• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

Category Archives: Preken

1 juli: Wachten op leven!

[print]

13e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Wijsheid 1,13-15;2,23-24

  • 2 Korintiërs 8,7.9.13.15

  • Marcus 5,21-43

Het wonderlijke begin van Marcus 5 (v. 1-20) was de samenstellers van het nieuwe leesrooster blijkbaar te machtig (en werd daarom overgeslagen!): een man ‘wonend in de graven’, een legioen boze geesten dat in een kudde zwijnen de zee wordt ingejaagd … Wat moeten we daar allemaal mee? Laten we, om de opbouw van Marcus’ evangelie te kunnen verstaan, toch even luisteren. Marcus 5 begint met te vertellen over Jesus’ overtocht over de zee. Een mysterieuze reis naar het land aan de overzij. Het gebied waar het gebeuren speelt, heet Dekapolis (streek van de 10 steden). Die steden hadden weinig eenheid onderling. Wel hadden ze één gemeenschappelijke politieke wil: zo weinig mogelijk contact met Israël. De streken ten oosten van het meer van Galilea, waar het hier om gaat, waren al vroeg verloren gegaan voor Israël. Het was het gebied van de vroegere koning Og en was alleen tijdens de intocht onder Jozua ‘joods’ geweest.

Misschien is dit ook materiaal voor een leerhuis-bijeenkomst van een bijbelgroep die Marcus continu wil lezen.
Ongeveer 35 jaar na Jesus (in het jaar 66 tijdens de joodse oorlog) kwamen de Galilese joden deze streek weer binnenvallen. Ze verloren echter de oorlog tegen de Romeinen en Flavius Josephus vertelt dat vele joden toen werden uitgewezen. Voor de christenen is het interessant te weten dat na de joodse nederlaag in 70 er reeds bloeiende kerken waren in die streek.

Verder had het nog twee joodse koningen zien binnenstormen: Salomo en heel veel later de Hasmonese priestervorst Alexander Janneüs (103-76 v.Chr). Beiden bleven maar korte tijd. In Jesus’ tijd was de laatst genoemde bezetting al achter de rug. Men was er anti-joodser dan ooit.
In dit voor Israël verloren gebied waart een man rond, in kracht aan Simson gelijk, die woont ‘in de graven’ (Mc. 5,3). Hij is uit de mensengemeenschap verwijderd, werkelijk nedergedaald ‘ter helle’ (in de ‘Sjeool’, de onderwereld). Maar de heer vaart de zee over (een soort omgekeerd uittochtsverhaal) en zoekt hem daar op. De confrontatie met Jesus is onthutsend. Hij rent op Jesus toe (v. 6) en roept zo hard hij kan: ‘Wat is er tussen mij en jou, Jesus zoon van de Allerhoogste God? Ik bezweer je – bij God – dat je mij niet pijnigt!’ Weer een complete geloofsbelijdenis (waar de leerlingen nog steeds niet toe kunnen komen) en weer een stem uit de diepte (vgl. Mc. 1,24 waar de onreine geest in de synagoge Jesus ‘Heilige Gods’ noemt). Jesus vraagt de boze geest naar zijn naam. Die is: ‘legioen, want we zijn met velen’. De boze geesten worden verdreven door een enkel woord en Satan en alle andere boze geesten worden in de hel teruggedreven. De (zeer onreine!) varkens zijn voortreffelijk bruikbaar om als ‘bodedienst’ richting Sjeool (nu het donkere water) te fungeren.
Dat Jesus waarlijk Messias was, bleek voor zijn volgelingen pas ten volle, toen hijzelf over de dood triomfeerde. Het begrip dood (en ziektes liggen in zijn donkere machtsgebied) wordt in een ruime betekenis toegepast. Het duidelijkste voorbeeld vinden we in Ezechiël 37. Daar gaat het om een massa levende mensen die zijn als doden. De dorre beenderen svmboliseren het volk van alle kinderen van Israë1. Ze zuchten: ‘Vervlogen is onze hoop, verdord zijn onze beenderen.’ Als de dorre beenderen zich samenvoegen (v. 7) tot levende wezens wordt de opstanding van heel het volk verbeeld. In de evangeliën wordt dat nader uitgewerkt. Met name bij Johannes blijkt er een intrinsieke relatie te bestaan tussen de wedergeboorte uit de Geest en de opstanding uit de dood. Het een is voorwaarde voor het andere. Volgens het getuigenis van het Nieuwe Testament is Jehosjoea van Nazaret de eerste, die beide heilsfeiten aan den lijve heeft ervaren. Genezingen en opwekkingen zijn geen wondergebeurtenissen sec, maar daden van éénwording (jichoed) met God, manifestaties van de Geest, daden van naastenliefde waarbij de kracht van God zegeviert over ziekte en dood. Deze evolutie correleert met de komst van de Geest Gods (de Elohoeth), die wil wonen in de schepping, in de mens. In de messiaanse mens is deze Geest volledig aanwezig.

Jesus heeft de grenzen van het land Israël overschreden en begeeft op een terrein dat als onrein land wordt beschouwd. Iemand die zich in zo’n ‘onrein’ land in graven ophoudt, is dubbel onrein.

Zie wat daarover geschreven staat bij de 5e zondag van de veertigdagentijd, In het leerhuis van Matteus, blz. 55 e.v.

Daarom kan Jesus ook getuigen: ‘lk en de Vader zijn een.’ Samenvattend: overwinning van ziekte en dood zijn heilsfeiten die in ten profetische perspectief liggen. De van Gods Geest vervulde mens heeft hier ten bijzonder vermogen, omdat hij zich tot Gods instrument heeft gemaakt. Deze vervulling geschiedt niet verticaal als indaling, maar horizontaal als ten histo-risch gebeuren, dat in de messiaanse rnens volledig wordt. Bij deze messiaanse mens heeft ook het gebed een levenwekkende kracht (zie de opwekking van Lazarus, Joh. 11,41: ‘Ik dank U, Vader, dat U mij verhoord hebt’, en zijn woord tot het dochtertje van Jaïrus, Mc. 5,4 1: ‘Meisje ik zeg je, sta op’). Zijn trouw aan de Tora, zijn één zijn met de Vader is anderen tot zegen. Zijn werken dienen niet gezien te worden als resultaten van een magisch vermogen of van een in de mens sluimerende goddelijke kracht, maar als tekenen van een alles overwinnende liefde en van een vertrouwen, dat weet, dat voor God niets onmogelijk is. We zijn in de perikoop van vandaag die bij vers 21 begint, weer terug aan de Kafarnaüm-kant van het meer. Jesus is uit de streek van de Dekapolis (het doodse land) weggejaagd (v. 17). Alleen de genezen bezetene houdt daar het gerucht over Jesus gaande (v. 20). Jesus is nu weer thuis bij de gemeenschap waar alles begon in Kafarnaüm. In de synagoge wordt week na week de Tora gelezen: het getuigenis over God die voor zijn volk het leven wil. De vernieuwende kracht van Gods Geest wordt hier verwacht. Daarom kon Jesus’ verkondiging van het Koninkrijk hier beginnen. God zoekt zich een gemeente, ten ‘bruid’ die met Hem door de geschiedenis wil gaan, die wil kiezen voor zijn nieuwe leven. Worden daarom vandaag twee vrouwen genoemd? Zijn zij niet bij uitstek in het geding als het om het leven gaat?
Twee vrouwen in het evangelie. Een jonge vrouw (ten kind eigenlijk), het dochtertje van de overste van de synagoge met de mooie naam Jaïrus (=God kijkt naar hem) en een vrouw die al twaalf jaar aan bloedvloeiing lijdt. In deze verwachtingsvolle gemeenschap hebben ziekte en dood toch nog macht. Een meisje zal in de loop van het verhaal sterven, en de zieke vrouw, die al twaalf jaren aan haar kwaal lijdt, en door de geneesheren niet van haar kwaal kan worden verlost. Zij kan niet meer garant staan voor het leven en moet (ze is onrein) volgens de officiële wet buiten de gemeenschap blijven. In beide gevallen komt er genezing.

Van Mozes wordt ook gezegd dat hij ‘als God is’ voor de zijnen (vgl. Ex. 4.16). Hiermee wordt geen identiteit met JHWH bedoeld. Jesus wijst nadrukkelijk alle vereenzelviging met de JHVM af (‘Waarom noem je mij goed? Niemand is goed dan God alleen’Lc. 18,19-20). Als hij zich bij een andere gelegenheid Zoon Gods noemt wijst hij er op dat ‘elohiem’een voor mensen ook te gebruiken term is (joh. 10,34-36). Gewichtig is ook, dat deze uiteenzetting juist volgt op de uitspraak: ‘Ik en de Vader zijn één’ (v. 30).

De vertelling van Marcus die begint in 5,21 heeft de sandwich-structuur’. Twee verwante gedeelten aan de buitenkant, het begin en het einde van het verhaal over de dochter van Jaïrus, en een middenstuk: het verhaal van de vrouw die al twaalf jaar aan bloedvloeiing lijdt.

Jesus is op weg naar het huis van het meisje. Maar onderweg wordt hij opgehouden door de vrouw die hem aanraakt. Ze grijpt Jesus bij de kwasten van zijn mantel, de gebedsmantel, die iedere jood herinnert aan de Tora.
Voor alle volkeren is dat een teken. Had de profeet niet gezegd: ‘Zo zegt de Here der heerscharen: In die dagen zullen tien mannen uit volken van allerlei taal vastgrijpen, ja vastgrijpen de slip van de mantel van een Judese man en zeggen: We willen met u gaan want we hebben gehoord dat God met u is.’ (Zach. 8,23) Marcus maakt zijn evangelie nog dramatischer door een vrouw uit Israël zelf te beschrijven die grijpt naar de slip van de mantel van een joodse man. Ze grijpt naar de gebedsmantel die gedragen wordt door een mens die helemaal één was met de Tora. En ze wordt helemaal genezen. Zo brengt God zijn heil onder de mensen.
Na dit onmisbare tussen-verhaal over de vrouw, die zich vastklampt aan de tekenen van de trouw aan de Tora zoals Jesus die draagt, gaat de geschiedenis verder. Van de bestuurder van de synagoge komt de boodschap dat zijn dochtertje inmiddels gestorven is. De dood heeft toch nog toegeslagen. Maar de Messias kent geen weg terug. Zijn intimi moeten mee de diepte in en met hem het sterfhuis binnengaan om het gejammer en het rouwmisbaar te horen en te zien. De Messias getuigt hier dwars tegen in: ‘Het kind is niet gestorven, maar het slaapt’ (in het schip van Mc. 4,38 sliep hijzelf als een dode). En hij spreekt namens God: ‘Meisje ik zeg je, sta op’. Terstond staat ze op en loopt heen en weer (v. 42). Pas nu het verhaal ten einde loopt horen we hoe oud (nee, hoe jong!) ze was: pas twaalf jaren. Ze staat aan de drempel van de volwassenheid; haar vruchtbaarheid kan nu beginnen. Onmiddellijk herinneren we ons dan dat de vrouw uit het midden-verhaal twaalf jaar onrein was geweest. De jonge en de oudere vrouw zijn zusters in de nood, lotgenoten onder de doem van de dood. Onder die doem vandaan kunnen ze nu beiden, dankzij Jesus’ komst in hun bestaan, tot moeders van het leven opbloeien.
Het evangelie eindigt met een nuchter gebod van de Heer om (v. 43) het opgestane meisje te eten te geven. De geschiedenis van het Koninkrijk moet verder gaan. Jesus gaat ons voor op de weg van het leven. Hij zal het levend brood zijn voor onderweg. Willen de leerlingen (en wij) deze tekenen verstaan?
Een modern joods gebed zegt het zo: ‘U, Eeuwige, hebt Hiroshima niet vernietigd, dat waren wij.
U hebt geen kinderen naar de kampen gestuurd, dat deden mensen als wij.
U hebt deze wereld niet vergiftigd, dat deden wij. Maar thans verklaren wij dat wij het leven willen kiezen, opdat onze kinderen zullen leven!

Het dochtertje van Jaïrus is niet zomaar een meisje waaraan de lieve Heer toonde wat hij kon. Zij is ‘het’ meisje, als het ware de evangelische Persefone, die volgens de Grieken ontvoerd was door Hades! Zij is uit de dood geroepen, ek-klesia, église. In het oude missaal is dit verhaal (maar dan in versie van Matteüs) gelezen vlak voor het einde van het kerkelijk jaar, juist voor het krieken van de advent, in het holst van de tijd als de laatste bladeren vallen, wordt het eind van de ballingschap, van de dood aangekondigd. Zie: W.Barnard, Binnen de tijd, Haarlem/Hilversum 1964, over de 23e zondag na Pinksteren, blz. 275-277.

Later zullen weer vrouwen in het evangelie genoemd worden. Ze zullen deze ene joodse man niet loslaten. Ook niet als zijn mantel wordt verdobbeld en hij wordt bespot (Mt. 27,35).

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

3 juni: Zijn solidariteit gedenken

[print]

Hoogfeest H. Sacrament

Schriftlezingen:

  • Exodus 24,3-8

  • Hebreeën 9,11-15

  • Marcus 14,12-16.22-26

In iedere Mis zingen we na de opheffing van brood en beker:
‘Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren totdat hij komt’.
Niet de verrijzenis maar de dood.

Wie eet en drinkt wordt Jesus’ dood in herinnering gebracht.
Zo leven als Jesus is niet zomaar wat, het kost je je leven.
De eerste leerlingen die Jesus op Zijn weg toen mochten volgen
konden dat niet begrijpen.
Ook niet als ze met Hem aan tafel zitten
om de eerste Eucharistie te gaan vieren.

Vlak voor de instelling van de Eucharistie lezen we
in het Marcusevangelie dat we vandaag hoorden:
‘één van jullie zal mij verraden.’ Grote ontsteltenis,
dat spreekt. In de schriftlezing van vandaag
wordt dat door de kerkelijke knipseldienst weggelaten:
niet feestelijk genoeg.

Inderdaad: als je een feestelijke Sacramentsdag zonder bewolking
of alleen maar in de hoerastemming wilt vieren moet je niet bij Marcus zijn.

Wel als je een Sacramentsdag wilt gebruiken
om het geheim van Jesus’ solidariteit met de minsten der zijnen
met de armen en lijdenden van alle tijden te overwegen.
Een solidariteit die hun de vrijheid brengt
bevrijding uit onmacht en slavernij.

Jesus wilde zijn leerlingen en wil ook ons
in dat geheim inwijden, en hen en ons erbij betrekken.

Hij roept zijn vrienden bij elkaar.

Waar ?
Antwoord: dat kan op elke willekeurige plaats.
Als de leerlingen vragen: ‘waar zullen we het paasmaal houden’
geeft Jesus ten antwoord:
‘jullie zullen een man zien lopen met een kruik
ga hem maar achterna.’

Een merkwaardige opmerking.
Want in heel de stad liepen mannen met kruiken rond
het was immers paasavond.
Jesus wil dus zeggen:
‘het geeft niet waar je een zaaltje uitzoekt
ga gewoon maar ergens naar binnen.’

Dat is het mooie van de Eucharistie:
ze kan overal gevierd worden.
In een kathedraal, in een dorpskerk, in een krottenwijk:
op een marmeren altaar, op twee houten plankjes..
als er maar mensen zijn die in de geschiedenis willen staan
van God die mensen bevrijden wil en
leiden naar een nieuw goed land.

Wat gaan ze daar samen doen, Jesus en zijn vrienden ?
Jesus zal in dat willekeurig gekozen zaaltje voorgaan
in het oude paasritueel, de viering van de bevrijding
van de slaven uit Egypte.

‘Waarom is deze avond anders dan alle andere avonden?’
vraagt de jongste -dat zal Johannes wel geweest zijn-
en dan vertelt men elkaar het hele verhaal van de bevrijding uit Egypte.

De zegen over het brood wordt uitgesproken:
‘Gezegend zijt Gij, Heer, onze God,
Koning van de wereld,
Gij die het brood uit de aarde doet komen.’

Na het ‘Amen’ van de tafelgenoten wordt het brood,
ongedesemd brood gebroken en uitgedeeld.
Normaal zegt men dan: ‘dit brood herinnert aan het brood
dat wij haastig moesten eten toen wij weg gingen uit Egypte..
neemt en eet het brood van onze bevrijding.’
Maar Jesus voegt daar iets aan toe:
‘Neemt en eet, dit is mijn lichaam’,
ik zelf, in levenden lijve, ga mijn leven geven voor jullie
en zo ben ik het brood van jullie bevrijding.

Daarna komt het dankgebed over de beker met de wijn.
Weer een zegenspreuk:
‘Gezegend Gij die de vrucht van de wijnstok voortbrengt’,
waarna de beker rondgaat, weer met een eigenaardige tekst:
‘Dit is mijn bloed van het verbond dat vergoten wordt voor velen.’
Hij kondigt aan dat zijn leven gegeven wordt ter bevrijding van allen,
Hij verkondigt zijn dood in dezelfde nacht
waarin de paaslammeren geslacht zullen worden in Jeruzalem
en iedereen blij de bevrijding uit Egypte viert.

Zo is een heel eigenaardig paasmaal beschreven
een maal waarin de Meester in solidariteit
met alle lijdenden van alle tijden
zijn dood aankondigde en uitbeeldde in het ritueel
dat hij besloot met de opdracht:
‘doe dit na om aan mij te denken.’

De lezer weet nu waar het toen om ging;
toen de Meester met de twaalf de maaltijd vierde
en waar het om gaat als wij onze leraar navolgen.

De dood des Heren gedenken als ritueel in de gemeente
is een zeer geladen gebaar dat iedere deelnemer
de ernst van zijn roeping in herinnering brengt
en tot waarachtige navolging oproept van Degene
die het ons heeft voorgedaan.

Samen zijn we nu Sacramentsdag aan het vieren.
Vieren… zeg ik. Wat vieren we eigenlijk ?
Ik citeer een zin uit Schillebeeckx’ preek over Sacramentsdag:
‘Waar er op het niveau van het feitelijke dagelijkse leven
overmacht van aardse machten is,
worden die, in de orde van de sacramentele werkelijkheid
uitgeschakeld en ontwapend.
Daarom zetten we nu reeds,
in de aardse geschiedenis, hier en nu,
sporen van een komende nieuwe wereld. ‘

Op onze pelgrimstocht hebben we,
net als dat volk op tocht door de woestijn, een trouwe vriend.

In de eerste lezing horen we hoe Mozes,
nog net zo jong als een neomist na op de berg van God geweest te zijn
weer naar beneden kwam bij zijn parochianen
aan de voet van de berg.
Toen sprenkelde hij als een jonge priester
het bloed van het verbond over het volk
en vertelde daarbij dat de Heer zich
voor altijd aan hen verbinden wilde.
En wat God verbinden wil dat zal de mens niet scheiden.

God, de belangrijkste partner, zegde Zijn trouw toe
‘tot in het duizendste geslacht’.

En de partner met een kleine letter, het volk van God,
de gewone mensen reageerde enthousiast:
‘We zullen alle woorden bewaren (en letterlijk volgt er dan:)
DOOR ZE TE GAAN DOEN.’

Heerlijk al die goede wil.
Maar het verbond van God met de mensen
is net zo kwetsbaar als een menselijk huwelijk…..
Het enthousiasme van het begin is later,
net als bij ons een beetje verdwenen.
Je maakt zoveel mee.

Dan moeten we naar de oude Mozes luisteren
als hij, ervaren en wijs,
na al die lange jaren woestijn zijn volk toespreekt.
met uitgebreide afscheids- en bemoedigingswoorden,
Mozes zegt dan:
‘De tocht was zwaar,
vergeet daarom nooit aan je nageslacht te vertellen
wat je hebt doorstaan
vertel over de pijn en de zorgen, de angst en de honger
maar iets anders moet je ook vertellen:

er is altijd Iemand, en nog wel Iemand met een hoofdletter
met je meegegaan al die jaren !
Het was een zware tocht
maar tijdens die tocht zijn jullie volwassen geworden
en gegroeid.
Één heeft er voor jullie gezorgd:
je hebt het Manna onderweg gekregen,
en het water uit de rots ……..
je voeten zijn niet gezwollen al die jaren…
je hebt het -samen met Hem- volbracht!’

Er zijn geen goede tijden of slechte tijden.
De vraag of het tegenwoordig beter of slechter is dan vroeger
is een onbelangrijke vraag.
Het enige belangrijk is dat we weten dat God met ons verder wil.

God sloot zijn verbond niet met de engelen
maar met ons gewone aardige maar soms ook minder aardige,
enthousiaste maar soms ook teleurgestelde mensen.
ECCE PANIS ANGELORUM FIAT ESCAM VIATORUM..
luidt een oude sacramentshymne..
het brood der engelen is het voedsel geworden
van gewone stervelingen.

In Zijn Verbond met die mensen vindt God Zijn vreugde.
Dus vieren we samen Sacramentsdag…
en hopelijk lijken we op dat volkje van God
aan de voet van de berg dat zei:
‘we zullen doorgaan en de woorden doen.’

En we geloven niet in goede tijden en slechte tijden:
de enige vraag die echt van belang is is deze:
WIL IK PERSOONLIJK REIZEN MET GOD.

Geloven is een zaak van jou persoonlijke keuze.
Daarom zingen we in de hoogmis niet credimus (wij geloven)
maar CREDO, IK geloof.
Ik zelf wil leven als iemand die weet dat
hij of zij geroepen is er te zijn op zijn of haar eigen plek.

Wat ons samenbrengt is de gedachtenis aan Jesus,
de gedachtenis aan Zijn liefde, Zijn solidariteit,
Zijn overwinning van de dood.
Het leven met Hem en in Hem met elkander
is goed. We zijn veilig en geborgen
in de handen van de levende God.
Niet voor niets zeggen wij daarom bij het uitdelen van de Eucharistie:
‘het Lichaam en Bloed van Christus
beware ons ten eeuwig leven’.
‘Amen’ zegt de gelovige, zo moge het zijn !

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

27 mei: Altijd bewegen

[print]

Hoogfeest H. Drie-eenheid

Schriftlezingen:

  • Deuteronomium 4,32-34.39-40

  • Romeinen 8,14-17

  • Matteüs 28,16-20

Om aan te geven dat God beweging is,
wordt er over God als de Drie-ene God gesproken.
Hij is de God, de Schepper van hemel en aarde,
de God die nabijkwam in Jesus Zijn Zoon
en die met Zijn Heilige Geest grote dingen doet:
Hij is de God van de hele menselijke geschiedenis;
Hij is de God van Abraham, Isaak en Jakob;
de Vader van Jesus Christus
de God van de apostelen en heiligen en ons allemaal.

Over God raak je nooit uitgesproken en gedacht
maar Zijn wezenlijkste eigenschap lijkt wel:
HIJ GAAT MET MENSEN MEE.

Het unieke van dat geloof van Israël
de basis van al ons geloven
vinden wij beschreven in de eerste schriftlezing.

Mozes is opgetrokken met zijn volk,
een volk dat leeft van vallen en opstaan.

Van …….de ene dag God trouw en enthousiast dienen:
‘we zullen alle woorden graag doen’
en de andere dag Hem vergeten en klagen:
‘waren we maar in Egypte gebleven
en waarom heeft deze God ons in deze woestijn gebracht.
En toch krijgt deze God nooit genoeg van Zijn mensen.

Dat krijgt Mozes te horen boven op de berg,
nota bene terwijl beneden de mensen bezig zijn
een gouden kalf te maken:
IK UW GOD BEN LIEFDE EN TROUW.

Tot Mozes’ grote verbazing;
hij heeft wat met zijn mensen meegemaakt
en vond ze eigenlijk hun God niet waard.
Toen ze vroeger in een sjagrijnige periode
klaagden over gebrek aan water had Mozes nog gezegd
‘ jullie zijn het niet waard.’

Maar God had gezegd:
‘sla maar op de rots’.
En Mozes die voelde dat God wilde helpen
had nog geprotesteerd en gezegd:
‘God, zou u dat nou wel doen,
deze mensen verdienen het niet…’

Maar toen hij toch even op de rots geslagen had
was het water klaterend uit de rots komen stromen
en werd Zijn volk van zeurpieten en sjagrijnen,
gelaafd en getroost.

IK UW GOD BEN LIEFDE EN TROUW
zegt God op de berg Sinai
en de ontrouw van de mensen beneden
kan Mozes nog zo’n vreselijke schrik bezorgen..
God schrikt nooit echt en gaat steeds door met Zijn mensen.
Misschien ook een beetje een troost voor ons.

II. Het evangelie speelt in de donkere nacht.
Een oude joodse schriftgeleerde
herkende zich in Jesus’ verkondiging:
Jesus maakte het oude geloof van Israël weer nieuw.

‘Je zult zelf ook nieuw geboren moeten worden’
had Jesus hem gezegd.
‘Moet ik dan soms weer de schoot van mijn moeder in?’
had Nikodemus stom verbaasd geantwoord.
En dan vertelt Jesus over het nieuwe begin
dat de Heilige Geest van God met ieder mens maakt:
‘de Geest waait waarheen hij wil’ zegt hij
en die boodschap biedt troost in alle tijden.

Toen ooit de profeet Elia afscheid nam van zijn leerling Elisa
vielen er twee delen van de geest van de meester op de leerling..
zo lezen we in de Heilige Boeken van Israël.
Uit dat verhaal spreekt een groot vertrouwen
in de voortgang van de geschiedenis.
Eenzelfde vertrouwen spreekt uit Jesus’ afscheidstoespraken
zoals wij die bij Johannes opgetekend vinden.
‘Jullie zullen in mijn voetspoor gaan’ had Jesus zijn vrienden toegevoegd
en dezelfde dingen als ik gaan doen.
‘ Ja, grotere dingen dan ik zullen jullie doen ‘.
De Geest zal jullie oprichten
en ik kan jullie grote supporter zijn vanuit de hemel.

De grote feesten zijn voorbij
de groene zondagen breken binnenkort weer aan.
Omdat wij daar nog niet aanwillen
twee witte zondagen nog,
vandaag zondag van de drieenheid
en de volgende week Sacramentsdag.
Maar de week daarna zullen wij er echt aan moeten geloven:
bijna 25 zondagen achter elkaar groen.
Tot bemoediging van ons geldt dat God
niet alleen de God van Kerstmis, Pasen en Pinksteren wil zijn
maar ook de God van de gewone zon- en weekdagen.
Van al onze levensdagen hoe saai en moeilijk ze soms ook zijn.

Hij werkt met iedereen en altijd.
Er zijn geen mensen die NIKS zijn,
alle mensen dragen de sporen van God met zich mee
en zijn uniek en belangrijk.
De Geest van God werkt altijd door. Ook in onze tijd.

‘Zeg niet dat de tijden slecht zijn’
zegt dezelfde Augustinus
die het mysterie van de Drie-eenheid Gods in zijn hoofd probeerde te krijgen
en er in zijn studeerkamer niet in slaagde.
‘De tijden zijn niet slecht
maar ieder mens wordt er op zijn eigen wijze op aangesproken
in zijn tijd gelovig te zijn,
en er met alle mensen van goede wil
een goede tijd van te maken.

De warmte en de troost van het mysterie van de Drie-eenheid
wordt pas duidelijk voor degene die God toelaat in zijn leven,
voor de mens die ontdekken wil
dat God de God van Israël is
èn van Jesus èn van mij.

De God die met Zijn Geest ouderen trouw doet zijn aan hun geloof
maar die ook met jongeren in de weer is die zoeken en vinden.
De Geest die meegaat met de bruidsparen die elkaar in deze meimaand
en verder deze zomer hun jawoord gaan geven.

En als er gedoopt wordt, wordt er een mensenkind opgenomen
in de grote geschiedenis:
van de Vader, God van oudsher, de Enige God die Joden, Christenen en Moslims verbindt
van de Zoon, die ons voor leefde wat liefde is en
van de Geest die het werk van zijn handen (en dat zijn alle mensen!) nooit loslaat.

Hoe het verder zal gaan met wereld en kerk weten we niet
maar een ding weten we wel:
er is dat verrassende liefdesplan van God,
God is beweging
de Geest waait waarin Hij wil!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

20 mei: Pinksteren

[print]

Hoogfeest van Pinksteren

Schriftlezingen:

  • Handelingen 2,1-11

  • Galaten 5,16-25

  • Johannes 15,26-27;16,12-15

Waar komt Pinksteren eigenlijk vandaan?
Enkele jaren geleden heeft onze enthousiaste bisschop
op een van de raceauto’s laten schilderen:
Pinksteren met een vraagtaken: Pinksteren?
Dat was genoeg om heel wat mensen tot nadenken te stemmen.
Ja waar gaat het eigenlijk over: Pinksteren?

Het allereerste pinksterfeest
is door de Joden in de woestijn gevierd.
Het was precies een jaar nadat Mozes met God gesproken had op de berg
daar was vuur en donder en enthousiasme.
Een jaar later was dat al in de benen gezakt.
Het enthousiasme van het eerste jaar
na de bevrijding uit Egypte was geluwd.
Ze hebben nu een laar later -zoals het voorgeschreven was-
keurig Pasen gevierd, de bevrijding uit Egypte als gezegd.
Nu moesten ze, 50 dagen later het Sinaiverbond gaan vieren: Pinksteren.
Het feest van vuur en donder en geestkracht
maar erg begeestigd waren ze niet.

De tabernakeltent
Het volk van God sukkelt door de woestijn.
Om God niet helemaal te vergeten,
(God die helpt, bemoedigt en met je meetrekt)
waren er toen in de woestijn iedere sabbath
bijeenkomsten in een grote tent,
de tabernakeltent.
een soort draagbare kerk…
zoals dat tot op de huidige dag, ook in een moeilijke tijd,
nog steeds op vele plaatsen in Nederland gebeurt.
In plaats van klokken hadden ze trompetten
om het volk te verzamelen.
Op een dag verzamelt Mozes zijn mensen buiten:
en hij houdt een toespraak.
‘We moeten bidden om kracht om vol te houden
laten we samenkomen met gemotiveerde gelovigen,
en dan naar binnen gaan om te bidden;
om weer gelovig te worden, met hart en ziel
en we gaan, nu het pinksterfeest nadert,
bidden dat zij binnen de kracht van de Heilige Geest krijgen
om ons midden een beetje te helpen.
als leiders en inspiratoren.
In de tent van de samenkomst wordt dan hartstochtelijk gebeden
‘kom Heer met Uw heilige Geest.’
‘En zie’ lezen we ‘een deel van de geest van God
die Mozes bezield had daalt neer
aan de 70 oudsten die met hem in de tent waren gegaan.’
Ze worden vol van de kracht van de Geest
en gaan aan het werk
ze gaan preken en bemoedigen.
Maar dan gebeurt er iets wonderlijks.
Op een onverwachte en onthutsende wijze
worden plotseling en ver van de heilige ruimte,
volop in het profane kamp,
twee mannen door dezelfde Geest aangegrepen.
De namen van de twee mannen die niet in de ‘kerk-tent’ waren
bij de officiële geestesoverdracht scheppen vertrouwen:
Eldad betekent: ‘door God geliefde’ en Medad ‘Liefde’.
De kracht van de Heilige Geest blijkt overaktief
de Geest werkt ook buiten de vertrouwde kring.
Dat pikken de vrome kerkgangers niet
en er komt opschudding. Een jonge knaap ijlt naar Mozes
en brengt hem op de hoogte van het gebeuren.
Mozes’ ijverige leerling Jozua is ook heel ongerust
als blijkt dat de Geest waait waarheen Zij/Hij wil
en dringt aan op een verbod.
Maar Mozes zelf weet dat God groter is dan ons hart en zegt:
‘Wat goed, wees blij
ik zou willen dat heel het volk profeteerde.’

Een nieuwe situatie
II. Dat verhaal gaat over een geheel nieuwe situatie:
de boodschap van Gods kracht breidt zich uit
ver buiten de grenzen van het verwachte. Gebeurt dat nu nog?
Worden er dan geen kerken gesloten in onze dagen?
Zijn er geen zorgen? Ja, veel, dat is waar.
De tijden van het rijke Roomse leven zijn voorbij.
Het is niet meer: ‘uit de landen en de steden
komen duizenden getreden’ maar wel
een tijd van opleving van de oude idealen van het geloof,
een tijd van spiritualiteit en behoefte aan diepgang.
Er is openheid en interesse voor de goede dingen
voor de echte belangrijker dingen in dit leven.
De Pelgrimstocht van onze Haarlems-Amsterdamse bisdom
getuigde daarvan. Koorleden en pelgrims,
waaronder ook vele kinderen ervoeren de kracht van hun geloof.

Jullie zullen het (nog) beter doen
Jesus, had in zijn leven laten zien waar het om ging.
Hij had getuigd van Gods plannen met de wereld
en over de liefde die het winnen zou van de haat.
‘Als ik weg ben is dat goed voor jullie
want jullie zullen de kracht van de Heilige Geest krijgen
en dezelfde dingen gaan doen die ik gedaan heb,
ja zelfs meer.’
Is daar iets van terecht gekomen?

Nieuwe toewijding
Even naar onze eigen kerktent:
de Bavo is een levendige parochie.
Altijd weer zijn er mensen die zich geïnspireerd voelen
en die zichzelf of hun kinderen laten dopen.
Ik word ook overtuigd door de ernst van de bruidsparen
-vrijdag hadden we er weer een,en
er komen er meer- die in deze lente elkaar weer
ernstig en ontroerd elkaar hun jawoord gaan geven.
Ik vond de ernst van de ouders op de Eerste Communiezondag ontroerend,
en –zoals u merkt- vloeit het doopwater rijkelijk in onze parochie.
En dan hebben we ook nog de komende zaterdag de priesterwijding
en over een dikke maand wordt de heilige Olie weer gebruikt
om 15 kinderen te zalven bij de regionale vormselviering:
er is hoop.

Ook buiten de kerk
Maar er is meer.
Er is iets nieuws gaande en dat beginnen we te merken.
Er is ook nog de Geest die buiten de kerktent werkt
zoals in het verhaal dat ik u vertelde.
Ten eerste zijn er gewoon buiten de kerk
duizenden en duizenden mensen
die actief zijn en vriendelijk.
Die niet zeuren maar aan het werk gaan
die actief en hoopvol naar landen in Azië en Afrika durven gaan
soms naar levensgevaarlijke plaatsen
om helper, missionaris of dokter zonder grenzen te gaan zijn.
Maar daarnaast is er die uitstraling.
Het geloof plant zich niet meer zo vanzelf voort als vroeger:
je hoorde bij een katholieke familie dus.. enzovoorts.
Geloof is tegenwoordig een keuze geworden
en in deze tijd van waardering, een beetje overwaardering misschien
van de individualiteit, je recht op eigen keuze
gebeurt het steeds vaker dat jonge en oude mensen
kiezen voor de kerk.

Pinksteren belangrijk
Pinksteren is een feest ter ere van de Kerk
en dat is geweldig. Kerstmis is een mooi feest,
Pasen is het feest waar alles op stoelt:
het lijden de dood en de verrijzenis van Jesus.
Maar Pinksteren wordt steeds belangrijker:
het feest ter ere van onszelf die leven mogen vanuit het geloof.
Vandaag is het Pinksteren,
net als toen in Jeruzalem.
In de tempel van Jeruzalem brandden op die pinksterdag
de vuren om de pelgrims te herinneren aan het vuur van de Sinaï.
Een ieder moest proberen iets van dat vuur mee te dragen.
Juist dan vertelt Lucas over de storm,
de beweging in het huis waar de apostelen waren;
het vuur dat zich op ieder van hen neerzette.
De leerlingen worden ENTHOUSIAST.
Dat woord betekent letterlijk: vol van God.
Het vuur van het enthousiasme
dat later duizenden en duizenden zal gaan bezielen
in de loop der tijden.

In vuur en vlam!
Dat vuur trekt de aandacht
en velen begrijpen dat er iets bijzonders aan de hand is.
Maar het andere kan ook: -en gebeurt ook nog steeds-:
ontkennen dat het van belang is,
de waarde ontkennen van al het werkelijk vernieuwende wat er,
tot op de dag van vandaag gebeurt.

De goede verstaander verstaat het,
waar hij ook is,
van welke nationaliteit hij ook is,
of hij oud is of jong dat doet niet ter zake.

Petrus trok de stoute schoenen aan en zegt,
misschien wat overdreven:
“hier gebeurt waar de profeten over droomden
jong en oud zien visioenen,
de Geest van God vervult de mensen”.

En zij allen konden hem verstaan in hun eigen taal,
staat er dan, een wonder dat gelukkig vandaag de dag
ook nog gebeurt.

Petrus neemt de gelegenheid te baat om de pelgrims te vertellen
hoe schandalig de moord op EEN mens -Jesus- was.
Die ene die ons juist nieuwe kansen gaf en toekomst!

En als de mensen dan geschokt vragen:
‘kunnen we misschien wat doen om het goed te maken’ is het antwoord:
‘bekeer je, verander, laat je bijv. dopen,
wordt weer mens, een nieuwe mens.’
Velen, 3 a 4 duizend laten zich dopen.

Er is een eensgezindheid mogelijk
rondom een woord dat verzamelt en bemoedigt.
Ieder mens is dan nodig, ieder mens is uniek,
en ieder mens is onmisbaar.

Om dat enthousiasme te blijven houden zijn wij hier samen.
En als we biddend zingen: ‘kom schepper heilige Geest’
VENI CREATOR SPIRITUS (de intredezang van vandaag)
smeken wij dat namens heel de mensheid
opdat het aardrijk vervuld mag worden
van de Geest van God, van liefde, vrede en trouw.

Omdat we als kerken aan een goede vervulling
van alle grote dingen die God van ons verwacht
nog maar moeilijk toekomen
boffen we geweldig dat God geduld met ons heeft,

Hij geeft ons deze gebeds- en bemoedigingsdag
Hij geeft ons deze troostdag
Hij vertelt ons steeds
dat Hij het met ons toch helemaal ziet zitten

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

13 mei: Durf nieuwe dingen te doen

[print]

Zevende Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 1,15-17.20a.20c-26

  • 1 Johannes 4,11-16

  • Johannes 17,11b-19

Het joodse pinksterfeest stond voor de deur.
Daar zijn de vrienden van Jesus, in gebed bijeen.
Op het eerste gehoor komen we misschien onder de indruk
van hun vroomheid maar dat is niet nodig.
Wat was dat voor een geloofsgemeenschap?
Een zeer gehavende.

Alle mannen waren ze na Jesus’ gevangenneming gevlucht.
– Petrus die Hem aarzelend was gevolgd
had hem drie maal verloochend,
– Judas was weg, hij had Jesus verraden
en zich daarna opgehangen van spijt.
Er was alle reden toe om de blik hulpeloos ten hemel te heffen
en samen eensgezind om redding te smeken.
Zouden ze anders ooit deze slag te boven kunnen komen?
Toch gebeuren er tegelijkertijd ook wonderlijke dingen.
Het boek van de Handelingen vertelt ons vandaag
dat er 120 mensen om de 12, – neen het zijn er nu 11 – heen staan.

De geschiedenis van Gods Koninkrijk,
gaat ondanks de fouten van de apostelen toch door !
120 Leerlingen staan te popelen
om zich bij de Jesus-beweging aan te sluiten:
de twaalf in tienvoud nota bene !
De gemeenschap van goedwillende nieuwelingen
vult zo aan wat er aan het college van de apostelen ontbreekt.

Maar voor er verdere uitbreiding kan komen,
voor het Pinksteren kan worden
zullen toch de twaalf als kernkabinet weer compleet moeten zijn.
Hoe ? Het lot beslist. Bij wijze van spreken:
iedereen had het apostelcollege kunnen aanvullen.

Als we dat allemaal horen
hoeven wij ons niet minder te voelen dan die eerste christenen.
Het waren gewone mensen net als wij.
Het geheim zit hem niet in de voortreffelijkheid
van die mensen maar in God die met deze mensen verder zal gaan.

Met de twaalf -nu weer compleet-, met de 120 er omheen:
met de 4000 die zich op Pinksteren zullen aansluiten:
met allerlei soorten mensen, sterke en zwakke,
heilige en minder heilige: met ons dus ook, met u en met mij.

Terug even naar de avondmaalszaal
de avond voor Jesus’ lijden.
‘Vader laat hen één zijn, zoals wij’
bad Jesus.
Wat heeft Jesus de zijnen vooral op het hart gebonden?
Dat kun je in samenvatten in twee woorden:
NAASTENLIEFDE en eenheid.

Iedereen zal het je zeggen:
dat is de kern van het christelijk geloof: Naastenliefde.
Echte innerlijke eenheid is belangrijk..
een ander soort eenheid dan de eenheid van de macht.

De eenheid van de macht is de Heer een gruwel.
In een Duitsland dat zijn waarden kwijt was:
was ooit een nieuwe eenheid ontstaan rond een tiran.
Een eenheid die zeker niet de eenheid was,
waar Jesus graag over sprak.
De eenheid van het fascisme was de eenheid
zoals we die bijv. in het verhaal
van de toren van Babel beschreven vinden:
de eenheid van de mensen die elkaar napraten
en zeggen: ‘laten we samen een toren bouwen:
Babel Babel ueber alles.”
Die eenheid werd door God verstoord:
er kwam een complete verwarring
maar die was door God gewild.
Alle grote eenheidsblokken, vooral rond tirannen zijn verdacht.

Zou de verdeeldheid die er is
in de wereld en in de kerk
misschien ook een diepe zin hebben?
De christelijke kerk is geen club van mensen
die samen het met elkaar in alles eens zijn
maar een groep van mensen
die samen maar één echt voorbeeld hebben:
Jesus van Nazareth.
Hij maakt ons eensgezind
niet in de zin van eenheid maakt macht
maar eensgezind in de liefde tot de weerloze,
tot de mens die de liefde van een ander mens nodig heeft:
eensgezind in de bescheidenheid van de dienst.
Er ontstaan nieuwe verbanden in de samenleving:
oude grenzen worden gepasseerd,
een nieuwe eenheid krijgt gestalte
iedereen kan daar aan deel krijgen.

De oude eenheidsbindende factoren:
de eenheid van ras of natie
hebben hun relevantie verloren.
Jesus van Nazareth is het die mensen bindt:
Joden en Romeinen, armen en rijken,
jong en oud, mannen en vrouwen.

Naar die eenheid rond die Heer zijn mensen steeds op zoek
en die eenheid blijken mensen toch ook steeds weer te vinden.
En zo komt er een nieuw begin;
geheel tegen onze minne verwachtingen in.
Gods ruimhartigheid gaat al onze kleinhartigheid te boven;
er is ruimte voor zovelen.

Diezelfde Geest is op velerlei wijzen bezig,
en dan niet alleen binnen maar ook buiten de kerk.
Nieuwe beginnen kunnen er worden gemaakt
en ook vinden wij nieuwe bondgenoten op onze weg !
Van beiden geef ik voorbeelden.

Duitsland, het land van vroeger Deutschland Deutschland ueber alles
maakte een nieuw begin. Ik maakte dat mee in Calcutta bij moeder Theresa.
Het was al zo’n 20 jaar geleden maar toch.
In het huis van de stervenden lag een kleine oude man
hij had niet lang meer… dat kon je wel zien.
Maar een grote flinke Duitse jongen zag ik hem verzorgen
en hem een slokje water geven aan de stervende.
‘Aktion Söhnezeichen’ stond op zijn shirt:
aktie ‘tekenen van verzoening en goede wil’ na alle slechte dingen
die er in de 40er jaren van de vorige eeuw van Duitsland uit waren gegaan.

En de bondgenoten van Artsen zonder grenzen
(kerkelijk of niet kerkelijk) riskeren eigen leven,
gaan het gevaar niet uit de weg
gaan zieken helen waar ter wereld niet.
En er zijn mensen van Amnesty, kerkelijk of niet kerkelijk
mensen van vluchtelingenhulp,
jonge mensen, oude mensen:
vrome mensen, minder vrome mensen:
de Geest waait maar door: buiten de kerk.. zei ik
maar ook daarbinnen.

De kerk wordt steeds wakkerder:
nieuwe ontmoetingen vinden er plaats
nieuwe initiatieven worden ter plekke ondernomen.
Wij van de kerk zijn er nog,
de kerk, geen machtig instituut………..
maar – als het goed is – een groep van mensen
die hun leven willen laten richten
door verbondenheid met God
van wie geschreven staat
dat Hij zijn mensen uit de tirannie had bevrijd
en met Jesus Zijn zoon
eensgezind vervuld van God.

Eensgezind in de liefde tot de weerloze,
tot de mens die de liefde van een ander mens nodig heeft:
eensgezind in de bescheidenheid van de dienst.

Rond Jesus die zei:
‘ik heb ze alles doorgegeven wat ik van U -Vader- ontvangen
heb, zij hebben die woorden aanvaard. Daarom bid ik
voor hen: ze zijn van U!’

‘Wezenzondag’ heet deze 7e paaszondag,
zo tussen Hemelvaart en Pinksteren ook wel.
We voelen ons weerloos,
de Geest is er nog niet.
We kunnen ons nog even herkennen
in ontreddering van de apostelen
die samen met Maria de Heer misten
en beter is het misschien nog
ons bij hen aan te sluiten
als zij bidden om de kracht van Zijn Geest.

Het is tot in onze dagen troostend te bedenken
dat de Heer begonnen is op de avond van zijn lijden
voor ons te bidden:
dat Hij onze problemen kende
en bij herhaling, – voordat Hijzelf lijden moest –
gebeden heeft dat ONS geloof niet zou bezwijken.
Wij worden niet aan ons lot overgelaten,
we hoeven niet te zuchten en te kreunen
onder de zwaarte van onze levensopdrachten.

Altijd weer is er de mogelijkheid
dat de kracht van Gods heilige Geest het onmogelijke waar maakt.
Wij kunnen nieuwe mensen worden
zoals een modern kerklied dat bezingt:

‘Gezegend die weet wat recht en slecht is
die trefzeker kiest en niet wijkt voor geen macht
en niet vreest, voor geen mens.

Gezegend mensen die goed zijn,
de hand die niet slaat,
de mond die niet verraadt,
de vriend die zijn vriend niet verloochent.
Gezegend die onbevangen spreekt
en onbevangen liefheeft al wat leeft.
Gezegend zij die zo elkaar bewaren, troosten, voorthelpen.’

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Hemelvaart: Hij laat ons niet alleen

[print]

Hemelvaart

Schriftlezingen:

  • Handelingen 1,1-11

  • Efesiërs 4,1-13

  • Marcus 16,15-20

Als kind vond ik Hemelvaart altijd een droevige dag;
het afscheid van Jesus die van zijn vrienden weg ging.
We hebben Hem nog zo nodig!
Deze wereld is nog lang niet voltooid.

Heel dramatisch (en terecht)
is de vraag van Jesus’ vrienden:
‘gaat u nu het koninkrijk in Israël herstellen?’

Deze vraag mag je niet te vlug wegwuiven,
laat staan een domme vraag noemen.

Jaren van smart en pijn klinken in de vraag van de leerlingen mee.
Helaas, de leerlingen kregen in veel hemelvaartspreken,
en misschien ook dit jaar weer, steeds op hun kop
omdat hun smartekreet niet verstaan wordt.

De predikanten zeggen elkaar allemaal na
en noemen de vraag van de leerlingen dom.
‘Het gaat om andere dingen’ zeggen ze.
Maar wat voor dingen dan?

De leerlingen zijn na Jesus’ verrijzenis duidelijk gaan beseffen
dat Jesus bij uitstek de van Godswege gezonden was,
dat Zijn dood geen einde betekent
en dat er dus op aarde het nodige zou gaan veranderen.

Veel mensen hebben, net als de leerlingen vandaag,
alle eeuwen weer gevraagd om recht.
De armen van West Europa, de indianen in Zuid Amerika.
Ze vroegen regelmatig: ‘wanneer geschiedt ons recht?’
Hun werd vaak, te vaak verteld
dat ze niet ‘zo aards’ moesten denken,
het geloof bood andere, diepere troost.

Hun vragen en die van de leerlingen
verdienen echter een ernstiger overweging.
De apostelen krijgen van Jesus zelf trouwens
een serieus antwoord:

‘Johannes doopte met water
maar jullie zullen gedoopt worden met de Heilige Geest.’

Ze krijgen van de Heer te horen
dat het hen weliswaar niet toekomt dag en uur te kennen
maar dat zij zelf de kracht zullen krijgen van de heilige Geest
om getuigen te zijn van het messiaanse rijk.

Dat is nog al wat!
Hun vraag wordt dus niet als ongepast verworpen
maar binnen de grotere context geplaatst
van de geschiedenis van God met de mensen.

Ze worden zelf ingeschakeld. De Geest zal hen sterken.
Ja, met een dubbel deel van de Geest (vgl. Elisa in 2 Kon.2,9)
zullen ze hun roeping gaan volgen. Ze zullen immers,
had Jesus ooit gezegd (Jo.14,12) grotere dingen doen dan Jesus zelf.

We mogen vandaag ook even stilstaan stil bij het geloofsartikel
dat wij iedere keer uitspreken:
‘Hij is opgestegen ten hemel
zittend aan de rechterhand van de Vader’.

We zeggen het zo vaak in de geloofsbelijdenis,
te vaak misschien: ‘Hij is opgestegen ten hemel
zittend aan de rechterhand van de Vader’.

Voor velen een beetje onbegrijpelijk geloofsartikel,
voor de goede verstaander
is het een krachtige geloofsboodschap van de jonge kerk.

Als we zeggen dat Jesus wordt opgenomen in de hemel
en aan de rechterhand van God de Vader zetelt
zeggen we dat het visioen van David
– ooit in de psalmen uitgezegd, –
werkelijkheid is geworden.

David zei, in de eerste psalm
die in de zondagse vespers gezongen wordt:
‘de Heer zegt tot mijn Heer, zet je aan mijn rechterhand
en ik maak je vijand tot een voetbank voor je voeten.’

Het gaat hier over de koning van Gods nieuwe toekomst
die op aarde zal regeren.

Jesus is volgens Lucas die nieuwe messiaanse koning.

De koning van een volk met actieve onderdanen
die voor Zijn programma willen kiezen.

En dan is er nog een punt van aandacht.
De mannen in de witte kleren zeggen
dat Jesus terug zal komen zoals Hij van ons heenging.

Met andere woorden:
het gaat door, het hele programma van God met de aarde.

Jesus komst was niet even leuk en daarna nooit meer:
ten eerste is er de belofte van de komst van de Geest
die zijn mensen zal inspireren
en ten tweede is er de kostelijke belofte dat Hij terugkomt.
Een geloofsartikel waar we ook niet zo goed raad mee weten
maar wat zoveel betekent als:
deze aarde zal steeds voller van Jesus worden:
zijn Koninkrijk komt werkelijk in ons midden.

De wolk waar wij over horen spreken
is in de Bijbel het teken van Gods eigenzinnige aanwezigheid.
Overdag gaat Hij zo de zijnen voor op hun weg door de woestijn.

Zo kunnen wij ook verder door het gewone leven
Jesus achterna. Hij is niet van ons weggenomen
om ons in de steek te laten –zingt de prefatie van vandaag-
maar juist om, in kracht gesteld,
ons dichter nabij te zijn.

Dat geldt in de moeilijke tussentijd waarin wij leven;
het Koninkrijk is nog niet voltooid;
er is nog zoveel te doen.

Maar wanhoop niet;
wij zullen gesterkt worden door de Geest op onze pelgrimstocht
en het perspectief blijft ons lokken van Zijn grote komst,
de komst van het Koninkrijk van God
in al zijn glorie en kracht.

Daar gaan we voor; Pinksteren zal ons sterken
Hij komt in ons midden; in kracht en in glorie
het wordt nog wat met deze wereld.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

6 mei: Jullie zijn mijn vrienden

[print]

Zesde Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 10,25-26.34-35.44-48

  • 1 Johannes 4,7-10

  • Johannes 15,9-17

Dit was de week van herdenkingen en manifestaties.
1 Mei, dag van de arbeid: Moskou:
militairen strak in het gelid: HOERA!
2 Mei onze eigen parochie 120 jaar:
intiem gevierd in de morgen;
4 mei ’s Avonds weer stilte en bezinning
en 5 mei, gisteren Haarlem in feeststemming en drukte.
Bevrijding en saamhorigheid, herdacht en gevierd.

Terecht dat men dat doet maar bij al dat vieren
voelen we als mensen toch ook een pijnlijke machteloosheid:
we slagen er maar steeds niet in
om een goede wereld op te bouwen.
Dat is geen reden tot zwartgalligheid
maar tot bezinning. En daar zijn wij hier voor samen.
Onder dit dak krijgen wij dan te horen
wat onze enige redding is: echt kiezen voor God.
Alleen onder het gemeenschappelijk vaderschap van Hem
heeft naastenliefde als broederschap
(waaronder ook verstaan zusterschap natuurlijk) zin.

De liefde tussen mensen mag bijvoorbeeld
niet alleen rusten op de gelijkheid van ras,
een superioriteitsgevoel van een natie
of een gezamenlijk koesteren van een eigen gelijk.
In Babel was eensgezindheid en broederschap
(‘laten wij samen..enz’) maar God heeft die eensgezindheid,
die caricatuur van goede ‘naastenliefde’ uiteengebroken.
Die was niet uit God.
Echte liefde bloeit alleen maar op
als wij ons op Hem willen richten.

Johannes de evangelist zegt in een van zijn brieven:
‘Niet wij hebben God liefgehad maar Hij heeft ons liefgehad.’
HIJ is het gesprek met Israël en met de mensheid begonnen.
Jesus Messias brengt echte liefde,
eenheid in God naderbij.
Als wij ons door de liefde zoals Hij die voorleefde
willen laten corrigeren
kan de mensheid werkelijk nieuw worden.
De lessen uit het verleden kunnen dan worden geleerd
en omgevormd tot een vernieuwende, heldere toekomstvisie.
Allen dan kunnen grenzen echt overschreden worden:
‘De gelovigen uit de besnijdenis (de joden)
die met Petrus waren meegekomen
stonden verbaasd dat ook over heidenen
de heilige Geest werd uitgestort’
hoorden we in de eerste lezing. En met Pinksteren horen we het weer:
allemaal spraken ze in een nieuwe taal.
Dat klopt want er ontstaat een nieuwe eenheid rond Jesus.
Hij brengt mensen op een nieuwe wijze bij elkaar.
In de kerk. Onze koorleden zijn in Assisi en Rome geweest
veel indrukwekkende dingen meegemaakt:
een pelgrimstocht, een gelegenheid om
mensen te ontmoeten van overal
en samen te bedenken hoe we in Europa kunnen bouwen aan een betere wereld:
de wereld van Jesus’ vrienden: van vrede en liefde.

Bij een kerk hoort mensen samen brengen in de liturgie
maar ook daarbuiten: luisteren naar elkaar,
de christelijke liefde praktiseren.
De noemer waaronder wij dat allemaal doen
is ‘gastvrijheid’. Een kernwoord in onze parochie.
Het verhaal van Cornelius, de Romeinse honderdman,
de eerste lezing van vandaag, handelde over dat thema.

De wereld van Petrus wordt opengebroken
door zijn vreemde visioen:
‘Petrus neemt en eet.’

En de wereld van Cornelius wordt opengebroken:
‘ga naar Petrus en zijn vrienden en luister daar.’

De heidenen zoeken de kerk
en de kerk gaat open naar de heidenen toe !
Allemaal nuttig.

Wat op de kerk slaat even eruit lichtend:
Het is wezenlijk voor een kerk dat ze open is,
dat grenzen die tussen de mensen kunstmatig
en vaak ook met geweld en machtsmiddelen in stand worden gehouden,
verdwijnen.

Door daaraan mee te werken
bouwen wij samen aan een nieuwe wereld:
hopelijk wel in Zijn naam, anders houdt het geen stand.

Het geloof kan alleen maar echt groeien
in dialoog, eigenlijk in een trialoog:
een gesprek tussen God en jou en je naaste en jou.
Contact met anderen is altijd goed
en wie er gelijk heeft is niet eens het belangrijkste.

Dialoog is een goed geneesmiddel
voor alle crises die er zijn:
tussen ouders en kinderen,
tussen mensen die elkaar niet verstaan,
tussen de verschillende wereldgodsdiensten
en ook binnen de kerk
want twee weten altijd meer dan een.

Door naar elkaar te luisteren
kun je allebei leren,
als het goed is naar elkaar toegroeien;
ja, alleen zo zelfs
beeldt je de ware christelijke eenheid uit.

‘Hebt elkander lief’
zegt onze Heer in zijn afscheidswoorden.
Die opdracht vraagt om uitvoering,
in onze parochie in onze familie, in onze stad,
in deze wijk, in dit herrezen Nederland
met alles wat dat met zich meebrengt.

En dan nu de trialoog.
Wij allen samen hebben het voorrecht
kerkgangers te zijn.
Buitenstaanders begrijpen vaak niets
van wat ons daar toe beweegt.
Ze zeggen ‘het is sleur, gebrek aan fantasie’.
Niets is minder waar.
Het getuigt juist van de verfrissende fantasie van mensen
die willen gedenken en leren.

Mensen die beseffen
dat ze het alleen niet redden
en dat je in saamhorigheid rond de ene Heer
je leven kunt vernieuwen
iedere eerste dag van de week opnieuw.

Daartoe worden wij opgeroepen rond brood en wijn.

Het brood als voedsel voor onderweg
en de wijn als voorteken van de nieuwe toekomst van God.

Verzameld in de liefde van de Heer
die in zijn afscheidswoorden zijn diepste emoties weerlegde:

‘Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt,
zoals ik u hebt liefgehad.
Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze,
dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden.
Gij zijt mijn vrienden… ik noem u geen dienaars meer
want een dienaar weet niet wat zijn heer doet:
u noem ik vrienden
want ik heb u alles van de Vader meegedeeld.’

Neen, wij hoeven geen nieuwe openbaring te krijgen
wat ons is doorgegeven is genoeg
aan ons echter om het geloof vorm te geven in deze dagen:
de wereld heeft het brood nodig en wijzelf ook..

Door ons leven te zien als een uitbeelding
van de liefde die God ons toedraagt
krijgt ons eigen leven zien.
De liefde die wij kunnen opbrengen
maakt deel uit van Gods geschiedenis van Sjalom.

Wij gaan als het goed is,
lerend van het verleden, de toekomst tegemoet.
Laten we dan opgewekt
door de Heer aangemoedigd opnieuw verder gaan.
De liefde komt van God!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

29 april: Groeien door het leven

[print]

Vijfde Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 9,26-31

  • 1 Johannes 3,18-24

  • Johannes 15,1-8

Wel een lekker spannende eerste lezing vandaag!
Hij speelt in Jeruzalem: de religieuze hoofdstad van Israël.
Wat voor ons Rome is, is voor de joden Jeruzalem.
Maar ook voor de christenen is Jeruzalem belangrijk:
Pasen en Pinksteren speelden daar;
en nog voor de kerk van Rome belangrijk was
was Jeruzalem de haard van de christenheid.
Petrus met zijn vrienden waren daar de baas.

En meldt zich daar een bijzondere gast: Paulus, vroeger Saulus.
De schrik slaat iedereen om het hart want die Saulus
die zich plotseling Paulus was gaan noemen
had vele doden op zijn geweten:
hij was een christenvervolger van het eerste uur.
Oppassen dus. Beleefd meldt hij zich aan:
‘ik wil mij als propagandist van Jesus melden.’

‘Jij’ zeggen ze allemaal.
‘Jij ging toch stevig tegen ons te keer vroeger!’

Barnabas, iemand met een ‘open mind’ neemt het voor hem op.
Hij had Saulus’ zijn verslag gehoord.
Hoe hij op weg naar Damascus van zijn paard was geworpen
en verblind werd door licht en toen een stem hoorde:
‘waarom vervolg je mij’
en zo Jesus ontmoette, degene die hij uit alle macht vervolgde:
Jesus de Heer van de nieuwe wereld.
Barnabas had hem geloofd en wist de anderen te overtuigen.
De christenen zijn hem nu welgezind
maar als zijn oude vrienden bij de joodse overheden horen
dat deze vroegere fanatieke vriend nu zelf christen geworden is
moet hij vluchten en Barnabas gaat met hem mee.
Ze gaan naar Tarsus in het huidige Turkije.
Dat blijkt een meesterlijke zet te zijn
want nu kan Paulus overal buiten Jeruzalem
gaan spreken over Jesus en de apostel worden
van de joden in de diaspora en de heidenen.
Jesus is voor hem veel gaan betekenen.
Ook voor ons toch?

Zeven maal heeft Jesus ons gezegd wie Hij voor ons wil zijn.
Ik noem even alle zeven woorden die Jesus gebruikt
om zelf te zeggen wie hij is:
‘Ik ben het brood
Ik ben het licht
ik ben de deur
de herder –dat hoorden we de vorige week-
de weg –dat lazen we vrijdag onder de ochtendmis-
de verrijzenis en het leven
de ware wijnstok.’

We begonnen met het brood dus dat ons in leven houdt op de weg
en we eindigen bij de wijn, de drank van Gods nieuwe toekomst.

God zelf wordt in de Bijbel wel eens met een tuinman vergeleken.
een wijngaardenier om precies te zijn.
Het is een prachtig beeld.
Zorgzaam is God bezig en teder is zijn zorg.
Hij verwacht van ons eenzelfde zorg en tederheid voor elkaar.

Nooit besteedt je genoeg zorg aan een mens,
de mens is een groeiend wezen.
‘GROEIEN DOOR HET LEVEN’
was een prachtige brief van de bisschoppen enkele jaren gelden
over de ouder wordende mens…
De brief gaat over de ouder wordende mens…en
-laten we eerlijk zijn – dat zijn wij allemaal.

‘Groeien door het leven’ is een prachtige titel.
We worden, door reclame en andere zaken soms wel eens gedwongen
te gaan geloven dat je, naarmate je ouder wordt, vervalt.

Het wordt allemaal steeds minder.
Een franse filosoof heeft eens precies andersom gezegd:
‘als de mens pas geboren wordt is hij oud…
hij is hulpeloos en zit zelfs in het begin nog vast aan zijn
moeder maar dan komt de bevrijding en groeit hij los,
hij groeit zich jong en onafhankelijk’.

Die groei-gedachte kun je ook verbinden aan het begrip kerk.
De kerk is ook al 2000 jaar aan het groeien
en steeds weer ontdekken wij nieuwe dingen.
Persoonlijk vindt ik het met de dag interessanter worden.
Er is zoveel veranderd.
Er is niet alleen maar van alles weggevallen -zoals zovelen zeggen-
maar er is zo oneindig veel meer bijgekomen in de loop der jaren.
Dingen waar wij vroeger niet over dachten
worden nu uitgebreid besproken.
Er verscheen deze week een mooi boek van Yvonne Zonderdorp:
‘ongelofelijk’ waarin ze de nieuwe interesse voor geloof signaleerde.
We denken graag na over spiritualiteit,
wat ons geloof echt inhoudt
over onze relatie met andere godsdiensten:
over vrede, over discriminatie en noem maar op.

Voor buitenstaanders is het soms onbegrijpelijk wat ons aan de kerk bindt.
Heeft de kerk niet vele fouten gemaakt in het verleden?

Ja, dat is waar maar door schade en schande wordt je wijs.
De kerk is, net als de mens, een gebeuren,
de kerk groeit door het leven.

Onze Pausen hebben veel gedaan –ook de huidige paus-
om de relatie te verbeteren
met de Islam en de Oosterse kerken.
Dat is goed en nuttig.

Maar de kerk heeft nog een veel bijzonderder geheim.
De kerk is niet zomaar een club, een hobbyclub
of een gezelligheidsvereniging.

Neen, de kerk is verbonden, met al haar vezels aan IEMAND.
De kerk is verbonden met Jesus.

Het gaat in de kerk nooit om Paus of bisschoppen en om de pastoor.
Dat zijn allemaal maar mensen met hun fouten die hun werk moeten doen.
Maar het gaat om Hem, de Heer van de kerk.

Door lid te zijn van de kerk raak je, als het goed is steeds inniger
MET HEM VERBONDEN, de levende Heer van de kerk.

Je ontvangt van Hem het ware leven
en je kunt dan verder gaan als iemand die echt jong is,
vol hoop en goede moed.

Deze week grote feestelijkheden in heel het land
een Koningsdag hadden we met redelijk weer en veel sfeer
ook wel veel rommel maar ja.
Deze week 2, 4 en 5 mei.
Ik heb de indruk dat de viering van 5 mei steeds beter gaat lukken.

Op de 4e mei zijn we bezig met ons eigen verdriet en dat is goed,
maar op 5 mei komt de toekomst in zicht!
Hier ook, hier nog meer, iedere zondag want
wij weten dat er één is die de nieuwe toekomst echt in handen heeft,
die garant wil staan voor Vrede en Recht
en dat de beloftes van een nieuwe toekomst,
dankzij en met Hem uit kunnen komen.

We zijn er nog niet als we zeggen dat Jesus ons brood, ons licht
onze Herder onze weg is
dan begint het lopen pas.
Maar niet zo maar lopen, we zijn op weg naar het echte leven
in verbondenheid met de verrezen Heer.
Als wij ons op deze levensboom, deze wijnstok enten
verander alles ten goede
maar wordt er ook veel van ons verwacht.

Dat we liefde uitstralen bijvoorbeeld.
Dat we geloof en vertrouwen uitstralen in de mens
en dat wij daarnaar handelen.

Als wij ons geloof serieus nemen
zullen wij het nooit zover laten komen
dat we wegdwalen van de Messias en Zijn gemeente.

We zullen die blijven opzoeken want alleen is maar alleen
en zonder de levenssappen
die ons vanwege de Messias toevloeien zullen wij verdorren.

Het evangelie van vandaag met dat ernstige slot
(over dat verdorren en weggeworpen worden)
wordt ons gelezen opdat wij de beslissing zullen nemen
ons met de levende Heer verbonden te willen houden
en vanuit Zijn levensopdrachten te leven,
tot zegen van ons zelf en van anderen.

Deze week woensdag zijn wij als Bavo jarig,
op 2 mei 1898 vond de inwijding van onze kerk plaats:
we zijn dus nu 120 jaar. Nog steeds actief?
Als het goed is wel.
Geloven geven we door, in verbondenheid met hen die ons voorgingen
maar creatief zoekend naar nieuwe mogelijkheden:
God sterke ons bij deze grootse opdracht
zo blijven wij in actie, zo blijven we jong!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

22 april: Scherp toezien

[print]

Vierde Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 4,8-12

  • 1 Johannes 3,1-2

  • Johannes 10,11-18

De zondag van de goede herder zoals die ieder jaar weer terugkomt
moet hoog nodig van zijn zoetigheid worden ontdaan.
De herder uit het evangelie is geen goeierd op de hei
maar een man die in de wildernis opkomt voor de zijnen;
iemand die met leeuwen en beren vecht.

Als er in de Bijbel over een herder gesproken wordt
gaat het altijd om iemand die opkomt voor de weerloze,
iemand die verenigt en beschermt
en die de strijd met de wolven aandurft..
in geestelijke zin: iemand die de strijd aandurft
en de macht van het kwaad ontmaskert.

Een van de oudste bijbelverhalen leert ons
hoe wij mensen allemaal geschapen zijn
om elkaars herders te zijn.

Het is het beroemde verhaal van Kaïn en Abel.
Abel is de zwakste en Kaïn is de sterke.
Maar in plaats van dat Kaïn zijn kracht gebruikt
om zijn broeder te beschermen en te bewaren
gebruikt hij zijn kracht om zijn broeder te doden.

Jaloezie en gekwetste eerzucht zijn Kains motieven
voor de eerste moord op aarde,
je zou dat eigenlijk de echte erfzonde kunnen noemen.

Dat laat God niet zo maar passeren.

HIJ is zelf immers de goede Herder die opkomt voor de zijnen
en is de mens niet naar zijn beeld geschapen en om op Hem te lijken?
En God roept Kaïn ter verantwoording:
hoe is het met je zwakke broeder?
Wat heb je voor hem betekend?
En dat stelt Kaïn de vreselijk domme vraag:
‘ben ik soms de herder van mijn broer?’
En God weer:
‘In plaats van voor hem te zorgen
heb je hem gedood en de aarde
die jij hebt gedrenkt met zijn bloed roept naar mij.
Kaïn waar is je broeder. ‘

Kaïn vroeg:
‘ben ik dan soms de herder van mijn broer?’

Het antwoord is JA NATUURLIJK,
geschapen naar mijn beeld als jij bent
ben je geroepen de hoeder van de broeder te zijn.

Dat geldt voor ons allen.
Wij zijn allen geroepen
herders van onze broeders en zusters te zijn,
wij zijn geschapen om elkaar te sterken en te bewaren:
dat geldt voor alle eeuwen, dat geldt voor iedereen.

In de oud christelijke catacomben
werd Jesus als DE goede herder afgebeeld:
een stoere man met een schaap op de schouders
iemand die het zwakke zou verdedigen;
later worden de schilderijen zoetelijker
en beelden ze minder goed uit
wat Johannes de evangelist ons
over Jesus wil melden.

Het evangelie van de Goede Herder Jesus
heeft voor het eerst geklonken in de winter in Jeruzalem
rond het wijdingsfeest van de tempel….
vergelijkbaar met het jaarfeest van de wijding van onze kerk
deze maand heel bescheiden gaan vieren:
dit keer de 120e verjaardag.

In het Jeruzalem van Jesus’ dagen
-toen Jeruzalem zuchtte onder de Romeinse bezetting,
(vergelijkbaar met de Duitse bezetting van ons land)
was de viering van dat feest een gelegenheid tot protest.

Tallozen dromden samen en velen hadden
hooggespannen verwachtingen van een naderende revolutie.

Jesus werd geacht
leiding te kunnen geven aan een verzetsbeweging:
‘Hoe lang nog houdt u ons in spanning’
hadden ze hem gevraagd.

En dan gaat Jesus spreken.
Over schapen die wel of niet luisteren naar zijn stem.
Hij spreekt over een nieuw volk dat zich verzamelt rondom Hem.
‘Niemand kan ze van mij wegroven.’

Hij heeft het over een hecht verband dat wordt gesmeed rond Hem.
Want Hij is niet zomaar een verzetsheld
maar de door God gezonden aanvoerder van een heel nieuw mensenvolk
dat heel de mensheid omvatten zal:
mensen van Azië en Europa
Afrika en Amerika,
de herder van alle soorten mensen:
joden en heidenen, mensen van goede wil.

Het is wellicht een naïeve en kinderlijke vraag,
maar als Jesus de Christus, hier op aarde zou terugkomen,
zou hij dan alleen maar even naar de Paus van Rome gaan ?

Een ding is zeker:
Hij zou beginnen bij de rabbijnen in Jeruzalem.

En daarna de Paus.
Maar Hij zou zeker ook even
naar de secretaris van de Wereldraad van kerken in Genève gaan
en even langs gaan bij de patriarch van Constantinopel.

Hij is toch herder van allen,
zou Hij een Ashram in India over kunnen slaan
of een moskee waar in alle eerbied en ootmoed
de Vader aanbeden wordt.

Hij wil herder zijn van allen
en dat heeft voor ons de konsekwenties
dat het koesteren van ieder eigen gelijk moet worden uitgebannen
en ieder groepsgelijk moet worden toevertrouwd
aan de hoede van Zijn herdersstaf.
Terug naar Johannes:

Het evangelie van de goede Herder
gaat over een nieuw mensenvolk dat zich vormen zal,
een grote familie van alle stammen en naties en talen
zoals Johannes dat al voor zich zag in zijn apokalyps.

Hij zag een nieuwe mensheid die zich verzamelt
rond de solidaire herder,
zo solidair met de weerlozen
dat deze goede herder zelf
plotseling vergeleken wordt met een lam.

Luisteren naar deze verhalen over de herder en het lam
betekent uitzien naar dat nieuwe
dat al bijna 2000 geleden is aangekondigd
en dan zelf je leven veranderen.

Als wij het evangelie over de goede herder horen
worden we daardoor opgewekt ons eigen leven open te stellen
voor zijn geest van bevrijding en vernieuwing.

Het betekent dat voor ons, net als voor Jesus,
solidariteit en weerloze liefde voor
mensen het allerbelangrijkste zijn.

Om dat goed te doen heb je anderen nodig:
thuis waar je elkaars herder bent
maar ook hier in dit gebouw,
in deze schaapskooi.

Vandaag vieren wij ook roepingenzondag.
Daar is dan vooral mee bedoeld
de roeping tot het ambt, het priesterschap, het diaconaat,
de religieuze staat of het pastorale werkerschap in de kerk.

Er is veel discussie over al deze kerkelijke ambten:
vooral over wat een ieder wel of niet mag.
Dat is erg jammer, zonde van de tijd
want allemaal zijn wij nodig,
ieder op zijn of haar eigen plek.

We mogen ons naar mijn idee nooit er toe laten verleiden
mensen met verschillende roepingen
tegen elkaar uit te spelen.
De een is niet beter dan de ander.

De priester is nodig en belangrijk
maar hoeft niet apart op een voetstuk te worden geplaatst,
de diaken is nodig voor de sociale activiteiten
die de kerk moet ontwikkelen,
de pastorale werkers, mannen of vrouwen,
voor opbouwwerk en inspiratie van groepen.

Maar ook alle andere leden
van het priesterlijke volk van God zijn nodig;
organisten, koorzangers en zangeressen,
vrijwilligers in het pastoraat..
maar ook gewoon jongehuwden,
jonge vaders en moeders,
milieuactivisten en verpleegkundigen
en allen die hun zieken thuis verplegen
en alle andere ijverige en lieve mensen
die hun leven als een roeping zien.

Wat zou het een verarming zijn
als er geen mensen waren die hun leven
niet meer als een opdracht van God, een roeping
willen en durven beleven.

Voor ieder mens geldt dat hij of zij er mag zijn en nodig is.
En dan vooral om te doen wat Kaïn weigerde:
om de herder van de ander te zijn.

Het programma van de christen
-het programma van de barmhartige Samaritaan,
het programma van Jesus- is ‘het hart dat ziet.’
Dit hart ziet waar liefde nodig is en handelt ernaar.
De laatste woorden na het tenslotte
waren uit de laatste encycliek van de vorige Paus
en dus hebben ze gewicht.
Zo moge het zijn, werkt allen mee.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

15 april: We kunnen meer dan we denken

[print]

Derde Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 3,13-15.17-19

  • 1 Johannes 2,1-5

  • Lucas 24,35-48

Machteloosheid alom!
Onderhandelingen in het torentjes, komt er een krisis?
Het is moeilijk een land te goed regeren
en je verantwoordelijkheid voor recht, menselijkheid en ekonomie te dragen.
En in grotere context: Heeft de vrede op aarde nog kansen?
In een radioprogramma onlangs kon je meteen reageren.
80 % van de reacties waren: ‘neen, het wordt toch niets’.
Het zijn deze gevoelens waar het eerste verhaal van vandaag
dat wij in de uitgebreidere versie hoorden lezen, tegenin gaat.

Het verhaal begint met de nood te vertellen van iemand die verlamd is.
Hij moet bedelen om in leven te blijven. Hij ligt op het tempelplein.
Twee van Jesus’ volgelingen lopen langs: het zijn Petrus en Johannes.
Gewoontegetrouw roept de man om een aalmoes, om geld.
De meesten geven hem wat. Augustinus zegt:
‘ze kunnen hem alleen maar geld geven
om eten te kopen en maken hem alleen maar dikker
en zwaarder. Ze kunnen hem niet echt helpen
en alles blijft toch zoals het was.’

Tot opeens die twee volgelingen van Jesus langs komen die anders reageren.
de bedelende lamme krijgt een bijzonder antwoord:
‘Geld kunnen wij niet geven maar: in de naam van Jesus sta op!’
Niet pappen en nathouden, niet: ‘man blijf kalm, het wordt toch niets’
maar ‘sta op.’ Ze geven hem het kostbaarste wat je geven kunt:
bemoediging, kracht, geloof, hoop.
En het werkt! De lamme staat op en loopt.

Uit kracht van het Paasgebeuren met Jesus van Nazareth
wordt een mens weer op de been gezet.
De man kan weer verder gaan;
zijn leven heeft weer zin: hij kan nu pas echt leven.

En de leerlingen gaan ook verder leven en preken.
Ze zetten hun bemoedigingsproject voort:.
ze gaan nog meer mensen oprichten en perspectief bieden.
Dat doen zij, die arme apostelen, vanuit het aloude verhaal
dat vaak vergeten wordt maar niet vergeten mag worden
het verhaal van de God van Abraham, Isaak en Jakob.
Dat is de naam die de God van Israël al eeuwen draagt:
en daarin klinkt dan mee dat deze God niet zomaar een God is
die geëerbiedigd moet worden maar verder alles bij het oude laat.
Neen, deze God is de bevrijder,
een helper, een Herder, een trouwe supporter van de mensen.

De apostelen laten het duidelijk horen aan de verbaasde omstanders
die de lamme weer zien lopen:
‘Dezelfde God die Israël bevrijdde uit Egypte,
dezelfde God die Jesus uit het graf verloste
die God hebben jullie net aan het werk gezien.
Hij is dus niet alleen de God van vroeger
maar ook van vandaag!

Ook hier dus in deze kerk. Jesus had het ooit gezegd:
‘als er twee of drie in Mijn Naam bijeen zijn
dan ben ik in hun midden.
Jesus is actief aanwezig, ook in deze dagen.

II. Lucas schreef ook een prachtig verhaal over twee.
Twee morrende mannen die teleurgesteld van Jeruzalem wegliepen:
we noemen ze de Emmausgangers.

De twee mopperaars kregen plotseling
een medewandelaar naast zich die hen opkikkerde,
die met ze ging eten
en in wie ze, toen hij het brood brak, plotseling Jesus zelf herkenden.

In het evangelie vandaag komen ze de andere leerlingen
die nog een beetje zitten te suffen daarover vertellen.

En terwijl zij nog aan het spreken zijn komt Jesus binnen.
Ontsteld denken ze een geest te zien. Maar de Heer is geen spook
maar openbaart zich -net zoals aan de twee wandelaars op weg naar Emmaus
als een echte levende aanwezige die ons oppept.

Op Goede Vrijdag merkten wij
dat Hij DE solidaire mens naast de mensen was,
een Helper die met ons meelijden wilde.

Met Pasen vierden wij dat Hij de ‘vorst van het leven’ is,
ons Licht, onze toekomst.

In het joods achttiengebed
(een soort breviergebed voor leken) staat:
‘U bent een vriend
want u bent een helper,
U bent groot in het bevrijden:
u steunt de vallenden.
U sterkt en geneest de zieken,
U bevrijdt de gevangenen,
U bent trouw aan wie slapen in het stof.
U richt ons op,
U zet ons weer op de been:
U doet ons uit de dood opstaan.
U bent een trouw Helper,
Uw Naam zij geprezen al onze dagen. ‘

Om dat te horen moeten wij samenkomen
in dit gebouw bijvoorbeeld, of in een of ander huis
zoals de eerste christenen dat deden…
om het verhaal te vertellen en het brood te breken
om te vieren dat God de vriend is die ons omhoog haalt.

Het verhaal van de apostelen en de lamme leerde is
uit de handelingen van vandaag leerde ons
dat Jesus niet de enige is die in staat is mensen op te richten
en te vernieuwen maar dat ook wij
geroepen elkaar overeind te helpen
en dat ook kunnen.

AUGUSTINUS HIEROVER:
Uit preek 99 over de Handelingen:
‘Welke de gave van de apostel is geweest, de apostel Petrus die arm was aan geld en rijk aan geloof, dat vertelt ons de Schrift: “Zilver en goud heb ik niet…”. Wat heeft hij dan wel? “Maar wat ik heb dat geef ik je: In de naam van Jesus de Christus kom overeind en loop!”. De waarde van de dingen meet je aan hun gevolgen. Zij die aan de arme goud gaven, voerden hem dik en verzwaarden zijn lichaam, dat zijn voeten al niet konden dragen; zij probeerden hem te troosten om zijn gebrek, zij konden hem niet genezen. Terwijl die andere, die geen geld heeft, hem de gezondheid teruggeeft. Hij is rijk aan Godsgoederen, die bezitloze. “Zilver en goud heb ik niet”, zegt hij; maar hij schudt over hem alle goddelijke rijkdommen waarover hij beschikt. “Wat ik heb, dat geef ik je. In naam van Jesus Christus, kom overeind en loop!” Hij maakt zijn beurs niet los, hij opent zijn ziel. Wat geeft hij? “In naam van Jesus Christus, kom overeind en loop!” Een kwaal die gelijkelijk op slaaf en koning kan drukken, gehoorzaamt aan deze haveloze apostel. En er is nog meer: de natuur zelf gehoorzaamt aan Petrus’ bevel. Het gaat immers om een man die “vanaf de moederschoot verlamd was”. Van dit aangeboren en dus ongeneeslijke kwaad wordt de man genezen door het machtige woord van… een arme; wat niet zou gebeuren als die arme niet boordevol zat met de gaven van God, zelf schepper van de natuur.’

Tot zover de grote Kerkvader.
God sterke ons bij die belangrijke taak
in onze eigen levensdagen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor