• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

Preken archief

  • 16 september: Hij neemt ons toch voor lief

    [print]

    24e Zondag door het Jaar

    Schriftlezingen:

    • Jesaja 50,5-9a

    • Jakobus 2,14-18

    • Marcus 8,27-35

    Deze week dinsdag is het prinsjesdag:
    de regering verantwoordt zich en kijkt naar de toekomst.
    We vergelijken de zalen:
    de ridderzaal is vernieuwd,
    deze kerk ook.
    In de Ridderzaal schaart men zich rond de koning
    hier zitten wij rondom altaar en lessenaar.

    Het kabinet heeft het niet gemakkelijk
    wat komt er van de grote plannen van vorig jaar terecht?
    Ze doen erg hun best al onze brave ministers
    ze hebben ook wel christelijke idealen
    maar het blijft toch een moeizame zaak
    die te realiseren, vluchtelingen bij duizenden.

    En de kerk dan? Gaat het daar allemaal goed?
    Nou… verre van.
    Het zit hem niet in de veranderingen….
    die zijn leuk vind ik.
    Alles verandert toch in het leven.
    Zou het geloof dan een soort reservaat moeten zijn
    waar alles stil is en nooit iets gebeurt?

    Jammer alleen dat de kerk zo vreselijk menselijk
    en we daar zo pijnlijk mee geconfronteerd worden.. wereldwijd.

    Wat mij hoop geeft is dat mensen
    toch blijven zoeken naar zingeving.
    Ik merk dat bij de voorbereiding van dopen
    en uitvaarten. Ik blijf dan blij en hoopvol,
    gefascineerd door mensen
    die ook nu bezig zijn en blijven met het geloof.

    Neen ik bedoel het niet zo vaag als: ík geloof wel in iets.‘
    Want zo’n iets kan er zijn of niet zijn.
    Dat heeft geen invloed op je bestaan.

    Neen ik merk dat mensen allemaal bezig zijn met de grote vragen.
    Waar leef ik voor? Heeft het zin dat ik besta.‘
    Gisteren klampte mij weer iemand aan:
    ‘ik wil wat meer weten over het geloof.’
    En een jongen die ik regelmatig stiekem de kerk zie binnenkomen:
    ‘wanneer zijn hier bijbelstudies?”
    Eric en ik hebben het druk met de gewone dingen
    en niet eens tijd genoeg om aan al die aanvragen te voldoen.

    Bijbelstudie, dat doen we hier ook toch een beetje.
    Wat geloof ik eigenlijk.
    Onze ervaring leerde en leert dat we altijd
    dichter bij de kern van ons geloof komen
    als we gaan luisteren naar de boodschap van
    de oude joodschristelijke geschriften: de Bijbel.
    De Bijbel, geen systematisch handboek van het geloof
    Gelukkig maar zeg ik, al stelt dat sommige mensen
    met een overdreven gevoel voor orde en netheid teleur.
    De Bijbel is nu eenmaal geen systematisch handboek
    maar een groot en veelkleurig document van menselijk zwoegen,
    van angst en twijfel, van mistasten en tot inkeer komen.

    Van steeds weer afdwalen maar ook
    van steeds weer opnieuw op weg gaan en je aangesproken weten
    door de woorden van oudsher,
    eigenlijk door die Ene hoofdpersoon van het boek:
    God die in gesprek gaat met mensen,
    ze roept en uitdaagt om antwoord te geven en hun leven te veranderen.

    Het is een groot dramatisch verhaal over een volk
    dat in alle verwarring toch wil vertrouwen op Iemand
    die ze de ENIGE noemen.
    De ENIGE was hun God.

    Profeten kwamen het volk daaraan herinneren.
    En al gingen mensen vaak aan het dwalen
    Hij bleef getrouw. De Bijbel spreekt over onze bruidegom
    en wij, zijn volk, zijn dan de bruid.
    Onze bruidegom heeft nog nooit scheiding aangevraagd.
    Altijd kan er weer een nieuw begin gemaakt worden.

    De laatste hoofdstukken van Jesaja, de grootste van alle profeten,
    hebben een bijzondere ernstige toon.

    Hij beschrijft een man die gemarteld wordt,
    de haren worden uit zijn baard gerukt
    en hij wordt gehoond en geminacht.

    Spreekt Jesaja alleen over zichzelf en schiet hij zo in het zelfbeklag?
    Niet alleen. Hij heeft het eigenlijk over alle rechtvaardigen
    die gekwetst zullen worden, gemarteld of geminacht
    om hun opkomen voor de waarheid.

    Zo is deze tekst ook bij uitstek toepasbaar op Jesus van Nazareth
    wiens dood en opstanding wij iedere week hier gedenken.

    Jesus’ lijden was de consequentie van zijn hele handelen,
    Marcus reageert in zijn lessen over Jesus
    tegen een in zijn parochie verkeerd begrepen verheerlijkingstheologie
    van de Messias (en van de kerk!).
    Christen zijn is voor Marcus niet iets om prat op te gaan
    maar een levenswijze, een bestaanskeuze.

    Het is niet gemakkelijk om christen te zijn.
    Om dat te benadrukken wordt Petrus in het evangelie van vandaag
    zo bijna onbarmhartig zwak neergezet.
    Wist Marcus niet dat Jesus hem had uitgekozen om de kerk te leiden?

    Dat Jesus hem dan toch aanwijst als eerste leider van de kerk
    is een mysterieuze zaak. Wij zouden anders oordelen.
    Wij kijken strenger tegen het kwaad in andere mensen aan.
    Zou God dat niet zien?

    Integendeel, Hij ziet dat veel beter.
    In de Bijbel staat dat Hij harten en nieren doorgrondt.
    Hij kent onze diepste bedoelingen maar toch
    blijft Hij voor ons, gewone mensen kiezen.

    Bent u parochiaan omdat u de heiligste mensen bent
    van heel Haarlem? Met alle waardering voor u:
    het antwoord is nee. Er zijn mensen die veel heiliger zijn.
    En dat geldt ook voor uw voorgangers.
    Op priesters en bisschoppen,
    diakens en alle kerkelijke actievelingen
    ook op organisten en zangers
    is heel wat aan te merken.

    God kiest gewone mensen als medewerkers,
    doodgewone mensen met hun tekorten en hun fouten.

    Dat u hier bent betekent dat u een geroepene wilt zijn.
    U weet van uzelf dat u fouten maakt
    maar u wilt toch horen bij dat grote volk van pelgrims onderweg.

    Voor al dat gewone volk geldt dat één heeft gezegd:
    ik zal met u zijn.

    Nu is Jesus zelf niet meer zichtbaar
    in Zijn menselijke gestalte
    maar Zijn adem en Zijn kracht zijn nog hetzelfde.

    Hij heeft beloofd: ‘ik zal bij jullie zijn’.
    ‘Ik zal bij jullie zijn’.
    Dat geldt voor ons allen hier deze morgen
    iedere dag en iedere nacht, al onze levensdagen.

    Mogen wij onze geest openen voor zijn woord, voor zijn kracht.
    Dan kunnen wij hopen en verwachten.

    Dat hopen is niet hopen de honderdduizend te winnen
    maar hopen is hopen op die éne.

    Hopen is als een schipbreukeling staan op een rots
    en wachten en weten dat er een schip voorbij zal komen
    waarmee ik gered wordt uit de duisternis
    en gebracht zal worden in het licht, van Gods nabijheid,
    van Hem die ons aanraken wil en opwekken tot eeuwig leven.

    De Heer die veel verdroeg en solidair was met zijn leerlingen
    wil ook onze solidaire broeder zijn
    in de tekenen van brood en wijn.

    Wij gedenken in deze viering zijn offerdood.
    En wij vieren ook zijn opstanding.
    Hij is de levende in ons midden die ons niet loslaat.
    Het komt er op aan dat wij het er met Hem op wagen.
    Alleen door alles te verliezen,
    ons leven te verankeren in Hem,
    vinden wij -volgens het evangelie- de laatste vrijheid
    waaraan zelfs de dood niets meer af kan doen.
    De echte gelovige kan de ogen sluiten
    zich storten in de handen van Hem die heeft gezegd
    IK ZAL ER ZIJN.

    Samen kunnen wij verder gaan.
    Door de dood heen zelfs,
    het laatste woord is leven, licht, opstanding,
    verrijzenis, onvergankelijke vreugde.
    AMEN !!

    Hein Jan van Ogtrop, pastoor

  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec
  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec