heeft veel vertrouwen in wat wij allemaal kunnen doen.
Dat zegt hij in Zijn afscheidswoorden die we bij Johannes vinden
een geweldig vertrouwen uit in dat zwakke groepje mensen
dat die net als alle anderen fouten maakt en blundert
als Hij stelt: ‘ jullie zullen de dingen die ik heb voorgedaan na doen,
dezelfde dingen zullen jullie doen, ja zelfs grotere dingen.

Je zou het nu toch weer hoog in je bol kunnen krijgen.
Maar dan geldt:

Het kenmerk van goed christen zijn is echter
de openheid naar buiten toe en de bescheidenheid.
Gods Geest waait waar die wil. Goed om dat in deze tijd te beseffen.

Bij het laatste oordeel vraagt Jesus dan ook niet:
‘was je katholiek’ of ‘was je Moeder van de Verlosser of Bavoparochiaan?’
maar: ‘ik was hongerig, gaf je mij te eten,
dorstig, heb je mij gelaafd; vreemdeling, heb je mij opgenomen.
Het gaat om de daad.

Waar het onze eigen rol als gelovigen betreft gaat het
om de volstrekte eerlijkheid. Als we die opbrengen,
onze eigen fouten zien, zal dat op anderen
toch weer indruk maken. Je merkt dat
omdat ondanks alles wat er zich afspeelt
er toch steeds mensen zijn die katholiek willen worden
of anderen die dat niet willen maar toch zeggen: ‘goed dat er een kerk is.. .’

Ze willen zich aansluiten, -en ze doen dat ook,
dat maken wij als pastores steeds meer mee- .
Dat willen ze niet omdat de kerk zo’n indrukwekkend instituut is
-die tijd is definitief voorbij-
ook niet omdat gelovigen zoveel beter zouden zijn dan anderen
of omdat onze argumenten hen overtuigden.
Maar waarom dan wel?

Omdat de zaak zelf van de gerechtigheid hen interesseert
omdat ze weten dat de wereld zonder vrede niet kan leven
omdat ze beseffen dat hun leven niet zomaar leven is
maar dat ze geroepen zijn terzake van ja en nee;

omdat ze graag willen meelopen in die lange stoet
van mensen van goede wil
die de geschiedenis door willen trekken als mensen van hoop:
een volk van bisschoppen, priesters, religieuzen,
pastorale werkers, mannen en vrouwen
allemaal mensen van hoop als het goed is.

En de allerbelangrijkste noemde ik nog niet:
de ‘gewone’ mensen (tussen aanhalingstekens) die volhouden en helpen.
Kerk zijn wij samen
Gods volk onderweg, de wereld door.

Onze Joodse broeders en zusters vieren als bekroning van het Loofhuttenfeest van de afgelopen week toevallig, maar wat is toeval- VANDAAG op onze parochiezondag het feest van de Vreugde der Wet,
dan zingen en dansen ze om te vieren dat ze door die woorden van God,
die Wet, in de vrolijke zin van het woord, een zinvol leven mogen leiden.

God geve ons de kracht om ook in die geest de parochiezondag te vieren
en wakker te zijn en open
om de Geest in ons te laten doordringen
zoals het zout dat alles smaakvol; maakt

De Geest van God bezielt het aardrijk..
de kracht van Gods goedheid brengt tallozen in beweging:
binnen en buiten de kerk. En we hebben elkaar nodig:
Goedwillenden van alle gezindten:

ZO ZAL GODS KONINKRIJK DOORBREKEN
IN ONZE DAGEN als het goed is.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

16 september: Hij neemt ons toch voor lief

[print]

24e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jesaja 50,5-9a

  • Jakobus 2,14-18

  • Marcus 8,27-35

Deze week dinsdag is het prinsjesdag:
de regering verantwoordt zich en kijkt naar de toekomst.
We vergelijken de zalen:
de ridderzaal is vernieuwd,
deze kerk ook.
In de Ridderzaal schaart men zich rond de koning
hier zitten wij rondom altaar en lessenaar.

Het kabinet heeft het niet gemakkelijk
wat komt er van de grote plannen van vorig jaar terecht?
Ze doen erg hun best al onze brave ministers
ze hebben ook wel christelijke idealen
maar het blijft toch een moeizame zaak
die te realiseren, vluchtelingen bij duizenden.

En de kerk dan? Gaat het daar allemaal goed?
Nou… verre van.
Het zit hem niet in de veranderingen….
die zijn leuk vind ik.
Alles verandert toch in het leven.
Zou het geloof dan een soort reservaat moeten zijn
waar alles stil is en nooit iets gebeurt?

Jammer alleen dat de kerk zo vreselijk menselijk
en we daar zo pijnlijk mee geconfronteerd worden.. wereldwijd.

Wat mij hoop geeft is dat mensen
toch blijven zoeken naar zingeving.
Ik merk dat bij de voorbereiding van dopen
en uitvaarten. Ik blijf dan blij en hoopvol,
gefascineerd door mensen
die ook nu bezig zijn en blijven met het geloof.

Neen ik bedoel het niet zo vaag als: ík geloof wel in iets.‘
Want zo’n iets kan er zijn of niet zijn.
Dat heeft geen invloed op je bestaan.

Neen ik merk dat mensen allemaal bezig zijn met de grote vragen.
Waar leef ik voor? Heeft het zin dat ik besta.‘
Gisteren klampte mij weer iemand aan:
‘ik wil wat meer weten over het geloof.’
En een jongen die ik regelmatig stiekem de kerk zie binnenkomen:
‘wanneer zijn hier bijbelstudies?”
Eric en ik hebben het druk met de gewone dingen
en niet eens tijd genoeg om aan al die aanvragen te voldoen.

Bijbelstudie, dat doen we hier ook toch een beetje.
Wat geloof ik eigenlijk.
Onze ervaring leerde en leert dat we altijd
dichter bij de kern van ons geloof komen
als we gaan luisteren naar de boodschap van
de oude joodschristelijke geschriften: de Bijbel.
De Bijbel, geen systematisch handboek van het geloof
Gelukkig maar zeg ik, al stelt dat sommige mensen
met een overdreven gevoel voor orde en netheid teleur.
De Bijbel is nu eenmaal geen systematisch handboek
maar een groot en veelkleurig document van menselijk zwoegen,
van angst en twijfel, van mistasten en tot inkeer komen.

Van steeds weer afdwalen maar ook
van steeds weer opnieuw op weg gaan en je aangesproken weten
door de woorden van oudsher,
eigenlijk door die Ene hoofdpersoon van het boek:
God die in gesprek gaat met mensen,
ze roept en uitdaagt om antwoord te geven en hun leven te veranderen.

Het is een groot dramatisch verhaal over een volk
dat in alle verwarring toch wil vertrouwen op Iemand
die ze de ENIGE noemen.
De ENIGE was hun God.

Profeten kwamen het volk daaraan herinneren.
En al gingen mensen vaak aan het dwalen
Hij bleef getrouw. De Bijbel spreekt over onze bruidegom
en wij, zijn volk, zijn dan de bruid.
Onze bruidegom heeft nog nooit scheiding aangevraagd.
Altijd kan er weer een nieuw begin gemaakt worden.

De laatste hoofdstukken van Jesaja, de grootste van alle profeten,
hebben een bijzondere ernstige toon.

Hij beschrijft een man die gemarteld wordt,
de haren worden uit zijn baard gerukt
en hij wordt gehoond en geminacht.

Spreekt Jesaja alleen over zichzelf en schiet hij zo in het zelfbeklag?
Niet alleen. Hij heeft het eigenlijk over alle rechtvaardigen
die gekwetst zullen worden, gemarteld of geminacht
om hun opkomen voor de waarheid.

Zo is deze tekst ook bij uitstek toepasbaar op Jesus van Nazareth
wiens dood en opstanding wij iedere week hier gedenken.

Jesus’ lijden was de consequentie van zijn hele handelen,
Marcus reageert in zijn lessen over Jesus
tegen een in zijn parochie verkeerd begrepen verheerlijkingstheologie
van de Messias (en van de kerk!).
Christen zijn is voor Marcus niet iets om prat op te gaan
maar een levenswijze, een bestaanskeuze.

Het is niet gemakkelijk om christen te zijn.
Om dat te benadrukken wordt Petrus in het evangelie van vandaag
zo bijna onbarmhartig zwak neergezet.
Wist Marcus niet dat Jesus hem had uitgekozen om de kerk te leiden?

Dat Jesus hem dan toch aanwijst als eerste leider van de kerk
is een mysterieuze zaak. Wij zouden anders oordelen.
Wij kijken strenger tegen het kwaad in andere mensen aan.
Zou God dat niet zien?

Integendeel, Hij ziet dat veel beter.
In de Bijbel staat dat Hij harten en nieren doorgrondt.
Hij kent onze diepste bedoelingen maar toch
blijft Hij voor ons, gewone mensen kiezen.

Bent u parochiaan omdat u de heiligste mensen bent
van heel Haarlem? Met alle waardering voor u:
het antwoord is nee. Er zijn mensen die veel heiliger zijn.
En dat geldt ook voor uw voorgangers.
Op priesters en bisschoppen,
diakens en alle kerkelijke actievelingen
ook op organisten en zangers
is heel wat aan te merken.

God kiest gewone mensen als medewerkers,
doodgewone mensen met hun tekorten en hun fouten.

Dat u hier bent betekent dat u een geroepene wilt zijn.
U weet van uzelf dat u fouten maakt
maar u wilt toch horen bij dat grote volk van pelgrims onderweg.

Voor al dat gewone volk geldt dat één heeft gezegd:
ik zal met u zijn.

Nu is Jesus zelf niet meer zichtbaar
in Zijn menselijke gestalte
maar Zijn adem en Zijn kracht zijn nog hetzelfde.

Hij heeft beloofd: ‘ik zal bij jullie zijn’.
‘Ik zal bij jullie zijn’.
Dat geldt voor ons allen hier deze morgen
iedere dag en iedere nacht, al onze levensdagen.

Mogen wij onze geest openen voor zijn woord, voor zijn kracht.
Dan kunnen wij hopen en verwachten.

Dat hopen is niet hopen de honderdduizend te winnen
maar hopen is hopen op die éne.

Hopen is als een schipbreukeling staan op een rots
en wachten en weten dat er een schip voorbij zal komen
waarmee ik gered wordt uit de duisternis
en gebracht zal worden in het licht, van Gods nabijheid,
van Hem die ons aanraken wil en opwekken tot eeuwig leven.

De Heer die veel verdroeg en solidair was met zijn leerlingen
wil ook onze solidaire broeder zijn
in de tekenen van brood en wijn.

Wij gedenken in deze viering zijn offerdood.
En wij vieren ook zijn opstanding.
Hij is de levende in ons midden die ons niet loslaat.
Het komt er op aan dat wij het er met Hem op wagen.
Alleen door alles te verliezen,
ons leven te verankeren in Hem,
vinden wij -volgens het evangelie- de laatste vrijheid
waaraan zelfs de dood niets meer af kan doen.
De echte gelovige kan de ogen sluiten
zich storten in de handen van Hem die heeft gezegd
IK ZAL ER ZIJN.

Samen kunnen wij verder gaan.
Door de dood heen zelfs,
het laatste woord is leven, licht, opstanding,
verrijzenis, onvergankelijke vreugde.
AMEN !!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor