• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

Preken archief

  • 1 september: Heilzaam ontregelen

    [print]

    22e Zondag door het Jaar

    Schriftlezingen:

    • Sirach 3,17-18.20.28-29

    • Hebreeën 12,18-19.22-24a

    • Lucas 14,1.7-14

    Ik begin met een herinnering aan een TV uitzending over prinses Diana,
    iemand die ‘in the picture was’
    zoals dat heet. Een oorspronkelijke vrouw.
    Toen ze binnenkwam in een bejaardenhuis
    waar mensen een beetje mistroostig zaten te kaarten zei ze:
    ‘wie speelt er vals?’ en meteen was er deining in de zaal en gelach.
    Ook haar bezoek aan AIDS-patiënten in een ziekenhuis/
    Iedereen was in die dagen als de dood voor AIDS
    en de patiënten werden zorgvuldig geïsoleerd.
    De bezoekers, zo ze er al waren
    waren als de dood dat zij besmet zouden worden.
    Ik herinner mij dat mij toen ook die angst werd aangepraat
    toen ik een keer op bezoek ging in het AMC.
    Diana loopt zo op een patiënt toe en schudt hem de hand.
    Grote paniek bij de beveiligers.

    Onze Paus Franciscus gaat op deze voet verder:
    beter gezegd is degene die de hele wereld aan het wakker schudden is!
    Dat is belangrijk: het is uiterst heilzaam dat wij bestaande kaders doorbreken
    en andere mensen durven ontmoeten.
    Misschien zag u al wat afleveringen van de serie van Andries Knevel
    -nota bende van de degelijk protestantse E.P.-
    die deze paus volgt op al zijn tochten naar de echt belangrijke mensen.

    De Schrift, en met name het evangelie, spreekt erg kritisch
    over mensen die vooraan zitten omdat ze altijd al vooraan zaten.
    In de eerste lezing krijgen we het al te horen:
    ‘hoe meer aanzien je hebt,
    hoe meer je je moet vernederen.

    Jesus gaat daarop verder en ontmaskert, in het evangelie van vandaag
    aan de hand van wat zich iedere dag voordoet
    … het ambitieuze gedoe in de maatschappij,
    waarbij anderen opzij gedrukt moeten worden
    om sommigen de kans te geven zelf vooraan te komen.

    En daarna wijst Hij degenen aan
    die het eerste recht hebben om aan te zitten
    aan de maaltijd der volkeren.
    Dat zijn de armen, de gebrekkigen, de kreupelen en de blinden.
    Die moeten worden uitgenodigd.
    Maar dat is moeilijk want
    we kennen ze niet echt.
    Wij zien de armen niet echt.
    We kijken naar een beeldbuis die we kunnen afstoffen.

    Iemand die echt wel eens geweest is in een ontwikkelingsland
    -neen ik bedoel niet op een safari of een verzorgde reis-
    weet ongeveer hoe het daar is
    en zal goede herinneringen hebben aan hun vriendelijkheid
    en hun gastvrijheid tegenover welke gast dan ook
    die zij onmiddellijk de ereplaatsen geven.

    Wanneer zullen wij hen eindelijk eens toelaten aan onze dis?
    Jesus geeft ons ook een methode aan
    hoe we de idealen van het Koninkrijk Gods kunnen realiseren.
    Het is voor jou goed om zo te leven
    dat de ander belangrijker is dan jij. Maak voor hem ruimte.
    Ga zelf nu eens niet op die eerste plaats zitten…
    Laat die eerste plaats waar je als rijke westerling
    al zo lang zit nu eens over aan een ander
    die daar nog nooit gezeten heeft.

    VERHAAL:
    Er was eens een synagoge in een stadje in oost Polen.
    De rabbijn was een zeer wijs man,
    hij had tal van geleerde boeken geschreven
    en had daarom ook gevraagd
    of het bestuur van de synagoge hem niet met kleine zaken wilde lastig vallen.
    Het ging hem alleen om de hoofdzaken.
    Rondom het bedehuis woonden allerlei mensen.
    Rijken en armen. Samen gingen ze naar de synagoge
    maar natuurlijk de allerarmsten niet.
    Die schaamden zich te zeer
    omdat ze geen passende kleren hadden
    om in het openbaar te verschijnen.
    Wel was het de gewoonte
    dat de armen van het dorp na de sabbathsdienst bij de kerkdeur stonden.
    Ze kregen dan een gift van de kerkgangers
    en bedankten hen daar vriendelijk voor.
    Er kwamen echter klachten
    dat vele kerkgangers het een beetje storend vonden,
    die arme vieze mensen aan de deur.
    Het bestuur was daarover in vergadering bijeengekomen
    en om de overlast en de drukte te voorkomen
    had men bij de uitgang van de kerk een groot offerblok geplaatst
    met het opschrift: ‘voor de armen’.
    Toen de rabbijn
    op eerste sabbath waarop het offerblok in gebruik genomen werd
    naar buiten kwam zag hij wat er veranderd was
    en deze ontdekking greep hem zo aan
    dat hij direct het parochiebestuur bijeenriep.
    ‘Wat hebben jullie nu gedaan,’
    zo begon hij op verontwaardigde toon,
    ‘jullie hebben bij de ingang van de kerk
    een offerblok geplaatst!’
    Verbijsterd vroegen de kerkbestuursleden hem
    waarom hij hier zo geschokt over was.
    Hij zei: ‘tot nu toe stonden jullie iedere sabbath
    nog oog in oog met de armen
    en werden jullie door hen aan je eigen rijkdom herinnerd
    en deden jullie wat je te doen stond
    maar nu staat er alleen maar een ding.
    Je zult daarom je ogen gaan sluiten
    voor de nood van de arme
    en je hart zal niet meer door de nood van de arme worden geraakt.’
    Het offerblok werd haastig verwijderd
    en de volgende week stonden de armen weer aan de deur.
    De parochianen zagen hen weer oog in oog,
    groetten hen en gaven weer hun giften.

    We kunnen al deze dingen ook toepassen dichterbij:
    op je relatie met je partner, met je vrienden.
    Zie hem of haar echt.
    Gun die ander nu eens de ereplaats
    en als die ander dat ook denkt
    wordt het op deze aarde echt goed.

    Ik vond in mijn bibliotheek een tekst van Ambrosius,
    bisschop van Milaan (340-397)
    -hij kijkt vanuit dat raam in onze kerk, een bijenkorf naast hem, naar ons hier beneden. –
    Zijn woorden waren honingzoet maar ook duidelijk-
    Augustinus is dankzij zijn preken bekeerd:
    In een van Ambrosius’ preken las ik:
    ‘de aarde werd voor allen gemeenschappelijk geschapen.’
    ‘Als je toevallig rijk bent
    ook al heb je er hard voor gewerkt
    bedenk dan dat je,
    als je iets aan de arme geeft,
    je niet iets geeft dat van jezelf is
    maar iets dat eigenlijk al van hem was.’

    In het tegenoverliggende raam treffen we
    de Griekse heilige Johannes Chrysostomus,
    vertaald: Jan met de gouden mond.
    Hij waarschuwt:
    ‘De rijken zijn degenen
    die zich van de goederen die voor allen bestemd zijn
    het eerste meester hebben gemaakt’
    Ja, die oude kerkvaders konden het mooi zeggen
    en hun boodschap is nog eigentijds ook.

    Door Jesus’ verkondiging worden we steeds meer ingewijd
    in de geheimen van Gods Koninkrijk.

    Het wordt in het voetspoor van Jesus van Nazareth
    steeds duidelijker wat van ons wordt verwacht:
    doen als Hij
    die zelf de laatste plaats heeft ingenomen
    als een slaaf die de voeten van zijn leerlingen waste
    als een mens die tussen de misdadigers aan het kruis hing
    en die Zijn leven voor ons gaf.

    Tot zijn gedachtenis staat hier een tafel,
    die tafel hier is meer
    dan een rechthoekige plank met vier poten
    maar een prachtig symbool van menselijke solidariteit.

    Aan die tafel zoals God die wil aanrichten
    kunnen mensen van alle naties en talen aanzitten.
    Aan tafel zijn ze allemaal hetzelfde,
    zijn wij allemaal hetzelfde:
    allemaal sterfelijke wezens die eten nodig hebben
    anders gaan we dood.
    Maar dankzij Hem is er leven!

    Allemaal hebben wij onze eigen kwaliteiten
    allemaal kunnen wij onze bijdrage leveren
    ieder met haar/zijn eigen mogelijkheden.
    Dat is nou net precies de bedoeling van een kerk:
    voor alle mensen iets betekenen,
    iedereen welkom:
    zo maken wij als mensheid een nieuw begin.

    Hein Jan van Ogtrop, pastor

  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec
  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec